- Arrêt du 16 décembre 2011

16/12/2011 - 2011/AB/89

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Wanneer een bediende de overdracht van verslagen manipuleert om zijn resultaten beter voor te stellen, maakt hij zich schuldig aan een ernstige tekortkoming die als dringende reden dient te worden beschouwd.


Arrêt - Texte intégral

rep.nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

OPENBARE TERECHTZITTING VAN 16 DECEMBER 2011

3 e KAMER

ARBEIDSRECHT - arbeidsovereenkomst bediende

tegensprekelijk

definitief

In de zaak:

AXA BELGIUM NV, met maatschappelijke zetel te

1170 BRUSSEL, Vorstlaan, 25,

appellante,

vertegenwoordigd door mr. HOLVOET Marie, advocaat te 1160 BRUSSEL, Vorstlaan 280.

Tegen:

V. F.,

geïntimeerde,

verschijnend in persoon en bijgestaan door mr. CLEREBAUT Karlien loco mr. BLANPAIN Bruno, advocaat te 1150 BRUSSEL, Tervurenlaan 270.

***

*

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit:

Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid:

- het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op tegenspraak op 6 december 2010 door de arbeidsrechtbank te Brussel, 23e kamer (A.R. 09/5496).

- het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 31 januari 2011;

- de conclusie en de syntheseconclusie voor de appellante neergelegd ter griffie, respectievelijk op 29 juni 2011 en 1 september 2011,

- de conclusie en de aanvullende conclusie voor de geïntimeerde neergelegd ter griffie, respectievelijk op 2 mei 2011 en 1 augustus 2011;

- de voorgelegde stukken;

De partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 18 november 2011, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden.

***

*

I. FEITEN EN RECHTSPLEGING

1. Op 13 december 1990 ondertekenden de heer F. V. en de NV Royal Belge (rechtsvoorganger van de N.V. AXA Belgium, hierna verder aangeduid als AXA) een arbeidsovereenkomst voor bediende van bepaalde tijd (1 januari 1991 tot 31 december 1991). Op 12 november 1991 werd deze overeenkomst omgezet in een arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd.

Op 1 augustus 1995 werd de heer V. bevorderd tot bestuursinspecteur. In deze functie voerde hij expertiseopdrachten uit bij schadegevallen.

De heer V. werd in deze functie jaarlijks geëvalueerd en sinds het jaar 2004 waren deze evaluaties minder goed. In het kader van de opvolgings- en evolutiegesprekken werd voor het jaar 2007 een actieplan opgemaakt met de bedoeling verbetering te brengen in de voortdurende achterstand in de verslaggeving, in de dagelijkse opvolging en het dagelijks lezen van mails en in het behalen van de objectieven.

Bij de evaluatie van 3 maart 2008 ontving hij de score D., wat staat voor Beantwoordt aan de meeste vereisten van de functie. Verbetering van de prestatie is gewenst.

Op basis hiervan ontving hij een loonsaanpassing.

2. Na een verhoor op 22 april 2008 werd de heer V. op dezelfde datum ontslagen met dringende reden.

De dringende reden werd gepreciseerd in een aangetekende brief van 25 april 2008 met volgende inhoud:

Onze Claimdiensten hebben bij uw Team Manager een onderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek is gebleken dat u sedert november 2007 talrijke opdrachten volledig ten onrechte hebt aangegeven als beëindigd op een welbepaalde datum terwijl u uw expertiseverslag helemaal niet had ingeleverd.

Voor elke door u afgesloten opdracht werd de afsluitingsdatum (datum out), door uzelf ingebracht en bevestigd in het Winexpertsysteem - software voor beheer van opdrachten toegewezen aan experten -, afgetoetst aan de aanwezigheid van het expertiseverslag in de gegevensbank van de gescande documenten in de Claims-workflow. Het resultaat van dit onderzoek werd vervolgens afgetoetst met en bevestigd door de betrokken dossierbeheerders.

Tot onze grote verwondering werden volgende vaststellingen gedaan:

- Voor de maand februari 2008: 12 ontbrekende verslagen op 26 dossiers

- Voor de maand januari 2008: 18 ontbrekende verslagen op 24 dossiers

- Voor de maand december 2007: 14 ontbrekende verslagen van 14 dossiers

- Voor de maand november 2007: 10 ontbrekende verslagen op 25 dossiers

Het is u niet onbekend dat de opdracht van de door u uitgeoefende functie van expert uit twee fasen bestaat: enerzijds het onderzoek op het terrein en anderzijds de inlevering van een verslag met de beschrijving van het resultaat van uw onderzoek. De opdracht kan aldus enkel als afgehandeld beschouwd worden en als dusdanig aangegeven worden wanneer het verslag is ingeleverd.

