- Arrêt du 13 janvier 2012

13/01/2012 - 2010/AR/214

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

De dame die beweert jarenlang zonder arbeidsovereenkomst gewerkt te hebben als directiesecretaresse en bestuurdersbevoegdheid had, maar enkel aan de hand van een dading opgesteld na de samenwerking tracht te bewijzen dat ze presteerde als werknemer kan niet toegelaten worden tot de werkloosheidsverzekering.

Haar vordering gesteld tegen de feitelijke vereniging ACLVB wegens beweerde fouten is onontvankelijk. Het ACLVB heeft geen rechtspersoonlijkheid maar kan wel geldig gedagvaard worden via haar lasthebber of op grond van schijnmandaat. Dat een feitelijke vereniging, eens gedagvaard en veroordeeld, procesbekwaam wordt om beroep of cassatie aan te tekenen om zich te verdedigen, verleent haar verder geen rechtspersoonlijkheid. Het ACLVB kan evenmin gelijk gesteld worden met de uitbetalingsinstelling die wel rechtspersoonlijkheid heeft maar niet werd gedaagd.


Arrêt - Texte intégral

Mots libres

  • werknemersorganisatie

  • feitelijke vereniging

  • geen rechtspersoonlijkheid

  • vertegenwoordiging en naamlening

  • mandaat en schijnmandaat