- Jugement du 21 janvier 2011

21/01/2011 - 11/129/A

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Met "een commissaris inzake opschorting" in artikel 41quinquies § 4, RSZ-wet wordt thans "een gerechtsmandataris" bedoeld. Het feit dat dit artikel nog niet werd aangepast aan de nieuwe terminologie in de WCO is te wijten aan een vergetelheid van de wetgever.


Jugement - Texte intégral

Repertorium nr.

ARBEIDSRECHTBANK TURNHOUT

EERSTE KAMER

Vonnis uitgesproken op 21 januari 2011

Inzake :

Mr. C. G., advocaat te 2490 Balen, Lindestraat 2, in zijn hoedanigheid van gerechtsmandataris gelast met de overdracht onder gerechtelijk gezag van een gedeelte van de activiteiten van de NV J. B. met zetel te 2940 Balen, Industrieweg 6, ondernemingsnummer 0431.629.313

Bijgestaan door Mr. L. VERMEULEN, advocaat te 2230 HERSELT, Kerkstraat 65;

en:

de NV P., ondernemingsnummer 0432.591.789, met zetel te 9280 Lebbeke-Wieze, Hoeksken 5A, vertegenwoordigd door de heer G. VANAKEN, bestuurder;

In aanwezigheid van:

- de heer V. G. R., in zijn hoedanigheid van secretaris, ACV Bouw Industrie en Energie, gevestigd te 2300 TURNHOUT, Korte Begijnenstraat 20

- de heer S. J. en de heer M. W., in hun hoedanigheid van secretarissen Algemene Centrale ABVV, gevestigd te 3500 HASSELT, Gouverneur Roppesingel 55

- de heer S. J., in zijn hoedanigheid van secretaris LBC-NVK Turnhout, gevestigd te 2300 TURNHOUT, Korte Begijnenstraat 20

1. De rechtspleging

Gezien de stukken, gevoegd in het dossier van de rechtspleging, waaronder :

* het verzoekschrift van Mr. C. G. tot verkorting van de termijnen neergelegd op 14 januari 2011;

* de beschikking van mevrouw Fanny CLAES, rechter in de arbeidsrechtbank te Turnhout van 14 januari 2011 waarmee verlof werd verleend om de termijnen voor neerlegging van het verzoekschrift op tegenspraak te verkorten;

* het verzoekschrift tot homologatie van de akte van verkoop in het kader van de gerechtelijke reorganisatie door overdracht van activa onder gerechtelijk gezag, in zoverre deze overdrachtsovereenkomst de in artikel 61 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen (hierna verkort aangeduid als ‘W.C.O.') bepaalde rechten aanbelangt, neergelegd op 17 januari 2011;

* de processen-verbaal van de terechtzittingen.

De gerechtsmandataris, de vertegenwoordiger van de overnemer P. en de vertegenwoordigers van de werknemers werden gehoord op de terechtzitting van 19 januari 2011.

De heer Johan GIELEN, arbeidsauditeur heeft mondeling advies uitgebracht op de terechtzitting van 19 januari 2001.

Gelet op de stukken van het dossier.

2. De vordering

Met het verzoekschrift van 17 januari 2011 verzoekt de gerechtsmandataris de voorgenomen overdracht zoals bepaald in de akte van verkoop van 16 januari 2011 (onder de opschortende voorwaarde van machtiging door de rechtbank van koophandel) tussen hemzelf optredend in naam en voor rekening van J. B. enerzijds en P. anderzijds te homologeren inzoverre deze overdrachtsovereenkomst de in artikel 61 W.C.O. bepaalde rechten aanbelangt.

Hij verzoekt tevens de in het verzoekschrift aangeduide vertegenwoordigers van de werknemers met toepassing van artikel 61, § 5, lid 2 W.C.O. op te roepen om ze te horen.

Tenslotte vraagt hij om het tussen te komen vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad.