U kende perfect de weerslag van de aangegeven afsluitdatum van de opdracht of datum out op de kwantitatieve resultaten (productiviteit) en kwalitatieve resultaten (termijnen) bij de beoordeling van de uitoefening van uw functie door uw managers.

Elke afgehandelde opdracht levert inderdaad punten op die toelaten het bereikte productiviteitsniveau te meten ten opzichte van de door de teammanager vastgestelde objectieven.

Tijdens het onderhoud van 22 april 2008 in het bijzijn van de verantwoordelijke van de Directie Human Ressources, hebt u op geen enkele ogenblik een geldige uitleg kunnen verschaffen over het door u toegepaste systeem van onrechtmatig uitschrijven van de opdracht.

U hebt duidelijk misbruik gemaakt van het vertrouwen dat uw hiërarchie in u stelde. Door uw manipulatie kreeg u ten onrechte een hogere waarderingsscore en als gevolg daarvan kreeg u ten onrechte een loonopslag.

Op geen enkel ogenblik hebt u uw Team Manager aangesproken over het niet kunnen opstellen van de verslagen, maar u hebt integendeel een systeem aangewend waarbij u bewust valse afsluitingsdatum hebt ingevoerd en bevestigd.

...

Op 24 april 2008 werd de syndicale delegatie van dit ontslag om dringende reden op de hoogte gebracht.

3. Op 7 mei 2008 betwistte de raadsman van de heer V. de dringende reden, zowel wat de vorm, de inhoud als de grondslag van het ontslag betrof.

Hij verklaarde dit nader in een schrijven van 31 maart 2009, waarin hij een opzeggingsvergoeding van 20 maanden vorderde, aangevuld met een vergoeding van 9 maanden als gevolg van de CAO van 9 november 1987 betreffende de vastheid van betrekking in de verzekeringssector, hetzij samen een bedrag van

euro 140.885,83.

Tevens maakte hij voorbehoud voor de afrekening van het vakantiegeld.

Bij antwoordschrijven van 6 april 2009 wees AXA deze aanspraken af.

4. Partijen kwamen dus niet tot overeenstemming, zodat de heer V. de N.V. AXA Belgium dagvaardde voor de arbeidsrechtbank te Brussel in betaling van:

- een opzeggingsvergoeding van 20 maanden of euro 97.162,64

- een beschermingsvergoeding van 9 maanden op grond van de CAO van 9 november 1987 betreffende de vastheid van betrekking in de verzekeringssector of

euro 43.723,19

meer de wettelijke en gerechtelijke intresten;

tevens vroeg hij afgifte van de aangepaste sociale en fiscale documenten onder verbeurte van een dwangsom;

Bovendien vroeg hij betaling van vertrekvakantiegeld 2008 en 2009 van euro 1 provisioneel, na de debatten op 13 september 2010 preciseerde de heer V. bij conclusie van 11 oktober 2010 dit onderdeel als volgt:

- aanvullende betaling saldo verlof bij uitdiensttreding van euro 1.668,36

- schadevergoeding wegens niet betalen van het overeengekomen loon van euro 1.115.

5. Bij vonnis van de arbeidsrechtbank te Brussel van 6 december 2010 werd de herformulering van de vordering bij conclusie van 11 oktober 2010 niet toelaatbaar verklaard en voor het overige werd de vordering ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard in de zin dat AXA veroordeeld werd tot betaling van een opzeggingsvergoeding van 17 maanden of euro 78.347,42 en een beschermings-vergoeding op grond van de CAO van 9 november 1987 betreffende de vastheid van betrekking in de verzekeringssector van euro 41.478,04, meer de intresten en de kosten. De vordering tot afgifte van een tewerkstellingsattest en een fiscale fiche was zonder voorwerp geworden en voor het overige werd de vordering afgewezen als ongegrond.

6. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 31 januari 2011 tekende AXA hoger beroep aan en vroeg dat de volledige vordering van de heer V. zou worden afgewezen als zijnde ongegrond.

De heer V. tekende incidenteel beroep aan en hernam zijn oorspronkelijke vordering, zoals gepreciseerd in zijn conclusie voor de eerste rechter van 11 oktober 2010.

