- Arrêt du 18 décembre 2013

18/12/2013 - 2012AR395

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

1. Noch de Wet Dierenwelzijn noch art. 24 Wet op het Politieambt laat de politiediensten toe om zonder rechterlijk bevel een hond in beslag te nemen ín de woning van de eigenaar van dit dier.

2. Anders dan de Politiezone voorhoudt, vormt het gegeven dat de procureur des Konings de toelating geeft om een hond in beslag te nemen, geen wettige basis om - zonder huiszoekingsbevel en tegen de wil van de eigenaar van deze hond in - diens woning binnen te dringen. De procureur des Konings is immers geen rechter zoals bedoeld in art. 34 §2 Wet op het Dierenwelzijn en is anders, dan een onderzoeksrechter, niet gemachtigd tot het afleveren van huiszoekingsbevelen

3. Anders dan aangevoerd door de Politiezone, is de aard van de fout van de aangestelde irrelevant om de aansprakelijkheid van de aansteller in het gedrang te brengen: de lichtste fout volstaat, zonder dat deze fout een persoonlijke aansprakelijkheid van de aangestelde vereist. Het feit dat de aangestelde-politieambtenaar zich kan beroepen op de aansprakelijkheidsbescherming van art. 48 Wet op het Politieambt en dus geen persoonlijke aansprakelijkheid oploopt, sluit de aansprakelijkheid van de aansteller niet uit.


Arrêt - Texte intégral

1.

POLITIEZONE SINT-TRUIDEN GINGELOM NIEUWERKERKEN, vertegenwoordigd door de korpschef, met maatschappelijke zetel te 3800 SINT-TRUIDEN, Sluisberg 1,

appellante,

vertegenwoordigd door Mr. LEMACHE Christian, advocaat te 3800 SINT-TRUIDEN, Tongersesteenweg 60

tegen de vonnissen van de Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt van 17 november 2010, 31 mei 2011 en 08 november 2011

tegen

1. T. H., wonende te G,

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door Mr. UYTTENHOVE Gregory, advocaat te 1200 BRUSSEL, Terkamerenstraat 22C

2. A. K., wonende te G,

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door Mr. UYTTENHOVE Gregory, advocaat te 1200 BRUSSEL, Terkamerenstraat 22C

***

1. De feiten

1.1. De heer en mevrouw T. - A. zijn de eigenaars van een Amerikaanse Staffordshire Terrier (pitbull), genaamd Balrog. Na een aantal incidenten met deze hond besliste de procureur des Konings om dit dier in beslag te laten nemen en onder te brengen in een dierenasiel. Hiertoe vond op 7 september 2004 een interventie plaats in de woning van T. - A. door leden van het korps van de politiezone Sint-Truiden Gingelom Nieuwerkerken (hierna de Politiezone genoemd).

Tijdens deze interventie hebben de politiediensten zich een toegang verschaft tot de woning (de garage) om de hond op te halen. Partijen T. - A. stellen dat zij door deze interventie schade hebben geleden.

1.2. Bij vonnis van 19 januari 2005 verklaart de politierechtbank te Hasselt de aan de heer T. verweten strafrechtelijke inbreuk, met name een kwaadwillige of woeste hond te laten rondzwerven, niet bewezen. De teruggave van de, volgens de politierechter, onwettig in beslag genomen hond Balrog wordt dan ook bevolen.

Dit vonnis wordt op 14 april 2005 door de correctionele rechtbank te Hasselt gedeeltelijk hervormd.

Anders dan de politierechter acht deze rechtbank het op afdoende wijze bewezen dat de heer T. op 3 september 2004 een kwaadaardig of woest dier, zijn hond Balrog, dat onder zijn bewaring stond, heeft laten rondzwerven, en veroordeelt deze partij hiervoor tot een geldboete. Wel bevestigt de correctionele rechtbank dat de hond op een onwettige wijze in beslag werd genomen. Hierbij stelt deze rechtbank vast dat "niettegenstaande de eigenaars de verbalisanten elke toegang tot de woning verboden - zoals blijkt uit het proces-verbaal van 07.09.2004 - en de verbalisanten niet over een huiszoekingsmandaat beschikten, de verbalisanten de woning binnendrongen en de hond in de woning van beklaagde T. in beslag namen".

