- Arrêt du 8 février 2011

08/02/2011 - 2010/PGA/005 689

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Ingeval de persoon aan wie probatieopschorting werd toegestaan, geen gekende woon- of verblijfplaats heeft, is de bevoegde correctionele rechtbank inzake de herroeping van die probatieopschorting niet deze van de laatste woon- of verblijfplaats van de betrokkene, maar deze van zijn verblijfplaats op het ogenblik van het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis of arrest.


Arrêt - Texte intégral

Het Hof van Beroep, zitting houdende op 8 februari 2011

te Antwerpen, tiende kamer

(...)

Gezien bij tegensprekelijk en in kracht van gewijsde getreden vonnis van de Correctionele Rechtbank te Liège d.d. 27 april 2005, D.J., de opschorting van de uitspraak van veroordeling gelast werd gedurende 5 jaar onder de voorwaarden :

(...)

2. De Probatiecommissie te Luik stelde op 03 september 2009 een advies op met het oog op de herroeping van de verleende probatie-opschorting (vonnis Corr. Luik 27 april 2005).

De opdracht tot dagvaarden werd door de procureur des Konings gegeven op 29 april 2010. Op 04 mei 2010 werd door de gerechtsdeurwaarder overgegaan tot dagvaarding aan het ambt van de procureur des Konings, nu beklaagde geen gekende woon- of verblijfplaats heeft in België.

Uit de informatie bekomen bij raadpleging van het Rijksregister blijkt dat beklaagde op 08 december 2009 van ambtswege werd afgevoerd, nadat hij op 29 december 2008 ingeschreven werd in de gemeente Voeren.

3. Naar luid van artikel 13 § 4 van de Probatiewet (Wet 29 juni 1964) dagvaardt het Openbaar Ministerie de betrokkene voor de rechtbank van eerste aanleg van zijn verblijfplaats binnen dezelfde termijn, onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde vormen als in correctionele zaken.

Ingeval de veroordeelde zonder gekende woon- of verblijfplaats is, is de bevoegde correctionele rechtbank niet diegene waar beklaagde zijn laatste woon- of verblijfplaats heeft, vermits dat niet strookt met de economie van de samen te lezen artikelen 13 § 4 en 10 van de Probatiewet, waarin, na de wijzigende wet van 22 maart 1999, een voorkeur wordt uitgedrukt voor de verblijfplaats van de verdachte of veroordeelde op het ogenblik van het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis of arrest.

De Correctionele Rechtbank te Tongeren was onbevoegd om te oordelen over voorliggende zaak.

(...)

Mots libres

  • Strafprocesrecht

  • Bevoegdheid

  • Herroeping probatie

  • Ongekende woon- en verblijfplaats