II. BEOORDELING.

1. Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hogere beroep van de N.V. AXA Belgium tijdig werd ingesteld. Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Het is daardoor ontvankelijk. Hetzelfde geldt voor het incidenteel beroep.

De dringende reden.

De tijdigheid en de drie werkdagentermijn.

2. Op grond van artikel 35, 3° lid van de arbeidsovereenkomstenwet mag een ontslag om dringende reden niet meer worden gegeven, wanneer het feit ter rechtvaardiging ervan sedert ten minste drie werkdagen bekend is aan de partij die zich hierop beroept.

De termijn van 3 werkdagen begint te lopen vanaf het ogenblik waarop de partij die ontslag betekent, voldoende kennis heeft van de feiten (Cassatie, 23 mei 1973, JTT 1973, 212 en Cassatie, 11 januari 1993, JTT 1993, 58).

Deze termijn neemt slechts een aanvang, nadat degene die de bevoegdheid heeft om tot ontslag over te gaan, van de feiten kennis heeft gekregen (Cass. 24 juni 1996, R.Cass. 1997,35; Cass. 7 december 1998, R.W. 1999-2000, 848).

Een arrest waarin werd beslist dat een dringende reden laattijdig ter kennis werd gebracht, omdat de ontslagbevoegde partij de mogelijkheid had de verweten feiten eerder te kennen dan drie dagen voor het ontslag, werd door het Hof van Cassatie verbroken (Cass. 28 februari 1994, JTT 1994, 286; Cass. 14 mei 2001, JTT 2001, 390). De vereiste dat het bedrijf zo wordt ingericht dat de tot ontslag bevoegde persoon tijdig kennis krijgt van het als zwaarwichtig bedoelde feit, schendt eveneens artikel 35 derde lid van de arbeidsovereenkomstenwet (Cass. 13 mei 1991, JTT 1991, 324; Cass. 7 december 1998, JTT 1999, 149).

Het voorafgaand verhoor van de werknemer kan, ongeacht het resultaat en volgens de omstandigheden van de zaak, een maatregel vormen die de werkgever voldoende zekerheid geeft over het bestaan van een dringende reden tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst, inzonderheid voor haar eigen overtuiging en tevens tegenover de andere partij en het gerecht (Cass., 14 oktober 1996, JTT 1996, 500, noot; RW 1997-98 (verkort), 26).

Alleen de dringende reden waarvan kennis is gegeven binnen de drie werkdagen na het ontslag kan worden aangevoerd ter rechtvaardiging van het ontslag zonder opzegging of vóór het verstrijken van de termijn (art. 35, 4de lid arbeidsovereenkomstenwet).

Op grond van artikel 35 achtste lid van de arbeidsovereenkomstenwet moet de partij die een dringende reden inroept bewijzen dat zij de termijn van artikel 35 derde lid en vierde lid geëerbiedigd heeft.

Wanneer het arbeidsgerecht de tijdigheid van het ontslag om dringende redenen moet beoordelen, dient het alleen te onderzoeken of de aangevoerde kennis van het feit niet meer dan drie werkdagen bestond en doet het daarbij nog geen uitspraak over het bestaan van de feiten en het zwaarwichtig karakter ervan (cfr. Cassatie, 19 maart 2001, JTT 2001, 249).

3. Op goede gronden, die het hof onderschrijft, heeft de eerste rechter vastgesteld dat de heer R. wel de meerdere is van de heer V. , maar niet de tot ontslag bevoegde persoon. Dit waren de heren H. en L.

(lid van het uitvoerend comité verzekeringsverrichtingen P en KO) (vgl. Tekenbevoegdheid binnen de directie Human Resources 18 december 2006 - stuk 18 AXA).

Zij werden pas op vrijdag 18 april 2008 in kennis gesteld van de feiten, waarna de heer V. werd uitgenodigd voor een verhoor dat plaatsvond op dinsdag 22 april 2008, ook de datum van het ontslag.

Gelet op het vermoeden van manipulatie van het Winexpertsysteem vormde het verhoor een maatregel, die de werkgever voldoende zekerheid gaf over het bestaan van de dringende reden.

Na het ontslag van 22 april 2008 werden de redenen bij aangetekende brief van 25 april 2008 ter kennis gebracht, hetzij binnen de drie werkdagen.

Het ontslag en de precisering gebeurden dan ook tijdig.

De grond van de dringende reden.

