- Arrêt du 28 mai 2013

28/05/2013 - 2013qr55

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

I. Een arrest van het Hof van cassatie dat een gerechtelijke beslissing verbreekt heeft tot gevolg dat de partijen terug in de toestand geplaatst worden waarin zij zich bevonden voor de uitspraak van de verbroken beslissing. Zulk verbrekend arrest van cassatie maakt bijgevolg een titel uit op grond waarvan de eiser in cassatie de terugbetaling kan benaarstigen van de bedragen die betaald werden in uitvoering van de verbroken beslissing. Het Hof van cassatie moet deze terugbetaling niet bevelen.

II. Een voorwaarde om te mogen overgaan tot bewarend beslag is het voorhanden zijn van urgentie. Bewarend beslag kan slechts gelegd worden wanneer er sprake is van hoogdringendheid. Vereist wordt dat de solvabiliteit van de debiteur in het gedrang komt zodat een latere uitwinning gevaar loopt. Het bewarend beslag is gewettigd telkens wanneer naar objectieve maatstaven de financiële positie van de debiteur in het gedrang komt.


Arrêt - Texte intégral

Nr.: HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL

1ste kamer,

zetelend in burgerlijke zaken,

Rep. nr.: na beraad, wijst volgend arrest:

A.R. Nr.: 2013/QR/55

INZAKE VAN:

Mevrouw V. B. R., wonende te

Appellante, hebbende als raadsman Meester Jean-Marie-MOMMENS, advocaat te 1050 BRUSSEL, Waterloosesteenweg 612,

Samenvatting

I. Een arrest van het Hof van cassatie dat een gerechtelijke beslissing verbreekt heeft tot gevolg dat de partijen terug in de toestand geplaatst worden waarin zij zich bevonden voor de uitspraak van de verbroken beslissing. Zulk verbrekend arrest van cassatie maakt bijgevolg een titel uit op grond waarvan de eiser in cassatie de terugbetaling kan benaarstigen van de bedragen die betaald werden in uitvoering van de verbroken beslissing. Het Hof van cassatie moet deze terugbetaling niet bevelen.

II. Een voorwaarde om te mogen overgaan tot bewarend beslag is het voorhanden zijn van urgentie. Bewarend beslag kan slechts gelegd worden wanneer er sprake is van hoogdringendheid. Vereist wordt dat de solvabiliteit van de debiteur in het gedrang komt zodat een latere uitwinning gevaar loopt. Het bewarend beslag is gewettigd telkens wanneer naar objectieve maatstaven de financiële positie van de debiteur in het gedrang komt.

1. Het hof put zijn rechtsmacht uit een verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd op 10 mei 2013, gericht tegen een beschikking van 26 april 2013 gewezen door de beslagrechter bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel.

2. Het hoger beroep van verzoekster strekt ertoe de bestreden beschikking teniet te horen doen en haar te horen machtigen om tot zekerheid van een bedrag van euro 69.986,72 bewarend beslag onder derden te laten leggen op de bedragen die voorkomen op de actiefzijde van mevrouw Nadine LAGARRIGUE bij de banken nader omschreven in het vorderend deel van het beroepsverzoekschrift.

3. Opdat er zou mogen overgegaan worden tot bewarend beslag, moet er urgentie voorhanden zijn en moet de schuldeiser beschikken over een zekere, vaststaande en opeisbare schuldvordering.

Deze voorwaarden moeten cumulatief vervuld zijn zodat wanneer één van de voorwaarden niet vervuld is, er geen toelating tot bewarend beslag verleend wordt.

4. Bij vonnis van 31 oktober 2006, uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, wordt verzoekster veroordeeld om aan mevrouw LAGARRIGUE te betalen, euro 80.565,40 vermeerderd met intresten en met de kosten, plus euro 1 provisioneel. De zaak wordt voor het overige naar de rol verzonden.

Bij arrest van 27 september 2011 heeft het hof van beroep te Brussel dit vonnis grotendeels bevestigd en verzoekster veroordeeld tot de kosten.

Dit vonnis is niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard geworden.

Verzoekster is tegen voormeld arrest in cassatie gegaan.

Het Hof van cassatie heeft bij arrest van 7 februari 2013 het arrest van 27 september 2011 verbroken en de zaak naar het hof van beroep te Bergen verzonden.

Ondertussen echter heeft mevrouw LAGARRIGUE op grond van het arrest van het hof van beroep op 30 april 2012 van notaris DUBAERE euro 69.986,72 ontvangen.