3. Feiten

J. B. is een fabrikant van prefab betonelementen. Haar activiteiten en productie zijn verspreid over twee sites in Balen en Lommel. Op beide locaties zijn een aantal productielijnen ondergebracht en bevindt zich tevens een kantoorgebouw. De site in Balen bestaat verder nog uit een woonhuis, in Lommel is er een betonproductiefaciliteit met een betoncentrale.

In Balen bestaat het personeel van J. B. uit vijftien bedienden en negenendertig werklieden, in Lommel werken er acht bedienden en zesenzestig werklieden. Op beide sites samen stelt J.B. derhalve honderd achtentwintig werknemers te werk.

Op 7 oktober 2010 heeft J.B. met toepassing van artikel 17 W.C.O. een verzoekschrift neergelegd ter griffie van de rechtbank van koophandel te Turnhout om de procedure van gerechtelijke reorganisatie te openen met het oog op het bewerkstelligen van een minnelijk akkoord zoals bedoeld in artikel 43 W.C.O..

(stuk 1 dossier Mr. G.)

Met beschikking van 7 oktober 2010 stelde de voorzitter van de rechtbank van koophandel mevrouw I. DIELEMAN aan als gedelegeerd rechter.

Met vonnis van 12 oktober 2010 verklaarde de rechtbank van koophandel de procedure van gerechtelijke reorganisatie met het oog op het bereiken van een minnelijk akkoord geopend.

Op 2 december 2010 legde J.B. met toepassing van artikel 41, § 1 W.C.O. een verzoekschrift neer op de griffie van de rechtbank van koophandel om, na het verslag van de gedelegeerd rechter te hebben gehoord, de voortijdige beëindiging van de procedure van gerechtelijke reorganisatie te bevelen en derhalve de procedure af te sluiten.

(stuk 4 dossier G.)

Nà de neerlegging van dit verzoekschrift meldde zich echter een potentiële overnemer die mogelijk zou overgaan tot gedeeltelijke overname wat o.a. de overname van personeel zou impliceren. Gelet op het voorgaande legde J.B. op 7 december 2010 een nieuw verzoekschrift neer op de griffie van de rechtbank van koophandel waarin zij het verzoekschrift van 2 december 2010 herriep en verzocht om met toepassing van artikel 39 W.C.O. het doel van de procedure te wijzigen en de overdracht onder gerechtelijk gezag overeenkomstig de artikelen 59 tot 70 W.C.O. toe te staan en met toepassing van artikel 60 W.C.O. een gerechtsmandataris aan te wijzen die wordt gelast met het organiseren en realiseren van de overdracht in naam en voor rekening van J.B.

(stuk 5 dossier GEUKENS)

Met vonnis van 7 december 2010 verklaarde de rechtbank van koophandel dit verzoek ontvankelijk en gegrond in de mate dat :

* het doel van de gerechtelijke reorganisatie van minnelijk akkoord gewijzigd werd naar overdracht onder gerechtelijk gezag voor een gedeelte van de activiteiten van de onderneming;

* de overdracht onder gerechtelijk gezag van een gedeelte van de activiteiten van J.B. werd bevolen;

* Mr. C. G. werd aangesteld als gerechtsmandataris, gelast met het organiseren en realiseren van de overdracht in naam en voor rekening van de schuldenaar en met het innen en verdelen van de prijs overeenkomstig artikel 65, lid 3 W.C.O..

(stuk 6 dossier GEUKENS)

P. meldde zich eveneens als mogelijke overnemer.

Na onderhandelingen met de banken en de beide kandidaat-overnemers besliste de gerechtsmandataris de voorkeur te geven aan een overname door P..

Op 15 januari 2011 sloten J.B. en P. een ‘Collectief akkoord' met de in de vakbondsafvaardiging van J.B. vertegenwoordigde representatieve werknemersorganisaties (de centrale BOUW, INDUSTRIE & ENERGIE van het ACV, de ALGEMENE CENTRALE van het ABVV en de LBC-NVK).

