- Arrêt du 27 janvier 2011

27/01/2011 - 09/1401/B

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

De verlenging van de duur van de gerechtelijke aanzuiveringsregeling met de helft van de resterende looptijd van de kredietovereenkomst is niet mogelijk in het kader van een gerechtelijke aanzuiveringsregeling met kwijtschelding van schulden in hoofdsom. Artikel 1675/12 § 2, 2de lid Ger. W., is een beschermingsmaatregel in het voordeel van de schuldenaar, die er hoe dan ook niet toe kan leiden dat de gelijkheid tussen de schuldeisers wordt doorbroken.


Arrêt - Texte intégral

VONNIS gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen op donderdag zevenentwintig januari tweeduizend en elf, ter openbare terechtzitting, door de voorzitter van de dertiende kamer van de ARBEIDSRECHTBANK, alwaar zetelden:

S. Dillen, Rechter in de arbeidsrechtbank, voorzitter van de Kamer.

M. Van den Bergh, griffier,

Inzake rolnummer 09/1401/B

Schuldenaar :

A. F., ;

hebbende als raadsman Mr. D.W., kantoorhoudende te ;

Schuldbemiddelaar :

Mr. B. H.;

Schuldeisers :

1. E.B.;

2. F.;

3. CB

hebbende als raadsman Mr.H. J., kantoorhoudende te.

4. BP;

5. WA;

* * *

Gelet op het proces-verbaal met het oog op een gerechtelijke aanzuiveringsregeling neergelegd ter griffie door Mr. B. H., advocaat te Antwerpen, op 04.10.2010.

Met toepassing van artikel 1675/16 Ger.W. werden de schuldenaar, de schuldbemiddelaar en de schuldeisers opgeroepen ter openbare terechtzitting van 13.01.2011 van de dertiende kamer van deze rechtbank.

Ter zitting zijn Mr. J. H., raadsman van schuldeiser C. en Mr. B. H., schuldbemiddelaar verschenen en werden aldaar gehoord.

De overige partijen, hoewel behoorlijk opgeroepen, zijn op voormelde terechtzitting niet verschenen.

* * *

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

Rechtsprekende met toepassing van artikel 1675/2 tot en met 1675/19 Ger. W.

* * *

Gelet op het proces-verbaal van vaststelling van gebrek aan minnelijke regeling opgesteld door Meester B. H., advocaat aan de balie te Antwerpen, neergelegd ter griffie op 4 oktober 2010.

De schuldenaar is een 61-jarige alleenstaande vrouw.

Op 23 december 2009 legde de schuldenaar een verzoekschrift neer tot het bekomen van een collectieve schuldenregeling.

Bij beschikking van toelaatbaarheid van 29 december 2009 werd Meester B. H., advocaat aan de balie te Antwerpen, aangesteld als schuldbemiddelaar.

Op 4 oktober 2010 werd door de schuldbemiddelaar een proces-verbaal van vaststelling van gebrek aan minnelijke aanzuiveringsregeling neergelegd ter griffie.

De schuldbemiddelaar deelt mee dat zij niet in staat is een akkoord te bekomen met de schuldeisers en de schuldenaar omtrent een minnelijke aanzuiveringsregeling gelet op de beperkte inkomsten van de schuldenaar.

De totaliteit van de schuldenlast van de schuldenaar bedraagt 30.907,41 EUR waarvan 28.320,14 EUR in hoofdsom.

Het gemiddeld maandelijks inkomen van de schuldenaar bestaat uit een werkloosheidsuitkering die 896,67 EUR bedraagt.

De schuldenaar kan de schuldenlast op structurele wijze niet meer de baas.

De maandelijkse huur bedraagt 263,47 EUR en als maandelijks leefgeld wordt aan de schuldenaar 500,00 EUR toegekend. Maandelijks dient bijgevolg aan de schuldenaar een bedrag van 763,47 EUR ter beschikking gesteld te worden ter dekking van haar vaste kosten en als leefgeld.

Rekeninghoudend met het maandelijks beschikbaar inkomen en de maandelijkse vaste kosten en leefgeld blijft er gemiddeld nog een bedrag van 133,20 EUR beschikbaar voor de betaling van de schuldeisers, de betaling van de staat van onkosten en ereloon van de schuldbemiddelaar en voor onvoorziene kosten.

Uit het dossier blijkt dat de schuldenaar geen noemenswaardige goederen bezit die vatbaar zijn voor beslag of verkoop.

Uit de vergelijking van enerzijds de grote schuldenlast en anderzijds het inkomen van de schuldenaar blijkt dat dient overgegaan te worden tot een gerechtelijke aanzuiveringsregeling overeenkomstig artikel 1675/13 Ger.W.

