- Jugement du 3 février 2012

03/02/2012 - 12/426/A

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Jugement - Texte intégral

ARBEIDSRECHTBANK VAN BRUSSEL

33ste kamer - openbare zitting van 03/02/2012

A.R. nr 12/426/A

Sociale verkiezingen - ongegrond Aud. nr

Rép. nr 012/

IN ZAKE :

HET ALGEMEEN BELGISCHE VAKVERBOND (A.B.V.V.), representatieve werknemersorganisatie, met zetel gevestigd te 1000 BRUSSEL, Hoogstraat, 42,

eisende partij, vertegenwoordigd door Mr A. VERMOORTELE, advocaat met kantoor te 1540 HERNE, Ekkelenberg, 36 ;

TEGEN

CSC Computer Sciences, VOF, met zetel te 1930 Zaventem, Leonardo Da Vincilaan 3,

ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het nr. 0451.042.476

verwerende partij, vertegenwoordigd door Mr Bart Vanschoebeke, advocaat met kantoor te 9000 Gent, Ferdinand Lousbergskaai 103, bus 4-5

MEDE IN ZAKE :

1) HET ALGEMEEN CHRISTELIJK VAKVERBOND (ACV), representatieve werknemersorganisatie, te 1030 Brussel, Haachtsesteenweg 579

2) DE ALGEMENE CENTRALE DER LIBERALE VAKBONDEN (ACLVB), met sociale zetel gevestigd te 1070 BRUSSEL, Poincarélaan, 72-74 en met administratieve zetel gevestigd te 9000 GENT, Koning Albertlaan, 95,

3) DE NATIONALE CONFEDERATIE VOOR KADERPERSONEEL (N.C.K.), met zetel gevestigd te 1030 BRUSSEL, Lambermontlaan, 171, bus 4,

betrokken partijen, die niet verschijnen ;

* * *

Gelet op de wet van 15 juni 1935 houdende het gebruik der talen in gerechtszaken ;

Gelet op de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek ;

Gelet op de Bedrijfsorganisatiewet van 20 september 1948 en de Welzijnswet van

4 augustus 1996;

Gelet op de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen, zoals gewijzigd bij wet van 28 juli 2011 ;

Gelet op de wet van 4 december 2007 tot regeling van de gerechtelijke beroepen ingesteld in het kader van de procedure aangaande de sociale verkiezingen, zoals gewijzigd bij wet van 28 juli 2011 ;

Gelet op de gerechtsbrief verstuurd naar partijen in toepassing van artikel 775 van het Gerechtelijk Wetboek ;

Op aanwijzing van eisende partij werden als in het geding betrokken partijen opgeroepen : het ACV, het ACLVB en de NCK die ter zitting niet verschenen zijn ;

Gehoord de aanwezige partijen ter buitengewone openbare zitting van 2 februari 2012 waarna de debatten gesloten werden ;

Gehoord de heer Substituut van de Arbeidsauditeur in zijn mondeling advies waarop partijen niet repliceren en waarna de zaak in beraad genomen werd voor uitspraak op 3 februari 2012;

1) DE PROCEDURE

De rechtbank nam kennis van volgende procedurestukken :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 11 januari 2012

- de conclusie van verweerster van 23 januari 2012

- de conclusie van eiser van 24 januari 2012

- de syntheseconclusie van verweerster van 25 januari 2012

- vonnis van heropening der debatten uitgesproken op 31 januari 2012

- de syntheseconclusie van verweerster van 2 februari 2012

- de bundels van partijen.

2) DE FEITEN

Op 9 mei 2012 vinden in de onderneming van verweerster sociale verkiezingen plaats. De technische bedrijfseenheid valt samen met de juridische entiteit, CSC Computer Sciences VOF.

Op 9 december 2011 (X-60), heeft CSC Computer Sciences aan de ondernemingsraad en aan de vakbondsorganisaties, de kaderfuncties en de indicatieve lijst van de personen die deze functies uitoefenen, meegedeeld .