De toelichting bij het bereikte akkoord vermeldt o.a. :

" Partijen hebben een collectieve onderhandelingsprocedure gevoerd in toepassing van artikel 61, § 2 WCO en sluiten als gevolg van die onderhandelingen het volgende akkoord om in de arbeidsvoorwaarden wijzigingen aan te brengen die bedoeld zijn om de werkgelegenheid veilig te stellen door het voortbestaan van de onderneming of van haar activiteiten, of een deel ervan, te verzekeren."

Het akkoord zelf bevat twee bepalingen :

" Artikel 1

De eerste drie partijen (bedoeld worden de in de vakbondsafvaardiging vertegenwoordigde organisaties) erkennen dat de bij wet opgelegde informatieplicht en hoorplicht ten aanzien van de vakbondsafgevaardigden van J.-B. nv zijn nageleefd.

Artikel 2

Onder de opschortende voorwaarde van de homologatie van de overdracht door de arbeidsrechtbank en door de rechtbank van koophandel geldt vanaf die overdracht de plaats van tewerkstelling, meer in het bijzonder de site Balen, niet als een essentieel bestanddeel van de individuele arbeidsovereenkomst. De verkrijger zal de plaats van tewerkstelling dan ook kunnen wijzigen van de site Balen naar de site Lommel; de verkrijger heeft de intentie een overgangsperiode van 2 jaar te voorzien."

(stuk 10 dossier GEUKENS)

Op 16 januari 2011 ondertekenden de gerechtsmandataris en P. een ‘Akte van verkoop in het kader van de gerechtelijke reorganisatie door overdracht van activa onder gerechtelijk gezag'.

In het kader van het verzoek tot homologatie van deze akte door de arbeidsrechtbank, zijn in het bijzonder volgende passages/bepalingen van belang :

" 2. Personeel van J.B. NV

(...)

De overnemer verbindt er zich toe alle 128 werknemers zowel deze die op de datum van overdracht tewerkgesteld zijn op de site te Balen, als deze die tewerkgesteld zijn op de site te Lommel, over te nemen. De overdracht van de werknemers naar de overnemer vindt plaats met behoud van anciënniteit en aan de huidige arbeidsvoorwaarden vanaf de datum van de machtiging door de Rechtbank van Koophandel.

De overname betreft de arbeiders en bedienden vermeld in het in bijlage gevoegde overzicht (bijlage 1). Zij zullen overgenomen worden aan de voorwaarden vermeld in dit overzicht en vermeld in een individueel aangetekend schrijven van de gerechtsmandataris, waarvan kopij in bijlage (bijlage 2).

De overdrager en de overnemer verwijzen daarenboven naar het tussen hen - samen met de vakbonden - gesloten collectief akkoord dd. 15.1.2011 : de plaats van tewerkstelling van de arbeiders en bedienden tewerkgesteld in de site Balen kan overgeplaatst worden naar de site te Lommel en dergelijke overplaatsing zal niet beschouwd worden als een belangrijke wijziging van een essentiele arbeidsvoorwaarde. De overnemer zal de plaats van tewerkstelling dan ook kunnen wijzigen van de site te Balen naar de site te Lommel. In dit verband heeft de overnemer de intentie om een overgangsperiode van 2 jaar te voorzien.

(...)"

" 3. Overgedragen activa

De overdracht omvat de hiernavolgende activa, vergunningen en concessies:

(...)

3.6. alle bescheiden en registers die betrekking hebben op het personeel van J.B. NV;

(...)"

" 4. Uitgesloten activa en passiva

De volgende activa en passiva zijn niet in de overdracht begrepen:

(...)

4.5. Alle schulden, verbintenissen, verplichtingen, aansprakelijkheden en passiva die voortvloeien uit of verband houden met de niet-naleving door J.B. NV van enige op haar rustende verplichting in arbeidsrechtelijke en/of sociale zekerheidsrechtelijke aangelegenheden in de periode voor de overname door de overnemer of achterstallen in betaling van loon of sociale zekerheidsbijdragen betrekking hebbend op de periode voorafgaandelijk aan de overname.