Een arrest van het Hof van cassatie dat een gerechtelijke beslissing verbreekt heeft tot gevolg dat de partijen terug in de toestand geplaatst worden waarin zij zich bevonden voor de uitspraak van de verbroken beslissing.

Zulk verbrekend arrest van cassatie maakt bijgevolg een titel uit op grond waarvan de eiser in cassatie de terugbetaling kan benaarstigen van de bedragen die betaald werden in uitvoering van de verbroken beslissing. Het Hof van cassatie moet deze terugbetaling niet bevelen.

(Cass., 15 februari 1973, Pas. 1973, I, blz. 570)

Hieruit volgt dat verzoekster jegens mevrouw LAGARRIGUE over een zekere, eisbare en vaststaande vordering beschikt.

5. De tweede voorwaarde om te mogen overgaan tot bewarend beslag is het voorhanden zijn van urgentie.

Bewarend beslag kan slechts gelegd worden wanneer er sprake is van hoogdringendheid.

Vereist wordt dat de solvabiliteit van de debiteur in het gedrang komt zodat een latere uitwinning gevaar loopt.

Het bewarend beslag is gewettigd telkens wanneer naar objectieve maatstaven de financiële positie van de debiteur in het gedrang komt.

(E. DIRIX en K. BROECKX, Beslag (APR, 2010), nr. 449, blz. 312)

Uit de voorhanden zijnde gegevens blijkt dat mevrouw LAGARRIGUE noch over onroerende goederen, noch over beslagbare inkomsten beschikt.

Bovendien is zij sinds midden februari 2013 (een week na de uitspraak van het arrest van het Hof van cassatie) voor langere tijd op ziekteverlof gesteld.

De raadsman van verzoekster heeft de raadslieden van mevrouw LAGARRIGUE op de hoogte gebracht van de intentie van zijn cliënte om terugbetaling van het betaalde bedrag te verkrijgen. Deze brief is onbeantwoord gebleven.

Deze gegevens zijn voldoende om vast te stellen dat naar objectieve maatstaven de financiële positie van mevrouw LAGARRIGUE in het gedrang komt.

De voorwaarde van urgentie is dus vervuld.

Er blijkt echter niet dat het absoluut noodzakelijk is huidige beslissing uitvoerbaar te verklaren op elke dag en op elk uur. Dit deel van de vordering is ongegrond.

6. Hieruit volgt dat de oorspronkelijke vordering van verzoekster gegrond was, en dat haar hoger beroep dit ook is.

De vordering wordt ingewilligd.

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Rechtdoende op eenzijdig verzoekschrift,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in rechtszaken.

Verklaart het hoger beroep van mevrouw BEGON ontvankelijk en gegrond.

Doet de bestreden beschikking teniet en, opnieuw recht sprekend:

Verklaart de oorspronkelijke vordering van mevrouw BEGON ontvankelijk en gegrond als volgt.

Machtigt mevrouw BEGON om tot zekerheid van een bedrag van euro 69.986,72 bewarend beslag onder derden te leggen op de bedragen op de actiefzijde van mevrouw LAGARRIGUE in handen van de volgende banken:

- de NV BNP PARIBAS FORTIS waarvan de zetel gevestigd is te 1000 Brussel, Warandeberg 3,

- de BANK VAN DE POST, waarvan de zetel gevestigd is te 1000 Brussel, Anspachlaan 1,

- de BELFIUS BANK, waarvan de zetel gevestigd is te 1000 Brussel, Pachecolaan 44,

- de CBC BANK, waarvan de zetel gevestigd is te 1000 Brussel, Grote Markt 5,

- de DELTA LLOYD BANK, waarvan de zetel gevestigd is te 1210 Brussel, Sterrekundelaan 23,

- de DEUTSCHE BANK EUROPE GmbH, waarvan de zetel gevestigd is te 1000 Brussel, Marnixlaan 13-15,

- de DEUTSCHE BANK Aktiengesellschaft, waarvan de zetel gevestigd is te 1000 Brussel, Marnixlaan 17,

- de ING BELGIË, waarvan de zetel gevestigd is te 1000 Brussel, Marnixlaan 24,

- de KBC BANK, waarvan de zetel gevestigd is te 1080 Brussel, Havenlaan 2.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

28/05/2013

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Sabine GADEYNE, Raadsheer,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

V. DE VIS S. GADEYNE

Mots libres

  • I. Gevolgen van het cassatiearrest op burgerlijk vlak. Terugbetaling. II. Bewarend beslag. Vereiste van urgentie