- Arrêt du 13 mai 2011

13/05/2011 - 2010-AR-0519

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Een akte van hoger beroep is nietig wanneer niet is voldoen aan de verplichting tot uiteenzetting van de grieven.


Arrêt - Texte intégral

Hof van beroep

te Gent

9ter Kamer

________

terechtzitting

van

13 mei 2011

________

hoger beroep

niet ontvankelijk

2010/AR/519 in de zaak van:

A1 INJECTION PLASTICS N.V.,

met maatschappelijke zetel te 9880 AALTER, Ter Walle 7, ingeschreven met KBO-nummer 0415.488.177,

appellante,

ter terechtzitting vertegenwoordigd door haar afgevaardigd bestuurder Guy PRAET

tegen:

1. M.........J.........., zonder gekend,

geïntimeerde,

2. B.......... Y........., zonder beroep,

geïntimeerde,

beiden wonende te ...............................,

en hebbende als raadsman mr. DHONT Evelyne, advocaat te 8000 BRUGGE, Gouden Boomstraat 5

Wijst het hof volgend arrest:

1. Het hof heeft kennis genomen van het vonnis, gewezen op 4 januari 2010 door de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, eerste kamer.

De appellante werd bij monde van haar afgevaardigd bestuurder G...... P....... en de geïntimeerden werden bij monde van hun advocaat gehoord in openbare terechtzitting en in het Nederlands.

De regelmatig neergelegde conclusies en voorgebrachte stukken werden ingezien.

2. Vóór enig ander middel wordt door J....... M...... en Y........ B....... tegen de akte van hoger beroep d.d. 25 februari 2010 de nietigheid ingeroepen wegens het niet uiteenzetten van de grieven zoals op straffe van nietigheid vereist door art. 1057, 7° Ger.W.

Grieven in de zin van de voormelde wet betreffen een concrete, inhoudelijke bekritisering van het standpunt van de eerste rechter.

Aan de verplichting tot het uiteenzetten van de grieven in de akte van hoger beroep, zoals voorgeschreven op straffe van nietigheid door de voormelde wet, is alleen voldaan wanneer de eiser in hoger beroep in de beroepsakte de concrete, inhoudelijke kritiek op het gewezen vonnis opgeeft op een voldoende duidelijke en nauwkeurige wijze om aan de verweerders in hoger beroep toe te laten conclusies op te stellen en aan de appelrechter om de draagwijdte daarvan te beoordelen.

Dit laatste is niet het geval wanneer de appellant zich in de beroepsakte beperkt tot een aaneenschakeling van algemene, op zich niets zeggende bewoordingen.

Immers, de appellant moet voldoende nauwkeurig zijn bezwaren melden tegen het aangevochten vonnis, teneinde de geïntimeer-den en de appelrechter toe te laten het door hem nagestreefde te kennen.

De uiteenzetting van de grieven betreft precies de bezwaren tegen het vonnis van de eerste rechter.

In deze kan alleen maar vastgesteld worden dat de appellante A1 INJECTION PLASTICS zich onmiskenbaar in de beroepsakte heeft beperkt tot niets meer dan een vage, onduidelijke en onbegrijpelijke zinsconstructie, nl. : "Hoger beroep aan te tekenen tegen het vonnis van 04/01/2010 wegens ongegrondheid van de vordering van eiseres, door procedurefouten en niet aanwenden van doorslaggevende bewijsstukken en foutieve interpretatie en toepassing van de wet, er beslissingen gebaseerd te zijn die de uitspraak kunnen vernietigen" (sic).

Geen enkele inhoudelijk concreet geformuleerde en relevante grief ligt voor.