De overnemer is zich ervan bewust dat hij hoofdelijk aansprakelijk kan gesteld worden door de RSZ voor de onbetaalde sociale zekerheidsbijdragen van J.B. NV.

(...)"

De overdracht werd overeengekomen onder de opschortende voorwaarde van machtiging door de rechtbank van koophandel te Turnhout met toepassing van artikel 62, lid 4 W.C.O..

(stuk 7 dossier GEUKENS)

Op 17 januari 2011 gaf de gerechtsmandataris de individuele werknemers van J.B. per aangetekende brief kennis van de verplichtingen die ten aanzien van hen gelden.

(stukken 8 dossier GEUKENS)

Eveneens op 17 januari 2011 bevestigde P. de gerechtsmandataris de ontvangst van :

* alle arbeidsovereenkomsten met eventuele bijlagen;

* een overzichtslijst van de werknemers Lommel - Balen;

* het collectief akkoord van 15 januari 2011;

* het arbeidsreglement;

* een afschrift van voornoemde kennisgeving aan de werknemers.

en bevestigde zij kennis te hebben van :

* de ontslagbescherming die de verkozen leden van het comité voor preventie en bescherming op het werk en de aangestelde vakbondsafgevaardigde genieten;

* het feit dat er geen achterstallig loon verschuldigd is;

* het wagenreglement;

* de RSZ-schuld van euro 273.000,00 en eventueel nog mee te delen bedrijfsvoorheffing.

Het document dat hiertoe werd opgesteld, sluit af als volgt :

" Ondergetekende verklaart hiermee conform art. 61 § 3, 1e lid te zijn ingelicht door de gerechtsmandataris over alle verplichtingen die betrekking hebben op de werknemers die betrokken zijn in de overdracht en over alle bestaande vorderingen die deze werknemers zouden hebben ingesteld tegen de werkgever."

(stuk 9 dossier GEUKENS)

4. Beoordeling van het verzoek tot homolgatie

Op grond van de stukken van het dossier en de uiteenzettingen op de terechtzitting van 19 januari 2011 van de gerechtsmandataris en de vertegenwoordigers van de werknemers, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde homologatie kan worden verleend.

De rechtbank stelt vast dat aan de proceduriële vereisten van artikel 61, § 5 W.C.O. is voldaan, dat de algemene arbeidsrechtelijke verplichtingen inzake informatie en raadpleging werden gerespecteerd en dat de inlichtingen bedoeld in artikel 61, § 3 W..C.O. werden verschaft aan de kandidaat-verkrijger en aan de individuele werknemers.

De gerechtsmandataris heeft de totstandkoming van het akkoord over de overname door P. uitvoerig toegelicht.

Uit zijn uiteenzetting onthoudt de rechtbank onder andere dat de gerechtelijke reorganisatie aanvankelijk weinig perspectieven bood zodat J.B. de rechtbank van koophandel, met het oog op de aangifte van het faillissement, verzocht de voortijdige beëindiging van de procedure te bevelen. Omdat zich vervolgens alsnog een potentiële overnemer meldde, werd dit verzoek ingetrokken en werd het doel van de procedure gewijzigd naar een overdracht onder gerechtelijk gezag. Met P. meldde zich vervolgens een tweede kandidaat-overnemer.

Artikel 59, § 2 W.C.O. illustreert dat de overdracht onder wettelijk gezag wordt opgevat als een reëel alternatief voor een faillissement dat toelaat dat de curator een rendabele ondernemingsactiviteit overdraagt in going concern zonder de schulden mee te moeten overdragen.

Het behouden van de werkgelegenheid is een beslissende factor bij de overdracht onder gerechtelijk gezag.

(Par. St. Kamer buitengewone zitting 2007, nr. 160/001, 7 en nr. 160/002, 43)

De keuze van de gerechtsmandataris voor P. is onder meer ingegeven door de bekommernis een maximale tewerkstelling te behouden. Aangezien P. het volledige personeel van J.B. in dienst zal houden wordt deze doelstelling - en overigens ook deze van de W.C.O. - door de voorgenomen overdracht gerealiseerd.