2. Procedurevoorgaanden

2.1. In een dagvaarding van 18 januari 2007 om te verschijnen voor de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt vorderen H. T. en K. A. de veroordeling van de Politiezone tot het betalen van een provisionele schadevergoeding van 5.000,00 EUR. Tevens verzoeken zij de aanstelling van een deskundige te bevelen.

Zij voeren aan dat de politieagenten een fout hebben begaan door zonder huiszoekingsbevel of toelating hun woning met geweld te betreden en hun hond in beslag te nemen, en dat zij door deze foutieve handelwijze schade hebben geleden. Zij steunen hun vordering op de arts. 1382, 1383 en 1384 B.W., alsook op art. 47 van de Wet op het Politieambt.

2.2. De Politiezone concludeert tot de ongegrondheid van deze vordering. Zij werpt tegen dat de inbeslagname gebeurde op vordering van de procureur des Konings, dat deze beslagname tevens kaderde in de handhaving van de openbare orde, en dat de politiediensten bij het uitoefenen van hun taken geen gebruik hebben gemaakt van buitensporig of ongeoorloofd geweld. Verder betwist zij het oorzakelijk verband tussen het optreden van haar ambtenaren en de beweerde schade, alsook het bestaan van schade.

2.3. In het eerste bestreden tussenvonnis van 17 november 2010 stelt de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt vast dat partijen T. - A. de Politiezone aanspreken voor fouten begaan door leden van haar korps, terwijl zij tevens bevestigen dat deze leden de opdracht uitvoerden in opdracht van het ambt van de procureur des Konings.

Hierop verzoekt de eerste rechter de partijen standpunt in te nemen over de vraag of deze politieagenten handelden als aangestelden van de Politiezone dan wel van de procureur. Tevens worden de partijen verzocht om afschriften voor te brengen van de bijgebrachte strafdossiers en gerechtelijke uitspraken.

2.4. In het tweede bestreden tussenvonnis van 31 mei 2011 stelt de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt vast dat de partijen de afschriften van de strafdossiers en gerechtelijke uitspraken nog niet hebben bijgebracht, en verzendt de zaak dan ook naar de algemene rol.

2.5. In het derde bestreden tussenvonnis van 8 november 2011 stelt de rechtbank van eerste aanleg, met verwijzing naar art. 47, 4de lid Wet op het Politieambt, vast dat de Politiezone aansprakelijk kan worden gesteld voor fouten begaan door haar ambtenaren van de lokale politie, ook al komt de opdracht van de procureur des Konings.

De eerste rechter treedt het standpunt van partijen T. - A. bij dat de politieambtenaren art. 15 Grondwet hebben geschonden en aldus een fout hebben begaan door zonder huiszoekingsbevel of toestemming de woning van deze partijen te betreden.

Verder blijkt uit de gegevens van het strafdossier dat de politieambtenaren, ondanks de weigering van partijen T. - A. om medewerking te verlenen aan de inbeslagname van hun hond, getracht hebben zich toegang te verschaffen tot de woning, met een handgemeen tot gevolg. In zoverre door dit handgemeen schade is veroorzaakt, dient de Politiezone deze op grond van de arts. 1382 en 1384, 3de lid B.W. te vergoeden.

Naar het oordeel van de eerste rechter blijkt uit de voorgelegde attesten dat partijen T. - A. ingevolge het handgemeen met de politieambtenaren verwondingen hebben opgelopen, en hij acht het dan ook passend de Politiezone reeds te veroordelen tot het betalen van een provisie van 1.500,00 EUR. Tevens wordt dr. Delvaux aangesteld als geneesheer-deskundige.

2.6. De Politiezone heeft bij verzoekschrift, neergelegd op de griffie van dit hof op 6 februari 2012, een naar vorm en termijn regelmatig hoger beroep ingesteld tegen deze vonnissen.

