- Arrêt du 9 septembre 2011

09/09/2011 - 201-AR-2069

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

De afstand van hoger beroep moet niet aangenomen worden door de geïntimeerde wanneer deze afstand gedaan wordt vooraleer de geïntimeerde conclusies in hoger beroep heeft genomen. Deze afstand belet niet dat de geïntimeerde nog op ontvankelijke wijze incidenteel hoger beroep kan instellen


Arrêt - Texte intégral

Hof van beroep

te Gent

9b Kamer

________

Terechtzitting

van

09 september 2011

________

2010/AR/2069 - In de zaak van:

VAN DER BIEST BOUWWERKEN B.V.B.A.,

wonende te 9420 AAIGEM, Opaaigem 15, ingeschreven met KBO-nummer 0451.513.125,

appellante,

hebbende als raadsman mr. DUBOIS Luc, advocaat te 9300 AALST, Wellekensstraat 44

tegen:

1. D........ V........... H........., douanebeambte,

wonende te ........................................

geïntimeerde,

hebbende als raadsman mr. CALLEBAUT Peter, advocaat te 9420 ERPE-MERE, Ratmolenstraat 18

2. B........... R............, architect,

wonende te ....................................,

geïntimeerde,

hebbende als raadsman mr. DE BRABANDERE Willem, advocaat te 9000 GENT, Recollettenlei 42

3. FEDERALE VERZEKERINGEN C.V.,

met maatschappelijke zetel te 1000 BRUSSEL, Stoofstraat 12,

geïntimeerde,

hebbende als raadsman mr. ABBELOOS Dominique, advocaat te 9000 GENT, Maaltebruggestraat 298

velt het hof het volgend arrest:

1. Het hof heeft de partijen in openbare terechtzitting gehoord in hun middelen en besluiten, de debatten werden gesloten en de zaak werd in beraad genomen. De regelmatig neergelegde conclusies en de overgelegde stukken werden ingezien.

De N.V. Bouwwerken Van Der Biest heeft bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het hof alhier op 28 juli 2010 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat op 3 juni 2010 op tegenspraak werd uitgesproken door de 5e kamer van de rechtbank eerste aanleg te Oudenaarde (in de samengevoegde zaken aldaar gekend onder A.R. nr. 05/391/A en A.R. 05/951/a) gewezen tussen:

- wat betreft de zaak gekend voor de eerste rechter onder A.R. 05/391/A:

• D...... V............ H............ als oorspronkelijk eisende partij;

• B............R................l als oorspronkelijke eerste verwerende partij;

• hemzelf als oorspronkelijke tweede verwerende partij;

• de N.V. (bedoeld werd C.V.) De Federale Verzekeringen als oorspronkelijke vrijwillig tussenkomende partij;

- wat betreft de zaak gekend voor de eerste rechter onder A.R. 05/3951/A tussen:

• B..............R.............. als oorspronkelijke eiser op verzet;

• D..... V............. H.........., hemzelf en de C.V. De Federale Verzekeringen als oorspronkelijke verweerders op verzet.

2. De betwisting die aanleiding gaf tot voormeld vonnis heeft betrekking op de door D.... V........ H............... voorgehouden gebreken in een eind 2002- begin 2003 aan zijn woning, gelegen te ..............................., aangebouwde garage.

Deze gebreken zouden niet alleen schade hebben veroorzaakt aan de garage doch eveneens aan de aangebouwde veranda en de oprit.

Op 22 maart 2005 ging D...... V............ H......... over tot dagvaarding voor de eerste rechter van:

- B....... R....................., zijnde de architect;

- de B.V.B.A. Bouwwerken Van Der Biest, zijnde de aannemer.

met het oog op de aanstelling van een gerechtsdeskundige.

Middels verzoekschrift neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde op 18 april 2005 kwam de C.V. De Federale Verzekeringen, zijnde de B.A.-verzekeraar van de B.V.B.A. Bouwwerken Van Der Biest, vrijwillig tussen in deze procedure.

Bij tussenvonnis van de eerste rechter d.d. 20 september 2005 werd de hoofdvordering en de vrijwillige tussenkomst ontvankelijk verklaard en werd D...... P............ M................, burgerlijk ingenieur-architect, aangesteld als gerechtsdeskundige met nader omschreven opdracht.

