- Arrêt du 27 février 2012

27/02/2012 - 2010AR2139

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Er is in redelijkheid geen grond om te besluiten dat de curator in een dergelijk eenvoudige betwisting de bijstand van een advocaat vereist. Wanneer de curator bijkomend en zonder een redelijk aanwijsbare reden beroep doet op een advocaat die deel uitmaakt van dezelfde advocatenassociatie waartoe ook de curator behoort, dan doet dit vragen rijzen naar de miskenning van goede trouw


Arrêt - Texte intégral

2010/AR/2139

KERKSTOEL BOUWMATERIALEN NV, met maatschappelijke zetel te 2220 Heist-op-den-Berg, Leopoldlei 54, ondernemingsnummer 0451.605. 076;

eiseres in hoger beroep,

tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen van 04.01.2012;

vertegenwoordigd door mr. PEETERS Gunther loco mr. ARNAUTS-SMEETS Jacques, advocaat te 2230 Herselt, Aarschotsesteenweg 7;

tegen

TAS Bart, advocaat te 2830 Willebroek, Dendermondsesteenweg 149/bus 004, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van de bvba ART RENAISSANCE, met maatschappelijke zetel te 2801 Heffen, Sint-Amandusstraat 15, ondernemingsnummer 0887.460.720;

verweerder q.q. in hoger beroep,

vertegenwoordigd door mr. VERHAEGEN Andy loco mr. VAN ROMPAEY Filip, advocaat te 2830 Willebroek, Residentie Talmar II, Dendermondse-steenweg 149/bus 004;

In aanwezigheid van:

D. E., wonende te ...;

vertegenwoordigd door mr. BRUYNDONCKX Jorg, advocaat te 9100 Sint-Niklaas, Prins Albertstraat 22;

1. De feiten

E. D. en bvba Art Renaissance, thans in faillissement, hebben op 17 oktober 2007 een schriftelijke aannemingsovereenkomst gesloten voor de uitvoering van renovatiewerken aan de woning van E. D. te Willebroek,....

De materialen nodig voor de uitvoering van de werken werden geleverd door nv Kerkstoel Bouwmaterialen. Een deel van de geleverde materialen is onbetaald gebleven.

Nv Kerkstoel Bouwmaterialen stelde dat E. D. dan wel bvba Art Renaissance tot betaling gehouden was.

2. De voorafgaande rechtspleging

Nv Kerkstoel Bouwmaterialen heeft op 1 juli 2008 een dagvaarding uit-gebracht voor de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen tegen E. D.. De vordering strekte tot betaling van diverse facturen voor een totaal bedrag van 36.337,40 EUR, te vermeerderen met conventionele verwijlinteresten en een forfaitaire schadevergoeding.

Op 17 september 2008 heeft nv Kerkstoel Bouwmaterialen een dagvaar-ding tot tussenkomst uitgebracht tegen bvba Art Renaissance waarbij zij van deze laatste betaling vorderde van hetzelfde bedrag als het bedrag gevorderd op de hoofdvordering.

Bvba Art Renaissance werd failliet verklaard door de rechtbank van koop-handel te Mechelen op 6 april 2009. Advocaat Bart Tas werd als curator aangesteld.

E. D. vroeg de afwijzing van de vordering. Ondergeschikt vroeg hij dat aan nv Kerkstoel Bouwmaterialen bevel zou worden opgelegd om haar boekhouding voor te brengen teneinde na te gaan wie aanvankelijk de facturen voor de levering van materialen betaalde.

Met het tussenvonnis van 7 september 2009 heeft de rechtbank ambts-halve de heropening van de debatten bevolen teneinde nv Kerkstoel Bouwmaterialen toe te laten de bewijsstukken voor te brengen in verband met de betalingen die werden uitgevoerd en diegene die ze uit-voerde.

Met het bestreden eindvonnis van 4 januari 2010 heeft de rechtbank de vordering gericht tegen E. D. toegewezen en werd deze laatste veroordeeld tot betaling van een bedrag van 36.337,40 EUR , te vermeerderen met de verwijlinteresten aan de wettelijke interestvoet vanaf 18 juni 2008 en de gerechtelijke interesten.

E. D. werd veroordeeld tot betaling van de gerechtskosten aan de zijde van nv Kerkstoel Bouwmaterialen.

Nv Kerkstoel Bouwmaterialen werd veroordeeld tot betaling van de gerechtskosten aan de zijde van advocaat Bart Tas in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van bvba Art Renaissance, daarin begrepen de rechtsplegingsvergoeding.

3. Eisen in hoger beroep

Nv Kerkstoel Bouwmaterialen heeft hoger beroep aangetekend dat zij richt tegen Bart Tas q.q. Zij vraagt de hervorming van het bestreden vonnis in zover dit vonnis haar veroordeelde tot betaling van een rechts-plegingsvergoeding aan advocaat Bart Tas in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van bvba Art Renaissance.

Advocaat Bart Tas q.q. vraagt de afwijzing van het hoger beroep.

