- Arrêt du 24 juin 2011

24/06/2011 - 2010/AB/00931

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

De betekening van de dringende reden tewerkgesteld in het Nederlandstalig taalgebied in het Frans heeft geen uitwerking.

Hieraan wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat artikel 10 vijfde lid ook bepaalt dat de nietigheid geen nadeel kan berokkenen aan de werknemer, omdat door de nietigheid de arbeidsovereenkomst blijft voortbestaan.

De vraag rijst dan ook op welke wijze de overeenkomst tussen partijen wel een einde heeft genomen.


Arrêt - Texte intégral

rep.nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

OPENBARE TERECHTZITTING VAN 24 JUNI 2011

3 e KAMER

ARBEIDSRECHT - arbeidsovereenkomst bediende

tegensprekelijk

gedeeltelijk definitief + bijzondere rol

In de zaak:

IDAC NV, met maatschappelijke zetel te

1180 BRUSSEL, Waterloosesteenweg, 1605,

appellante,

vertegenwoordigd door mr. VODDERIE Annelies en mr. FICHER Ivan loco mr. DEMEZ Gilbert, advocaat te 1030 BRUSSEL, Wijnheuvelenstraat, 227.

Tegen:

B. PH. , wonende te [xxx],

geïntimeerde,

verschijnend in persoon en bijgestaan door mr. LACOMBE Sylvie, advocaat te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 149 Bus 20.

***

*

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit:

Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid:

- het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op tegenspraak op 28 juni 2010 door de arbeidsrechtbank te Brussel, 23e kamer (A.R. 8173/09).

- het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 8 oktober 2010;

- de conclusie en syntheseconclusie voor de appellante neergelegd ter griffie, respectievelijk op 31 januari 2011 en 4 juni 2011,

- de conclusie en syntheseconclusie voor de geïntimeerde neergelegd ter griffie, respectievelijk op 16 december 2010 en 4 mei 2011;

- de voorgelegde stukken;

De partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 3 juni 2011, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden.

***

*

I. FEITEN EN RECHTSPLEGING

1. De heer B. Ph. was sinds 15 november 1983 in dienst van de N.V. IDAC als administratief en financieel verantwoordelijke; hij was tewerkgesteld op de exploitatiezetel te Sint Pieters Leeuw.

Op 26 maart 2009 vond er op de exploitatiezetel een vergadering plaats met een bespreking over onjuistheden in de inventaris, zoals opgenomen in de jaarrekeningen van de vennootschap.

Na deze vergadering heeft IDAC de arbeidsovereenkomst met ingang van 27 maart 2009 beëindigd wegens dringende reden, maar dit werd hem meegedeeld in een Franstalige brief.

Op 30 maart 2009 deed gerechtsdeurwaarder Moreels de betekening van de dringende reden; ook deze stukken werden opgesteld in de Franse taal.

2. Door middel van een Franstalige brief van 7 april 2009 en een Nederlandstalige van 15 april 2009 betwist de heer B. Ph. via zijn raadslieden de geldigheid van dit ontslag wegens strijdigheid met de taalwetgeving en hij vorderde een opzeggingsvergoeding van 26 maanden of euro 112.085,44, samen met een vergoeding wegens rechtsmisbruik van euro 35.000.

IDAC betwistte op haar beurt dit standpunt via een niet vertrouwelijke brief van haar raadsman van 20 april 2009, eveneens in de Franse taal.

3. Op 8 juni 2009 legde de heer B. Ph. een tegensprekelijk verzoekschrift neer op de griffie van de arbeidsrechtbank te Brussel en hij vorderde lastens zijn werkgever betaling van:

- een opzeggingsvergoeding van 26 maanden of euro 112.085,44

- een pro rata eindejaarspremie van euro 805,97

- een provisionele schadevergoeding wegens misbruik van ontslagrecht van euro 35.000

(wat betreft dit laatste onderdeel vroeg hij in ondergeschikte orde de opschorting van de vordering tot na afloop van de strafrechtelijke procedure)

meer de wettelijke intresten op bruto;

en veroordeling tot het aanbieden van een outplacement in overeenstemming met de CAO 82 van de NAR, binnen de 15 dagen na de uitspraak en bij gebreke hieraan, in verbeurte van een dwangsom van euro 50 per dag vertraging;

hij vroeg tevens afgifte van de aangepaste sociale en fiscale bescheiden, eveneens onder verbeurte van een dwangsom en betaling van de gerechtelijke intresten en de kosten.