4. Artikel 35 van de arbeidsovereenkomstenwet omschrijft de dringende reden als de ernstige tekortkoming die elke professionele samenwerking tussen de werkgever en de werknemer onmiddellijk onmogelijk maakt.

Hieruit volgt dat 3 voorwaarden cumulatief aanwezig moeten zijn:

- er moet een ernstige tekortkoming zijn van de werknemer,

- die elke professionele samenwerking onmogelijk maakt,

- en dit op een bijzondere manier met name onmiddellijk en definitief.

Artikel 35 laatste lid van de arbeidsovereenkomstenwet zegt dat de partij die een dringende reden inroept hiervan het bewijs dient te leveren.

Naast het foutief karakter zal de rechter dus tevens de ernst van de tekortkoming dienen te beoordelen (cfr. Mallie J., noot onder Arbh. Brussel, 20.6.1980, T.S.R. 1981,41).

Bij de beoordeling van een dringende reden dient uiteraard rekening te worden gehouden met de omstandigheden eigen aan de zaak. Het feit dat het ontslag om dringende reden rechtvaardigt, is immers het feit met inachtneming van alle omstandigheden die het feit het karakter van een zwaarwichtig motief geven (Cass., 13 december 1982, Arr. Cass., 1982-1983, 504; Cass., 16 juni 1971, JTT 1972, 37; Cass., 23 mei 1973, JTT 1973, 212).

5. Uit de evaluatie- en opvolgingsgesprekken blijkt dat de functionering van de heer V. niet optimaal was en dat hij werd opgevolgd, onder meer in verband met het tijdig inleveren van zijn expertiseverslagen.

Dit blijkt onder meer uit het actieplan 2007, waarin in verband met de HUIDIGE SITUATIE werd gewezen op Voortdurend achterstand in verslaggeving en waarbij in verband met de VERWACHTE SITUATIE werd aangegeven Dossiers afsluiten op kortere termijn.

Hieruit blijkt alleszins dat de verslaggeving voorafging aan het afsluiten van het dossier. Overigens werd de heer V. er reeds op 21 mei 2003 op gewezen dat de omgekeerde werkwijze niet correct was, daar de verslagen binnen de 48 uur dienen te worden ingebracht (stuk 2 van de heer V. , bevestigd door de functieomschrijving, p. 6 -stuk 4 AXA) het feit dat deze volgorde niet uitdrukkelijk vermeld wordt in het Vademecum WinExpert 2.6 doet daaraan geen afbreuk.

In hetzelfde actieplan wordt in verband met TE ONDERNEMEN ACTIES aangegeven Dagelijks historieken invullen in WinExpert. In de kolom DOOR WIE? wordt aangegeven dat dit actiepunt moet gerealiseerd worden door de heer V. en bij de MIDDELEN wordt nogmaals vermeld dat dit moet gebeuren via WinExpert.

6. In de aangetekende brief van 25 april 2008 wordt opgave gedaan van de door de heer V. afgesloten dossiers waarin een zeer groot aantal verslagen ontbreken; voor de maand december 2007 ontbreken zelfs alle verslagen.

AXA toont de juistheid van deze lijst aan door haar stuk 16, dat niet wordt betwist.

In randnummer 37 van zijn aanvullende beroepsconclusie van 1 augustus 2011 erkent de heer V. dat er destijds door hem dossiers als "out" werden geregistreerd zonder dat er reeds een verslag was opgesteld.

Hij verbindt daar echter aan dat dit niet kwaadwillig of met kwade trouw zou zijn gebeurd.

Uit de zeer grote hoeveelheid dossiers, die op out werden gezet zonder dat er een verslag werd ingediend, blijkt echter dat de heer V. dit op systematische wijze deed, en dit meestal op het einde van de maand, waardoor hij zijn resultaten mooier voorstelde dan ze in werkelijkheid waren.

Terecht heeft AXA dit bij de precisering van de dringende reden gekwalificeerd als manipulatie en misbruik, waardoor hij een hogere waarderingscore kon voorwenden, die zou resulteren in een loonopslag.

Gelet op de evaluaties en het actieplan wist de heer V. dat het correct en tijdig inleveren van verslagen een actiepunt was.

Dergelijke manipulatie is in de gegeven omstandigheden een ernstige tekortkoming die elke professionele samenwerking tussen de werkgever en de werknemer onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt.

7. Hieraan wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat, wanneer bijkomende gegevens in een afgesloten dossier opdoken, de expert geen nieuw dossier diende aan te maken, maar het bestaande dossier mocht heropenen.

