- Arrêt du 20 juin 2011

20/06/2011 - 2010/AB/01159

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Bij tegeldemaking van het vermogen tijdens de collectieve schuldenregeling, worden de gevolgen van de zakelijke zekerheden en van de voorrechten niet geschorst tot het einde, de verwerping of de herroeping van de aanzuiveringsregeling, zodat rekening moet gehouden worden met het algemeen voorrecht van de fiscus ingevolge artt. 422 en 423 WIB92; bij de verdeling van de beschikbare lopende inkomsten geldt de gelijkheid van de schuldeisers wel.


Arrêt - Texte intégral

Rep.Nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

OPENBARE TERECHTZITTING VAN 20 JUNI 2011.

11de KAMER

Collectieve schuldenregeling - vorderingen collectieve schuldenregeling

Definitief

Op tegenspraak t.a.v. appellant, de schuldenaars, de schuldbemiddelaar en EUROPABANK en bij verstek t.a.v. de overige schuldeisers

In de zaak :

DE BELGISCHE STAAT, FOD FINANCIEN, IN DE PERSOON VAN DE ONTVANGER DER DIRECTIE BELASTINGEN LEUVEN 2, schuldeiser, met kantoren gevestigd te 3001 Heverlee, Philipssite, 3 A Bus 2,

Appellant, vertegenwoordigd door Mter A. Herreman loco Mter Ph. Declercq, advocaat te 1050 Brussel;

Tegen :

1. De Heer M. E., schuldenaar,

vertegenwoordigd door Mter G. Havet, advocaat te 3000 Leuven;

2. Mevrouw V. , schuldenaar,

verschijnend in persoon en bijgestaan door Mter P. Lemmens;

Geïntimeerden, bijgestaan door Mter P. Lemmens, advocaat te 3000 Leuven;

Mede inzake :

1. Mter J. MOMMAERTS, wonende te 3000 Leuven, Philipslaan, 20, schuldbemiddelaar, voor wie optreedt Mter E. De Leeuw,

2. EUROPABANK, schuldeiser, met zetel gevestigd te 9000 Gent, Burgstraat, 170, vertegenwoordigd door Mter F. De Cock loco Mter M. Van Den Daelen, advocaat te 9000 Gent,

3. N.V. IMMOCO, schuldeiser, met zetel gevestigd te 3500 Hasselt, Gouverneur Roppesingel, 83, niet verschijnende partij,

4. CELIS Christophe (curator van EMOE B.V.B.A.), schuldeiser, wonende te 3290 Diest, F. Allenstraat, 4, niet verschijnende partij,

5. V.Z.W. ACERTA, schuldeiser, met zetel gevestigd te 2610 Wilrijk, Groenenborgerlaan, 16, niet verschijnende partij,

6. EOS AREMAS BELGIUM (FINAREF BELGIUM), schuldeiser, met zetel gevestigd te 1000 Brussel, Ravensteinstraat, 60/28, niet verschijnende partij,

7. KUL-AFDELING UZ GASTHUISBERG (ADMINISTRATIE), schuldeiser, met zetel gevestigd te 3000 Leuven, Herestraat, 49, niet verschijnende partij,

8. FSMB, schuldeiser, met zetel gevestigd te 1000 Brussel, Zuidstraat, 111, niet verschijnende partij,

9. FIMASER, schuldeiser, met zetel gevestigd te 1000 Brussel, Anspachlaan, 1/13, niet verschijnende partij,

10. WINTERTHUR, schuldeiser, met zetel gevestigd te 1000 Brussel, Kunstlaan, 56,

11. MERCATOR VERZEKERINGEN, schuldeiser, met zetel gevestigd te 2018 Antwerpen, Desquinlei, 100, niet verschijnende partij,

12. VMW-VLAAMS BRABANT, schuldeiser, met zetel gevestigd te 3000 Leuven, Herbert Hooverplein, 23, niet verschijnende partij,

13. M.-S. T., schuldeiser, p/a Mevrouw M. D.,

niet verschijnende partij,

14. KBC BANK, schuldeiser, met zetel gevestigd te 3000 Leuven, Brusselsesteenweg, 100,

Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid:

- het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis van de Arbeidsrechtbank te Leuven van 10 november 2010 gekend onder het rolnummer 08/2165/B;

- het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie op 16 december 2010;

- de neergelegde besluiten;

- de voorgelegde stukken.

