- Arrêt du 22 avril 2014

22/04/2014 - 2013/AB/438

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

De schending van een uitdrukkelijk in de arbeidsovereenkomst en het arbeidsreglement opgenomen vertrouwelijkheidbeding verantwoordt een ontslag om dringende reden, wanneer de meegedeelde gegevens essentieel zijn voor de werkgever; het feit dat deze schending kadert in het feit dat de werknemer bij zijn partner steun zocht omwille van een moeilijke samenwerking in de onderneming, doet daaraan niets af.


Arrêt - Texte intégral

E.V. ,

appellante,

verschijnend in persoon en bijgestaan door mr. NIETVELT Jef,

advocaat te 2000 ANTWERPEN, Londenstraat 60 bus 104.

tegen

MICROSOFT NV, met zetel te 1930 ZAVENTEM, Leonardo da Vincilaan 3,

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door mr. VANDEPUT Dorien loco mr. ENGELS Chris,

advocaat te 1160 BRUSSEL, Vorstlaan 280.

***

*

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit:

Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid:

het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op tegenspraak op 25 maart 2013 door de arbeidsrechtbank te Brussel, 23e kamer (A.R. 11/16964/A),

het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 19 april 2013,

de conclusie en de syntheseconclusie voor de appellante neergelegd ter griffie, respectievelijk op 18 oktober 2013 en 15 januari 2014,

de conclusie en de syntheseconclusies voor de geïntimeerde neergelegd ter griffie, respectievelijk op 12 augustus 2013, 9 december 2013 en 5 februari 2014,

de voorgelegde stukken.

***

*

De partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 18 maart 2014, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden.

***

*

I. FEITEN EN RECHTSPLEGING

1. Op 16 december 2008 ondertekenden mevrouw E.V. en de nv Microsoft een voltijdse arbeidsovereenkomst voor bedienden van onbepaalde tijd, waardoor mevrouw E.V. met ingang van 1 februari 2009 in dienst kwam.

Art. 9 van deze arbeidsovereenkomst bevat een gedetailleerde geheimhoudingsclausule, op basis waarvan ze de bedrijfsgegevens vertrouwelijk diende te houden. Ze aanvaardde dat deze clausule essentieel was en dat schending een ontslag om dringende reden kon meebrengen.

Voordien was ze door de bvba Tink Twice met ingang van 1 januari 2007 ter beschikking gesteld bij Microsoft.

2. Ze had de functie van Partner Account Manager bij de afdeling ‘Retail Sales & Marketing organisatie" (RSM).

Ze verhaalt dat ze in onmin leefde met de account manager S.D. , die een collega was op haar dienst.

3. Op 7 oktober 2011 ontving ze via de Financial Controller een document met cijfers en doelstellingen, waarin haar persoonlijke streefcijfers zeer hoog werden ingeschaald.

Deze cijfers werden opgesteld door S.D.

In de bijlage van dit document werd de omzet voor het fiscaal jaar 2010 opgenomen, die wordt opgesplitst per productcategorie.

Mevrouw E.V. zond deze e-mail plus bijlage door naar enkele medewerkers en ze zette haar echtgenoot, werknemer bij Sony, via zijn professioneel e-mailadres in Bcc.

Het onderzoeksteam van Microsoft stelde dit vast op 17 oktober 2011, waarna mevrouw E.V. hierover werd verhoord.

4. Bij aangetekende brief van 17 oktober 2011 werd ze ontslagen om dringende reden.

Bij een navolgende aangetekende brief van 20 oktober 2011 werden de redenen opgegeven. Deze brief werd opgenomen in het vonnis van de eerste rechter; de redenen kunnen worden samengevat in de zin dat mevrouw E.V., ondanks de uitdrukkelijke geheimhoudingsclausule van art. 9 van de arbeidsovereenkomst en de bepalingen van het arbeidsreglement vertrouwelijke informatie naar een geadresseerde van Sony heeft laten buitengaan.

5. Bij aangetekende brief van 24 oktober 2011 van de vakorganisatie van mevrouw E.V. werd deze dringende reden betwist.

Bij antwoordbrief van 27 oktober van de raadslieden van Microsoft werd de dringende reden bevestigd.

De raadsman van mevrouw E.V. vorderde bij brief van 22 november 2011 een opzeggingsvergoeding van 8 maanden of euro 67.803,26, wat werd afgewezen door de raadsman van Microsoft bij antwoordbrief van 28 november 2011.

6. Partijen kwamen dus niet tot overeenstemming, zodat mevrouw E.V. op 22 december 2011 Microsoft dagvaardde voor de arbeidsrechtbank te Brussel en betaling vroeg van een opzeggingsvergoeding van euro 67.803,26 provisioneel, een achterstallige bonus van

euro 1 provisioneel, nadien gebracht op euro 3.376,19 provisioneel en het vakantiegeld hierop van eveneens euro 1 provisioneel, nadien gebracht op euro 529,05 provisioneel, te vermeerderen met intresten en kosten.