4. Bij vonnis van de arbeidsrechtbank te Brussel van 28 juni 2010 werd de vordering met betrekking tot de opzeggingsvergoeding en de pro rata eindejaarspremie en met betrekking tot het aanbod van outplacement en de afgifte van de aangepaste sociale en fiscale documenten ontvankelijk en gegrond verklaard, behalve wat betreft de dwangsom voor de afgifte van de documenten; wat betreft de vordering tot vergoeding wegens misbruik van ontslagrecht werd de zaak naar de rol verzonden.

5. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op acht oktober 2010, tekende IDAC hoger beroep aan en vroeg dat de oorspronkelijke vordering zou worden afgewezen als zijnde ongegrond met veroordeling van de heer B. Ph. tot de kosten.

II. BEOORDELING.

1. Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hogere beroep tijdig werd ingesteld. Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Het is daardoor ontvankelijk.

Het Taaldecreet van 19 juni 1973

2. Artikel 1 van dit decreet zegt dat het van toepassing is op de natuurlijke personen en rechtspersonen die een exploitatiezetel in het Nederlandse taalgebied hebben.

Artikel 2 bepaalt dat de te gebruiken taal voor de sociale betrekkingen tussen werkgevers en de werknemers, alsmede voor de wettelijk voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen, het Nederlands is.

In overeenstemming met artikel 3 omvatten de sociale betrekkingen zowel de mondelinge als schriftelijke individuele en collectieve contacten tussen de werkgevers en de werknemers, die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de tewerkstelling.

Het Hof van Cassatie bevestigde in een arrest van 11 juni 1979 dat het taaldecreet vereist dat de rechtspersoon, werkgever, gevestigd in het Nederlands taalgebied, uitsluitend het Nederlands gebruikt ook voor de aanzegging van de dringende reden (Cass. 11 juni 1979, RW 1979-80, 1129).

3. Er is geen betwisting tussen partijen dat de heer B. Ph. verbonden was aan de exploitatiezetel van IDAC te Sint Pieters Leeuw, dat in het Nederlandse taalgebied is gelegen. Hierdoor is het taaldecreet van toepassing.

4. Artikel 10 van het decreet bepaalt dat de stukken of handelingen, die in strijd met de bepalingen van dit decreet zijn, nietig zijn.

De nietigheid wordt ambtshalve door de rechter vastgesteld.

Het betreft dus een absolute nietigheid, die ex tunc geldt, zodat de stukken die in strijd met het decreet worden opgesteld, geacht worden nooit te hebben bestaan.

De rechter mag er geen acht op slaan en mag geen rekening houden met de inhoud ervan. Dit betreft eveneens de wilsuiting ( Cass. 31 januari 1978, TSR 1978, 329).

De opheffing van de nietigheid door de vervanging van het in de verkeerde taal gestelde stuk, heeft slechts uitwerking vanaf de indiening van het vervangende stuk ter griffie van de arbeidsrechtbank (Cass. 8 februari 1982, Arr. Cass. 1981-82, 738).

5. Hieruit volgt dat de betekening van de dringende reden in het Frans geen uitwerking heeft.

Hieraan wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat artikel 10 vijfde lid ook bepaalt dat de nietigheid geen nadeel kan berokkenen aan de werknemer, omdat door de nietigheid de arbeidsovereenkomst blijft voortbestaan (vgl. K. Salomez, De rechtspositie van de ontslagmacht naar Belgisch arbeidsrecht, ICA, Die Keure, 2004, 34).

De vraag rijst dan ook op welke wijze de overeenkomst tussen partijen wel een einde heeft genomen (Arbh. Brussel 1 juni 2010, JTT 2010, 390).

6. IDAC ontkent niet dat zij na de bespreking van 26 maart 2009 en het nietige ontslag de sleutels van de onderneming aan de heer B. Ph. heeft teruggevraagd, die deze vervolgens heeft overhandigd; betrokkene diende ook zijn persoonlijke effecten te verzamelen en uit de werkplaats te verwijderen.

Terecht stelt de heer B. Ph. dat het overhandigen van de sleutels en het leegmaken van zijn persoonlijke werkpost gebeurt zonder dat daarvoor enige taal nodig is. Hij deed dit als gevolg van een bevel van zijn werkgever, waaraan hij diende te voldoen omdat zijn arbeidsovereenkomst door de nietigheid van het ontslag nog voortduurde. Hierdoor valt dit bevel niet samen met het ontslag om dringende reden. Zelfs indien dit bevel in het Frans zou zijn gegeven, dan mag de werknemer zich hierop beroepen, omdat hem anders insubordinatie zou kunnen worden verweten.

De nietigheid van het bevel mag hem ingevolge artikel 10, vijfde lid van het taaldecreet geen nadeel bezorgen

De heer B. Ph. beschouwde dit als een eenzijdige beëindiging van de arbeids-overeenkomst, omdat hij op definitieve wijze niet langer in de mogelijkheid werd gesteld om zijn arbeidsprestaties te leveren, waardoor de werkgever zijn plicht tot arbeidsverschaffing niet nakwam.

