- Jugement du 6 février 2012

06/02/2012 - 12/694/A

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Jugement - Texte intégral

ARBEIDSRECHTBANK VAN BRUSSEL

33ste kamer - openbare zitting van 06/02/2012

A.R. nr 12/694/A

Sociale verkiezingen - ongegrond Aud. nr

Rép. nr 12/

IN ZAKE :

HET ALGEMEEN CHRISTELIJK VAKVERBOND (ACV), representatieve werknemersorganisatie, met zetel gevestigd te 1030 Brussel, Haachtsesteenweg 579,

eisende partij, vertegenwoordigd door Mr Steven GIBENS, advocaat met kantoor te 2060 ANTWERPEN, Nachtegaalstraat, 47, waar keuze van woonplaats wordt gedaan ;

TEGEN

1) DE NV DHL FREIGHT (BELGIUM), met maatschappelijke zetel te 1850 GRIMBERGEN, Eppegemsesteenweg, 31-33, met ondernemingsnummer 0401.264.551,

2) DE NV GERLACH & Co, met maatschappelijke zetel te 2030 ANTWERPEN, Schouwkensstraat, 7, Haven 200, met ondernemingsnummer 0404.527.216,

verwerende partijen, vertegenwoordigd door Mr Inge DERDE, advocaat met kantoor te 1831 DIEGEM, Berkenlaa, 8A;

IN AANWEZIGHEID VAN :

1) DE ALGEMENE CENTRALE DER LIBERALE VAKBONDEN VAN BELGIE (A.C.L.V.B.), representatieve werknemersorganisatie met sociale zetel gevestigd te 1070 BRUSSEL, Poincarélaan, 72-74 en met administratieve zetel gevestigd te 9000 GENT, Koning Albertlaan, 95,

eerste in het geding betrokken partij, vertegenwoordigd door Mevr. Ina SANDERS, syndicaal afgevaardigde ;

2) HET ALGEMEEN BELGISCH VAKVERBOND (A.B.V.V.), representatieve werknemersorganisatie, met zetel gevestigd te 1000 BRUSSEL, Hoogstraat, 42,

3) DE NATIONALE CONFEDERATIE VOOR KADERPERSONEEL (N.C.K.), representatieve organisatie van kaderleden,met zetel gevestigd te 1030 BRUSSEL, Lambermontlaan, 171, bus 4,

tweede en derde in het geding betrokken partijen, die niet verschijnen ;

* * *

Gelet op de wet van 15 juni 1935 houdende het gebruik der talen in gerechtszaken ;

Gelet op de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek ;

I. PROCEDURE.

De rechtbank nam kennis van volgende procedurestukken :

- het verzoekschrift aangetekend verstuurd naar de Rechtbank op 13 januari 2012 en ontvangen ter griffie op 16 januari 2012

- de conclusie van verweerster van 25 januari 2012

- de conclusie van eiser van 27 januari 2012

- de conclusie van het ACLVB van 26 januari 2012

- de syntheseconclusie van verweerster van 30 januari 2012

- de stukken van partijen

De partijen werden per aangetekend schrijven van 17 januari 2012 opgeroepen voor de zitting van 20 januari 2012 waarop eisende partij, verwerende partij en het ACLVB verschenen zijn, terwijl de betrokken partijen het ABVV en de NCK niet verschenen zijn.

De zaak werd, voor wat betreft de verschenen partijen, tegensprekelijk uitgesteld naar de zitting van 31 januari 2012. Conclusietermijnen werden tussen partijen overeengekomen en geacteerd op het zittingsblad.

De partijen werden gehoord op de zitting van 31 januari 2012 waarna de debatten gesloten werden. Het openbaar ministerie werd gehoord in haar advies, waarop eisende partij repliceert.

De zaak werd in beraad genomen voor uitspraak op 6 februari 2012.

II. VOORWERP VAN DE BETWISTING

Bij verzoekschrift d.d. 13 januari 2012 verzoekt Het Algemeen Christelijk Vakverbond van België ( afgekort ACV ) het volgende :

1. te zeggen voor recht dat een Ondernemingsraad en een Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk moet opgericht worden voor DHL FREIGHT (BELGIUM) N.V. en GERLACH & Co N.V. , daar deze juridische entiteiten samen één technische bedrijfseenheid vormen.