7. Bij vonnis van 25 maart 2013 van de arbeidsrechtbank te Brussel werden deze vorderingen afgewezen als ontvankelijk doch ongegrond.

8. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 19 april 2013, tekende mevrouw E.V. hoger beroep aan en hernam ze haar vordering.

II. BEOORDELING

1. Het hoger beroep werd tijdig en met een naar de vorm regelmatige akte ingesteld, zodat het ontvankelijk is. Dit wordt overigens niet betwist.

De dringende reden

2. Niet betwist wordt dat de vormvereisten voor een ontslag om dringende reden werden nageleefd.

3. Artikel 35 van de arbeidsovereenkomstenwet omschrijft de dringende reden als de ernstige tekortkoming die elke professionele samenwerking tussen de werkgever en de werknemer onmiddellijk onmogelijk maakt.

Hieruit volgt dat 3 voorwaarden cumulatief aanwezig moeten zijn:

- er moet een ernstige tekortkoming zijn van de werknemer,

- die elke professionele samenwerking onmogelijk maakt,

- en dit op een bijzondere manier met name onmiddellijk en definitief

Artikel 35 laatste lid van de arbeidsovereenkomstenwet zegt dat de partij die een dringende reden inroept hiervan het bewijs dient te leveren.

4. Over de feiten als dusdanig bestaat geen wezenlijke betwisting. Er is daardoor geen reden om in te gaan op het getuigenaanbod van beide partijen.

Wel argumenteren partijen uitvoerig over de zwaarte van de fout.

Mevrouw E.V. erkent dat ze een onachtzaamheid beging, die echter niet het karakter kon hebben van een ernstige tekortkoming die elke professionele samenwerking tussen de werkgever en de werknemer onmiddellijk onmogelijk maakt.

Microsoft argumenteert dat door de verzending van de gegevens per e-mail alle vertrouwen gebroken is en dat mevrouw E.V. deze overtreding wetens en willens beging.

5. In de aangetekende brief van 20 oktober 2011 werd de dringende reden omschreven met uitdrukkelijke verwijzing naar het verbod om vertrouwelijke informatie openbaar te maken in art. 9 van de arbeidsovereenkomst en in de gelijkaardige bepaling van het arbeidsreglement.

Artikel 9 van de arbeidsovereenkomst is geen typebepaling, maar omschrijft nauwkeurig over een volledige bladzijde de regels over geheimhouding en vertrouwelijkheid van o.m. de financiële gegevens, de cliënten, de strategische plannen...

Deze bepaling sluit af als volgt:

De werknemer erkent dat gelet op de activiteiten van Microsoft dit artikel van essentieel belang is.

Handelen in strijd met de in dit artikel genoemde beding door de werknemer kan ook als een dringende reden beschouwd worden...

Art. 8.3 van het arbeidsreglement herneemt dit verbod om vertrouwelijke gegevens bekend te maken.

In art. 7.2 wordt de schending vermeld als mogelijke dringende reden.

De vertrouwelijkheid van de verkoopsstrategie is voor een onderneming als Microsoft een begrijpbare reden om dergelijke strikte en uitdrukkelijke bepalingen in de arbeidsovereenkomst en het arbeidsreglement op te nemen.

Mevrouw E.V. erkende daarbij overigens dat dit van essentieel belang is.

6. Het is best mogelijk dat mevrouw E.V. zich bij het doorzenden van de e-mail heeft laten leiden door de moeilijke samenwerking die ze had met haar collega en dat ze hierbij steun gezocht heeft bij haar echtgenoot.

Dit doet echter niets af aan haar uitdrukkelijk engagement om op het vlak van vertrouwelijke gegevens een strikte geheimhouding te respecteren. Ze aanvaardde dit als een essentieel element van haar arbeidsovereenkomst.

Er kan daarbij niet voorbijgegaan worden aan het feit dat ze deze gegevens verzond via een Sony-account. Sony is een rechtstreekse concurrent op het vlak van spelconsoles, over welke verkoopsactiviteit gegevens in de bijlage waren opgenomen.

Het criterium om een dringende reden te beoordelen ligt in het feit of de professionele samenwerking nog langer mogelijk is.

Daar de geheimhouding voor Microsoft essentieel was, is het overtreden van de aangehaalde clausules in de gegeven omstandigheden een ernstige tekortkoming, die de professionele samenwerking ten gronde hypothekeert.

Ook al heeft mevrouw E.V. zich bij het verzenden door andere factoren laten leiden, toch mocht Microsoft van haar een alertheid verwachten om dergelijke essentiële overtredingen niet te begaan, en dit gelet op de duidelijke afspraken.

7. De dringende reden werd terecht door de eerste rechter aanvaard, zodat het hoger beroep wat betreft de opzeggingsvergoeding ongegrond is.

De bonus en het vakantiegeld hierop

8. Mevrouw E.V. toont aan dat ze tijdens gans haar tewerkstelling recht had op een bonus, vermeld op de loonfiches met afhouding van sociale zekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing en dat deze bonus zelfs al door Microsoft aan haar betaald werd tijdens haar tewerkstelling via Think Twice.

