- Arrêt du 19 décembre 2012

19/12/2012 - 2011PGA1568

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Een beslissing van het Openbaar Ministerie van Genève waarbij een in Zwitserland ingediende strafklacht zonder gevolg wordt gerangschikt om opportuniteitsredenen, gelet op de hangende procedure in België voor dezelfde feiten, kan niet beschouwd worden als een onherroepelijke beslissing in de zin van art. 54 Schengenuitvoeringsovereenkomst (non bis in idem-beginsel).


Arrêt - Texte intégral

Het Hof van Beroep, zitting houdende op 19 december 2012

te Antwerpen, 12e kamer

(...)

4.2.3. art. 54 S.U.O.: verval van de strafvordering in België?

In hun beroepsconclusies beroepen beklaagden zich op het non bis in idem-beginsel, zoals weergegeven in art. 54 Schengenuitvoeringsovereenkomst (S.U.O.), met verwijzing naar rechtspraak van het Europees Hof van Justitie.

Beklaagden beroepen zich echter ten onrechte op de beslissing van het Openbaar Ministerie van Genève d.d. 25.02.2004, waarbij de in Zwitserland ingediende strafklacht - gebaseerd zijnde op dezelfde feiten als in onderhavig dossier - zonder gevolg werd gerangschikt.

Aanvankelijk bevatte het strafdossier enkel een schrijven van de secretaris van de procureur-generaal van Genève d.d. 26.02.2004 (zie stuk 137 en voor de beëdigde vertaling - stuk 298, onderkaft 3 "Ambtelijke opdracht Frankrijk"), waarin zonder verdere uitleg werd gemeld dat procureur Sylvie Droin het bewuste dossier op 25.02.2004 heeft geklasseerd (zonder gevolg). De reden van deze seponering bleek niet uit dit schrijven, noch uit enig ander stuk van het strafdossier.

Ter terechtzitting van het hof d.d. 21.11.2012 heeft de raadsman van de burgerlijke partij CILAG echter een kopie neergelegd van de eigenlijke beslissing tot seponering d.d. 25.02.2004, waaruit blijkt dat de seponering d.d. 25.02.2004 in wezen een opportuniteitsbeslissing betreft, gelet op de hangende procedure in België voor dezelfde feiten (zie de handgeschreven toelichting op de beslissing tot seponering d.d. 25.02.2004). Het feit dat op de sepotbeslissing tevens de vermelding ‘gelet op de afwezigheid van inverdenkingstelling' is aangekruist, doet hieraan geen afbreuk.

Dergelijke seponering om opportuniteitsredenen kan niet als een onherroepelijke beslissing beschouwd worden, zodat de beslissing tot seponering d.d. 25.02.2004 niet als basis kan dienen voor het non bis in idem-beginsel.

Gelet op het voorgaande en rekening houdend met de arresten die het Hof van Justitie betreffende deze rechtsvraag reeds heeft gewezen, acht het hof het niet opportuun om dienaangaande een prejudiciële vraag voor te leggen aan het Hof van Justitie, zoals in ondergeschikte gevraagd door beklaagden.

Bijgevolg is de strafvordering lastens beklaagden niet vervallen ten gevolge van het non bis in idem-beginsel (art. 54 S.U.O.).

(...)

Mots libres

  • Strafrecht

  • Schengenuitvoeringsovereenkomst

  • non bis in idem

  • seponering om opportuniteitsredenen

  • geen onherroepelijke beslissing