2. te zeggen voor recht dat de verdere sociale verkiezingen in deze gezamenlijke technische bedrijfseenheid samen dienen georganiseerd te worden en verder te worden voorbereid op basis van deze beslissing.

3. verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding aan de zijde van het ACV begroot op RPV : 1 320 euro .

In het beschikkend gedeelte van hun synthesebesluiten vragen DHL FREIGHT BELGIUM NV ( afgekort DHL ) en GERLACH & CO NV ( afgekort GERLACH ) :

- de vorderingen van het ACV, indien ontvankelijk, als ongegrond af te wijzen en het ACV te veroordelen tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 1.320,00 EUR.

In het beschikkend gedeelte van haar besluiten vraagt de Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België ( afgekort ACLVB ):

1. akte te nemen van het feit dat de ACLVB zich aansluit bij de beslissing van de eerste verwerende partij m.b.t. de technische bedrijfseenheid;

2. akte te nemen van het feit dat de ACLVB zich met betrekking tot de onontvankelijkheid aangehaald in de conclusies van de verweersters zich gedraagt naar de wijsheid van de rechtbank;

3. akte te nemen van het feit dat de ACLVB met betrekking tot alle andere argumenten uiteengezet in bovengenoemde conclusie, deze bijtreedt meer de stukkenbundel;

4. te zeggen voor recht dat de vordering van eisende partij ongegrond is en dat de technische bedrijfseenheid bestaat uit de juridische eenheid DHL FREIGHT N.V. zoals besloten op X-35;

5. te zeggen voor recht dat de sociale verkiezingen voor de ondernemingsraad en het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk op 10 mei 2012 in de technische bedrijfseenheid DHL FREIGHT N.V. verder dienen te worden georganiseerd op basis van deze beslissing;

6. het ACV te veroordelen tot de kosten van het geding.

III. DE FEITEN

1. DHL is een onderneming gespecialiseerd in het vervoer van goederen over de weg, spoorweg, water en lucht, logistiek en warehousing.

Bij de sociale verkiezingen in 2008 werd binnen DHL de drempel van 100 werknemers bereikt en werden sociale verkiezingen gehouden voor een ondernemingsraad en een comité preventie en bescherming op het werk.

Tijdens deze verkiezingen werd DHL op zich als één technische bedrijfseenheid beschouwd.

Voor de sociale verkiezingen van 2012 werd binnen DHL opnieuw de drempel van 100 werknemers bereikt, zodat opnieuw sociale verkiezingen voor de ondernemingsraad en het comité voor preventie en bescherming op het werk georganiseerd worden. De verkiezingsdatum is vastgesteld op 10 mei 2012.

2. Gerlach is een onderneming gespecialiseerd in douaneservices, waarbij Gerlach de complete afwikkeling van dagelijkse douaneformaliteiten rond goederenvervoer verzorgt.

Bij de sociale verkiezingen in 2008 werd binnen Gerlach de drempel van 50 werknemers bereikt en werden sociale verkiezingen gehouden voor het comité preventie en bescherming op het werk.

Tijdens deze verkiezingen werd Gerlach op zich als één technische bedrijfseenheid beschouwd.

Inmiddels nam het personeelsbestand van Gerlach evenwel af tot minder dan 50 werknemers, zodat voor 2012 geen sociale verkiezingen worden georganiseerd.

3. Bij schrijven van 29 december 2011 deelde de LBC-NVK mee dat zij, na overleg met het ACV, van oordeel is dat Gerlach en DHL één technische bedrijfseenheid vormen.

Op 3 januari 2012 werd dit door Gerlach en DHL betwist.

Het ACV stuurde op 13 januari 2012 aangetekend een verzoekschrift op naar de griffie van deze rechtbank.

IV. DE ONTVANKELIJKHEID

De sociale verkiezing binnen DHL zal plaatsvinden op 10 mei 2012, zodat de beslissing van DHL omtrent de technische bedrijfseenheid uiterlijk op 6 januari diende kenbaar gemaakt te worden door middel van het formulier X-35.

