- Arrêt du 11 juin 2012

11/06/2012 - 2011AR3045

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Het indienen door de eigenaars van een aanvraag tot het bekomen van een tegemoetkoming overeenkomstig de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen, in casu voor schade geleden aan hun woning en hun inboedel ingevolge een overvloedige regenval, dient verworpen te worden krachtens artikel 2, §3 van de wet van 12 juli 1976. Immers, deze wet is niet van toepassing is op goederen die in principe kunnen verzekerd worden door een verzekeringsovereenkomst overeenkomstig de artikelen 68-1 e.v. van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst.

In beginsel worden goederen die kunnen verzekerd worden door een brandverzekeringsovereenkomst, van elke tussenkomst van de Nationale Kas voor de Rampenschade uitgesloten.

De voormelde wet van 12 juli 1976 is van openbare orde en dient restrictief te worden toegepast.


Arrêt - Texte intégral

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2012/

A.R. nr. 2011/AR/3045

INZAKE VAN :

De heer J. D.,

appellant tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van koophandel te Brussel op 14 oktober 2011,

vertegenwoordigd door Meester Pieter VAN WAEG, advocaat te BRUSSEL, loco Meester Willem DE BRABANDERE, advocaat te 9000 GENT, Recollettenlei 42,

1ste kamer

TEGEN :

De B.V.B.A. MAIENTA, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1070 BRUSSEL, Broekstraat 164, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0466.949.090,

geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Anthony SCHOBBENS, advocaat te 2000 ANTWERPEN, Amerikalei 79,

Gelet op de procedurestukken:

• het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis uitgesproken door de rechtbank van koophandel te Brussel op 14 oktober 2011, beslissing waarvan geen akte van betekening wordt overgelegd;

• het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het hof op 7 december 2011;

• de conclusie van appellant neergelegd ter griffie op 9 maart 2012;

• de syntheseconclusie van geïntimeerde neergelegd ter griffie op 17 april 2012.

Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 15 mei 2012 en gelet op de stukken die zij neerlegden.

Het hoger beroep werd regelmatig naar vorm en termijn ingesteld en is bijgevolg ontvankelijk.

I. Voorwerp van de vorderingen.

1.1. De oorspronkelijke eis van appellant strekte ertoe (1) geïntimeerde te horen veroordelen tot betaling van een bedrag van 50.872,82 euro plus intresten, (2) te zeggen voor recht dat een kopie van de onderhandse koopovereenkomst en van de authentieke koopakte tussen geïntimeerde en de heer V. binnen de 24 uur na betekening van het tussen te komen vonnis dienden overgemaakt te worden op straffe van een dwangsom van 1.000 euro per dag vertraging, (3) geïntimeerde te veroordelen tot betaling van een provisie van 1 euro voor de verkoop van een onroerend goed waarvan de helft van de gerealiseerde meerwaarde aan hem moest toekomen en (4) voorbehoud te verlenen voor de verkoop van het onroerend goed aan niet marktconforme voorwaarden en de daaruit voortvloeiende schade in zijnen hoofde.

Hangende het geding werd uitvoering gegeven aan het gevraagde onder punt (1) en (2).

1.2. Bij conclusie neergelegd op 6 september 2011 vroeg appellant bij toepassing van artikel 19, §2 Ger.W. - vooraleer over de grond van de zaak te oordelen - een gerechtelijke deskundige aan te stellen met als opdracht de marktwaarde te bepalen van het onroerend goed gelegen te X., ...straat 157 rekening houdende met de gebeurlijke renovatiewerken die door geïntimeerde of door de huidige eigenaar inmiddels zouden zijn uitgevoerd.

1.3. De eerste rechter heeft de vordering tot aanstelling van een deskundige toelaatbaar doch ongegrond verklaard en de zaak voor het overige verwezen naar de bijzondere rol.

1.4. In hoger beroep vraagt appellant opnieuw bij toepassing van artikel 19, §2 Ger.W. - vooraleer over de grond van de zaak te oordelen - een gerechtelijke deskundige aan te stellen met als opdracht de marktwaarde te bepalen van het onroerend goed gelegen te X. rekening houdende met de gebeurlijke renovatiewerken die door geïntimeerde of door de huidige eigenaar inmiddels zouden zijn uitgevoerd en vraagt hij de zaak voor het overige opnieuw te verwijzen naar de eerste rechter.

