- Arrêt du 8 février 2011

08/02/2011 - 2008AR1512

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Artikel 1382 BW. Gevelwerken. Fout van de aannemer. Concreet geval. Vanaf het ogenblik dat vaststaat dat het gebruikte product bij schilder- en reingingswerken (in casu Funconsil) kan vervliegen, heeft het geen belang meer waar juist de beschadigde voertuigen geparkeerd stonden. Een vervliegbaar product kan immers alle richtingen opgaan wat gelet op de afmetingen van de te bewerken gevel des te meer geldt. Het feit dat de te bewerken gevel ingepakt was, neemt niet weg dat er schade kan ontstaan door vervlieging gezien het onmogelijk is een dergelijke gevel met dergelijke afmetingen voor 100% af te dekken.


Arrêt - Texte intégral

INZAKE VAN:

1. EUROMEX N.V., met maatschappelijke zetel te 2650 EDEGEM, Prins Boudewijnlaan 45,

2. JURIS GB LEX N.V., thans AXA BELGIUM N.V., met maatschappelijke zetel te 1170 BRUSSEL, Vorstlaan 25,

appellanten,

beiden vertegenwoordigd door Mr. STRAETMANS loco Mr. VERDEYEN Guido, advocaat te 1050 BRUSSEL, Waterloosesteenweg 412 F ;

TEGEN:

FIDEA N.V., met maatschappelijke zetel te 2018 ANTWERPEN, Van Eycklei 14,

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door Mr; FEYS loco Mr. KONINCKX Luc, advocaat te 1170 BRUSSEL, E. Van Becelaerelaan 28 B - Bus 8 ;

Artikel 1382 BW. Fout. Toepassing. Vanaf het ogenblik dat vaststaat dat het gebruikte product bij schilder- en reinigingswerken van een gebouw kan vervliegen, heeft het geen belang meer waar juist de erdoor beschadigde voertuigen geparkeerd stonden: een vervliegbaar product kan immers alle richtingen opgaan wat gelet op de afmetingen van de te bewerken gevel des te meer geldt.

Gelet op de procedurestukken:

n het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 12 december 2007, beslissing waarvan geen akte van betekening wordt overgelegd;

n het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het hof op 4 juni 2008;

n de conclusie van appellanten neergelegd ter griffie op 14 april 2009;

n de syntheseconclusie van geïntimeerde neergelegd ter griffie op 23 juli 2009.

Gehoord de advocaten van de partijen ter openbare terechtzitting van 20 december 2010 en de stukken die zij neerlegden.

Het hoger beroep werd regelmatig naar vorm en termijn ingesteld en is bijgevolg ontvankelijk.

I. Voorwerp van de vorderingen.

1.1. De vorderingen werden ingesteld bij P.V. van vrijwillige verschijning neergelegd bij de politierechtbank van Halle op 27 mei 2004.

Hierin werd de betaling gevorderd van 1.392,89 euro t.v.v. huidige eerste appellante en van 1.339,51 euro t.v.v. huidige tweede appellante telkens plus de intresten.

1.2. De politierechtbank van Halle heeft bij vonnis van 15 maart 2007 de zaak verwezen naar de arrondissementrechtbank te Brussel.

De arrondissementrechtbank heeft op haar beurt op 21 mei 2007 de zaak verwezen naar de rechtbank van eerste aanleg te Brussel.

1.3. De eerste rechter heeft de vorderingen van appellanten ontvankelijk doch ongegrond verklaard.

1.4. Het hoger beroep van appellanten beoogt de toekenning te horen bekomen van hun respectieve aanvankelijke vorderingen.

1.5. Geïntimeerde vraagt de bevestiging van het bestreden vonnis.

II. De feiten.

2.1. De eerste rechter heeft de feiten die aanleiding hebben gegeven tot huidig geschil precies en volledig omschreven zodat het hof desbetreffend verwijst naar het bestreden vonnis.

2.2. Samengevat komt het hierop neer dat volgens appellanten de verzekerde van geïntimeerde gevelwerken (= schilder- en reingingswerken) op 1 oktober 2001 zou hebben uitgevoerd te Pepingen op het domein "Ter Rijst".