De zaak werd behandeld op de zitting van 19 november 2013.

3. Standpunten in hoger beroep

3.1. De Politiezone vordert, bij hervorming van de bestreden vonnissen, de vordering van H. T. en K. A. onontvankelijk, minstens ongegrond te verklaren en deze partijen te veroordelen tot de kosten van beide aanleggen. Ondergeschikt verzoekt zij de voorlegging van een aantal stukken te bevelen.

3.2. H. T. en K. A. (hierna "partijen T.'" genoemd) concluderen tot de ongegrondheid van het hoger beroep, en verzoeken de zaak terug naar de eerste rechter te verwijzen voor verdere afhandeling. Tevens verzoeken zij de Politiezone te verwijzen in de kosten van het hoger beroep.

4. Beoordeling

De partijen T. voeren aan dat zij door het hardhandig optreden van de politieagenten van de Politiezone, tijdens de onwettige inbeslagname van hun hond Balrog, schade hebben geleden. Zij verzoeken, in afwachting van een definitieve schadebegroting, een provisionele vergoeding van 1.500,00 EUR toe te kennen, en de aanstelling van een deskundige te bevelen. Deze vordering wordt gesteund op de arts. 1382-1383 en 1384, 3de lid B.W.

4.1. De Politiezone concludeert tot de onontvankelijkheid van deze vordering, zonder hiertoe duidelijke gronden op te geven. Ook het hof kan geen ambtshalve op te werpen gronden van onontvankelijkheid ontwaren, zodat de vordering terecht ontvankelijk is verklaard.

4.2. Tevens verzoekt de Politiezone, met toepassing van art. 877 Ger.W., de partijen T. te bevelen om 1) een officiële vertaling over te maken van de voorgelegde medische stukken (st. 2, 3 en 4 van hun bundel) en 2) de stukken mee te delen waaruit blijkt welk gevolg werd gegeven aan hun klacht d.d. 7 september 2004 aan de politiediensten van Hesbaye.

Art. 877 Ger.W. bepaalt dat wanneer er gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens bestaan dat een partij of een derde een stuk onder zich heeft dat het bewijs inhoudt van een ter zake dienend feit, de rechter kan bevelen dat het stuk of een eensluidend verklaard afschrift ervan bij het dossier van de rechtspleging wordt gevoegd.

4.2.1. Wat de gevorderde vertaling betreft, verwijst het hof naar art. 8 van de wet van 15 juni 1935, dat bepaalt "indien de stukken of documenten, in een geding overgelegd, in een andere taal dan die der rechtspleging gesteld zijn, kan de rechter, op verzoek der partij tegen dewelke die stukken of documenten worden ingeroepen, hiervan de overzetting in de taal der rechtspleging bevelen bij een met redenen omklede beslissing. De beslissing van de rechter is noch voor verzet noch voor beroep vatbaar. De kosten van vertaling worden mede begroot".

Luidens deze bepaling kan de rechter de vertaling bevelen van stukken of documenten die in een andere taal dan deze van de rechtspleging zijn opgesteld. In casu stelt het hof vast dat de medische verslagen werden vertaald, en dat alle inhoudelijke bepalingen die relevant zijn voor de beoordeling van het geschil volstrekt begrijpelijk zijn.

4.2.2. De noodzaak om te beschikken over gegevens inzake het gevolg, gegeven aan de klacht aan de politiediensten te Hesbaye, wordt door de Politiezone verantwoord door te verwijzen naar art. 4 V.T.Sv.

Wie zich op de schorsingsgrond, voorzien in art. 4 V.T.Sv. wil beroepen, dient evenwel aan te tonen dat de strafvordering daadwerkelijk is ingesteld. Ter zake is er geen enkel element aanwezig in de voorgelegde dossiers om aan te nemen dat er, met betrekking tot de feiten van 7 september 2004, een strafvordering werd ingesteld. Anders dan de Politiezone lijkt voor te houden is er geen schorsing van de zaak wanneer zij - zoals in casu - slechts het voorwerp uitmaakt van een opsporingsonderzoek. Het hof ziet dan ook geen reden om de partijen T. te veroordelen tot het voorleggen van verdere stukken met betrekking tot voormelde klacht.