In het dispositief van dit tussenvonnis werd vermeld dat het vonnis werd gewezen op verstek lastens B........R............. en op tegenspraak ten aanzien van de andere partijen.

Door B.......R............ werd middels dagvaardingsexploot betekend op 3 oktober 2005 verzet aangetekend tegen voormeld vonnis lastens alle andere voormelde gedingpartijen (procedure gekend voor de eerste rechter onder A.R. nr. 05/951/A).

Middels het tussenvonnis d.d. 7 februari 2006 in deze verzetsprocedure werd(en):

- het verzet ontvankelijk verklaard;

- geoordeeld dat het vonnis d.d. 20 september 2005 ook t.a.v. B......... R............ een vonnis op tegenspraak behelsde;

- de debatten heropend teneinde B............. R............. toe te laten vooralsnog de gelegenheid te geven te reageren op de conclusies van de B.V.B.A. Bouwwerken Van Der Biest en op de vrijwillige tussenkomst.

Middels het tweede tussenvonnis d.d. 27 juni 2006 in deze verzetsprocedure werd in het dispositief als volgt gestatueerd:

"Verklaart het verzet ontvankelijk.

Verklaart het ongegrond en herneemt het eerste vonnis.

Reserveert de kosten.

Verklaart huidig vonnis, voor zoveel als nodig, uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal en zonder borgstelling of kantonnement."

Het deskundig verslag werd neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde op 20 juli 2006.

D....... V............. H................. vorderde alsdan voor de eerste rechter:

- alvorens recht te doen gerechtsdeskundige D.... P............. M................. te doen gelasten met een bijkomende opdracht aangaande nieuwe schade;

- akte te doen nemen van zijn voorbehoud omtrent de definitief te vorderen schadebedragen, in afwachting van het aanvullend deskundig verslag;

- minstens reeds B........ R............., de B.V.B.A. Bouwwerken Van Der Biest en de C.V. De Federale Verzekeringen solidair, in solidum, minstens de ene bij gebreke aan de andere te doen veroordelen om aan hem te betalen de provisionele som van 14.755,00 euro, incl. B.T.W. (herstellingskosten), de som van 4.000,00 euro (minwaarde) en de som van 210,00 euro (genotsderving), meer de gerechtelijke interesten vanaf 22 maart 2005 en voorbehoud te doen verlenen ter uitbreiding van deze vordering;

- het tussen te komen vonnis uitvoerbaar bij voorraad te doen verklaren;

- B..........R..............., de B.V.B.A. Bouwwerken Van Der Biest en de C.V. De Federale Verzekeringen solidair, in solidum, minstens de ene bij gebreke aan de andere te doen veroordelen tot de kosten van het geding.

B............ R.......... concludeerde tot de ongegrondheid van de vordering gericht tegen hem met veroordeling van D...... V.......... H.............. tot de kosten van het geding.

De B.V.B.A. Bouwwerken Van Der Biest verzocht dat de rechtbank:

- in hoofdorde de vordering van D.... V...... H........ zou afwijzen als ongegrond;

- in ondergeschikte orde gerechtsdeskundige D.... P........... M................. zou gelastten met een aanvullende opdracht;

- in uiterst ondergeschikte orde de C.V. De Federale Verzekeringen zou veroordelen tot haar vrijwaring voor de vorderingen die lastens haar werden gesteld;

- D......V.......... H........ zou veroordelen tot de kosten van het geding.

De C.V. De Federale Verzekeringen tenslotte verzocht dat de rechtbank de vorderingen van D...... V........ H......... en van de B.V.B.A. Bouwwerken Van Der Biest gericht tegen haar integraal zou afwijzen als zijnde verjaard, onontvankelijk, minstens ongegrond.