Tijdens deze werken zouden een aantal voertuigen , eigendom van verzekerden van appellanten, beschadigingen hebben opgelopen ten gevolge waarvan appellanten tot vergoeding zijn overgegaan.

2.3. Geïntimeerde betwist echter dat haar verzekerde enige fout beging in noodzakelijk oorzakelijk verband met de schade geleden door de verzekerden van appellanten.

III. Ten gronde.

3.1. Appellanten steunen hun vordering op artikel 1382 e.v. B.W.

Zij menen dat door de fout van de verzekerde van geïntimeerde hun respectieve verzekerden schade hebben gelopen die zij inmiddels in hun hoedanigheid van verzekeraar vergoed hebben.

Geïntimeerde betwist dat haar verzekerde enige fout beging in oorzakelijk verband met de geleden schade en deze stelling werd gevolgd door de eerste rechter.

3.2. Uit de elementen van de dossiers blijkt o.a. het volgende:

- de schade deed zich voor op 11 oktober 2001;

- de beschadigde voertuigen bevonden zich op dezelfde parking en vertoonden identieke schade, met name stippen op de ruiten en op het koetswerk;

- op 11 oktober 2001 om 15.37u stelden de verbalisanten vast dat er ter plaatse geen werken meer bezig waren doch dat er nog verschillende stellingen stonden en dat naast die stellingen lege bussen stonden van 30 liter van het merk REMMERS;

- de verzekerde van geïntimeerde was op de binnenkoer van het kasteel de muren aan het behandelen met FUNCONSIL STEENVERSTEVIGER 300;

- dat product werd aangebracht d.m.v. een handverstuiver van op een ingepakte rolstelling;

- de technische fiche van het gebruikte product vermeldt dat glas, lak en gelakte delen met het impregneermiddel NIET in aanraking mogen komen en met folie dienen beschermd te worden;

- de zaakvoeder van de BVBA Van De Kerkhof verklaarde zelf dat het product dat gebruikt werd bij het werken vervliegt en dat er vooraan een parking voorzien was voor de medewerkers van de jeugdclub.

3.3. Hieruit volgt dat de werken nog bezig waren op het ogenblik dat de schade zich heeft voorgedaan.

Dergelijke werken kunnen touwens niet op 1 dag uitgevoerd worden en stellingen worden geen dagen ongebruikt achtergelaten op een werf gelet alleen reeds op de kostprijs ervan.

Het gebruikte product is vervliegbaar en de schade die aan de verschillende voertuigen werd toegebracht, stemt overeen met de schade die een dergelijk product kan veroorzaken (= schade aan glas = ruiten en gelakte delen = koetswerk).

Vanaf het ogenblik dat vaststaat dat het gebruikte product kan vervliegen, heeft het geen belang meer waar juist de beschadigde voertuigen geparkeerd stonden. Een vervliegbaar product kan immers alle richtingen opgaan wat gelet op de afmetingen van de te bewerken gevel des te meer geldt.

Het feit dat de te bewerken gevel ingepakt was, neemt niet weg dat er schade kan ontstaan door vervlieging gezien het onmogelijk is een dergelijke gevel met dergelijke afmetingen voor 100% af te dekken. Hier tegenover staat overigens dat volgens alle benadeelden enkel de ramen op het binnenplein met plastic afgeschermd waren en voor het overige geen andere beschermingsmaatregelen genomen werden.

Het feit dat een verbodsplaat was aangebracht met verboden te parkeren gold duidelijk niet voor de benadeelden die toegang hadden tot het gebouw als medewerkers van een jeugdclub die ondergebracht was in een deel van het kasteel. De zaakvoerder van de BVBA Van De Kerkhof was overigens op de hoogte dat er aldaar geparkeerd werd door de medewerkers van een jeugdclub.

Na de feiten, d.w.z. vanaf 16 oktober 2001, werd wel een parkeerverbod opgelegd aan iedereen, wat aantoont dat de werken toen nog bezig waren en de aannemer blijkbaar toen tot het inzicht kwam dat het gebruikte product niet mocht aangewend worden in de nabijheid van voertuigen zelfs een eind verwijderd van de te behandelen gevel.