DHL maakte reeds voor 29 december 2011 het formulier X-35 over aan de vakorganisaties, zodat aan deze vereiste werd voldaan.

Vanaf de bekendmaking kunnen de betrokken werknemers en/of vakorganisaties beroep instellen bij de Arbeidsrechtbank.

Artikel 79 Welzijnswet 4/8/1996 alsook artikel 24 Bedrijfsorganisatiewet 20/9/1948 bepalen dat bedoelde vorderingen, worden ingeleid bij verzoekschrift, verzonden bij aangetekende brief of neergelegd bij griffie van de arbeidsrechtbank.

Verder stelt § 2, 2° van voormelde wetsartikelen dat de dag van verzending van een ter post aangetekende brief of van de neerlegging van het verzoekschrift ter griffie uiterlijk met de laatste dag van deze termijnen moet samenvallen.

De verzending van de met de post aangetekende brief gebeurde op 13 januari 2012, ofwel op dag X-28.

Het beroep werd tijdig en is ontvankelijk.

V. DE GROND

Op 10 mei 2012 worden in de onderneming TBE DHL FREIGHT NV sociale verkiezingen gehouden zowel voor het oprichten van een Ondernemingsraad als van een Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk.

De technische bedrijfséénheid ( afgekort TBE ) DHL FREIGHT NV bestaat volgens de informatie X-35 uit de juridische entiteit DHL Freight (BELGIUM) N.V.

Het ACV meent dat GERLACH & Co N.V., gelet op bepaalde sociale en economische criteria, samengevoegd moet worden tot één technische bedrijfseenheid met DHL FREIGHT (BELGIUM) N.V.

A. Principes

Artikel 14, §1, 1° van de wet houdende organisatie van het bedrijfsleven van 20 september 1948 bepaalt:

"de technische bedrijfseenheid, bepaald (in het kader van deze wet) op grond van de economische en sociale criteria; in geval van twijfel primeren de sociale criteria. "

Tevens is in artikel 14, § 2, b van de wet houdende organisatie van het bedrijfsleven van 20 september 1948 een weerlegbaar vermoeden opgenomen omtrent de technische bedrijfseenheid:

"meerdere juridische entiteiten worden vermoed, tot het tegendeel wordt bewezen, een technische bedrijfseenheid te vormen, indien het bewijs kan worden geleverd :

(1) dat ofwel deze juridische entiteiten deel uitmaken van eenzelfde economische groep of beheerd worden door eenzelfde persoon of door personen die onderling een economische band hebben, ofwel deze juridische entiteiten éénzelfde activiteit hebben of activiteiten die op elkaar afgestemd zijn;

(2) en dat er elementen bestaan die wijzen op een sociale samenhang tussen deze juridische entiteiten, zoals met name een gemeenschap van mensen verzameld in dezelfde gebouwen of in nabije gebouwen, een gemeenschappelijk personeelsbeheer, een gemeenschappelijk personeelsbeleid, een arbeidsreglement of collectieve arbeidsovereenkomsten die gemeenschappelijk zijn of die gelijkaardige bepalingen bevatten.

Wanneer het bewijs wordt geleverd van één van de voorwaarden bedoeld in (1) en het bewijs van bepaalde elementen bedoeld in (2), zullen de betrokken juridische entiteiten beschouwd worden als vormend een enkele technische bedrijfseenheid behalve indien de werkgever(s) het bewijs levert(en) dat het personeelsbeheer en -beleid geen sociale criteria aan het licht brengen, kenmerkend voor het bestaan van een technische bedrijfseenheid in de zin van artikel 14, § 1, tweede lid, 1."

Het ACV dient derhalve het bewijs te leveren van één element dat wijst op economische samenhang, zoals bepaald onder punt 1 van artikel 14 § 2 b van de wet houdende organisatie van het bedrijfsleven van 20 september 1948, en meerdere elementen die wijzen op een sociale samenhang, zoals bepaald onder punt 2 van artikel 14 § 2 b van de wet houdende organisatie van het bedrijfsleven van 20 september 1948.

