- Arrêt du 8 novembre 2011

08/11/2011 - 2009AR411

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Het verbod van samenloop van contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid is echter niet van openbare orde, en het staat partijen vrij hun relatie te beschouwen los van de overeenkomst.


Arrêt - Texte intégral

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2011/

A.R. nr. 2009/AR/441

INZAKE VAN :

De BVBA KEEREMAN, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 9120 BEVEREN, Doornpark 22, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0416.005.977,

appellante tegen een vonnis van rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 17 december 2008,

vertegenwoordigd door Meester Marie D'HAVE loco Meester Jean-Paul ROELAND, advocaat te 9000 GENT, Recollettenlei 43,

1ste kamer

TEGEN :

De GEMEENTE SINT-PIETERS-LEEUW, vertegenwoordigd door haar College van Burgemeester en Schepenen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1600 SINT-PIETERS-LEEUW, Pastorijstraat 21,

geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester FEYS loco Meester Dirk DE GREEF, advocaat te 1731 ZELLIK, Noorderlaan 30,

SAMENVATTING: Het verbod van samenloop van contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid is echter niet van openbare orde, en het staat partijen vrij hun relatie te beschouwen los van de overeenkomst.

1 De procedure

In dit arrest oordeelt het hof over het hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 17 december 2008.

De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, waaronder artikel 24, zijn nageleefd.

Het arrest wordt gewezen na tegenspraak.

Partijen verklaren dat het vonnis niet werd betekend. Het hoger beroep is tijdig en regelmatig naar vorm ingesteld.

2 De feiten

Appellante voerde op 24 november 2006 in opdracht van geïntimeerde werken uit aan het wegdek van de Fabrieksstraat in Sint-Pieters-Leeuw. Zij moest twee verzakkingen herstellen en ingeval van onderspoeling ook de oorzaak opsporen. Bij de werken is een kraan van appellante door het wegdek gezakt en beschadigd.

3 Het onderwerp van de vordering

3.1

Voor de eerste rechter vorderde appellante de veroordeling van geïntimeerde tot de betaling aan haar van 6.326,00 EUR, plus de vergoedende en de gerechtelijke interesten.

Geïntimeerde concludeerde tot de ongegrondheid van de vordering.

3.2

De eerste rechter verklaarde de vordering van appellante ontvankelijk maar ongegrond, en veroordeelde haar tot betaling van de kosten.

3.3

In hoger beroep herneemt appellante haar oorspronkelijke vordering; geïntimeerde concludeert tot de ongegrondheid van het hoger beroep.

4 De gronden van de beslissing en het antwoord op de middelen van de partijen

4.1 De grond van het hoger beroep

4.1.1 De grond van de vordering

De eerste rechter verklaarde de vordering ongegrond op volgende overwegingen. Geïntimeerde heeft geen inbreuk begaan op de algemene zorgvuldigheidsplicht, nu er op de plaats van het feit signalisatie aanwezig was en nu zij appellante heeft gewezen op de mogelijkheid van onderspoeling. Geïntimeerde heeft ook voldaan aan haar verplichting in te staan voor de veiligheid van de wegen op haar grondgebied. Geïntimeerde was weliswaar bewaarder van een gebrekkige zaak (de verzakking en onderspoeling van het wegdek), maar het verband tussen het gebrek en de schade is verbroken door een andere oorzaak, te weten de foutieve risicoaanvaarding door appellante.

De beide partijen vatten de vordering inderdaad op als gesteund op onrechtmatige daad. Uit hun uiteenzetting van de feiten en uit hun stukken is nochtans duidelijk dat zij een overeenkomst hebben gesloten van aanneming van werken, en dat bij de uitvoering van de overeenkomst een werktuig van appellante is beschadigd. Het lijkt niet dat de schade kan worden beschouwd als vreemd aan wat de aannemer kon verwachten te behalen bij de uitvoering van de overeenkomst, en de mogelijke fout van de opdrachtgever kan moeilijk anders begrepen worden dan als een fout bij de uitvoering van zijn verbintenissen.