3.4. Aan de verzekerden van appellanten kan geen fout verweten worden. Er is evenmin sprake van risicoaanvaarding in hunner hoofde.

Nergens blijkt uit dat zij enige waarschuwing kregen om hun voertuig elders te parkeren of gewezen werden op de gevaren die de uitgevoerde werken desgevallend met zich konden meebrengen.

3.5. Appellanten bewijzen derhalve afdoend dat door een fout van de verzekerde van geïntimeerde haar verzekerden schade hebben geleden.

Het bestreden vonnis dient op dat punt hervormd te worden.

Alle overige door partijen ingeroepen middelen zijn niet terzake dienend in het licht van wat voorafgaat.

3.6. Appellanten beschikken over een rechtstreekse vordering lastens geïntimeerde in haar hoedanigheid van BA - verzekeraar van de aannemer.

Uit de neerlegging van de regelingskwitanties blijkt duidelijk dat appellanten daadwerkelijk overgegaan zijn tot vergoeding van hun respectieve verzekerden.

Nergens blijkt uit dat appellanten enkel zijn opgetreden in hun hoedanigheid van rechtsbijstandverzekeraars. De redenering van geïntimeerde desbetreffend gaat derhalve niet op.

Geïntimeerde werpt ook ten onrechte op dat voor verzekerde H. C. geen BTW - verklaring wordt voorgelegd .

Wat tenslotte de uitbetaling betreft aan mevrouw C. wordt een bestek voorgelegd waarin herstellingswerken worden omschreven die beantwoorden aan de door die verzekerde beweerde schade en van dezelfde aard is als de schade aan de overige betrokken voertuigen.

Appellanten geven zelf toe in hun conclusie geen stuk meer te kunnen voorleggen waarop de uiteindelijke betaling doorging niettegenstaande mevrouw C. de regelingskwitantie wel degelijk ondertekend heeft zodat wat die betaling betreft - die afdoend vaststaat - de intresten slechts beginnen te lopen vanaf 27 mei 2004, datum van het neerleggen van het PV van vrijwillige verschijning.

3.7. Beide partijen vragen een bedrag van 400 euro als rechtsplegingsvergoeding en er is geen wettelijke reden voorhanden om dit bedrag niet toe te kennen.

Dit bedrag komt toe aan appellanten samen als de in het gelijk gestelde partijen die vertegenwoordigd worden door eenzelfde raadsman.

OM DEZE REDENEN

HET HOF,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken,

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond.

Hervormt het bestreden vonnis behoudens in zoverre hierin de vordering ontvankelijk werd verklaard en de kosten begroot werden en opnieuw recht sprekende voor het overige,

Verklaart de vordering gegrond.

Veroordeelt geïntimeerde tot betaling aan:

- NV EUROMEX het bedrag van 1.392,89 euro plus de vergoedende intresten aan de wettelijke intrestvoet sinds de respectieve betaaldata - behalve voor het dossier Cooreman waarin de intresten beginnen te lopen vanaf 27 mei 2004 - tot aan de datum van huidig arrest waarna vermeerderd met de gerechtelijke intresten aan dezelfde rentevoet;

- NV AXA BELGIUM het bedrag van 1.339,51 euro plus de vergoedende intresten aan de wettelijke intrestvoet sinds de respectieve betaaldata tot aan de datum van huidig arrest waarna vermeerderd met de gerechtelijke intresten aan dezelfde rentevoet.

Veroordeelt geïntimeerde in de kosten van beide aanleggen, in hoger beroep, begroot

- in hoofde van appellanten op 186 euro rolrechten + 400 euro rechtsplegingsvergoeding en

- in hoofde van geïntimeerde op 400 euro rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare burgerlijke terechtzitting van de eerste kamer van het hof van beroep te Brussel op 8 februari 2011.

Waar aanwezig waren:

Mevr. A. De Preester, Kamervoorzitter,

Mevr. B. Heymans, Griffier.

Mots libres

  • Artikel 1382 BW. Fout. Werken aan gevel van een kasteel. Reinigingswerken. Schilderwerken. Gebruik van een vervliegbaar product, waardoor schade aan autovoertuigen. In casu: uistluitende aasprakelijkheid van aannemer der werken. Geen aanvaarding van risico door de autobezitters.