- Arrêt du 5 mars 2013

05/03/2013 - 2010AR1691

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Een cliënt van een advocaat kan (in casu) terecht laten gelden dat een gesloten beleggingsovereenkomst met haar advocaat niet verzoenbaar is met zijn deontologische verplichtingen als haar advocaat, in het bijzonder gelet op het Reglement van de Nationale orde van advocaten van 19 januari 1989 met betrekking tot de verhandeling van gelden van cliënten of van derden. De weigering tot afgifte van de advocaat zou gelijkgesteld kunnen worden met een misbruik van vertrouwen in de zin van artikel 491 Sw


Arrêt - Texte intégral

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2013/

A.R. nr. 2010/AR/1691

INZAKE VAN :

De heer F. T., wonende te

appellant tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 3 maart 2010,

niet verschijnende, noch iemand voor hem ;

1ste kamer

TEGEN :

Mevrouw L. H.,

geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Ludo KOOLS, advocaat te 2800 MECHELEN, Van Benedenlaan 15,

ADVOCAAT. BEROEPSVERPLICHTINGEN EN DEONTOLOGIE VAN ADVOCATEN. BELEGGING VAN GELDEN VAN CLIENTEN. INTRESTEN

Een cliënt van een advocaat kan (in casu) terecht laten gelden dat een gesloten beleggingsovereenkomst met haar advocaat niet verzoenbaar is met zijn deontologische verplichtingen als haar advocaat, in het bijzonder gelet op het Reglement van de Nationale orde van advocaten van 19 januari 1989 met betrekking tot de verhandeling van gelden van cliënten of van derden. De weigering tot afgifte van de advocaat zou gelijkgesteld kunnen worden met een misbruik van vertrouwen in de zin van artikel 491 Sw.

...

1 De feiten

De heer T. is opgetreden als advocaat van mevrouw H.. Mevrouw H. stelt dat hij sinds 26 juli 1995 18.592,01 EUR (750.000 BEF) van haar onder zich houdt en weigert terug te geven.

2 Het onderwerp van de vordering

2.1

Voor de eerste rechter vorderde mevrouw H. de veroordeling van de heer T. tot de betaling aan haar van 18.592,01 EUR plus de vergoedende intresten daarop vanaf 26 juli 1995 en de gerechtelijke interesten.

2.2

Bij vonnis van 2 februari 2009 heeft de eerste rechter, op de overweging dat de heer T. zich akkoord verklaarde, hem veroordeeld tot betaling van 18.592,01 EUR provisioneel.

Bij vonnis van 3 maart 2010, het vonnis waartegen hoger beroep, heeft de eerste rechter de heer T. veroordeeld tot betaling van de vergoedende intresten aan de wettelijke rentevoet vanaf 26 juli 1995 op 18.592,01 EUR tot de datum van uitspraak, waarna de gerechtelijke intresten.

2.3

In hoger beroep vraagt de heer T. te zeggen dat hij geen vergoedende intresten moet betalen op de 18.592,01 EUR en mevrouw H. te veroordelen tot de kosten; ondergeschikt te zeggen dat hij slechts gerechtelijke intresten moet betalen vanaf de dagvaarding, en de kosten te verdelen over beide partijen.

Mevrouw H. concludeert tot de ongegrondheid van het hoger beroep.

3 De gronden van de beslissing en het antwoord op de middelen van de partijen

3.1 De grond van het hoger beroep

Mevrouw H. stelt dat de heer T. de 18.592,01 EUR voor haar had gerecupereerd en dat hij haar heeft overgehaald om het geld bij hem te beleggen. Ook de heer T. stelt dat hij het heeft belegd voor haar. Het blijkt niet dat partijen hun overeenkomst schriftelijk hebben vastgelegd; mevrouw H. legt alleen een verklaring voor van de heer T. van 6 juli 1995 waarin hij verklaart dat de 750.000 BEF op een bepaald spaarboekje haar uitsluitende eigendom is. De heer T. stelt dat hij heeft belegd in aandelen. Over de verplichting van de heer T. tot teruggave bestaat geen betwisting; het vonnis van 2 februari 2009 is overigens uitgevoerd.

Hieruit moet afgeleid worden dat mevrouw H. een vordering had tot afgifte van haar goed (de waardepapieren), en niet een schuldvordering op de heer T. (bijvoorbeeld als tegenprestatie voor een lening). De verbintenis van de heer T. tot afgifte van het goed van mevrouw H. was dus niet een verbintenis die alleen betrekking heeft op de betaling van een geldsom bedoeld in artikel 1153 van het Burgerlijk Wetboek, waarop alleen verwijlintresten lopen.

Terecht laat mevrouw H. gelden dat een beleggingsovereenkomst zoals gesloten tussen partijen voor de heer T. niet verzoenbaar was met zijn deontologische verplichtingen als haar advocaat, in het bijzonder gelet op het Reglement van de Nationale orde van advocaten van 19 januari 1989 met betrekking tot de verhandeling van gelden van cliënten of van derden. De weigering tot afgifte van de heer T. kan ten overvloede gelijkgesteld worden met een misbruik van vertrouwen in de zin van artikel 491 en volgende van het Strafwetboek.

De weigering tot afgifte van de heer T. maakte aldus een onrechtmatige daad uit in de zin van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek. Hij was dus gehouden tot vergoeding van de volledige door mevrouw H. geleden schade. Terecht heeft de eerste rechter daarom op de hoofdsom vergoedende intresten toegekend aan de wettelijke rentevoet en vervolgens gerechtelijke intresten aan dezelfde rentevoet als vergoeding voor de vertraging in de betaling van de schadevergoeding.

4 De kosten

Er is geen reden om voor de rechtsplegingsvergoeding af te wijken van de toepassing van het basisbedrag. Met toepassing van het koninklijk besluit van 26 oktober 2007 bedraagt dat basisbedrag gelet op de waarde van de vordering (geïndexeerd) 2.200,00 EUR.

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verklaart het hoger beroep van de heer T. ontvankelijk maar ongegrond.

Veroordeelt de heer T. tot de betaling van de kosten van het hoger beroep, begroot

- in hoofde van hemzelf op euro 186 rolrecht, en

- in hoofde van geïntimeerde euro 2.200 rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

05/03/2013

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Marc DEBAERE, Raadsheer,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

V. DE VIS M. DEBAERE

Mots libres

  • Advocaat. Beroepsverplichtingen. Deontologie. Beleggen van gelden van cliënten