Middels het vonnis d.d. 3 juni 2010 werd:

- de hoofdvordering van D...... V.......H....... lastens B........ R...........ontvankelijk verklaard doch afgewezen als ongegrond;

- de hoofdvordering (bedoeld werd de tussenvordering) van D...... V.........H......... lastens de C.V. De Federale Verzekeringen ontvankelijk verklaard doch afgewezen als ongegrond;

- de hoofvordering van D...... V......... H........ lastens de B.V.B.A. Bouwwerken Van Der Biest ontvankelijk en in die zin gegrond verklaard dat laatstgenoemde werd veroordeeld tot betaling aan D...... V........ H........ van een bedrag van 3.762,50 euro ten provisionele titel;

- de vordering in tussenkomst en vrijwaring (bedoeld werd de tussenvordering in vrijwaring) van de B.V.B.A. Bouwwerken Van Der Biest lastens de C.V. De Federale Verzekeringen vervallen verklaard wegens verjaring;

- alvorens verder recht te doen ten gronde gezegd dat de gerechtdeskundige D....... P......... M.......... diende te worden gehoord m.b.t. een aantal aspecten inzake de schade zoals begroot bij haar eindverslag en werd het verhoor geplaatst op donderdag 9 september 2010 om 11u00 waarbij werd gezegd dat D...... V.......H........ de eventuele kosten hiervan dient voor te schieten;

- de beslissing nopens de interesten, nopens de uitvoerbaarheid en nopens de kosten aangehouden.

3. Het vonnis d.d. 3 juni 2010 werd ten verzoeke van B...... R.............. betekend aan de B.V.B.A. Bouwwerken Van Der Biest op 28 juni 2010.

Klaarblijkelijk greep per afzonderlijke betekeningsexploten ook een betekening plaats aan D..... V........ H........en aan de C.V. De Federale Verzekeringen doch deze akten van betekening worden niet voorgelegd.

Zoals boven reeds aangegeven werd door de B.V.B.A. Bouwwerken Van Der Biest middels verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het hof alhier op 28 juli 2010, hoger beroep ingesteld tegen het vonnis d.d. 3 juni 2010, waarbij de inleidingsdatum van de zaak in hoger beroep werd bepaald op 24 september 2010.

Dit verzoekschrift werd bij gerechtsbrief ex artikel 1056 Ger.W. ter kennis gebracht van de overige partijen en van hun raadslieden.

Middels conclusies, neergelegd ter griffie van het hof alhier op 9 september 2010, werd door de B.V.B.A. Bouwwerken Van Der Biest afstand gedaan van haar hoger beroep.

Door D.......V.......... H......... werd op 24 september 2010 ter griffie van het hof alhier een conclusie neergelegd waarbij hij incidenteel hoger beroep instelde tegen hetzelfde vonnis d.d. 3 juni 2010.

Tussen de B.V.B.A. Bouwwerken Van Der Biest en D...... V........ H........... wordt in conclusies een discussie gevoerd over de afstand van het hoger beroep en over het incidenteel hoger beroep.

Meer bepaald laat de B.V.B.A. Bouwwerken Van Der Biest gelden dat haar afstand van hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 825 Ger.W., niet dient aanvaard te worden door de tegenpartijen gezien geen enkele partij voor de afstand heeft geconcludeerd en haar afstand geldig is.

D....... V......... H......... meent dat door de afstand van het aangetekend hoger beroep zijn rechten worden geschonden indien deze afstand zou worden ingewilligd en hij verzet zich tegen de afstand van het hoger beroep.

Door B......... R.......... en door C.V. De Federale Verzekeringen werden geen conclusies neergelegd.

Ter terechtzitting werd door de partijen verzocht dat het hof in de huidige stand van zaken enkel zou beslissen over de (gevorderde) afstand van het hoger beroep en dat, indien er nog zal moeten geoordeeld worden over het incidenteel hoger beroep van D....... V.........H............., de zaak onbepaald zou worden uitgesteld wat dit betreft.

4. De afstand van het hoger beroep door de B.V.B.A. Bouwwerken Van Der Biest brengt niet met zich mee dat hierdoor D......V......... H..........niet op regelmatige wijze incidenteel hoger beroep zou kunnen instellen tegen het bestreden vonnis.