De schuldbemiddelaar reserveert maandelijks een bedrag van 80,00 EUR dat aan de schuldeisers ter beschikking gesteld moet worden rekening houdend met de gelijkheid van de schuldeisers. De gerechtelijke aanzuiveringsregeling overeenkomstig art. 1675/13 Ger.W. voorziet immers voor het saldo nog verschuldigd na de tegeldemaking van de voor beslag vatbare goederen, een pondspondsgewijze aanzuivering op voet van gelijkheid tussen alle schuldeisers waarbij geen rekening wordt gehouden met de wettige redenen van voorrang. (Cass. 22 juni 2001, T.G.R. 2001, 276.)

De meerinkomsten worden door de schuldbemiddelaar gereserveerd op de rekening van de collectieve schuldenregeling voor de betaling van de kostenstaat van de schuldbemiddelaar, voor onvoorziene kosten en het saldo wordt eveneens gereserveerd voor de schuldeisers.

Het is evident dat de kansen van de 61-jarige schuldenaar op de arbeidsmarkt klein zijn. Toch wordt de schuldenaar verplicht om blijvend en actief op zoek te gaan naar werk en de schuldbemiddelaar hiervan tweemaandelijks de bewijzen te bezorgen.

* * *

Schuldeiser NV C. kan zich niet akkoord verklaren met een looptijd van 5 jaar en verwijst hiervoor naar een vonnis van de Arbeidsrechtbank te Veurne dd. 7 juni 2010 Rep.nr.10/637, niet gepubliceerd, waarbij werd beslist de terugbetaling van de leningsovereenkomst dewelke de schuldenaar op 12 juni 2008 afsloot met de NV C. te spreiden over 7 jaar en 8 maanden in plaats van over 5 jaar.

Volgens artikel 1675/13§2 Ger.W. mag de looptijd van de gerechtelijke aanzuiveringsregeling niet langer zijn dan 5 jaar. De maximumtermijn van vijf jaar is niet vatbaar voor verlenging op basis van artikel 51 Ger.W. (art.1675/13§3 Ger.W.).

Artikel 1675/12§2,3de lid Ger.W. bepaalt dat de terugbetalingstermijn van de kredietovereenkomsten kan worden verlengd. De verlengde terugbetalingstermijn van deze kredietovereenkomsten mag de duurtijd van de aanzuiveringsregeling zoals vastgesteld door de rechter, vermeerderd met de helft van de resterende looptijd van deze kredietovereenkomsten niet overschrijden.

Een eenvoudige rekensom leidt tot de vaststelling dat 80,00 euro x12 maanden x 5 jaar een maximale terugbetaling voorziet van 4800,00 euro, hetgeen manifest en beduidend minder is dan de schuld in hoofdsom zijnde 28.320,14 euro. Een kwijtschelding van de hoofdsommen is derhalve wellicht noodzakelijk reden waarom huidige aanzuiveringsregeling wordt opgelegd in het kader van artikel 1675/13 Ger.W.

Hieruit vloeit onherroepelijk voort dat een verlenging van de duur van de gerechtelijke aanzuiveringsregeling met de helft van de resterende looptijd van de kredietovereenkomst in casu niet mogelijk is aangezien deze verlenging enkel voorzien is in de gerechtelijke aanzuiveringsregeling conform artikel 1675/12 Ger.W. (E. Dirix en A. De Wilde, "Materieelrechtelijke aspecten van de collectieve schuldenregeling" in E. Dirix en P. Taelman (eds.), collectieve schuldenregeling in de praktijk, Antwerpen, Intersentia, 1999, 63.)

Daarenboven is artikel 1675/12§2,2de lid Ger.W., een beschermmaatregel in het voordeel van de schuldenaar, die er hoe dan ook niet toe kan leiden dat de gelijkheid tussen de schuldeisers wordt doorbroken. Dit leidt ertoe dat dit artikel zo dient toegepast te worden dat de contractspartij van de kredietovereenkomst (in casu N.V. C.B.) wel een ruimere terugbetalingmogelijkheid kan bekomen voor het aflossen van de kredietschulden zonder dat het echter de bedoeling is om het principe van de gelijkheid onder de schuldeisers te schenden. Dit houdt in dat een verlenging van de terugbetalingsmogelijkheid van kredietovereenkomsten opzichtens de duur van de gerechtelijke aanzuiveringsregeling niet betekent dat de terugbetaling aan de schuldeisers van deze kredietschulden geheel of gedeeltelijk zou uitgesteld worden naar deze periode van verlenging. Het enige wat wel gebeurt is dat deze terugbetaling herschikt wordt op een langere termijn zodat deze terugbetaling logischerwijze in (enigszins) kleinere schijven dan bij het respecteren van de normale duur van de gerechtelijke aanzuiveringsregeling zal plaatsvinden, waardoor de andere schuldeisers op hun beurt (enigszins) grotere schijven zullen ontvangen. (S. De Coster, "Commentaar bij artikel 1675/12 Ger.W." in B. Allemeersch, P. De Puydt, D. Lindemans en S. Raes, Gerechtelijk recht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Mechelen, Kluwer, 2000, 29-31).