Op 5 januari 2012 (X-35), heeft CSC Computer Sciences haar beslissing meegedeeld onder meer met betrekking tot de kaderfuncties en de indicatieve lijst van de personen die deze functies uitoefenen .

Deze lijst bevat meerdere functies (251 werknemers) en de technische bedrijfseenheid heeft 520 werknemers in dienst (formulier X-60).

3) DE VORDERING

Bij verzoekschrift van 11 januari 2012, heeft het ABVV de lijst met kaderfuncties zoals meegedeeld door CSC Computer Sciences betwist. Het ABVV stelt dat één van de functies opgenomen op deze lijst, nl. "Senior Professional I" niet behoort tot de categorie van kaderfuncties.

Het ABVV vordert in het verzoekschrift :

"De vordering van verzoekster ontvankelijk te verklaren;

Alvorens recht te doen de namen te preciseren van diegene die titularis zijn van een kaderfunctie ;

De aangifte aan de RSZ mede te delen voor de periode 2011 inzake de kaderleden.

De vordering gegrond te verklaren.

Te zeggen voor recht dat de functie van Senior Professional I dient geschrapt op de lijst van de kaderleden. Gedaagden te veroordelen tot de kosten van de procedure met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding."

In conclusies herformuleert het ABVV haar vordering als volgt :

"Alvorens recht te doen de aangifte aan de RSZ mede te delen voor de periode 2011 inzake de kaderleden.

De vordering gegrond te verklaren.

Te zeggen voor recht dat de functie van Senior Professional I dient geschrapt op de lijst van de kaderleden.

Gedaagden te veroordelen tot de kosten van de procedure met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding. "

4) DE ONTVANKELIJKHEID

Het beroep werd met een geldig verzoekschrift ingeleid binnen de termijn van 7 dagen als bepaald in artikel 3 van de wet van 4 december 2007 tot regeling van de gerechtelijke beroepen ingesteld in het kader van de procedure aangaande de sociale verkiezingen, zoals gewijzigd bij wet van 28 juli 2011.

De vordering is ontvankelijk.

5) BESPREKING

(1)

Artikel 14, §1, 3° van de wet van 20 september 1948 houdende de organisatie van het bedrijfsleven, zoals gewijzigd bij wet van 22 januari 1985, definieert het kaderpersoneel als volgt:

"de kaderleden zijn de bedienden die, met uitsluiting van die welke deel uitmaken van het leidinggevend personeel, in de onderneming een hogere functie uitoefenen, die in het algemeen voorbehouden wordt aan de houder van een diploma van een bepaald niveau of aan diegene die een evenwaardige beroepservaring heeft."

In de voorbereidende werken staat dat de "hogere" aard van de uitgeoefende functie kan voortvloeien uit :

ofwel de macht die aan de bediende is gedelegeerd,

ofwel de aard van de taak die hem is toevertrouwd.

(Parl Stukken, senaat, 1984-85, nr 757/1,p51).

(2)

In de eerste plaats stelt eiseres :

- dat artikel 12 van de Wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen bepaalt dat enkel het personeel aangegeven bij de RSZ als kader deel kan uitmaken van het kaderpersoneel;

- dat bij gebreke aan bewijs van aangifte de beslissing x-35 onwettelijk, hetzij minstens onregelmatig is.

Zij vordert daarom de neerlegging door verweerster van de aangifte aan de RSZ van 2011.

Artikel 12 van de Wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen, zoals gewijzigd bij wet van 28 juli 2011 bepaalt:

"Uiterlijk op de vijfendertigste dag die de aanplakking voorafgaat van het bericht waarin de datum van de verkiezingen wordt aangekondigd worden de raad en het comité of, bij ontstentenis ervan, de vakbondsafvaardiging, door de werkgever schriftelijk in kennis gesteld van zijn beslissingen:

(...)