De wet haalt voorbeelden aan van elementen die wijzen op een sociale samenhang, zoals in het bijzonder : een gemeenschap van mensen verzameld in dezelfde gebouwen of in nabije gebouwen, een gemeenschappelijk personeelsbeheer, een gemeenschappelijk personeelsbeleid, een arbeidsreglement of collectieve arbeidsovereenkomsten die gemeenschappelijk zijn of die gelijkaardige bepalingen bevatten.

De wetgever preciseert dat enkel het bestaan van bepaalde elementen die wijzen op een sociale samenhang tussen deze juridische entiteiten moet worden bewezen.

Bij gebreke aan een nauwkeurige definitie van het begrip sociale samenhang moet dus niet het volledig bewijs van het bestaan hiervan worden aangebracht.

Een bijzondere aandacht aan de wettelijke voorzien criteria is wel geboden.

Aangezien het vermoeden weerlegbaar is, mag het bewijs van het tegendeel worden geleverd ( artikel 14, §2, b, eerste lid van de wet houdende organisatie van het bedrijfsleven van 20 september 1948 ). De werkgever dient dan te bewijzen dat het personeelsbeheer en -beleid geen sociale criteria aan het licht brengen, kenmerkend voor het bestaan van een technische bedrijfseenheid in de zin van artikel 14, § 1, tweede lid, 1.

De werkgever moet dus concreet het ontbreken van sociale samenhang aantonen.

B. Toepassing op huidig geschil

Het vermoeden.

Voorwaarden van economische aard.

DHL FREIGHT NV en GERLACH & Co N.V. behoren tot dezelfde moedermaatschappij, de Deutsche Post DHL.

Het betreft dus 2 juridische entiteiten die deel uitmaken van eenzelfde economische groep in de zin van bovenvermeld artikel 14 § 2 b.

Dat, zoals verweersters opwerpen, DHL in België nog diverse andere ondernemingen onder zich heeft en het ACV niet al deze ondernemingen in de procedure heeft betrokken, doet daaraan geen afbreuk.

Het ACV heeft derhalve het bewijs geleverd van minstens één element dat wijst op economische samenhang, zoals bepaald onder punt 1 van artikel 14 § 2 b van de wet houdende organisatie van het bedrijfsleven van 20 september 1948, zodat dient te worden nagegaan of zij meerdere elementen aantoont die wijzen op een sociale samenhang.

Voorwaarden van sociale aard.

1.

De wettelijk voorziene criteria zijn een gemeenschap van mensen verzameld in dezelfde gebouwen of in nabije gebouwen, een gemeenschappelijk personeelsbeheer, een gemeenschappelijk personeelsbeleid, een arbeidsreglement of collectieve arbeidsovereenkomsten die gemeenschappelijk zijn of die gelijkaardige bepalingen bevatten.

Deze criteria worden eerst onderzocht.

Er is geen gemeenschap van mensen verzameld in dezelfde gebouwen of in nabije gebouwen.

De vestigingen van DHL (1850 Grimbergen, Eppegemsesteenweg 31 33) en Gerlach (2030 Antwerpen, Schouwkensstraat 7/HAVEN 200) liggen ongeveer 50 km van elkaar verwijderd en hebben hun eigen infrastructuur.

Dat er een gemeenschappelijk personeelsbeheer bestaat, wordt door verweerster niet betwist.

DHL neemt inderdaad een deel van de loon- en personeelsadministratie van Gerlach op zich.

Dat dit via een dienstenovereenkomst gebeurt neemt niet weg dat er een gemeenschappelijk personeelsbeheer bestaat.

Allicht is het feit dat entiteiten onder elkaar doorfactureren voor de prestaties van werknemers niet zo een relevante overweging. Het zou immers betekenen dat entiteiten onder elkaar aannemingsovereenkomsten kunnen sluiten om zo iedere zin te ontnemen aan iedere sociale cohesie die ontstaat door de uitwisseling van personeel. Op die manier zou de juridische vorm of een eerder economisch gegeven primeren op de sociale werkelijkheid, en dat is o.i. net wat de wetgever heeft willen vermijden. ( zie J. VANTHOURNOUT en A. LEURS, o.c. 71.)