Partijen konden ter zitting niets melden over enige contractuele bepaling die tussen hen zou gelden. Het hof ziet in elk geval geen regel op grond waarvan de opdrachtgever zou moeten instaan voor de schade aan de werktuigen van de aannemer. Het blijkt niet dat de opdrachtgever de opdracht niet correct heeft voorgesteld of dat de aannemer op grond van gegevens van de opdrachtgever werd verrast door elementen eigen aan de werf. De opdrachtbrief van geïntimeerde stelt duidelijk dat twee verzakkingen hersteld moeten worden, en dat ingeval van onderspoeling ook de oorzaak daarvan moet opgespoord worden. Voor het overige is de aannemer in beginsel de leider van zijn werken en voert hij in beginsel het werk in onafhankelijkheid uit, in tegenstelling tot een aangestelde. Appellante beklemtoont dat zij het asfalt heeft doorgezaagd bij de markeringen die geïntimeerde had aangebracht, maar die markeringen ontlastten haar uiteraard niet van haar zelfstandig oordeelsvermogen. Het staat aan de aannemer om te beslissen hoe hij werkt en welke werktuigen hij op welke wijze inzet. Dat de kraan door het wegdek is gezakt, kan appellante dus niet aan geïntimeerde wijten.

Het verbod van samenloop van contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid is echter niet van openbare orde, en het staat partijen vrij hun relatie te beschouwen los van de overeenkomst.

Terecht heeft de eerste rechter in die context geoordeeld dat geïntimeerde bij de signalisatie van de werf geen inbreuk heeft gemaakt op de algemene zorgvuldigheidsplicht. Het blijkt niet dat haar optreden (het plaatsen van signalisatie voor het verkeer, ook duidelijk voor appellante) niet verzoenbaar was met het gedrag van een normaal zorgvuldige gemeente in de zelfde omstandigheden. Appellante stelt dat de kraan door de weg is gezakt buiten de afgebakende zone, maar dat klopt niet met de verklaring van haar aangestelde M. VAEREWYCK, dat de kraan in "de put" is gezakt .

Evenmin was er een inbreuk op haar verplichting tot zorg voor de veiligheid van de wegen op haar grondgebied; net om die verplichting na te komen heeft geïntimeerde immers een beroep gedaan op een aannemer, appellante.

Ten slotte kan het wegdek, of de straat, inderdaad beschouwd worden als gebrekkig, want niet geschikt voor een normaal gebruik (namelijk voor voertuigen). Alleen moet tijdens de werken de aannemer en niet de bouwheer beschouwd worden als de bewaarder van de werf (de gebrekkige zaak), zodat appellante zich niet op grond van artikel 1384, 1ste lid van het Burgerlijk Wetboek kan keren tegen geïntimeerde. Dit klemt des te meer in huidig geval nu de werf precies wegens het gebrek was toevertrouwd aan haar.

Gelet op het bovenstaande is een eigen fout van appellante zonder belang.

De vordering wordt dus ongegrond bevonden, zij het gedeeltelijk op andere gronden. Het hoger beroep is ongegrond.

5 De kosten

Er is geen reden om voor de rechtsplegingsvergoeding af te wijken van de toepassing van het basisbedrag. Met toepassing van het koninklijk besluit van 26 oktober 2007 bedraagt dat basisbedrag gelet op de waarde van de vordering (geïndexeerd) 990,00 EUR.

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verklaart het hoger beroep van appellante ontvankelijk maar ongegrond.

Veroordeelt appellante tot de betaling van de kosten van het hoger beroep, begroot

- in hoofde van appellante op euro 1.076 ( 186 rolrecht + 990 rechtsplegingsvergoeding), en

- in hoofde van geïntimeerde op euro 990 rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 8/11/2011

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Marc DEBAERE, Raadsheer,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

V. DE VIS M. DEBAERE

Mots libres

  • Samenloop. Contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid. Openbare orde.