3° betreffende de functies van de kaderleden evenals, bij wijze van aanduiding, de lijst van personen, die deze functies uitoefenen; in deze lijst mogen slechts bedienden opgenomen worden die zo aangegeven zijn in de aangifte overgemaakt aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid."

Zoals verweerster opmerkt, bestaat er geen aangifte van werknemers als "kaderleden" bij de RSZ. Werknemers worden als arbeiders of als bedienden aangegeven. Eiseres toont ook niet aan dat een aangifte als "kaderlid "mogelijk zou zijn.

In de voormelde wettelijke bepaling "in deze lijst mogen slechts bedienden opgenomen worden die zo aangegeven zijn in de aangifte overgemaakt aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid" verwijst de term "zo" logischerwijze dan ook naar "bedienden " en niet naar kaderleden.

Daarbij wordt klaarblijkelijk verwezen naar de eerste voorwaarde in de wettelijke definitie van kaderlid, namelijk dat de betrokken werknemer bediende moet zijn (artikel 14, §1, 3° van de wet van 20 september 1948, aangehaald hierboven). (vgl. Arbrb. Brussel 4 februari 2008, AR 641/08, geciteerd in H.-F. LENAERTS, J.-Y. VERSLYPE en O. WOUTERS, Sociale Verkiezingen 2008, Overzicht van rechtspraak¸Larcier, 2011, 117).

(3)

De functie van "Senior Professional I" beantwoordt volgens eiseres niet aan de definitie van kaderlid omdat:

- alle nieuwe aangeworvenen worden aangeworven als "Senior Professional I";

- dat zij aldus niet over de zelfstandigheid beschikken;

- zij van bij aanvang geen beslissingsrecht of bevoegdheid over een deel van het personeel beschikken ;

- zij over geen initiatiefrecht beschikken;

- dat het duidelijk is dat ze geen macht hebben in deze functie;

- dat uit de tabel blijkt dat de meesten prille dertigers zijn. - dat verweerster trouwens zelf stelt dat door "Senior Professional I" een coaching opleiding dient gevolgd om deze personeelsleden te laten evolueren naar Senior professional II";

- dat deze opleiding dient om deze personeelsleden initiatief aan te leren en personeel te beheren en een team te leren aansturen;

- dat uit stuk 5 medegedeeld door verweerster blijkt dat de "Senior Professional I" slechts verantwoordelijk zijn voor een kleine groep en mensen traint op projecten; dat de omschrijving stelt dat hij assisteert in de projectplanning; hij heeft aldus niet het initiatiefrecht; dat dit niet beantwoordt aan wat moet worden verstaan onder kader.

- dat een kaderfunctie is als men macht heeft. Dat een universitair diploma niet volstaat om als kader te beschouwd te worden. Het is niet omdat de bevolking hoger opgeleid is en omdat de technologie evolueert en de samenleving complexer wordt dat er geen bedienden meer zullen zijn en enkel nog kaderleden;

- dat uit een proces-verbaal van de syndicale delegatie van 27 november 2007 met het oog op de sociale verkiezingen 2008 blijkt dat toen reeds de discussie is gerezen over wie kader en geen kader was en meer bepaald de functie senior professional II. Dat toen volgende bemerkingen werden geformuleerd door het personeel:

o Dat volgens het arbeidsreglement men slechts kader is vanaf klasse 10 en klasse 9

o Dat de klassificaties minstens als indicatie moeten worden gezien voor het bepalen van de categorie

o Dat senior professional I , senior professional II, en senior professional III slechts in België bestaan bij CSC, de reden daarvoor is dat de 3 I, II en III recht hebben om een verschillend budget voor de bedrijfswagen

o Dat het budget voor een bedrijfswagen geen indicatie voorzien is bij de wetgever voor de bepaling van een kaderfunctie

- dat voor het personeel de barema's slechts zichtbaar zijn tot 6B en dat deze de senior professional I inhouden. De senior professional II en senior Professional III vallen onder het barema 9 en hoger.