4.3. Met toepassing van art. 1315, 1ste lid B.W. en art. 870 Ger.W. is het aan de partijen T. om het bewijs te leveren van een foutief optreden van de ambtenaren van de Politiezone. Zij voeren hierbij aan dat de agenten zich in strijd met art. 15 Grondwet en dus op onwettige wijze een toegang hebben verschaft tot hun woning, met schade tot gevolg.

4.3.1. Dit wordt door de Politiezone betwist. Zij werpt tegen dat de inbeslagname van de hond Balrog deel uitmaakte van de handhaving van de openbare orde, en dat haar agenten aldus - met toepassing van de Wet Dierenwelzijn en art. 24 Wet op het Politieambt - gerechtigd waren om over te gaan tot deze "burgerlijke" inbeslagname.

Deze stelling wordt niet bijgetreden.

Noch de Wet Dierenwelzijn noch art. 24 Wet op het Politieambt laat de politiediensten toe om zonder rechterlijk bevel een hond in beslag te nemen ín de woning van de eigenaar van dit dier. Anders dan de Politiezone lijkt voor te houden had de beweerde beveiligingsmaatregel immers geen betrekking op een rondzwervende hond.

4.3.2. Verder werpt de Politiezone op dat de inbeslagname gebeurde "op vordering", en dus met toelating en machtiging van de procureur des Konings.

Art. 15 Grondwet bevestigt het principe van de onschendbaarheid van de woning. De schending van een woning, buiten de gevallen die de wet bepaalt, door "ieder ambtenaar van de administratieve of de rechterlijke orde, ieder officier van justitie of van politie, ieder bevelhebber of agent van de openbare macht" is strafbaar (art. 148 S.W.).

Anders dan de Politiezone voorhoudt, vormt het gegeven dat de procureur des Konings de toelating geeft om een hond in beslag te nemen, geen wettige basis om - zonder huiszoekingsbevel en tegen de wil van de eigenaar van deze hond in - diens woning binnen te dringen. De procureur des Konings is immers geen rechter zoals bedoeld in art. 34 §2 Wet op het Dierenwelzijn en is anders, dan een onderzoeksrechter, niet gemachtigd tot het afleveren van huiszoekingsbevelen. Zoals ook bevestigd in het vonnis van de correctionele rechtbank te Hasselt d.d. 14 april 2005 was de inbeslagname wel degelijk onwettig.

Hierbij merkt het hof ook op dat de Politiezone zich niet kan verschuilen achter de beweerde opdracht van de procureur des Konings. Uit het voorgelegde strafdossier blijkt dat de procureur akkoord was met het voorstel, uitgaand van de politiediensten om het dier in beslag te nemen. Dit akkoord houdt uiteraard geen machtiging in om, tegen de wil van de eigenaar van de hond, diens woning binnen te dringen met het oog op de inbeslagname van zijn dier. Dit akkoord houdt met andere woorden geen toelating in tot het uitvoeren van een onwettige inbeslagname.

4.3.3. Ook werpt de Politiezone op dat zij niet op grond van de arts. 1382 - 1383 B.W. kan worden aangesproken bij gebreke van bewijs van een zware fout dan wel gewoonlijke lichte fout van de agenten in kwestie. Hierbij verwijst zij naar art. 48 Wet op het Politieambt.

4.3.3.1. Samen met de eerste rechter stelt het hof vast dat de partijen T. de politieagenten, die de onwettige inbeslagname hebben uitgevoerd, niet aanspreken. Wel richten zij hun vordering tegen de Politiezone (de aansteller).

Zij verwijzen hierbij naar art. 1384, 3de lid B.W. en art. 47, 4de lid Wet op het Politieambt. Luidens deze laatste bepaling is de gemeente of, desgevallend, de meergemeentezone aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door de politieambtenaren van de lokale politie in de functies waarin de Staat, de gemeente of de meergemeentezone hen heeft aangewend, net zoals de aanstellers aansprakelijk zijn voor de schade aangericht door toedoen van hun aangestelden.