De heer V. betwist immers niet dat hij de dossiers enkel heropende om het ontbrekende en laattijdig opgemaakte verslag toe te voegen.

Bovendien blijkt uit de hoeveelheid van afgesloten dossiers, waarna een verslag werd toegevoegd, dat het om een quasi systematische praktijk ging, waardoor de doelmatige opvolging, die in eerste instantie via het Winexpertsysteem gebeurde, werd doorkruist. Het feit dat deze manipulatie nog niet duidelijk was bij de evaluatie van 3 maart 2008 is dan ook irrelevant.

Dit kan evenmin worden vergoelijkt door de mogelijk persoonlijke en familiale problemen van de heer V. , waarvoor AXA via opvolging en actieplannen in een remediëring heeft voorzien.

Ook het feit dat geen strafklacht werd neergelegd is hiervoor relevant, evenmin de omstandigheid dat in de besluiten gesproken wordt over fraude; in de ontslagbrief wordt immers duidelijk verwezen naar manipulatie en misbruik.

Ook de overige omstandigheden, die de heer V. ter vergoelijking aanhaalt, kunnen aan de beoordeling in randnummers 6 geen afbreuk doen.

8. Aangezien de dringende reden gegrond is, kan de heer V. geen aanspraak maken op een opzeggingsvergoeding. Het hoger beroep is op dit punt gegrond.

CAO van 9 november 1987 vastheid van betrekking in de verzekeringssector

9. Artikel 4 van de CAO van 9 november 1987 betreffende de vastheid van betrekking ( KB 30 maart 1988, BS 9 april 1988 ), zoals gewijzigd door de CAO van 31 mei 1989 bepaalt regels die de werkgever dient te volgen in verband met de verwittiging van de syndicale afvaardiging of de personeelsafvaardiging en van de werknemer met betrekking tot het ontslag en aan het ontslag gerelateerde feiten.

De heer V. houdt voor dat deze regels niet zijn gevolgd en vraagt op basis van artikel 15 van deze CAO betaling van een forfaitaire vergoeding van 9 maanden.

Artikel 4a) verplicht de werkgevers de werknemers in te lichten betreffende feiten welke hen kunnen worden ten laste gelegd als gevolg van hun handelwijze, om te voorkomen dat deze feiten voor de eerste maal zouden worden ingeroepen, gehergroepeerd, een te lange tijd nadat ze zich hebben voorgedaan.

Artikel 4b) vervolgt:

De werkgevers verbinden zich ertoe, behoudens bewijs van verzet van de betrokken werknemer in een binden de twee werkdagen aan de werkgever gericht afzonderlijk schrijven:

- de syndicale afvaardiging of de personeelsafvaardiging in te lichten betreffende het bestaan van bezwarende feiten bedoeld onder a) en welke later kunnen worden ingeroepen tot staving van een ontslagprocedure

- inlichtingen te verstrekken aangaande dergelijke afdankingen aan de syndicale afvaardiging of aan de personeelsafvaardiging.

In dit laatste geval moet er een onderscheid gemaakt worden tussen drie hypothesen:

1)...

2) De werkgever verbreekt de overeenkomst om dringende reden in de zin zoals bedoeld in de wetgeving en in de rechtspraak inzake de arbeidsbetrekkingen : hij informeert de syndicale afvaardiging zodra het ontslag aan de betrokkene wettelijk wordt betekend.

3)...

10. Zoals blijkt uit de ontslagbrief, weergegeven in randnummer I.2, en zoals volgt uit de bespreking in randnummer II.6 heeft de dringende reden betrekking op de manipulatie van het Winexpertsysteem, waardoor de opvolging van de taakuitoefening van de heer V. werd vertroebeld, ondanks het feit dat dit een actiepunt was als gevolg van de evaluaties en het actieplan.

Terecht merkt AXA op dat deze manipulatie een nieuw feit is, waarvan de systematiek pas in april 2008 kon worden vastgesteld.

Hieruit volgt dat artikel 4a niet van toepassing is en dat AXA enkel diende rekening te houden met artikel 4b eerste lid tweede streepje en met de tweede hypothese, die daarbij van toepassing is.

AXA heeft in uitvoering hiervan op 24 april 2008 de syndicale afvaardiging ingelicht over het ontslag om dringende reden. Deze mededeling dient immers pas te gebeuren van zodra het ontslag aan de betrokkene wordt betekend.