In het beroepen vonnis worden nochtans omstandig en gemotiveerd de onderscheiden standpunten en vorderingen ontmoet en beantwoord door de eerste rechter:

In die zin wordt er vanaf pag. 2 geoordeeld, onder meer:

- punt 1: concreet over de uiteenzetting van feiten, middelen en vorderingen vanwege J........ M...... en Y...... B....... als oorspronkelijke eisende partijen;

- punt 2: concreet over de onderscheiden verweermiddelen vanwege A1 INJECTION PLASTICS als oorspronkelijke verweerster;

- punt 3: concreet over het door A1 INJECTION PLASTICS ondertekende document d.d. 5 mei 2006, gericht aan DEXIA, door J....... M........en Y....... B......... ondertekend voor akkoord;

- punten 4-6: concrete en opsommende ontmoeting van de onderscheiden middelen ten gronde zowel over de aansprakelijkheid als de schadevergoeding;

- punt 7: m.b.t. de gedingkosten.

Voor A1 INJECTION PLASTICS was het redelijkerwijze en zonder meer mogelijk concreet en nauwkeurig haar bezwaren over één en ander op te geven in de beroepsakte.

Zij toont nergens aan noch maakt op enige wijze aannemelijk dat zij dit niet zou hebben gekund en/of in de onmogelijkheid daartoe zou zijn geweest.

Behoudens de vage, onduidelijke en onbegrijpelijke zinsconstructie zoals hoger vermeld, heeft zij echter in de beroepsakte betreffende deze essentiële, concrete motiveringen geen enkel inhoudelijk gemotiveerde beroepsgrief geformuleerd, in de zin en zoals op straffe van nietigheid vereist door artikel 1057, 7° Ger.W.

De handelwijze vanwege A1 INJECTION PLASTICS houdt dan ook geen uiteenzetting van de grieven (nl. ingeroepen bezwaren tegen het oordeel van de eerste rechter) in en voldoet aldus helemaal niet aan dit vereiste.

Het is aannemelijk dat dit verzuim de belangen schaadt in de zin van art. 861 Ger.W. in hoofde van J.......M....... en Y.......B.......... nu aldus het goede verloop van de rechtspleging wordt belet en zij niet adequaat of niet ten volle als procespartijen hun rechten kunnen of hebben kunnen laten gelden binnen de normale procesgang: als geïntimeerden worden/werden zij in de onmogelijkheid gesteld de juiste draagwijdte van het hoger beroep in te schatten en concreet hun repliekconclusies op te stellen.

Er dient in de gegeven omstandigheden dan ook besloten te worden tot de nietigheid van het hoger beroep.

3. Door J....... M...... en Y....... B....... wordt een schadevergoeding gevorderd wegens tergend en roekeloos hoger beroep t.b.v. 500,00 EUR.

Uit het formeel naar recht falen blijkt op zich nog niet het beweerd tergend en/of roekeloos karakter van het hoger beroep.

Het instellen van hoger beroep is de uitoefening van een recht dat slechts een ongeoorloofde daad wordt en aldus recht geeft op schadevergoeding indien dit gebeurt met roekeloosheid, boosaardigheid of kwade trouw die niet wordt vermoed doch bewezen moet worden.

Dergelijk bewijs ligt niet voor.

De tussenvordering tot schadevergoeding wegens tergend en roekeloos beroep is aldus als niet gegrond af te wijzen.

Gelet op het voorgaande is de nadere beoordeling van de overige excepties en middelen niet dienend naar recht, nu zij niet vermogen te komen tot enig ander oordeel.

OP DIE GRONDEN,

HET HOF,

Recht doende op tegenspraak;

Met inachtneming van art. 24 van de Wet van 15 juni 1935;

Verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk;

Verklaart de tussenvordering ontvankelijk doch wijst deze af als ongegrond;

Verwijst A1 INJECTION PLASTICS in de beroepskosten, op heden nuttig te bepalen in hoofde van J....... M..... en Y....... B......... op de geïndexeerde basisrechtsplegingsvergoeding t.b.v. 990,00 EUR;

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, NEGENDE ter KAMER, zitting houdende in burgerlijke zaken, van 13 mei 2011

aanwezig:

Thabert Luc, raadsheer wn. voorzitter

Carine Sonneville, griffier

Mots libres

  • Akte hoger beroep

  • nietigheid