- Arrêt du 27 juin 2011

27/06/2011 - 10-3145

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Onder de oude faillissementswet had de afsluiting van het faillissement, ongeacht of dit faillissement al dan niet werd afgesloten met een ontoereikend actief, niet van rechtswege de ontbinding van de vennootschap tot gevolg en maakte dus geen einde aan het bestaan van de gefailleerde rechtspersoon .

Bij Wet van 15 juli 1985 B.S. 14.08.1985 werd het minimum bedrag van het maatschappelijk kapitaal van de PVBA opgetrokken van 250.000,00 BEF naar 750.000,00 BEF. Artikel 17 Venn.W. voorzag een overgangsbepaling in die zin dat voor de bestaande vennootschappen het maatschappelijk kapitaal slechts diende aangepast te worden binnen een termijn van vijf jaar. De PVBA'S die bestonden op het ogenblik van de inwerking treding van de Wet van 15 juli 1985 hadden derhalve de mogelijkheid om tot 24 augustus 1990 het maatschappelijk kapitaal van 250.000,00 BEF te behouden.

Ingevolge de Wet van 05.12.1984 (B.S. 12.12.1984) werd in het vennootschapsrecht een bepaling ingevoerd waarbij als algemene regel werd gesteld dat de vennootschappen geacht worden te zijn opgericht voor onbepaalde duur .

In de statuten van de bestaande vennootschappen waarin een clausule opgenomen was inzake de duurtijd, bleef deze clausule echter gelden zodat een verlenging van de duurtijd of een statutenwijziging derhalve noodzakelijk was . Wanneer er geen verlenging van de duurtijd of statutenwijziging plaatsvond, was de duurtijd van de vennootschap verstreken op 01.08.2003.

Het verstrijken van de duurtijd onder de vigerende oude vennootschapswet had enkel voor gevolg dat de vennootschap wiens duur werd verstreken, automatisch ontbonden werd.

De vennootschap is derhalve wel degelijk blijven bestaan, zij het dat haar duurtijd was verstreken.

De rechtbank stelt vast dat de overgangstermijn om het maatschappelijk kapitaal op te trekken van 250.000,00 BEF naar 750.000,00 BEF verstreken was en dat de vennootschap is blijven bestaan, weze in de toestand waarbij haar duurtijd is verstreken.

Bij het faillissement van deze vennootschap moet dan ook vastgesteld worden dat op de vennootschap de verplichting rustte het maatschappelijk kapitaal aan te passen, zoals door eiser q.q. gesteld.


Arrêt - Texte intégral

Mots libres

  • FAILLISSEMENT

  • Sluiting van faillissement onder de oude faillissementswet

  • gevolgen

  • volstortingsplicht