(4)

Eiseres, die beweert dat bepaalde functies niet als kaderfuncties moeten worden beschouwd, draagt in eerste instantie de bewijslast van haar beweringen, overeenkomstig de artikelen 1315 van het Burgerlijk Wetboek en 870 van het Gerechtelijk Wetboek (Cass. 18 december 1995, www.juridat.be).

(5)

Er bestaat geen betwisting over dat CSC Computer Sciences een wereldwijd dienstenbedrijf is dat actief is in de IT-sector en dat verweerster in hoofdzaak de volgende gespecialiseerde diensten aanbiedt: consulting, systeemintegratie en outsourcing van IT- en businessprocessen, zoals eiseres bevestigt in conclusies.

Het betreft gespecialiseerde diensten zoals beschreven in de voorstelling van het bedrijf en haar verschillende diensten (stuk 1 van verweerster).

Verder licht verweerster in conclusies toe, zonder dat eiseres dit betwist, dat de laatste jaren de consulting business van verweerster en ook de complexiteit van de projecten sterk zijn toegenomen; daarnaast is de outsourcing business (waarvoor men beroep kon doen op uitvoerende IT-ers, die gewone bedienden zijn) sterk gedaald; deze evolutie heeft als gevolg dat verweerster meer een meer is geëvolueerd naar een consultancy-onderneming die beroep moet doen op hoogopgeleiden om de complexe projecten het hoofd te kunnen bieden.

Uit de stukken die verweerster neerlegt (ondermeer stukken 5 en 13), blijkt dat de "Senior Professional I" werkt als "consultant", voornamelijk op projecten bij klanten in het kader van deze consultancy-activiteit van verweerster.

Verweerster toont in stuk 4 de sterke stijging van het aantal universitairen en hoogopgeleiden in dienst van de onderneming.

Verweerster legt uit en toont aan met het overzicht in stuk 12 dat haar personeelsbestand zo geëvolueerd is dat het grootste deel zich situeert in het niveau van de Senior Professional I (nl. 194 van de 512 werknemers ) omdat zij de personen zijn met een doorgedreven kennis en ervaring die nodig zijn om de toename van de "consulting business" op te vangen; de functies die vooral uitvoerende activiteiten impliceren, dalen steeds in aantal (de functie Service Specialist bij verweerster).

Verweerster legt als stuk 5 een intern document neer gedateerd van 13 mei 2009 , in kleur op A3-formaat, met daarin een overzicht van de verschillende functies ("contribution groups"), van hoog tot laag, met telkens een beschrijving van de "kerncompetenties" en de "focusgebieden".

Uit stukken die verweerster neerlegt, blijkt dat dezelfde functies en benamingen reeds in de onderneming bestonden bij de vorige sociale verkiezingen van 2008, ook reeds in 2005 voor wat betreft de consultingafdeling (stuk 20 verweerster met een voorstelling aan het personeel en een vergelijking met de functie-categoriën en de (minimum-)loonschalen in het paritair comité 218)

Eiseres betwist als dusdanig niet dat dit de functie-classificatie is die in de onderneming wordt gehanteerd. Verweerster legt ook als stuk 21 uittreksels neer van de ondernemingsraad waaruit blijkt dat deze functieclassificatie werd toegelicht en besproken.

