- Arrêt du 10 mai 2011

10/05/2011 - 2011AR830

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Artikel 1402 Ger. W. bepaalt dat de rechters in hoger beroep in geen geval - zulks op straffe van nietigheid - de tenuitvoerlegging van de vonnissen kunnen verbieden of doen schorsen. Deze bepaling verhindert evenwel niet dat de appelrechter de beroepen beslissing inzake de voorlopige tenuitvoerlegging teniet doet indien zij is tot stand gekomen met miskenning van het recht van verdediging De bepaling van artikel 1402 Ger. W. staat er niet aan in de weg dat de appelrechter de door de eerste rechter toegestane voorlopige tenuitvoerlegging teniet doet wanneer de voorlopige tenuitvoerlegging niet werd gevorderd, wanneer zij niet door de wet is toegestaan of nog wanneer de beslissing is tot stand gekomen met miskenning van het recht van verdediging. Een motiveringsgebrek - en dus ook een betwisting van de opportuniteit - in de beslissing van de eerste rechter over de tenuitvoerlegging laat de appelrechter niet toe die voorlopige tenuitvoerlegging te verbieden of te schorsen.

II. Tenzij hierover verweer werd gevoerd, dient de rechter het toestaan van de voorlopige tenuitvoerlegging van zijn vonnis niet nader te motiveren. De rechter die een vordering inwilligt hoewel ze niet gemotiveerd is, miskent het recht van verdediging niet nu deze enkele omstandigheid niet met zich meebrengt dat de verweerder daartegen geen tegenspraak kan voeren


Arrêt - Texte intégral

Nr.: HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL

1Bise kamer,

A.R. Nr.: 2011/AR/830

zetelend in burgerlijke zaken,

Rep. nr.: 2011/3141 na beraad, wijst volgend arrest:

INZAKE VAN:

L. A

P. A

L. E

L. R

appellanten,

vertegenwoordigd door Mr. GOOSSENS loco Mr. BEEKEN Rudi, advocaat te 3390 TIELT (BT.), Kraasbeekstraat 41

TEGEN:

S. A

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door Mr. SCHOOLMEESTERS loco Mr. COLLIN Luc, advocaat te 3200 AARSCHOT, Gijmelsesteenweg 81

* * *

Artikel 1402 Ger. W. bepaalt dat de rechters in hoger beroep in geen geval - zulks op straffe van nietigheid - de tenuitvoerlegging van de vonnissen kunnen verbieden of doen schorsen. Deze bepaling verhindert evenwel niet dat de appelrechter de beroepen beslissing inzake de voorlopige tenuitvoerlegging teniet doet indien zij is tot stand gekomen met miskenning van het recht van verdediging De bepaling van artikel 1402 Ger. W. staat er niet aan in de weg dat de appelrechter de door de eerste rechter toegestane voorlopige tenuitvoerlegging teniet doet wanneer de voorlopige tenuitvoerlegging niet werd gevorderd, wanneer zij niet door de wet is toegestaan of nog wanneer de beslissing is tot stand gekomen met miskenning van het recht van verdediging. Een motiveringsgebrek - en dus ook een betwisting van de opportuniteit - in de beslissing van de eerste rechter over de tenuitvoerlegging laat de appelrechter niet toe die voorlopige tenuitvoerlegging te verbieden of te schorsen.

II. Tenzij hierover verweer werd gevoerd, dient de rechter het toestaan van de voorlopige tenuitvoerlegging van zijn vonnis niet nader te motiveren. De rechter die een vordering inwilligt hoewel ze niet gemotiveerd is, miskent het recht van verdediging niet nu deze enkele omstandigheid niet met zich meebrengt dat de verweerder daartegen geen tegenspraak kan voeren

.....

1. Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het hof op 8 april 2011 stellen August L., Adolphine P., Eddy L. en Ronny L. hoger beroep in tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven van 17 maart 2011 waarbij de vordering van Ann S. gedeeltelijk gegrond werd verklaard en de appellanten veroordeeld werden tot het betalen van een schadevergoeding van euro 500 (vermeerderd met de intresten) aan Ann S. en waarbij Ronny L. tevens veroordeeld werd tot het verwijderen van de twee Mechelse herdershonden uit de woning gelegen X. 15 te Z. en dit binnen de 7 kalenderdagen na betekening van het vonnis op straf van verbeurte van een dwangsom van euro 250 per kalenderdag en per hond vanaf de achtste kalenderdag na betekening van het vonnis en waarbij de consorten L. tevens tot de gerechtskosten werden veroordeeld.

Het bestreden vonnis is voorlopig uitvoerbaar verklaard. Op 3 mei 2011 werd bevel betekend.

Alvorens over de ontvankelijkheid en de merites van het hoger beroep recht te doen vorderen appellanten dat het hof de uitvoerbaarheid van de bestreden beslissing zou opschorten.

2. Artikel 1402 Ger. W. bepaalt dat de rechters in hoger beroep in geen geval - zulks op straffe van nietigheid - de tenuitvoerlegging van de vonnissen kunnen verbieden of doen schorsen.

Deze bepaling strekt ertoe te verhinderen dat de appelrechter de opportuniteit van de in eerste aanleg toegestane voorlopige tenuitvoerlegging opnieuw in vraag stelt.

Deze bepaling verhindert evenwel niet dat de appelrechter de beroepen beslissing inzake de voorlopige tenuitvoerlegging teniet doet indien zij is tot stand gekomen met miskenning van het recht van verdediging (Cass., 1 april 2004, Arr. Cass. 2004, 584; http://www.cass.be op datum, arrest C.02.0055.N; RABG 2005, 832, noot; R.W. 2004-05, 1422, noot; T. Not. 2004, 592, noot ; MOSSELMANS, S., "Kan de appelrechter de tenuitvoerlegging van het beroepen vonnis tegenhouden?", T. Not. 2004, 594-596 ; BROECKX, K., "Schorsing door de appelrechter van de voorlopige tenuitvoerlegging wegens schending van het recht van verdediging moet strikt worden uitgelegd", R.W. 2004-05, 1423-1425 ; MAES, B., "De voorlopige tenuitvoerlegging van het vonnis van de eerste rechter ter discussie in hoger beroep", RABG 2005, 836-841).

De bepaling van artikel 1402 Ger. W. staat er niet aan in de weg dat de appelrechter de door de eerste rechter toegestane voorlopige tenuitvoerlegging teniet doet wanneer de voorlopige tenuitvoerlegging niet werd gevorderd, wanneer zij niet door de wet is toegestaan of nog wanneer de beslissing is tot stand gekomen met miskenning van het recht van verdediging.

Een motiveringsgebrek - en dus ook een betwisting van de opportuniteit - in de beslissing van de eerste rechter over de tenuitvoerlegging laat de appelrechter niet toe die voorlopige tenuitvoerlegging te verbieden of te schorsen (Cass. (voltallige kamer) 1 juni 2006, http://www.cass.be op datum, arrest C.03.0231.N; Pas. 2006, I, 1252; RABG 2006, 1362, noot; R.W. 2007-08, 1282, noot -; P.&B. 2006, 210, noot ; CLIJMANS, N., "Het tenietdoen van de voorlopige tenuitvoerlegging in hoger beroep. Cassatie licht toe », RABG 2006, 1366-1370 ; MOUGENOT, D., « Exécution provisoire et appel-nullité », P.&B. 2006, 213-216).

3. Te dezen laten de consorten L. grieven gelden :

a. dat de eerste rechter zonder enige argumentatie of tegensprekelijk debat de uitvoerbaarheid toestond;

b. dat hij uitdrukkelijk stelde een beslissing tot uitvoerbaarverklaring niet te moeten motiveren;

c. dat Ann S. in haar besluiten voor de eerste rechter niet op gemotiveerde wijze om een uitvoerbaarverklaring heeft verzocht.