IDAC bevestigde overigens haar ontslagbeslissing van 26 maart 2009 in haar strafklacht met burgerlijke partijstelling.

De wil tot beëindiging van IDAC staat dan ook vast.

7. Hieruit vloeit voort dat de heer B. Ph. terecht aanspraak maakt op een opzeggingsvergoeding en op een pro rata eindejaarspremie.

8. De opzeggingstermijn bij toepassing van artikel 82 § 3 van de arbeidsovereen-komstenwet wordt door de rechter bepaald met inachtneming van de op het tijdstip van de kennisgeving van beëindiging van een overeenkomst bestaande kans om een gelijkwaardige betrekking te vinden en dit rekening houdend met de anciënniteit, de leeftijd van de werknemer, de uitgeoefende functie en het loon volgens de gegevens eigen aan de zaak (Cass., 8 september 1980, Arr. Cass., 1980-1981, 17; Cass., 17 september 1975, T.S.R. 1976, 14; Cass., 3 februari 1986, J.T.T. 1987, 58; Cass., 4 februari 1991, R.W. 1990-1991, 1407) en met inachtneming van de wederzijdse belangen van partijen (Cass., 19 januari 1977, Arr. Cass. 1977,5 161; Cass., 9 mei 1994, Soc. Kron. 1994,2 153).

Rekening houdend met de anciënniteit van meer dan 25 jaar, de leeftijd van meer dan 58 jaar, de verantwoordelijke functie en het jaarloon van euro 51.731,74, samen met de gegevens eigen aan de zaak, heeft de eerste rechter de kans voor de heer B. Ph. om spoedig een gelijkwaardige betrekking te vinden correct geraamd op 26 maanden.

Een knelpuntberoep voor iemand met een leeftijd van 58 jaar geeft geen garantie om op zeer korte termijn hierin een nieuwe en gelijkwaardige betrekking te vinden. Bovendien was de heer B. Ph.e meer dan boekhouder; hij had de functie van administratief en financiële verantwoordelijke.

Een opzeggingsvergoeding kan niet worden verminderd omwille van de houding van de werknemer en zijn eventuele tekortkomingen ( Cass. 22 juni 1977, JTT 1978, zes; Cas 23 februari 1987, JTT 1987, 265).

In overeenstemming met de CAO 82 van de NAR maakt de heer B. Ph. tevens terecht aanspraak op een outplacementaanbod; de dwangsom kan echter pas verbeurd worden na de betekening van de uitspraak.

Tevens heeft de heer B. Ph. recht op afgifte van de aangepaste sociale en fiscale bescheiden.

Hieruit volgt dat het hoger beroep grotendeels ongegrond is.

Rechtsmisbruik

9. Als gevolg van de devolutieve kracht van het hoger beroep, trekt het hof dit onderdeel van de vordering aan zich, maar er kan slechts over dit gedeelte uitspraak worden gedaan wanneer er een definitieve uitspraak zal zijn in verband met de strafklacht met burgerlijke partijstelling.

Dit onderdeel dient aldus naar de bijzondere rol te worden verzonden.

OM DEZE REDENEN

HET ARBEIDSHOF

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24,

Recht sprekend op tegenspraak,

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk, doch grotendeels ongegrond.

Bevestigt het bestreden vonnis, met dien verstande dat bij gebreke aan het aanbieden van outplacement, de door de eerste rechter opgelegde dwangsom slechts kan worden verbeurd na 15 dagen na de betekening van de uitspraak dienaangaande;

Trekt de betwisting in verband met het misbruik van ontslagrecht aan zich ingevolge de devolutieve kracht van het hoger beroep, maar verzendt de behandeling van dit onderdeel naar de bijzondere rol.

Kosten aan te houden.

Aldus gewezen en ondertekend door de derde kamer van het Arbeidshof te Brussel, samengesteld uit:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

Marcel VAN AKEN, raadsheer in sociale zaken, werkgever,

Steven MARCHAND, raadsheer in sociale zaken, werknemer-bediende,

bijgestaan door :

Linda HERREGODTS, griffier.

Lieven LENAERTS, Linda HERREGODTS,

Marcel VAN AKEN, Steven MARCHAND.

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van vrijdag 24 juni 2011 door:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

bijgestaan door

Linda HERREGODTS, griffier.

Lieven LENAERTS, Linda HERREGODTS,

Mots libres

  • RECHTSWETENSCHAP

  • RECHT

  • WETGEVING

  • DECRETEN

  • Taaldecreet van 19 juni 1973.