(6)

Verder blijkt niet, en eiseres bevestigt dit ook ter zitting, dat het arbeidsreglement zou bepalen dat werknemers slechts kaderlid kunnen zijn vanaf "klasse 10 en klasse 9" zoals eiseres beweerde in conclusies maar niet nader toelicht. Verweerster merkt in dat verband terecht het volgende op:

- enkel in de bijlage 5 bij het arbeidsreglement staat daarover iets vermeld, nl. een uittreksel uit de CAO over de werking van de vakbondsafvaardiging, wordt vermeld "Toepassingsgebied: Het begrip bedienden moet worden verstaan in de zin van bedienden bedoeld in de beroepenclassificatie bepaald in hoofdstuk II van de basisovereenkomst gesloten in het ANPCB of opgemaakt bij Ondernemingsovereenkomsten. (Dit zijn de klassen 1 tot 6 bij CSC NV/SA, CSC VOF/SNC)." Daarop doelt eiseres wellicht om daaruit af te leiden dat de personen die betaald worden volgens de 'klassen 1 tot 6' geen kaderleden kunnen zijn en dat men maar kaderlid kan zijn vanaf klasse 9.

- Het feit dat bepaalde personen worden beschouwd als bedienden voor de bevoegdheid en de werking van de vakbondsafvaardiging, is niet relevant voor de vraag wie al dan niet als kaderlid wordt beschouwd in de wetgeving betreffende de ondernemingsraad en de sociale verkiezingen. De syndicale afvaardiging is in het paritair comité 218 (in tegenstelling tot bijvoorbeeld andere) bevoegd voor bedienden én kaderleden, maar nu het begrip kaderlid inzake syndicale delegatie niet gekend is, spreekt men van bedienden.

- De tegenpartij legt zelf stukken neer waaruit blijkt dat een hele groep personen van Senior Professional I in 2008 reeds volgens een hogere klasse dan klasse 6 werden betaald (stuk 4 van de tegenpartij: tot klasse 10) en dat dit in 2011 zeker het geval is

( stuk 6 van de tegenpartij).

- dat het klassensysteem verouderd is en niet meer wordt toegepast zoals ook blijkt uit de vermeldingen in de loonbrieven en de vergelijking tussen de barema's van klasse 6B en het gemiddeld maandloon dat een Senior Professional I vandaag verdient (4.307,00 EUR bruto) .

(7)

De functie van "Senior Professional I" wordt in stuk 5 dat verweerster neerlegt als volgt beschreven: (vertaald door verweerster uit het Engels maar zonder dat eiseres deze vertaling betwist):

"Kerncompetenties:

a) Waardecreatie van de opgeleverde oplossing

- Gedurende 1 maand werkt de senior I zelfstandig en in lijn met de klant en de projectverwachtingen.

- De senior I combineert ongerelateerde en discrete taken in combinatie met regelmatig projectwerk.

- De senior I stelt zijn werk voor aan de klant en de CSC managers.

- Hij begrijpt goed de kernelementen van de CSC Catalyst methodologie of een gelijkaardige methodologie.

b) Mensenwaardering

- Bekwaam om Associate Professional consulenten te coachen en wijdt zijn tijd aan hoge kwaliteitsadministratie.

- De senior I schrijft SMART project appraisals (projectevaluaties).

- De senior I wisselt kennis uit met anderen.

- Hij geeft vorm aan zijn eigen carrièrepad.

- Hij begrijpt de bedrijfsstructuur, cultuur, missie, visie en strategie van CSC.

- Bekwaam om CSC te vertegenwoordigen en te verkopen op kennisevenementen en solution-beurzen.

Focus gebieden:

a) Klantenwaardecreatie

- Hij creëert en onderhoudt informele professionele klantenrelaties.

- Hij is werkzaam in zijn eigen vakkundig domein bij de klant.

- Hij overtuigt de klant van zijn vakkundig niveau.

- Hij begrijpt het aanbod van CSC en stelt het op klare wijze voor aan de klant.

- Hij onderschept en geeft verkoopsopportuniteiten door en helpt om deze te ontwikkelen.

b) Project/Program Management

- Hij is verantwoordelijk voor een kleine groep en traint mensen op een project of een klantensite.

- Hij assisteert in projectenplanning, schattingen en planningen, hij definiëert het bereik en hij volgt de vorderingen op.

- Hij kan de risico's van de oplossing voorspellen.

- Hij toont een goede kennis van werkmethodes rond projectmanagement.