Terecht heeft de eerste rechter geoordeeld dat het gegeven dat de politieambtenaren handelden met toelating van de procureur des Konings niet verhindert dat de slachtoffers de Politiezone - zijnde de normale aansteller van deze ambtenaren - kunnen aanspreken tot het vergoeden van hun schade.

4.3.3.2. Zoals reeds uiteengezet (zie nr. 4.3.2.), kan de Politiezone niet op ernstige wijze betwisten dat haar agenten de woning van de partijen T. op een wederrechtelijke wijze hebben betreden.

Uit het voorgelegde strafdossier blijkt immers dat de partijen T. geen medewerking wensten te verlenen aan de inbeslagname van hun hond, en dat zij de politieambtenaren geen toegang wensten te verlenen tot hun woning voor het uitvoeren van deze inbeslagname. De politieambtenaren van de Politiezone hebben, ondanks deze weigering en zonder huiszoekingsbevel, getracht zich een toegang te verschaffen tot de woning met een handgemeen met de partijen T. tot gevolg.

Anders dan aangevoerd door de Politiezone, is de aard van de fout van de aangestelde irrelevant om de aansprakelijkheid van de aansteller in het gedrang te brengen: de lichtste fout volstaat, zonder dat deze fout een persoonlijke aansprakelijkheid van de aangestelde vereist. Het feit dat de aangestelde-politieambtenaar zich kan beroepen op de aansprakelijkheidsbescherming van art. 48 Wet op het Politieambt en dus geen persoonlijke aansprakelijkheid oploopt, sluit de aansprakelijkheid van de aansteller niet uit.

4.3.4. Samen met de eerste rechter is het hof van oordeel dat er naar aanleiding van de onwettige inbeslagname een handgemeen tussen de politieambtenaren en de partijen T. is geweest. Uit de voorgelegde stukken blijkt op afdoende wijze dat de partijen T. door dit handgemeen verwondingen hebben opgelopen.

Deze partijen leggen immers medische attesten voor, gedateerd op 7 september 2004, waarin melding wordt gemaakt van rode plekken en kneuzingen aan de nek van H. T. en van hoofdpijn, pijn aan het voorgezicht en kleuringen in het gezicht van K. A..

Gelet op deze stukken treedt het hof de beslissing van de eerste rechter bij dat het gepast voorkomt om de partijen reeds een provisie toe te kennen van 1.500,00 EUR, en de aanstelling van een deskundige te bevelen om advies te geven over de definitieve schadebegroting.

4.4. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep van de Politiezone ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard. Als de in het ongelijk gestelde partij in de zin van art. 1017 Ger.W. wordt de Politiezone verwezen in de kosten van het hoger beroep.

Bij gebreke van enig verzoek tot afwijking, wordt de rechtsplegingsvergoeding begroot op het basisbedrag.

5. De beslissing

Het hof beslist bij arrest op tegenspraak.

De rechtspleging verliep in overeenstemming met de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de taal in gerechtszaken.

Het hof verklaart het hoger beroep van de Politiezone Sint-Truiden Gingelom Nieuwerkerken ontvankelijk doch ongegrond.

Het hof bevestigt de bestreden vonnissen.

Het hof verzendt de zaak, met toepassing van art. 1068, 2de lid Ger.W., naar de rechter voor verdere afhandeling.

Het hof veroordeelt de Politiezone tot de kosten van het hoger beroep. Deze kosten bedragen aan de zijde van H. T. en K. A.: 1.320,00 EUR (rechtsplegingsvergoeding).

Dit arrest werd uitgesproken in de openbare zitting van 18 december 2013 door

F. PEETERS voorzitter

I. COUWENBERG raadsheer

J. MERTENS DE WILMARS plaatsvervangend raadsheer

M. GIJSEMANS griffier

Mots libres

  • Beslag op dieren

  • toelating procureur des Konings

  • onschendbaarheid van de woning

  • onwettig beslag Buitencontractuele aansprakelijkheid van politieambtenaren en van de politiezone