Gehoord de aanwezige partijen in hun middelen en beweringen op de openbare terechtzitting van 6 juni 2011, waarna de debatten gesloten werden, de zaak in beraad genomen werd en voor uitspraak werd vastgesteld op heden.

I. FEITEN EN RECHTSPLEGING.

1. Op 14 augustus 2005 legden de heer M. E. en mevrouw V. een verzoekschrift tot collectieve schuldenregeling neer, dat bij beschikking van de beslagrechter te Leuven van 20 september 2005 toelaatbaar werd verklaard.

Mtr. Johan Mommaerts werd als schuldbemiddelaar aangesteld.

Door de schuldbemiddelaar werden vier ontwerpen van minnelijke aanzuiveringregeling voorgesteld, waartegen telkens bezwaren werden ingebracht.

2. Tegen het laatste ontwerp van 22 april 2010 tekende de FOD Financiën- Ontvangkantoor Leuven 2 bezwaar aan op 3 mei 2010 wat betreft het hierna te bespreken onderdeel.

Als gevolg van het overlijden van de vader van de heer M., werd deze deelgenoot met 1/6 naakte eigendom in de woning, gelegen te (...) bewoond door zijn moeder, die het vruchtgebruik heeft.

Met het oog op de aanzuivering van de eigen schulden van de heer M., stelt de schuldbemiddelaar voor om het onverdeeld aandeel in de nalatenschap van zijn vader te gelde te maken en de beschikbare gelden pondspondsgewijs tussen de eigen schuldeisers van de heer M. te verdelen.

3. Het bezwaar van de FOD Financiën hield in dat bij de verdeling van de activa de wettige redenen van voorrang moeten worden gerespecteerd. Aangezien de fiscus de enige bevoorrechte schuldeiser is, wil zij maar instemmen met een regeling die voorziet in de integrale betaling van de fiscale schulden.

4. Op 8 september 2010 legde de schuldbemiddelaar een proces-verbaal van gebrek aan akkoord neer, waarbij hij vraagt dat met toepassing van de theorie van het rechtsmisbruik de minnelijke aanzuiveringregeling zou worden gehomologeerd, ofwel dat een gerechtelijke aanzuiveringregeling wordt opgelegd.

5. Bij vonnis van 10 november 2010 besliste de arbeidsrechtbank te Leuven dat het bezwaar van de fiscus niet toeliet om de theorie van het rechtsmisbruik toe te passen, zodat een gerechtelijke aanzuiveringregeling in overeenstemming met artikel 1675/13 Ger. W. werd opgelegd.

Hierbij werd aan de schuldbemiddelaar opdracht gegeven tot pondspondsgewijze uitbetaling van het bedrag van euro 30.000 aan de schuldeisers.

Hierna werd de procedure collectieve schuldenregeling in hoofde van mevrouw V. beëindigd.

Aan de heer M. werd een gerechtelijke aanzuiveringregeling opgelegd voor de duur van vijf jaar, waarbij onder meer machtiging werd verleend aan de schuldbemiddelaar om namens de heer M. de verkoop van het onroerend goed, gelegen te (...) te benaarstigen, dat deel uitmaakt van het onverdeeld aandeel in de nalatenschap van zijn vader.

De verkoop zal plaatsvinden in overeenstemming met artikel 1675/14 bis Ger. W., waarbij de instrumenterende notaris, na betaling van de hypothecaire en bijzonder bevoorrechte schuldeisers, de prijs en het toebehoren van het aandeel van de heer M. overmaakt aan de schuldbemiddelaar, die zorgt voor de pondspondsgewijze verdeling van het ontvangen saldo.

Indien het onverdeeld aandeel van de heer M. tijdens de procedure zou blijken onverkoopbaar te zijn ingevolge het vruchtgebruik van de langstlevende ouder, dan zal bij het einde van de procedure zijn aandeel het voorwerp uitmaken van een schatting en zal ten bedrage van dit bedrag geen kwijtschelding verleend worden.

6. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 16 december 2010, tekende de FOD Financiën hoger beroep aan en hernam haar bezwaar.