- Hij heeft sterke communicatievaardigheden: hij kan informatie en stijl aanpassen aan zijn publiek, hij kan moeilijke problemen met klare taal uitleggen.

c) Expertise/Creativiteit en innovatie

- Zijn vakkundig domein situeert zich op het niveau van een 'eind-tot-eind' businessproces (bijv. aankoop tot betalingsproces)

- Hij heeft een gevorderde kennis in producten, processen en industrie.

- Hij werkt zelfstandig in zijn vakkundig domein.

- Hij bekleedt een vooraanstaande rol in discussies rond business procesontwerp en levert een grote bijdrage aan blauwprintdelen in zijn eigen vakkundig domein.

- Hij creëert efficiënte, creatieve, sterke en innovatieve oplossingen.

- Hij ondersteunt het werk van kennisgroepen met expertise en presenteert ze in een KSS (= kennisoverdracht sessies)."

(8)

Verder zet verweerster uiteen:

- dat het subniveau Senior Professional I gemiddeld pas bereikt wordt na ongeveer 5 jaar dienst in de onderneming, voor zover men de nodige positieve evaluaties heeft gekregen zodat het dus niet om een automatische doorgroei gaat; de betrokkene moet de nodige competenties bezitten om een promotie te kunnen maken naar dit niveau;

- dat de gemiddelde leeftijd van de Senior Professional I 32 jaar is en dit doordat deze personen na hun hogere en universitaire studies reeds een loopbaan achter de rug hebben binnen CSC Computer Sciences, dan wel een gelijkaardige loopbaan/ervaring moeten kunnen aantonen;

- dat van de 80 "Senior Professional I" werknemers, 73% een masterdiploma en 26% een bachelordiploma hebben ( 1 persoon heeft een A2-opleiding en werd in 1999 - nadat hij 27 jaar ervaring had opgebouwd - gepromoveerd tot Senior Professional I).

Verweersters legt een interne computerlijst neer met de 17 personen die in 2011 tot "Senior Professional I" werden gepromoveerd. De naam, geboortedatum, niveau diploma, anciënniteit zijn in detail vermeld en worden niet betwist door eiseres. Deze gegevens lijken dus de criteria die verweerster vermeldt te bevestigen. Ook blijkt uit deze lijst dat deze werknemers een zeer goede evaluatie hadden gekregen.

Eiseres van haar kant staaft niet haar bewering dat "alle nieuwe aangeworvenen worden aangeworven als "Senior Professional I".

Verder zet verweerster uiteen dat "Senior Professional I" een hoger loon heeft dan de lagere functies (Professional I en II):

- Gemiddeld loon Professional I: 3.014,60 EUR bruto per maand;

- Gemiddeld loon Professional II: 3.436,40 EUR bruto per maand;

- Gemiddeld loon Senior Professional I: 4.307,00 EUR bruto per maand;

Dit loonniveau stemt alleszins overeen met de loonfiche van een "Senior Professional I" die eiseres neerlegt.

Verweerster legt ook voorbeelden van vacatures neer voor het niveau "Senior Professional" (stuk 6) en als stuk 13 twee emails van werknemers met de functie "Senior Professional I" die in detail uiteenzetten wat hun concrete taken zijn geweest in twee concrete projecten bij klanten (één werkte als "projectleider"op een project van CSC bij de VDAB :"de voorstudie, de uitvoering van de implementatieprojecten en het onderhoud van het BI & DWH platform"; de andere werkte als "project manager" bij het "Uitwerken van het Agfa HealtCare Global SAP model, met inbegrip van aankoop, verkoopslogistiek en financiële processen, op het HealthCare system platform voor 6 Latijns-Amerikaanse landen (periode: aug. 2010 - sept. 2011 - go live op 1 mei 2011").

De rechtbank kan slechts vaststellen dat deze stukken alleszins aansluiten bij de functie-inhoud - en vereisten zoals uiteengezet in het hierboven aangehaalde stuk 5 van verweerster.