Krachtens artikel 1054 Ger.W. kan de gedaagde in hoger beroep immers ten allen tijde incidenteel hoger beroep instellen tegen alle partijen die in het geding zijn, zelfs indien hij het vonnis zonder voorbehoud heeft betekend of vóór de betekening erin heeft berust, behalve in het hoofdberoep nietig of laattijdig wordt verklaard.

Het incidenteel hoger beroep kan worden ingesteld tot aan de sluiting van de debatten.

Overeenkomstig artikel 825 Ger.W. moet de afstand, om geldig te zijn, worden aangenomen door de partij aan wie hij is betekend, tenzij hij wordt gedaan alvorens de tegenpartij conclusies heeft genomen over het onderwerp van de vordering waarvan afstand wordt gedaan.

Artikel 826 Ger.W. bepaalt dat de afstand van het geding die aangenomen is, van rechtswege inhoudt dat de partijen ermee instemmen dat de zaken over en weder in dezelfde staat worden teruggebracht alsof er geen geding is geweest/

Een afstand van geding door de eiser in hoger beroep kan evenwel niet gelijkgesteld worden met een nietigheid of laattijdigheid van het hoger beroep.

Uit het geheel van de bepalingen van de artikelen 1054, 824 en 825 Ger.W. volgt dat, wanneer door de eiser in hoger beroep afstand van geding is gedaan, het incidenteel hoger beroep dat door de gedaagde in hoger beroep nadien wordt ingesteld, enkel dan niet ontvankelijk is, wanneer de gedaagde in hoger beroep de afstand heeft genomen.

Waar D...... V..........H........., die door het hoger beroep van de B.V.B.A. Bouwwerken Van Der Biest in het geding is en gedaagde is in hoger beroep, de afstand niet heeft aangenomen, inzonderheid wat de beslissingen betreft waardoor hij zich gegriefd acht en waartegen hij na die afstand incidenteel beroep instelde, is zijn incidenteel hoger beroep ontvankelijk te verklaren (vgl. Cass. 16 oktober 1992, R.W. 1993-94, 86; Arr. Cass. 1993 1201).

Aldus kan afstand worden verleend van de B.V.B.A. Bouwwerken van Der Biest van haar hoger beroep en dient het incidenteel hoger beroep van D........ V.........H.............. ontvankelijk te worden verklaard.

Het komt verder gepast voor om onder toepassing van artikel 747 Ger.W. conclusietermijnen te bepalen en de zaak voor verdere behandeling vast te stellen.

De beslissing over de kosten wordt aangehouden.

OP DEZE GRONDEN,

HET HOF, recht doende op tegenspraak,

Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken;

Verleent akte aan de B.V.B.A. Bouwwerken Van Der Biest van haar afstand van hoger beroep;

Verklaart het incidenteel hoger beroep van D..... V.......... H...........ontvankelijk;

Bepaalt de termijnen waarbinnen conclusies dienen te worden neergelegd en medegedeeld als volgt:

- voor de B.V.B.A. Bouwwerken Van Der Biest uiterlijk voor 14 oktober 2011;

- voor B......... R........... uiterlijk voor 4 november 2011;

- voor C.V. De Federale Verzekeringen uiterlijk voor 25 november 2011;

- voor D........ V.......... H........... uiterlijk voor 16 december 2011;

- voor de B.V.B.A. Bouwwerken Van Der Biest uiterlijk voor 13 januari 2012;

- voor B........... R............ uiterlijk voor 3 februari 2012;

- voor C.V. De Federale Verzekeringen uiterlijk voor 2 maart 2012;

Zegt tevens dat partijen nog een allesomvattende conclusie (artikel 748bis Ger.W.) zullen neerleggen en meedelen vóór 20 maart 2012.

Stelt de zaak vast op de openbare terechtzitting van 20 april 2012 om 10u50 (20');

Houdt de beslissing inzake de kosten aan.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, NEGENDE bis KAMER, zitting houdende in burgerlijke zaken, van 9 september 2011.

Aanwezig:

Arséne Colpaert, raadsheer wn. kamervoorzitter

Kurt Goossens, griffier

Mots libres

  • Afstand hoger beroep niet aangenomen door geïntimeerde doch wel door het hof gedecreteerd -gevolgen voor het incidenteel hoger beroep.