De vertegenwoordigers van de werknemers benadrukken ter terechtzitting het vertrouwen dat zij wat dit betreft hebben in P.. Zij wijzen erop dat de loon- en arbeidsvoorwaarden ongewijzigd zullen blijven, dat de bestaande overlegorganen behouden worden en dat zij overtuigd zijn dat P. een ernstige toekomstvisie heeft op het bedrijf. Uit de stappen die P. al heeft ondernomen, o.a. bij het stadsbestuur van Lommel waar de activiteiten na de overname zullen gebundeld worden, blijkt bovendien dat de overname gericht is op de groei van de groep CRH waartoe P. behoort, en niet op de herschikking van haar activiteiten. Hierdoor zal de overname geen negatieve weerslag hebben op de werkgelegenheid in andere bedrijven van de groep in de regio.

De akte van verkoop van 16 januari 2011 bepaalt dat de schuld aan de RSZ ingevolge onbetaalde socialezekerheidsbijdragen uitgesloten wordt uit de overname.

(stuk 7 dossier GEUKENS)

Met toepassing van artikel 41quinquies, § 2 en 3 RSZ-Wet is de overnemer hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de socialezekerheidsbijdragen, de bijdrageopslagen en de verwijlintresten van de overdragende schuldenaar indien geen certificaat kan worden afgeleverd waaruit blijkt dat er geen dergelijke schulden openstaan in hoofde van de overdragende partij.

Artikel 41quinquies, § 4 RSZ-Wet bevat volgende uitzondering op deze hoofdelijke aansprakelijkheid :

" Niet onderworpen aan de bepalingen van dit artikel zijn de overdrachten die worden uitgevoerd door een curator, een commissaris inzake opschorting of in geval van fusie, splitsing, inbreng van de algemeenheid van goederen of van een tak van werkzaamheid verricht overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen."

De rechtbank treedt het standpunt bij van de gerechtelijk mandataris dat met "een commissaris inzake opschorting" in artikel 41quinquies, § 4 RSZ-Wet thans "een gerechtsmandataris" wordt bedoeld.

De functie van ‘commissaris inzake opschorting' komt voor in de wet van 17 juli 1997 op het gerechtelijk akkoord die, onder voorbehoud van de toepassing ervan op de procedures van gerechtelijk akkoord die liepen op het ogenblik van de inwerkingtreding van de W.C.O., werd opgeheven door artikel 85 W.C.O..

Artikel 7 W.C.O. bepaalt dat deze wet niet tot strekking heeft oudere wetten te wijzigen of hierop uitzonderingen aan te brengen "behalve wanneer een wijziging of een uitzondering voortvloeit uit een uitdrukkelijke tekst van deze wet".

De ‘wijziging' van artikel 41quinquies, § 4 RSZ-Wet die erin bestaat "een commissaris inzake opschorting" te lezen als "een gerechtsmandataris" vloeit voort uit een uitdrukkelijke tekst van de W.C.O., namelijk uit artikel 85 W.C.O. dat de wet van 17 juli 1997 op het gerechtelijk akkoord heeft opgeheven zodat de functie van commissaris inzake opschorting niet langer bestaat.

In dit verband moet worden opgemerkt dat in de artikelen 442bis, § 4 W.I.B. 1992 en artikel 93undeciesB, § 4 BTW-wetboek, die in een gelijkluidende uitzondering voorzien als artikel 41quinquies, § 4 RSZ-Wet, de terminologie door de artikelen 12 en 13 van de wet van 19 mei 2010 (B.S. 28 mei 2010) wél werd aangepast aan de W.C.O. waardoor er geen sprake is van hoofdelijke aansprakelijkheid voor de betreffende fiscale schulden bij een overdracht die wordt uitgevoerd door "een gerechtsmandataris".

Het feit dat artikel 41quinquies, § 4 RSZ-Wet tot op heden nog niet werd aangepast aan de nieuwe terminologie in de W.C.O. is ontegensprekelijk te wijten aan een slordigheid of vergetelheid van de wetgever.