Ongeacht art. 7 van de arbeidsovereenkomst, kan een dergelijke bonus niet als een vrijgevigheid worden beschouwd en betreft het een loonuitbetaling als tegenprestatie van de arbeid.

Art. 2 van de arbeidsovereenkomst over de bezoldiging bevestigt overigens dat de benefits, zoals beschreven in de offertebrief, deel uitmaken van de overeenkomst.

9. Microsoft kan zich niet steunen op een in het Engels vermelde bepaling op het intranet, waaruit moet volgen dat de bonus wegvalt bij een ontslag om dringende reden. Mevrouw E.V. houdt voor dat ze deze bepaling niet kende.

Nu erkend wordt dat de tewerkstelling van mevrouw E.V. geen grensoverschrijdend karakter had, is deze bepaling absoluut nietig bij toepassing van art. 10 van het taaldecreet van 19 juli 1973.

Op grond van art. 2, 3 en 10 van het taaldecreet van 19 juli 1973 dient de rechter ambtshalve de nietigheid vast te stellen van stukken die niet in het Nederlands zijn gesteld m.b.t. een tewerkstelling bij een werkgever met een exploitatiezetel in het Nederlandse taalgebied.

Microsoft beroept zich op een gebruik in verband met het wegvallen van bonussen bij een ontslag om dringende reden.

Een gebruik dient te voldoen aan de vereisten van algemeenheid, vastheid en bestendigheid; het bewijs hiervan moet worden geleverd door degene, die zich op het gebruik beroept. Dit bewijs ontbreekt volkomen, nu niet eens één voorbeeld gegeven wordt van de voorgehouden regel, die door mevrouw E.V. wordt betwist.

10. Microsoft brengt een testberekening voor van de bonus die aan mevrouw E.V. diende toe te komen. De bonus is derhalve bepaalbaar en mevrouw E.V. neemt vrede met deze berekening.

Haar vordering in betaling van de bonus van euro 3.577,34 en het vakantiegeld hierop van

euro 560,57 is gegrond.

Met Microsoft kan aangenomen worden dat de intresten op dit vakantiegeld op nettobasis moeten berekend worden, daar het vakantiegeld buiten de toepassing van de loonbeschermingswet valt.

In die zin is het hoger beroep gegrond.

Gerechtskosten

11. Ook na de mogelijkheid om een procedure voor de arbeidsrechtbank veralgemeend in te leiden met een verzoekschrift op tegenspraak, behoudt de eiser de vrijheid om de vordering via dagvaarding aanhangig te maken, zonder dat de hieruit voortvloeiende meerkost ten zijne laste kan worden gelegd (Art. 704 en 1017 Ger.W.) (Cass. 7 oktober 2013, JTT 2014, 5; Arbh. Gent (afd. Brugge) 13 januari 2011 TGR-TWVR 2011, 106).

OM DEZE REDENEN,

HET ARBEIDSHOF,

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24,

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond.

Hervormt het bestreden vonnis en opnieuw rechtdoende,

Verklaart de oorspronkelijke vordering ontvankelijk doch ongegrond, wat betreft de opzeggingsvergoeding en gegrond wat betreft de achterstallige bonus en het vakantiegeld hierop.

Veroordeelt de nv Microsoft tot betaling aan mevrouw E.V. van een achterstallige bonus van euro 3.577,34, te vermeerderen met de wettelijke intresten vanaf 18 oktober 2011 en de gerechtelijke intresten op bruto en tot betaling van het vakantiegeld hierop van

euro 560,57 te vermeerderen met de gerechtelijke intresten op netto.

Slaagt de gerechtskosten om en legt deze voor 6/100 ten laste van Microsoft en voor 94/100 ten laste van mevrouw E.V.,

Deze aan de zijde van mevrouw E.V. begroot op:

Dagvaarding euro 152,95

Rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg euro 3.300,00

Rechtsplegingsvergoeding beroep euro 3.300,00

Totaal euro 6.752,95

Deze aan de zijde van Microsoft begroot op:

Rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg euro 3.300

Rechtsplegingsvergoeding beroep euro 3.300

Totaal euro 6.600.

Aldus gewezen en ondertekend door de derde kamer van het Arbeidshof te Brussel, samengesteld uit:

Lieven LENAERTS, kamervoorzitter,

Roland WAEYAERT, raadsheer in sociale zaken, werkgever,

Roger VANDENPUT, raadsheer in sociale zaken, werknemer-bediende,

bijgestaan door :

Kelly CUVELIER, griffier.

Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER,

Roland WAEYAERT, Roger VANDENPUT.

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van dinsdag 22 april 2014 door:

Lieven LENAERTS, kamervoorzitter,

bijgestaan door

Kelly CUVELIER, griffier.

Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER.

Mots libres

  • ARBEIDSOVEREENKOMSTEN

  • ALGEMENE REGELINGEN

  • Ontslag om dringende reden

  • Dringende reden

  • Schending vertrouwelijkheidsbeding.