- Arrêt du 12 avril 2011

12/04/2011 - 2009AR1845

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Verbetering van een vonnis (art. 793 à 801bis Ger. W.). Materiële fout in een arrest die verbeterd moet worden. Toepassing van deze bepalingen is mogelijk op een arrest in hoger beroep gewezen. Verschrijving: vermelding van 1900 in plaats van 1990. Het hof van beroep put zijn rechtsmacht uit bij het uitspreken van het eindarrest; het kan bij de beoordeling van de vordering tot verbetering van dit eindarrest niet de in dit te verbeteren eindarrest bevestigde rechten uitbreiden, beperken of wijzigen (artikel 794 Ger. W.). De kosten van het verbeterend arrest komen ten laste van de Staat (artikel 801 Ger. W.)


Arrêt - Texte intégral

HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL

1e kamer,

A.R. Nr.: 2009/AR/1845

zetelend in burgerlijke zaken,

Rep. nr.: 2011/ na beraad, wijst volgend arrest:

INZAKE VAN:

D. J., wonende

verzoekster tot verbetering van arrest,

vertegenwoordigd door Mr. LEKEU Chantal, advocaat te 1853 STROMBEEK-BEVER, Brouwerijstraat 25 ;

TEGEN:

F. G., wonende te

verweerder op verzoek tot verbetering,

die verschijnt, bijgestaan door Mr. DEPANDELAERE Marcel, advocaat te 1030 BRUSSEL, August Reyerslaan 10 ; [...]

Verbetering van een vonnis (art. 793 à 801bis Ger. W.). Materiële fout in een arrest die verbeterd moet worden. Toepassing van deze bepalingen is mogelijk op een arrest in hoger beroep gewezen. Verschrijving: vermelding van 1900 in plaats van 1990.

Het hof van beroep put zijn rechtsmacht uit bij het uitspreken van het eindarrest; het kan bij de beoordeling van de vordering tot verbetering van dit eindarrest niet de in dit te verbeteren eindarrest bevestigde rechten uitbreiden, beperken of wijzigen (artikel 794 Ger. W.). De kosten van het verbeterend arrest komen ten laste van de Staat (artikel 801 Ger. W.)

_________________________________________

In dit arrest oordeelt het hof over een verzoek tot verbetering van een arrest gewezen door de kamer 3S van dit hof op 4 oktober 2007 in de zaak met rolnummer 2005/AR/1055.

De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, waaronder artikel 24, zijn nageleefd.

Het arrest wordt gewezen na tegenspraak.

Het blijkt niet dat cassatie is ingesteld noch dat het arrest is betekend, zodat de termijn voor cassatie niet is verstreken. Bij gebrek aan enig middel van de heer F. moet aangenomen worden dat hij het eens is dat de vordering kan ingesteld worden (artikel 798 en 799 van het Gerechtelijk Wetboek).

Het arrest van 4 oktober 2007 stelt vast dat het vonnis niet bestreden wordt waar het beveelt, onder meer, "11. dat de kosten begroot in het echtscheidingsvonnis en de overschrijvingskosten ten laste moeten worden gelegd van mevrouw D., verhoogd met de wettelijke intresten daarop vanaf 6 september 1900".

Mevrouw D. laat gelden dat het jaartal 1900 berust op een manifeste vergissing omdat zij in 1900 nog niet geboren was. De heer F. betwist de vergissing niet.

Het hof stelt vast dat het bestreden vonnis, waarnaar het arrest van 4 oktober 2007 verwijst, onder punt 11 van zijn dispositief de notarissen machtigt "de niet betaalde kosten begroot in het echtscheidingsvonnis en om de overschrijvingskosten van dit vonnis ten laste te leggen van eiseres, verweerster op tegeneis, verhoogd met de gerechtelijke intresten vanaf 6 september 1990 (datum van de aanvraag)". De 1900 in het arrest berust dus op een materiële fout, die verbeterd moet worden.

In conclusie stelt de heer F. bij tegeneis een aantal vorderingen die hij als volgt formuleert:

"Te horen zeggen voor recht dat de som van 613.303,- BEF (15.203,38 EUR) dient teruggestort meer de gerechtelijke intresten jaarlijks gekapitaliseerd vanaf 19.09.83 tot en met de dag van betaling.

Te horen zeggen voor recht dat de onkosten van de echtscheiding ten laste van mevrouw D. vallen en het bedrag van 27.060,- BEF ( euro 670,80) vanaf de dag van de echtscheiding dienen verhoogd met de gerechtelijke intresten jaarlijks gekapitaliseerd tot en met de dag van betaling.

Te horen zeggen voor recht dat concluant toekomt de som van 27.060,- BEF, meer de gerechtelijke intresten, jaarlijks te kapitaliseren tot de dag van uitbetaling.

Te horen zeggen voor recht dat concluant toekomt de som van 206.600,- BEF (5.121,48 EUR), meer de gerechtelijke intresten met jaarlijkse kapitalisatie vanaf (gemiddeld datum) 14.01.88 tot de dag van uitbetaling.

Te horen zeggen voor recht dat het totale bedrag kindergeld ontvreemd door mevrouw D., 44.858- BEF ( euro 1.112,-) is."

Het hof heeft echter zijn rechtsmacht uitgeput bij het eindarrest van 4 oktober 2007, en het kan bij de beoordeling van de vordering tot verbetering niet de in de te verbeteren beslissing bevestigde rechten uitbreiden, beperken of wijzigen (artikel 794 van het Gerechtelijk Wetboek). De tegenvordering van de heer F. is dus niet ontvankelijk.

De kosten komen ten laste van de Staat (artikel 801 van het Gerechtelijk Wetboek)

Er is geen reden om voor de rechtsplegingsvergoeding af te wijken van de toepassing van het basisbedrag. Met toepassing van het koninklijk besluit van 26 oktober 2007 bedraagt dat basisbedrag gelet op de niet in geld waardeerbaarheid van de vordering (geïndexeerd) 1.320,00 EUR.

HET BESCHIKKEND GEDEELTE

Op grond van de bovenstaande overwegingen neemt het hof volgende beslissing.

Het hof verklaart de vordering tot verbetering ontvankelijk en gegrond als volgt:

Zegt dat in het arrest van dit hof van 4 oktober 2007 in de zaak met rolnummer 2005/AR/1055 op pagina 12 punt 11 het jaartal 1900 moet gelezen worden als 1990.

Verklaart de tegenvordering van de heer F. niet ontvankelijk.

Legt de kosten ten laste van de BELGISCHE STAAT, begroot voor mevrouw D. op een consignatie van 75,00 EUR en een rechtsplegingsvergoeding van 1.320,00 EUR; voor de heer F. op de rechtsplegingsvergoeding van 1.320,00 EUR.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare burgerlijke te¬rechtzitting van de eerste kamer van het hof van beroep te Brussel op 12 april 2011.

Waar aanwezig waren:

Mevr. A. De Preester, Kamervoorzitter,

Dhr. E. Janssens de Bisthoven, Raadsheer,

Dhr. M. Debaere, Raadsheer,

Mevr. B. Heymans, Griffier.

B. Heymans M. Debaere

E. Janssens de Bisthoven A. De Preester

Mots libres

  • Verbetering van een rechterlijke beslissing. Procedure. Kosten.