Uit de voorgelegde stukken blijkt voldoende dat het een hogere functie betreft,

- waarbij de betrokkene belast wordt met steeds wisselende complexe projecten, waarbij een gespecialiseerde kennis en een grote mate van competentie en zelfstandigheid is vereist,

- waarbij hogere universitaire studies (of een lange beroepservaring) , aangevuld met meerdere jaren ervaring, zijn vereist,

- die een veelheid van taken inhoudt die duidelijk geen louter uitvoerende taken zijn maar eigen initiatief en felexibel en creatief denkwerk vereisen (zoals ondermeer blijkt uit de opsomming door de betrokken werknemer in stuk 13: "Ontwikkelen en voorstellen van het project charter aan het senior management; Opmaak en opvolging van het project plan en wijziging van het management plan, Opvolging van het project team en het bijhorend budget (tijdig opleveren binnen budget - inclusief verzoek voor bijkomende middelen indien nodig); Coördinatie van de testen en opleiding tussen ICS team en de business teams; De leiding nemen in het beslissingsprocess (go/no-go) en cut over acties; Opvolging en coördinatie; Voorzitten van de vergaderingen").

Uit het stuk 5 van verweerster blijkt ook dat er onder de "Senior Professional I" nog drie lagere functies van bedienden niet-kaderleden, zijn ,in totaal 133+109+19 werknemers (p 13 conclusies verweerster).

(9)

Verder tonen meerdere stukken aan dat de functie van "Senior Professional I" de zogenaamde "coaching" van andere medewerkers inhoudt, wat alleszins een vorm van leiding inhoudt en ertoe bijdraagt dat het om kaderfuncties gaat:

- de coaching maakt deel uit van de vereiste competenties opgesomd in de functiebeschrijving van de "Senior Professional I" (stuk 5), waarin ook staat "Hij is verantwoordelijke voor een kleine groep mensen en traint ("coaches" in de Engelse versie) mensen op een project of op een klantensite ".

- De personen van Senior Professional I zijn verplicht een coaching opleiding te volgen (stuk 8 verweerster). In aansluiting bij dit stuk licht verweerster toe dat de personen van Professional II (geen "Senior-niveau" en geen kaderleden) weliswaar de opleiding ook al volgen opdat zij coach kunnen zijn eens zij het niveau Senior Professional I bereiken, maar zij coachen zelf nog niet; van de Senior Professional I wordt daarentegen verwacht dat zij effectief coachen, leiden en evalueren (verweerster legt als stuk 16 ook de lijst neer van de personen die in het najaar van 2011 de coaching opleiding hebben gevolgd). (Eiseres stelt dus ten onrechte dat verweerster op pagina 14 van haar eerste conclusies zou verklaren dat men slechts vanaf de (hogere) functie van "Senior Professional II" verantwoordelijkheid heeft over andere personeelsleden daar dit wordt gegeven na het volgen van "een vorming").

- Verweerster legt ook het interne "coaching -boek"neer (stuk 7) waarin ondermeer staat: (door verweerster vertaald uit het Engels):

(P 8) ", verwachten wij van onze coaches dat zij:

· een actieve rol spelen in het bespreken van het carrièreverloop van hun coachees, hun prestaties en motivatie.

· een informeel contact hebben met de coachee op maandelijkse basis en een gefocuste face-to-face vergadering minstens 3 keer per jaar.

· Idealiter 3, maximum 5 coachees hebben.

· De functioneringsgesprekken consolideren.

· De coaching KRA bijhouden."

(p 11) "Functioneringsgesprekken

Er wordt van coaches verwacht dat zij de functioneringsgesprekken leiden.

De Coaches zijn de centrale coördinator bij het jaarlijkse functioneringsgesprek van hun coachee.

Tijdens het jaar mogen de coaching gesprekken gaan over uiteenlopende zaken. Op het einde van het jaar moet de coach een aantal persoonlijke gesprekken filteren teneinde de zuivere prestatie-data te distilleren.