Aangezien de bepaling van artikel 4 correct werd nageleefd, is artikel 15 niet van toepassing, zodat de heer V. geen aanspraak kan maken op een beschermingsvergoeding.

Het hoger beroep is op dit punt gegrond.

De afrekening van het (wettelijk en buitenwettelijk) vakantiegeld

11. Naast de wettelijke vakantiedagen bestond er bij AXA een systeem van buitenwettelijke vakantiedagen.

In wezen zijn partijen het erover eens dat bij het einde van de tewerkstelling de heer V. nog recht had op uitbetaling van 27 vakantiedagen (wettelijk en buitenwettelijk samen), terwijl er in 2008 10 vakantiedagen werden opgenomen. Tevens dienden er nog 2,62 arbeidsduurverminderingdagen te worden uitbetaald (zie e-mail van 8 mei 2008 van mevrouw E.).

Uit de vakantieattesten bij uitdiensttreding (stuk 26 AXA) en uit de loonfiches 2008 (stuk 29 en 37 AXA) - zie ook de individuele rekening 2008 (stuk 30 AXA) volgt dat voor het wettelijk vakantiegeld 2007-08 rekening gehouden werd met 10 opgenomen vakantiedagen, zodat voor het saldo vakantiegeld bij uitdiensttreding afgerekend werd op de 10 resterende dagen.

AXA houdt voor dat zij aldus nog 17 dagen buitenwettelijke vakantie diende af te rekenen, wat ze gedaan heeft via de loonfiche van maart 2008 (datum berekening 1 mei 2008) onder de post: 1992 extra legaal vakantiegeld euro 3.124,79.

Aangezien de 17 buitenwettelijke vakantiedagen moeten worden vermeerderd met 2,62 arbeidsduurverminderingsdagen, komt het bedrag van euro 3.124,71 overeen met euro 3.451,20 x 19,62 (17 + 2,62)/21,67.

AXA toont met haar stuk 36 ook aan dat ze het bedrag van euro 3.124,71, vermeerderd met de afrekening van het wettelijk vakantiegeld, zoals verwerkt in de loonfiches van maart en april 2008, opgemaakt op 1 mei 2008, volledig betaald heeft op 5 mei 2008.

Hierdoor werd het wettelijke en het buitenwettelijk vakantiegeld correct afgerekend en zijn de vorderingen van de heer V. op basis van een vermeende foutieve afrekening ongegrond.

De heer V. houdt immers voor dat de opgenomen dagen moeten aangerekend worden op buitenwettelijk vakantiegeld, maar in die veronderstelling had hij slechts recht op 7 resterende dagen buitenwettelijke vakantie, terwijl hem er nu 17 zijn afgerekend.

OM DEZE REDENEN,

HET ARBEIDSHOF,

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24,

Recht doende op tegenspraak;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond

Verklaart het incidenteel beroep ontvankelijk doch ongegrond;

Vernietigt het bestreden vonnis en opnieuw recht doende;

Verklaart de oorspronkelijke hoofdvordering ontvankelijk, doch ongegrond.

Wijst de heer V. af van zijn vorderingen.

Veroordeelt de heer V. tot de gerechtskosten van beide aanleggen,

deze aan de zijde van de N.V. AXA Belgium begroot op euro 11.000 en door het hof vereffend op rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg basisbedrag euro 5.000

rechtsplegingsvergoeding hoger beroep basisbedrag geïndexeerd euro 5.500

totaal euro 10.500

en voor zover als nodig aan de zijde van de heer V. begroot op euro 21.145,86 en door het hof vereffend op:

dagvaarding euro 145,86

rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg basisbedrag euro 5.000,00

rechtsplegingsvergoeding hoger beroep basisbedrag geïndexeerd euro 5.500,00

totaal euro 10.645,86

Aldus gewezen en ondertekend door de derde kamer van het Arbeidshof te Brussel, samengesteld uit:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

Lucrèce REYBROECK, raadsheer in sociale zaken, werkgever,

Daniël HEYVAERT, raadsheer in sociale zaken, werknemer-bediende,

bijgestaan door :

Kelly CUVELIER, griffier.

Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER,

Lucrèce REYBROECK, Daniël HEYVAERT.

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van vrijdag 16 december 2011 door:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

bijgestaan door

Kelly CUVELIER, griffier.

Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER.

Mots libres

  • Arbeidsovereenkomsten Algemene regelingen -- Wet 3 juli 1978 art. 35

  • Dringende reden tijdigheid en gegrond bij manipulatie gegevens