4. Beoordeling

4.1. Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het bestreden vonnis werd op 23 juni 2010 op verzoek van Bart Tas q.q. betekend aan nv Kerkstoel Bouwmaterialen. Het hoger beroep, dat werd aangetekend met het verzoekschrift ter griffie van dit hof neergelegd op 5 juli 2010 is tijdig en regelmatig naar de vorm.

Het hoger beroep is ontvankelijk.

4.2. De grond van het hoger beroep

Nv Kerkstoel Bouwmaterialen laat gelden dat advocaat Bart Tas in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van bvba Art Renaissance als procespartij zelf het geding voert en geen aanspraak kan maken op betaling van een rechtsplegingsvergoeding. Het enkele feit dat advocaat Tas q.q. zich in het kader van de procedure laat vertegenwoordigen door een advocaat die deel uitmaakt van de advocatenassociatie waartoe advocaat Bart Tas zelf behoort, verleent, aldus nv Kerkstoel Bouwmateri-alen, geen recht op een rechtsplegingsvergoeding.

Advocaat Tas q.q. van zijn zijde voert aan dat de curator die zich door een advocaat laat vertegenwoordigen en bijstaan, recht heeft op een rechtsplegingsvergoeding.

De omstandigheid dat de advocaat deel uitmaakt van de advocaten-associatie waartoe ook de curator behoort, wijzigt volgens Bart Tas q.q. aan het voorgaande niets.

Terecht stelt advocaat Tas q.q. dat het ambt van curator onderscheiden dient te worden van de taken van de advocaat. In tegenstelling tot een advocaat die in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van een procespartij bijstand aan die partij verleent, is de curator een gerech-telijke mandataris die de boedel vertegenwoordigt en het faillissement van een handelaar in het belang van alle schuldeisers en de gefailleerde beheert.

Het voorgaande neemt niet weg dat de curator steeds een advocaat is. Dit impliceert dat de curator zelf de verdediging van de failliete boedel voor de rechtbank kan voeren. Voor het beheer van de boedel en de daarmee verwante zaken, daarin begrepen het voeren van rechts-gedingen, wordt hij als curator verloond. De curator kan beroep doen op de bijstand van een advocaat in zaken die een bijzondere complexiteit vertonen of waarin een gespecialiseerde juridische bijstand vereist is.

In casu stelt het hof vast dat de betwisting waarin de curator q.q. voor de rechtbank betrokken was en waarvoor hij beroep deed op de bijstand van een advocaat, niet meer was dan een courante betwisting die geen enkele gespecialiseerde juridische kennis vereiste. De juridische bijstand die werd verleend aan de curator beperkte zich tot het opstellen van een korte conclusie waarin de afwijzing van de vordering werd gevraagd.

Er is in redelijkheid geen grond om te besluiten dat de curator in een dergelijk eenvoudige betwisting de bijstand van een advocaat vereist. Wanneer de curator bijkomend en zonder een redelijk aanwijsbare reden beroep doet op een advocaat die deel uitmaakt van dezelfde advocaten-associatie waartoe ook de curator behoort, dan doet dit vragen rijzen naar de miskenning van goede trouw.

Advocaat Tas q.q. maakt niet aannemelijk in dit geval aanspraak te kunnen maken op een rechtsplegingsvergoeding.

Het hoger beroep is gegrond.

Als de in het ongelijk gestelde partij is advocaat Tas q.q. gehouden tot betaling van de gerechtskosten in hoger beroep, daarin begrepen de rechtsplegingsvergoeding. Gelet op de staat van het faillissement kan de minimum rechtsplegingsvergoeding worden opgelegd.

5. Beslissing

Het hof beslist bij arrest op tegenspraak.

De rechtspleging verliep in overeenstemming met de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de taal in gerechtszaken.

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond.

Hervormt het bestreden vonnis voor zover het nv Kerkstoel Bouw-materialen veroordeelde tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding aan advocaat Tas q.q.

Bevestigt voor het overige het bestreden vonnis.

Veroordeelt advocaat Tas q.q. tot de gerechtskosten in hoger beroep, aan de zijde van nv Kerkstoel vereffend op:

- rolrecht hoger beroep: 186 EUR

- rechtsplegingsvergoeding hoger beroep: 440 EUR

Dit arrest werd gewezen door

K. Allegaert: voorzitter

G. Bresseleers: raadsheer

M. Hermans: plaatsvervangend raadsheer

L. Possemiers: griffier

L. POSSEMIERS M. HERMANS

G. BRESSELEERS K. ALLEGAERT

De voorzitter van de zevende kamer heeft dit arrest uitgesproken over-eenkomstig art. 782bis, eerste lid Ger.W. in openbare terechtzitting van ZEVENENTWINTIG FEBRUARI TWEEDUIZEND TWAALF, waar aan-wezig waren:

K. Allegaert: voorzitter

L. Possemiers: griffier

L. POSSEMIERS K. ALLEGAERT

Mots libres

  • Gerechtelijk recht

  • gerechtskosten

  • RPV

  • curator met bijstand van advocaat zelfde advocatenassociatie