- Arrêt du 5 décembre 2011

05/12/2011 - 2011/AB/00184

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Wanneer de arbeidsrechtbank op basis van rechtsmisbruik het bezwaar van de schuldenaar tegen het ontwerp van minnelijke aanzuiveringregeling terzijde schuift en overgaat tot homologatie van het plan, dan dient de beoordeling van dit rechtsmisbruik tegensprekelijk te gebeuren, zodat de schuldenaar zich hiertegen kan verdedigen.


Arrêt - Texte intégral

Rep.Nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

OPENBARE TERECHTZITTING VAN 5 DECEMBER 2011.

11e KAMER

Collectieve Schuldenregeling

Op tegenspraak t.o.v. appellante en de schuldbemiddelaar en bij verstek t.o.v. de schuldenaars

Definitief

In de zaak:

DE N.V. CITIBANK, schuldeiser, met zetel gevestigd te 1050 Brussel, Generaal Jacqueslaan, 263g, rpr Brussel 0401.517147,

Appellante, vertegenwoordigd door Mter J. Hermans, advocaat te 2180 Ekeren;

Tegen :

De Heer V. J. en Mevrouw V. M., schuldenaars,

Geïntimeerden, niet verschijnend noch vertegenwoordigd;

Mede inzake :

Mter Raf DENEEF, schuldbemiddelaar met kantoor gevestigd te 3290 Diest, Engelandstraat, 61 voor wie optreedt Mter D. Els;

Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid:

- de beschikking gewezen in de Raadkamer door de Arbeidsrechtbank

van Leuven dd. 20 januari 2011, 10/149/B;

- het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het

Arbeidshof te Brussel op 21 februari 2011;

- de besluiten van de schuldbemiddelaar neergelegd ter griffie van dit Hof op

30 juni 2011;

- de voorgelegde stukken;

Gehoord de aanwezige partijen in hun middelen en beweringen op de openbare terechtzitting van 7 november 2011, waarna de debatten gesloten werden, de zaak in beraad genomen werd en voor uitspraak werd gesteld op heden.

I. FEITEN EN RECHTSPLEGING.

1. Bij beschikking van 21 mei 2010 van de arbeidsrechtbank te Leuven werd het verzoek van de heer V. J. en mevrouw V. M. om toegelaten te worden tot de collectieve schuldenregeling ontvankelijk verklaard.

Mtr. Raf De Neef werd aangesteld als schuldbemiddelaar.

2. Op 2 augustus 2010 verzond de schuldbemiddelaar een ontwerp van minnelijke aanzuiveringregeling naar de schuldeisers.

Het plan voorzag in een duurtijd van 6 jaar en weerhield een minimum leefgeld voor de betrokkenen van euro 1.050 per maand. Wanneer het inkomen meer dan euro 1.100/maand zou bedragen, werd een getrapt systeem van inhoudingen voorzien waardoor per bijkomende schijf van euro 100 inkomen telkens euro 50 werd ingehouden.

3. Op 5 augustus 2010 tekende de N.V. Citibank, de enige schuldeiser, bezwaar aan, omdat zij niet akkoord ging met de duurtijd van 6 jaar en omdat ze eveneens de inhoudingen te beperkt vond.

4. Op 8 november 2010 legde de schuldbemiddelaar zijn ontwerp van minnelijke aanzuiveringregeling neer en hij vroeg de homologatie, omdat de bezwaren van Citibank volgens hem rechtsmisbruik uitmaakten.

Op 6 december 2010 vroeg de arbeidsrechtbank aan de schuldbemiddelaar nadere toelichting over de argumentatie in verband met het rechtsmisbruik, waarop de schuldbemiddelaar bij brief van 15 december 2010 antwoordde.

In essentie riep hij in dat de lening van Citibank de vroegere schulden, daterend van de periode 2000-2002, herschikte en hij legde uit op basis waarvan hij zijn plan had voorgesteld. Hij wees erop dat het basisleefgeld van euro 1.050/maand voor twee personen laag was en dat een verdere verlaging tot gevolg zou hebben dat de schuldenaars hun vaste kosten niet meer zouden kunnen betalen. Tevens wees hij erop dat op 14 december 2010 de moeder van mevrouw V. overleden was, die eigenares was van een woning te Diest. Deze woning diende in het kader van de vereffening en verdeling van de nalatenschap te worden verkocht en het liet zich aanzien dat hierdoor alle schulden van de betrokkenen zouden kunnen worden afbetaald. In die zin drong hij aan op de voorlopige homologatie van de voorgestelde aanzuiveringregeling.

5. Bij beschikking van 20 januari 2011 van de arbeidsrechtbank te Leuven werd het bezwaar van Citibank gekwalificeerd als rechtsmisbruik en werd het ontwerp van minnelijke aanzuiveringregeling gehomologeerd.

6. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 21 februari 2011, tekende Citibank hoger beroep aan. Zij preciseerde dat het rechtsmisbruik werd weerhouden zonder dat er opzichtens haar tegenspraak was geweest en zij hernam de redenen van haar bezwaar, zoals ingediend bij de schuldbemiddelaar.

II. BEOORDELING.

1.Het hoger beroep van Citibank werd tijdig ingesteld en voldoet aan de ontvankelijkheidvereisten, wat overigens niet wordt betwist, zodat het hoger beroep ontvankelijk kan worden verklaard.

Tegenspraak bij beoordeling rechtsmisbruik

2. In essentie beoogt Citibank een recht van verdediging te bekomen ten aanzien van de stellingname van de schuldbemiddelaar dat haar bezwaar tegen zijn ontwerp van minnelijke aanzuiveringregeling rechtsmisbruik uitmaakte.