1.5. Geïntimeerde verzoekt in hoofdorde om het hoger beroep af te wijzen als ongegrond en in ondergeschikte orde de opdracht van de gerechtsdeskundige zodanig te libelleren dat deze de venale waarde van het onroerend goed dient te bepalen op 28 augustus 2007 en op 18 maart 2011, rekening houdend met de eventuele werken die sinds die data werden uitgevoerd.

II. De relevante feiten.

2.1. Appellant voert aan dat hij op 28 augustus 2007 een overeenkomst tekende met geïntimeerde waarin werd overeengekomen dat geïntimeerde eventueel een eigendom gelegen te St -Katharina Lombeek zou aankopen van de heer V. en dat ingeval de koopovereenkomst tot stand komt tegen een prijs van 86.700 euro appellant mede - eigenaar "zou kunnen worden" van dat onroerend goed.

Diezelfde 28 augustus 2007 ondertekende geïntimeerde een onderhandse koopakte met de heer V. m.b.t. dat welbepaald onroerend goed tegen een prijs van 86.700 euro . De notariële akte werd weliswaar eerst verleden op 25 november 2010, d.i. 3 jaar later.

Appellant betaalde wel een bedrag uit van 50.023,17 euro aan geïntimeerde voor een deel van de financiering van de aankoop van het desbetreffende onroerend goed. Dit bedrag werd inmiddels blijkbaar deels terugbetaald door geïntimeerde.

2.2. Geïntimeerde ging op 25 december 2010 over tot de verkoop van voornoemd onroerend goed aan de NV Europese Immobiliënvennootschap voor een bedrag van 72.000 euro . Daarbij werd overeengekomen dat de koper vanaf dan reeds alle nodige verbouwingswerken mag uitvoeren op eigen kosten.

Geïntimeerde houdt voor dat de waarde van het onroerend goed aanzienlijk was gedaald wegens langdurige leegstand. Het pand in kwestie was overigens inmiddels opgenomen in de inventaris van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten.

De notariële verkoopakte werd verleden op 18 maart 2011.

III. Bespreking.

3.1. Appellant vraagt - in zijn hoedanigheid van mede - eigenaar - bij toepassing van artikel 19,§2 Ger.W. - vooraleer uitspraak ten doen ten gronde - een deskundige aan te stellen teneinde diens advies in te winnen omtrent de werkelijke waarde van het door geïntimeerde doorverkocht onroerend goed.

Appellant heeft vanzelfsprekend belang bij een dergelijke vordering gelet op wat er tussen partijen overeengekomen werd op 28 augustus 2007.

3.2. In elke stand van het geding kan een rechter - vooraleer uitspraak te doen ten gronde - een voorafgaande maatregel bevelen om de vordering te onderzoeken of een tussengeschil te regelen dat betrekking heeft op een dergelijke maatregel, dan wel om de toestand van partijen voorlopig te regelen.

Gezien een dergelijk verzoek in elke stand van het geding kan ingesteld worden, is het argument van geïntimeerde dat de vraag om een gerechtsdeskundige aan te stellen rijkelijk te laat is, niet pertinent.

3.3. Het staat niet afdoend vast dat het desbetreffende onroerend goed doorverkocht werd aan een marktconforme prijs in tegenstelling met wat geïntimeerde voorhoudt.

Het enige gegeven dat voorhanden is, is het feit dat het desbetreffende onroerend goed 3 jaar na aankoop doorverkocht werd tegen een aanzienlijk lagere prijs aan - bovendien - een vennootschap met wie geïntimeerde zelf banden heeft .

3.4. Gezien appellant volgens de termen van de overeenkomst van 28 augustus 2007 dient aangezien te worden als mede - eigenaar is het volkomen terecht dat hij - in de gegeven omstandigheden - vraagt een gerechtsdeskundige aan te stellen.

Deze vordering is niet tergend en van kwade trouw in hoofde van appellant is geen spoor.

3.5. Om de waarde van een onroerend goed te ramen, hoeft de deskundige niet noodzakelijk een beroep te doen op de huidige eigenaars.

Op basis van de stukken die hem ter beschikking zullen gesteld worden - o.a. door geïntimeerde -, de plaatsgesteldheid van het onroerend goed en van een mogelijk bezoek van het goed, moet een deskundige perfect in staat zijn om een raming te geven van de marktprijs van het goed in kwestie op het ogenblik van de (onderhandse) verkoop aan de NV Europese Immobiliënvennootschap.

