- Arrêt du 2 novembre 2011

02/11/2011 - 2010 PGA 6294

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

De rechter is gehouden de herstelmaatregelen te bevelen zoals gevorderd door de herstelvorderende overheid, maar dient deze wel op de interne en externe wettigheid te toetsen en te onderzoeken of ze stroken met de wet dan wel op machtsoverschrijding of machtsafwending berusten.

De rechter kan enkel nagaan of de door de herstelvorderende overheid gedane keuze van herstelmaatregel uitsluitend steunt op motieven van een goede ruimtelijke ordening en gebeurlijk een herstelvordering die zou steunen op motieven vreemd aan de ruimtelijke ordening of die kennelijk onredelijk zou zijn, zonder gevolg laten. Bovendien moet de rechter ook nagaan of de last die voor de beklaagde uit het gevorderde herstel zou voortvloeien, opweegt tegen het voordeel dat hieruit voor de ruimtelijke ordening zou ontstaan.

Ondanks het feit dat het herstel in de vorige staat niet betekent dat de plaats hersteld moet worden in een materiële toestand die identiek is aan de toestand die voor de ontbossing bestond, acht het Hof, gelet op bovenstaande omstandigheden, de huidige herstelvordering kennelijk onredelijk. De herstelvordering van de Stedenbouwkundige Inspecteur is derhalve ongegrond.


Arrêt - Texte intégral

Het Hof van Beroep, zitting houdende op 2 november 2011

te Antwerpen, twaalfde kamer

(...)

De herstelvordering

2. De herstelvordering dateert van 13.11.2008 en is geënt op het oprichtingsmisdrijf van ontbossing zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning van het College van Burgemeester en Schepenen van de stad Leopoldsburg.

Het betreffende perceel van beklaagde is gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied.

De eerste rechter oordeelde dat de herstelvordering inmiddels zonder voorwerp was geworden, om reden dat de toestand door verloop van jaren in zijn oorspronkelijke staat - zijnde spontane verbossing - werd hersteld.

3. De Stedenbouwkundige Inspecteur vordert het herstel van het perceel in de oorspronkelijke staat, hetgeen inhoudt:

- de aangevoerde grond en alle vreemde materialen niet behorende tot het bos verwijderen van het perceel;

- herbebossing van Alnus glutinosa (zwarte els) tijdens het eerstvolgende plantseizoen;

- herbebossen met 520 stuks: plantverband 1,50 x 1,50 meter;

- maat plantsoen 90/120;

- het plantsoen moet afkomstig zijn van een erkende boomkwekerij met als herkomstgebied Vlaanderen

- het plantsoen moet vergezeld zijn van een herkomstcertificaat

- ingeval van inboeten zullen tijdens het daaropvolgende plantseizoen alle ingestorven planten worden vervangen.

4. De Hoge Raad voor het Herstelbeleid verleende op 12.12.2008 een eensluidend advies en verklaarde zich akkoord met de aard van de door de Stedenbouwkundige Inspecteur gevorderde herstelmaatregel.

De rechter is gehouden de herstelmaatregelen te bevelen zoals gevorderd door de herstelvorderende overheid, maar dient deze wel op de interne en externe wettigheid te toetsen en te onderzoeken of ze stroken met de wet dan wel op machtsoverschrijding of machtsafwending berusten.

De rechter kan enkel nagaan of de door de herstelvorderende overheid gedane keuze van herstelmaatregel uitsluitend steunt op motieven van een goede ruimtelijke ordening en gebeurlijk een herstelvordering die zou steunen op motieven vreemd aan de ruimtelijke ordening of die kennelijk onredelijk zou zijn, zonder gevolg laten. Bovendien moet de rechter ook nagaan of de last die voor de beklaagde uit het gevorderde herstel zou voortvloeien, opweegt tegen het voordeel dat hieruit voor de ruimtelijke ordening zou ontstaan.

5. Het Hof is van oordeel dat de herstelvordering van de Stedenbouwkundige Inspecteur kennelijk onredelijk is, rekening houdend met het aantal bomen (520) waarvan de heraanplanting gevorderd wordt.

Uit het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos blijkt overigens dat het perceel van beklaagde oorspronkelijk spontaan verbost is met Amerikaanse vogelkers en plaatselijk spork en berk, en dat de verbossing van dit perceel ongeveer 10 à 15 jaar aan de gang was op het ogenblik van de ontbossing door beklaagde.

Bijkomend, op basis van de voorgelegde foto's van de oorspronkelijke staat van het perceel, en de voorgelegde luchtfoto daterend uit de periode 2002-2005, is het duidelijk dat er op het perceel van beklaagde geen bos met een groot aantal bomen aanwezig was, in tegenstelling tot het achterliggende populierenbos.

De vegetatie op het perceel van beklaagde betrof eerder een spontane onregelmatige verbossing met struikgewassen, Amerikaanse vogelkers en plaatselijke spork en berk, met meerdere open ruimtes, zodat er geen sprake was van de aanwezigheid van meerdere honderden bomen en/of struiken, doch eerder van enkele tientallen.

6. De Stedenbouwkundige Inspecteur verwijst ten onrechte naar art. 4.3.1.§2.2° VCRO, vermits deze bepaling van toepassing is op de toekenning of weigering van een vergunning, en niet kadert inzake de beoordeling van een herstelvordering.

De verwijzing naar art. 6.1.6.§2.2° VCRO is evenmin relevant, vermits de bepaling enkel de motieven omschrijft waarop het advies van de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid dient te worden gesteund.

Art. 1.1.4. VCRO tenslotte betreft een algemene definitie van het begrip ‘ruimtelijke ordening', doch deze bepaling kan geenszins een herstelvordering verantwoorden tot heraanplanting van 520 zwarte elzen op een perceel waar voordien enkel beperkte spontane begroeiing aanwezig was.

Bovendien tonen de opeenvolgende vaststellingen van het Agentschap Inspectie RWO (uitgevoerd in 2007, 2008, 2009 en 2010) aan dat het perceel van beklaagde terug naar een spontane verbossing aan het evolueren is, zijnde de oorspronkelijke toestand van het perceel.

7. Ondanks het feit dat het herstel in de vorige staat niet betekent dat de plaats hersteld moet worden in een materiële toestand die identiek is aan de toestand die voor de ontbossing bestond, acht het Hof, gelet op bovenstaande omstandigheden, de huidige herstelvordering kennelijk onredelijk. De herstelvordering van de Stedenbouwkundige Inspecteur is derhalve ongegrond.

(...)

Mots libres

  • Ruimtelijke ordening

  • Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening

  • Herstelmaatregel

  • Wettigheid

  • Kennelijk onredelijk