Zij vraagt dat de verdeling van de verkoopopbrengst van het onverdeeld aandeel van de heer M. in de ouderlijke woning plaats heeft met in acht name van de gelijkheid van de schuldeisers onverminderd de wettige redenen van voorrang waaronder het bij de art. 422 en 423 WIB/92 ingestelde voorrecht van de schatkist en dat , indien het onverdeeld aandeel tijdens de procedure onverkoopbaar zou zijn ingevolge het vruchtgebruik van de langstlevende ouder, geen kwijtschelding wordt verleend van de fiscale schuld in de collectieve regeling ten belope van het geschatte bedrag waarop het algemeen voorrecht van de schatkist uitwerking heeft.

II. BEOORDELING.

1. Het hoger beroep werd tijdig ingesteld; hierover is geen betwisting; ook aan de andere ontvankelijkheidvoorwaarden werd voldaan, wat evenmin wordt betwist, zodat het hoger beroep toelaatbaar is.

2. Bij de gerechtelijke aanzuiveringregeling zonder kwijtschelding in de zin van artikel 1675/13 Ger. W. worden de tegeldemaking van de goederen en de verdeling van de afhoudingen van de lopende inkomsten als twee afzonderlijke zaken beschouwd, met als gevolg een verschillende behandeling van de bevoorrechte schuldeisers:

- bij de verdeling na de tegeldemaking van goederen moet rekening worden gehouden met de wettige redenen van voorrang

- bij de verdeling van de beschikbare lopende inkomsten geldt de gelijkheid van de schuldeisers ( Cass., 4 november 2005, Pas. 2005, I, 2123; RW 2007-08, 950; Cass., 31 mei 2001, Arr. Cass. 2001, 1051 met conclusie Openbaar Ministerie; Cass., 22 juni 2001, Arr. Cass. 2001, 1267 met conclusie Openbaar Ministerie; RW 2001-02,599 met noot De Wilde A).

3. Aldus werd artikel 1675/7 §1 derde lid Ger. W. als volgt aangevuld door artikel 7, eerste lid van de wet van 13 december 2005 (BS 21 december 2005)

De gevolgen van de overdrachten van schuldvordering worden geschorst tot het einde, de verwerping of de herroeping van de aanzuiveringregeling.

Op dezelfde wijze, behalve ingeval van tegeldemaking van het vermogen, worden de gevolgen van de zakelijke zekerheden en van de voorrechten geschorst tot het einde, de verwerping of de herroeping van de aanzuiveringregeling.

4. Hieruit vloeit voort dat appellante zich terecht beroept op artikel 422 en 423 WIB92 waardoor de aanslagen algemeen bevoorrecht zijn op de inkomsten en op de roerende goederen van de belastingschuldige.

Dit bevoorrecht karakter wordt miskend door de beslissing tot pondspondsgewijze verdeling van het ontvangen saldo in verband met de toegelaten verkoop van het onroerend goed dat deel uitmaakt van het onverdeeld aandeel van de heer M. in de nalatenschap van wijlen zijn vader.

Het beperkt hoger beroep is dan ook gegrond.

OM DEZE REDENEN

HET ARBEIDSHOF

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24,

Rechtsprekend t.a.v. van appellant, de schuldenaars, de schuldbemiddelaar en EUROPABANK, en bij verstek t.a.v. de andere schuldeisers,

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond.

Bevestigt het bestreden vonnis, met die wijziging dat de schuldbemiddelaar na ontvangst van de prijs en het toebehoren van het aandeel van verzoeker, tot de verdeling zal overgaan met in acht name van de gelijkheid van de schuldeisers onverminderd de wettige redenen van voorrang waaronder het bij de artikelen 422 en 423 WIB92 ingestelde voorrecht van de schatkist en dat ingeval van onverkoopbaarheid van het onverdeeld aandeel geen kwijtschelding zal worden verleend ten belope van het geschatte bedrag waarbij eveneens het algemeen voorrecht van de schatkist in aanmerking dient te worden genomen.

Kosteloze procedure.

Aldus gewezen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 11de Kamer van het Arbeidshof te Brussel op 20 juni 2011, waar aanwezig waren:

De Heer L. LENAERTS, Raadsheer,

Mevrouw L. HERREGODTS, Griffier.

L. HERREGODTS, L. LENAERTS.

Mots libres

  • SCHULDOVERLAST.