Door op 8 november 2010 met verwijzing naar rechtsmisbruik de homologatie van de minnelijke aanzuivering te vragen ongeacht het bezwaar van Citibank stelt de schuldbemiddelaar een juridische vordering tegen haar. De schuldbemiddelaar roept rechtsmisbruik in ten aanzien van Citibank.

Zijn standpunt werd in de beschikking van de eerste rechter aanvaard.

Op basis van het beginsel van de tegenspraak had Citibank het recht zich hiertegen te verdedigen. Dit beginsel wordt door het Europees Hof van de Rechten van de Mens beschouwd als een inherent onderdeel van een recht op een eerlijk proces ( EHRM 9 december 1994, Publ. 1995, Serie A, 301-B; EHRM 22 februari 1996, ov 47, R.T.D.H., 1996, 627 noot P. Martens); het beginsel van de wapengelijkheid en de tegenspraak wordt door het Hof van Cassatie erkend als een algemeen rechtsbeginsel (Cass., 22 maart 1993, Arr. Cass. 1993, 316; Cass., 19 januari 1994, Arr. Cass. 1994, 75; zie ook M. Storme, Algemene beginselen van behoorlijke procesvoering in M. Van Hoecke, Algemene rechtsbeginselen, Antwerpen 1991, (159), 178).

De eerste rechter verwijst voor het aanvaarden van rechtsmisbruik naar B. Wylleman en E. Van Acker, Praktische gids voor schuldbemiddelaars, 2006, 309; in de door deze auteurs aangehaalde rechtspraak werd de beoordeling van rechtsmisbruik telkens tegensprekelijk behandeld.

3. Door huidig hoger beroep bekomt Citibank het recht op tegensprekelijke behandeling en wordt het geschil zelf bij de rechter in hoger beroep aanhangig.

Rechtsmisbruik bij bezwaar tegen minnelijk aanzuiveringvoorstel

4. In overeenstemming met de hierboven aangehaalde rechtsleer kan de weigering van een instemming met een voorstel van minnelijke aanzuiveringregeling rechtsmisbruik uitmaken en kan de rechter het voorstel homologeren bij wijze van sanctie van het rechtsmisbruik (zie in dezelfde zin P.Dauw, Topics van de collectieve schuldenregeling, p. 46, nr. 70).

5. Rechtsmisbruik is aanwezig, wanneer een recht wordt uitgeoefend op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de uitoefening van dat recht door een voorzichtig en bezorgd persoon. Het begrip kennelijk wijst erop dat de rechter slechts een marginaal toetsingsrecht heeft.

In overeenstemming met de door de rechtspraak van het Hof van Cassatie ontwikkelde criteria voor de beoordeling van het rechtsmisbruik, kan er sprake van rechtsmisbruik zijn, wanneer het recht wordt uitgeoefend zonder enig nut voor de titularis van het recht of wanneer de titularis zijn recht op verscheidene wijzen kan uitoefenen en hij kiest voor de voor derden meest nadelige wijze van uitoefening (P.Dauw, Topics van de collectieve schuldenregeling, p. 46, nr. 71).

6. In de toelichting van de schuldbemiddelaar van 16 december 2010 en in de bestreden beschikking wordt reeds aangegeven dat door het openvallen van de nalatenschap van de moeder van mevrouw V. , overleden op 14 december 2010, zij deelgerechtigd zal worden in de opbrengst van de verkoop van de woning van haar moeder. Hierdoor laat het zich aanzien dat de volledige schuld van Citibank zal kunnen worden voldaan, zodat zelfs vroegtijdig een einde zal kunnen worden gesteld aan de collectieve schuldenregeling.

7. Citibank brengt geen relevante inhoudelijke argumenten aan tegen de beoordeling van de eerste rechter.

Citibank betwist immers niet dat de heer V. ondertussen voltijds werkt, zodat de voorgestelde regeling meebrengt dat er nu maandelijks euro 450 kan worden ingehouden. Eveneens weet zij, dat gelet op het aandeel van mevrouw V. in de vereffening en verdeling van de nalatenschap van haar moeder, het zich laat aanzien dat haar integrale schuldvordering zal kunnen worden voldaan. De argumenten die zij in haar bezwaar liet gelden, zijn dan ook volledig achterhaald, zodat er geen enkele reële reden is om te blijven aandringen op een verlenging van de duurtijd.

Het handhaven van deze argumentatie is dan ook kennelijk onredelijk, zodat de eerste rechter terecht vastgesteld heeft dat Citibank op een abnormale wijze misbruik van haar recht heeft gemaakt. Terecht dient met de bezwaren van Citibank in deze omstandigheden geen rekening te worden gehouden.

De beschikking van de eerste rechter dient te worden bevestigd en het hoger beroep is ongegrond.

OM DEZE REDENEN,

HET ARBEIDSHOF,

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24,

Recht doende op tegenspraak ten aanzien van Citibank en de schuldbemiddelaar en bij verstek ten aanzien van de schuldenaars,

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk, doch ongegrond, zodat de bestreden beschikking bevestigd blijft.

Kosteloze procedure.

Aldus gewezen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 11de Kamer van het Arbeidshof te Brussel op 5 december 2011, waar aanwezig waren:

De Heer L. LENAERTS, Raadsheer,

Mevrouw L. HERREGODTS, Griffier.

L. HERREGODTS, L. LENAERTS.

Mots libres

  • Schuldoverlast

  • Art 1675/10 Ger. W. -Minnelijke aanzuivering

  • Beoordeling rechtsmisbruik bij bezwaar

  • Tegensprekelijke behandeling