En coach heeft niet tot taak zijn coachee te verdedigen of te promoten. Zij moeten enkel de werkelijkheid weergeven.

Het doel van de coach is om een eerlijk, niet-vooringenomen zicht op de resultaten en het potentieel van elk lid van ons team te garanderen."

- Dat de Senior Professional I-werknemers ook daadwerkelijk coachen, in de hierboven omschreven betekenis, wordt voldoende aangetoond door de stukken 13, 14 en 15 van verweerster.

Verder toont verweerster in haar laatste conclusies op gedetailleerde wijze aan dat de lijst die eiseres als stuk 9 neerlegt met de personen "Senior Professional I" die al dan niet zouden coachen, achterhaald is. Verweerster toont daarbij aan (ondermeer met haar stukken 9 en 17) dat 85% van de "Senior Professional I" actief coachen en evalueren (of op zeer korte termijn coachees zullen toegewezen krijgen omdat zij pas gepromoveerd zijn) en dat slechts 15% op dit moment niet evalueert, voornamelijk om historische redenen, aangezien zij reeds lang Senior Professional I waren toen de coaching zeer belangrijk werd; zij coachen echter wel in het kader van projecten en hebben hiervoor ook de capaciteit.

De rechtbank kan slechts vaststellen dat eiseres van haar kant deze concrete gegevens helemaal niet weerlegt. Zij brengt geen enkel concreet bewijs van haar bewering dat de functie van "Senior Professional I" niet de "coaching" van andere medewerkers zou omvatten .

De ene verklaring van de heer M. die zij neerlegt, is zeer dubbelzinnig en vaag: hij verklaart dat de evaluaties ("appraisals", zoals vermeld in de formulieren die verweerster neerlegt) bij voorkeur door "Senior Professional 2" en hogere functies gebeuren, zonder te vermelden wie door hen wordt geëvalueerd (de hogeren evalueren immers ook de "Senior Professional I"), en dat met enkele uitzonderingen, de "Senior Professional I" die moeten evalueren (hij erkent dus dat er zijn die moeten evalueren), dit doen onder supervisie en na het volgen van een opleiding over het onderwerp. Deze verklaring die vaag en dubbelzinnig is kan daarom niet als een voldoende bewijs worden aanvaard gelet op de vele overtuigende stukken die verweerster neerlegt..

(10)

De rechtbank stelt vast dat verweerster meerdere stukken neerlegt die erop wijzen dat "Senior Professional I" wel degelijk een kaderfunctie is bij verweerster en dat eiseres van haar kant niet bewijst dat het geen kaderfunctie is.

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Gehoord de heer Jan GEYSEN, Substituut in zijn eensluidend mondeling advies gegeven ter zitting van 2 februari 2012 ;

Verklaart de vordering ontvankelijk maar ongegrond ;

Veroordeelt eiseres tot de kosten, tot op heden begroot op 1320 euro, rechtsplegingsvergoeding in hoofde van verwerende partij ;

Aldus gevonnist door de drieëndertigste kamer van de Arbeidsrechtbank van Brussel waar zitting hielden :

Mevrouw Carla CORBISIER, rechter,

Mijnheer Luc PROESMANS, rechter in sociale zaken, werkgever

Mijnheer Jean DE KEYZER, rechter in sociale zaken, bediende

En uitgesproken ter openbare zitting van 03/02/2012

waar aanwezig waren

Mevrouw Carla CORBISIER , rechter

bijgestaan in de uitspraak door Mevrouw Sabine DE BRUYCKER, griffier - Hoofd van Dienst

De Griffier-Hoofd van Dienst , De Rechters in Sociale Zaken, De Rechter,

S. DE BRUYCKER L. PROESMANS & J. DEKEYZER C. CORBISIER

Mots libres

  • sociale verkiezingen

  • kaderfuncties