Bovendien blijkt nergens uit dat de NV Europese Immobiliënvennootschap vóór 25 december 2010 - datum van het afsluiten van de onderhandse verkoopakte - reeds op eigen kosten werken zou hebben uitgevoerd aan het pand in kwestie. In de onderhandse akte wordt immers bepaald dat de koper eerst het eigendomsrecht zal verwerven en het genot zal verkrijgen vanaf het ondertekenen van de authentieke akte maar dat hij vanaf het ondertekenen van de onderhandse akte - en eerst vanaf dan - wel onmiddellijk verbouwingswerken mag uitvoeren op zijn kosten.

Een dergelijk gerechtelijk onderzoek is bijgevolg in se niet nutteloos zoals geïntimeerde poogt voor te houden.

3.6. Het bestreden vonnis wordt bijgevolg hervormd.

De aanstelling van een deskundige - zoals gevraagd door appellant - dringt zich in deze dan ook op met als opdracht deze omschreven in het beschikkend gedeelte van huidig arrest.

3.7. Appellant vraagt ten onrechte de zaak opnieuw te verwijzen naar de eerste rechter bij toepassing van artikel 1068, tweede lid Ger.W.

Voornoemde bepaling stelt dat de rechter in hoger beroep alleen dan de zaak opnieuw dient te verwijzen naar de eerste rechter indien hij, zelfs gedeeltelijk, een in het aangevochten vonnis bevolen onderzoeksmaatregel bevestigt.

In huidige zaak is het echter de rechter in hoger beroep die een onderzoeksmaatregel beveelt wat - bij toepassing van artikel 1068, eerste lid Ger.W. - het geschil zelf aanhangig maakt bij die rechter (= devolutieve kracht van het hoger beroep).

OM DEZE REDENEN :

HET HOF,

Rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond.

Hervormt het bestreden vonnis en verklaart de vordering tot aanstelling van een gerechtelijke deskundige gegrond.

Stelt bijgevolg aan - vooraleer uitspraak te doen ten gronde - als deskundige de heer Paul DOMS, architect, te 1850 GRIMBERGEN, Ter Tommendreef 4, (tel. 02/251.18.09 - GSM 0475/25.84.02 - fax 02/252.10.75) met als opdracht, na partijen te hebben gehoord en na kennis te hebben genomen van alle dienstige en nuttige stukken terzake:

- zijn advies te geven over de marktwaarde van het onroerend goed op en met grond en aanhorigheden gelegen in de ...straat 157, X. - derde afdeling deelgemeente Sint - Katarina - Lombeek, gekadastreerd zijnde of geweest zijnde sectie A volgens titel nr. 48 P2/deel en volgens kadaster nr. 48Y2 met een oppervlakte volgens kadaster van 5a20ca en dit op datum van 25 december 2010, datum van het aangaan van de onderhandse verkoopakte;

- rekening te houden met de gebeurlijke renovatiewerken die door geïntimeerde zouden zijn uitgevoerd na de aankoop van dat pand op 28 augustus 2007;

Tijdens de installatievergadering zal de deskundige aan partijen een raming geven van de algemene kostprijs van het deskundigenonderzoek, of minstens van de wijze waarop zijn kosten en het ereloon en deze van de eventuele technische raadgevers berekend zullen worden, het redelijk deel bepalen van het voorschot dat dient vrijgegeven te worden en zal hij een agenda opstellen waarbinnen het voorlopig verslag zal medegedeeld worden alsmede de opmerkingen van partijen. Een kopij van de terzake ingenomen standpunten zal onverwijld medegedeeld worden aan het hof.

Zegt dat appellant een voorschot dient te consigneren van 1.000 euro op rekening nummer 679-2008774-01 op naam van de Burgerlijke Griffie van het Hof van Beroep Brussel.

Houdt de beslissing over de gerechtskosten aan.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

12/06/2012

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Astrid DE PREESTER, Voorzitter,

Evrard JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer,

Marc DEBAERE, Raadsheer,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

V. DE VIS M. DEBAERE

E. JANSSENS DE BISTHOVEN A. DE PREESTER

Mots libres

  • Natuurrampenwet. Aanvraag voor tegemoetkoming. Voorwaarden. Quid de gevolgen van het niet-verzekerd zijn van bepaalde goederen? De natuurrampenwet: openbare orde. Restrictieve uitlegging ervan.