Uit het door de gerechtsmandataris meegedeelde bericht van 11 januari 2011 blijkt dat de RSZ zelf eveneens de mening is toegedaan dat de uitzonderingsbepaling van artikel 41quinquies, § 4 RSZ-Wet kan toegepast worden als de overdracht van onderneming wordt geleid door een gerechtsmandataris in het kader van een gerechtelijke reorganisatie.

(stuk 13 dossier GEUKENS)

Een vergetelheid of slordigheid van de wetgever mag er inderdaad niet toe leiden dat de door de wet beoogde doelstelling, namelijk het behoud van de tewerkstelling van de bij de overgang betrokken werknemers, in het gedrang komt.

OM DEZE REDENEN

DE ARBEIDSRECHTBANK,

Gehoord de vertegenwoordigers van de werknemers in hun mondelinge opmerkingen.

Gehoord de heer Johan GIELEN, arbeidsauditeur, in zijn eensluidend mondeling advies.

Rechtdoende op tegenspraak en na erover beraadslaagd te hebben.;

Verklaart de vordering toelaatbaar en ongegrond.

Homologeert de voorgenomen overdracht zoals bepaald in de ‘Akte van verkoop in het kader van de gerechtelijke reorganisatie door overdracht van activa onder gerechtelijk gezag' tussen gerechtsmandataris Mr. C. G. optredend in naam en voor rekening van de NV J.B. (ondernemingsnummer 0431.629.313) als overdrager enerzijds en de NV P. (ondernemingsnummer 0432.591.789) anderzijds, in zoverre deze overnameovereenkomst de in artikel 61 W.C.O. bedoelde rechten aanbelangt.

Houdt de beslissing over de kosten aan.

De uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis vloeit voort uit artikel 5 W.C.O.

Aldus gewezen door:

J. VAN CAMP, toegevoegd rechter, Voorzitter der kamer;

J. AERTS, rechter in sociale zaken, benoemd als werkgever;

I. LUYTEN, rechter in sociale zaken, benoemd als werknemer;

bijgestaan door R. DE BONT, griffier

I. LUYTEN J. AERTS

R. DE BONT J. VAN CAMP

en uitgesproken door voormelde voorzitter van de eerste kamer van de arbeidsrechtbank te Turnhout in openbare terechtzitting EENENTWINTIG JANUARI TWEEDUIZEND EN ELF in aanwezigheid van de griffier.

R. DE BONT J. VAN CAMP

BESCHIKKEND GEDEELTE VERBETEREND VONNIS d.d. 26.1.2011

OM DEZE REDENEN,

DE ARBEIDSRECHTBANK;

Vonnissend op tegenspraak en na erover beraadslaagd te hebben.

Geeft akte aan partijen van hun vrijwillige verschijning ter zitting van zesentwintig januari tweeduizend en elf;

Verklaart de vordering tot verbetering ontvankelijk en gegrond;

Zegt voor recht dat er een verschrijving voorkomt in het vonnis door deze Rechtbank geveld op éénentwintig januari tweeduizend en elf.

Zegt voor recht dat de in het vonnis voorkomende zin: "Verklaart de vordering toelaatbaar en ongegrond" dient verbeterd als volgt: "Verklaart de vordering toelaatbaar en gegrond".

Gelast de griffier op de kant van de te verbeteren beslissing melding te maken van het beschikkend gedeelte van deze verbeterende beslissing.

Verwijst de staat in kosten van het geding;

Aan de zijde van alle partijen worden de kosten niet vereffend daar geen kostenopgave werd ingediend.

Turnhout, 26 januari 2011

Getekend

De griffier

R. DE BONT

AR nr. 11/129/A1e blad

Mots libres

  • Collectieve arbeidsverhoudingen

  • continuïteit van de ondernemingen

  • overgang van onderneming onder gerechtelijk gezag

  • homologatie door de arbeidsrechtbank

  • RSZ-schulden

  • overnemer

  • hoofdelijke aansprakelijkheid