Het hof stelt vast dat:

• de uitvoerbaarverklaring expliciet gevorderd is in de initiële dagvaarding betekend op 9 april 2010;

• de uitvoerbaarverklaring expliciet gevorderd is in de conclusie die Ann S. voor de eerste rechter neerlegde op 26 augustus 2010;

• de consorten L. de vraag tot voorlopige tenuitvoerlegging bij hun conclusie neergelegd voor de eerste rechter op 29 september 2010, niet hebben betwist;

• ter zitting van 10 februari 2011 de partijen vertegenwoordigd waren door hun advocaten en de zaak bij toepassing van artikel 769 Ger. W. in beraad werd genomen;

• de bestreden beslissing de voorlopige tenuitvoerlegging niet motiveert.

4. Tenzij hierover verweer werd gevoerd, dient de rechter het toestaan van de voorlopige tenuitvoerlegging van zijn vonnis niet nader te motiveren (Cass. (voltallige kamer) 1 juni 2006, http://www.cass.be op datum, arrest nummer C.05.0024.N, concl. THIJS, D.; Pas. 2006, I, 1264; RW 2007-08, 1282, noot -; Soc.Kron. 2008, 498). Enkel wanneer de opportuniteit van de gevraagde uitvoerbaarverklaring uitdrukkelijk betwist wordt, moet de rechter motiveren (Antwerpen 24 maart 1998, Limb.Rechtsl. 1998, 212, noot VAN GOMPEL, H.).

De rechter die een vordering inwilligt hoewel ze niet gemotiveerd is, miskent het recht van verdediging niet nu deze enkele omstandigheid niet met zich meebrengt dat de verweerder daartegen geen tegenspraak kan voeren (Cass. 1 april 2004, Arr.Cass. 2004, 584; http://www.cass.be op datum, arrest nummer C.02.0055.N; Pas. 2004, I, 557; RABG 2005, 832, noot MAES, B; RW 2004-05, 1422, noot BROECKX, K; T.Not. 2004, 592, noot MOSSELMANS, S.)

5. De partijen hebben de gelegenheid gehad omtrent de door Ann S. gevraagde voorlopige tenuitvoerlegging te concluderen en hun stukkenbundel neer te leggen. Het middel als zou de voorlopige tenuitvoerlegging zijn toegestaan zonder tegensprekelijk debat, faalt naar de feiten.

Nu Ann S. in haar conclusie (neergelegd op 26 augustus 2010) de voorlopige tenuitvoerlegging heeft gevorderd en de consorten L. in hun syntheseconclusie (neergelegd op 29 september 2010) dit gedeelte van de vordering niet hebben betwist, was de bestreden beslissing er niet toe gehouden dit deel van de vordering te motiveren. Het middel waarbij de consorten L. het tegendeel voorhouden, faalt naar recht.

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Rechtsprekend na tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken,

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk;

Alvorens over de grond van het hoger beroep recht te doen;

Verklaart de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij voorraad, niet gegrond;

Stelt vast dat wat de grond betreft een gerechtelijke instaatstelling dient te geschieden;

Stelt dienvolgens de zaak vast op de zitting van de kamer 1 Bis van het hof op 24 juni 2011 om 10.30 uur(zaal 1.32);

* * *

Aldus gevonnist en uitgesproken in buitengewone openbare burgerlijke terechtzitting van de kamer 1Bis van het hof van beroep te Brussel op 10 mei 2011,

Waar aanwezig waren;

M. BOSMANS, Raadsheer d.d. voorzitter, Bijgestaan door A. WACHTERLAER, Afg. Griffier,

A. WACHTELAER M. BOSMANS

Mots libres

  • Voorlopige tenuitvoerlegging. SChorsing. Hoger beroep. Motivering van het vonnis. Rechten van de verdediging.