Concreet zou schuldeiser N.V. C. bijgevolg een kleiner bedrag ontvangen maar dit gespreid over een langere periode van terugbetaling. De rechtbank is van oordeel dat deze werkwijze geen enkel voordeel oplevert voor deze schuldeiser.

* * *

De staat van ereloon van de schuldbemiddelaar stemt overeen met de door het KB van 18 december 1998 opgelegde barema's.

De staat van ereloon en kosten komt volgens de bepalingen van artikel 1675/19 Ger.W. ten laste van de schuldenaar.

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Leggen de volgende gerechtelijke aanzuiveringsregeling op conform artikel 1675/13 Ger.W. voor een duurtijd van 5 jaar ingaande vanaf de datum van huidig vonnis.

Wijzen de vordering af van de N.V. C.B. die ertoe strekt te zeggen voor recht dat de terugbetaling van de overeenkomst van de lening op afbetaling met de schuldenaar afgesloten op 12 juni 2008, wordt verlengd.

Nemen alle aangegeven schuldvorderingen op in deze gerechtelijke aanzuiveringsregeling.

Kennen de schuldenaar maandelijks een bedrag toe van 763,47 EUR ter dekking van haar vaste kosten en leefgeld.

Leggen de schuldenaar op om actief op zoek te gaan naar werk en de bewijzen hiervan tweemaandelijks aan de schuldbemiddelaar te bezorgen.

Kennen de schuldeisers maandelijks een bedrag toe van 80,00 EUR, dat hen zal uitgekeerd worden door jaarlijkse betalingen, rekening houdend met de gelijkheid der schuldeisers en met dien verstande dat alle bedragen die op de rekening van de collectieve schuldenregeling toekomen door de schuldeisers zijn verworven bij een eventuele herroeping.

Leggen de schuldbemiddelaar op om maandelijks het saldo van de meerinkomsten te reserveren op de rekening van de collectieve schuldenregeling voor betaling van haar ereloon en kostenstaat, voor onvoorziene kosten en het eventuele saldo bijkomend te reserveren voor de schuldeisers.

Leggen de schuldbemiddelaar op om na verloop van de termijn van 5 jaar de zaak terug voor te brengen met het oog op een eventuele kwijtschelding van het saldo van de schuldenlast, op voorwaarde dat de schuldenaar zich heeft gehouden aan de opgelegde gerechtelijke aanzuiveringsregeling en zij niet tot beter fortuin is gekomen voor het einde ervan.

Stellen vast dat, hoewel artikel 1675/13 Ger.W. de verkoop vereist van de goederen van de schuldenaar, deze verkoop in casu niet gepast voorkomt daar de opbrengst van de voor verkoop vatbare goederen waarschijnlijk de kosten ervan niet zal kunnen dekken.

Verklaren de staat van onkosten en ereloon van de schuldbemiddelaar uitvoerbaar ten belope van 1.083,39 EUR.

Leggen de staat van onkosten en ereloon van de schuldbemiddelaar ten laste van de schuldenaar en stellen vast dat deze bij voorrang wordt uitbetaald conform artikel 1675/19 Ger.W.

Zeggen voor recht dat de schuldenaar zich dient te onthouden van alle daden die haar onvermogen zouden doen toenemen of haar inkomsten zouden doen afnemen, behoudens uitdrukkelijke toestemming.

Stellen vast dat aan deze procedure geen gerechtskosten verbonden zijn.

Stellen vast dat, met toepassing van artikel 1675/16 Ger.W., huidig vonnis uitvoerbaar is bij voorraad, niettegenstaande hoger beroep en zonder borgstelling en niet vatbaar voor derdenverzet noch voor verzet.

Mots libres

  • RECHTSWETENSCHAP

  • RECHT

  • WETGEVING

  • GERECHTELIJK RECHT

  • collectieve schuldenregeling

  • gerechtelijke aanzuiveringsregeling

  • kwijtschelding van schulden in hoofdsom

  • periode gedekt door een kredietovereenkomst

  • geen verlenging van het plan