Verweerster betwist wel dat er een gemeenschappelijk personeelsbeleid zou bestaan.

Er moet volgens verweerster een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen het personeelsbeleid (dat bij respectievelijk Gerlach ligt voor de Gerlach-werknemers, en bij DHL Freight voor de DHL Freight - werknemers) en de personeelsadministratie,die inderdaad gedeeltelijk door DHL Freight wordt gedaan.

De rechtbank is van oordeel dat het ACV niet aantoont dat er een gemeenschappelijk personeelsbeleid wordt gevoerd :

1. In beide entiteiten gelden afzonderlijke en onderscheiden arbeidsreglementen

2. De verlofregeling voor beiden is verschillend : bij Gerlach worden 4 extra halve verlofdagen en een regionale verlofdag toegekend, hetgeen niet het geval is bij DHL. Bij DHL kunnen geen bijkomende verlofdagen overgedragen worden naar een volgend kalenderjaar. Gerlach heeft beslist dit van 2011 naar 2012 wel toe te staan. Dat het verlof wordt georganiseerd vanuit Gerlach, heeft te maken met het feit dat de personeelsadministratie aan Gerlach werd toegekend, en betekent niet dat er een gemeenschappelijke personeelsbeleid wordt gevoerd.

3. Er zijn andere loonbarema's in de ondernemingen : zo heeft DHL een bedrijfsbarema en Gerlach een sectorbarema. De maaltijdcheques hebben een verschillende waarde (DHL waarde 2012 : 6,5 EUR; Gerlach; 4,59 EUR).

4. Er is een ander aanwervings-en ontslagbeleid en de verschillende juridische entiteiten staan zelf in voor de rekrutering en opleiding.

5. Beide entiteiten hebben andere externe geneeskundige diensten (DHL: CBMT, Gerlach: Provikmo).

6. Beide entiteiten hebben andere medische controlediensten (DHL: Securex, Gerlach Provikmo).

7. Beide entiteiten hebben andere preventieadviseurs (DHL: DV, Gerlach: X).

8. Beide entiteiten hebben een onderscheiden beleid conform roken en alcohol (bij DHL is een rook en alcoholbeleid uitgewerkt, bij Gerlach is er enkel een verbod in artikel 23 van het arbeidsreglement en een beleidsverklaring).

9. Beide entiteiten hebben onderscheiden formaliteiten in geval van arbeidsongeschiktheid;

10. Gerlach en DHL Freight zijn weliswaar bij hetzelfde sociaal secretariaat aangesloten maar onder verschillende aansluitingsnummers. Een aansluiting bij hetzelfde sociaal secretariaat is trouwens geen indicatie van een sociale samenhang (Arbrb. Ieper 15 februari 2008, AR 08/8/A; Arbrb. Brussel 1 februari 2008, AR 405/08-4006/08).

11. Beide entiteiten hebben een onderscheiden veiligheid- en preventiebeleid.

12. Beide entiteiten werken met andere interimkantoren.

Het ACV toont niet aan en houdt trouwens ook niet voor dat er een arbeidsreglement of collectieve arbeidsovereenkomsten zijn die gemeenschappelijk zijn of die gelijkaardige bepalingen bevatten.

Het ACV toont derhalve slechts aan dat één van de wettelijke voorziene sociale criteria is voldaan.

2.

Het ACV roept verder in dat er recent een collectieve aanvullende kostenverzekering onderhandeld werd die zowel geldt voor DHL FREIGHT N.V., GERLACH & CO, en andere entiteiten.

De aansluiting bij eenzelfde maatschappij voor de hospitalisatieverzekering is irrelevant omdat ze een keuze kan zijn die gerechtvaardigd is door de competitiviteit van het product gelet op het aantal aansluitingen.( zie Arbrb Charleroi, 27 februari 2004, AR 62.945/R).

Het ACV bewijst niet dat er een specifiek voor beide firma's gemeenschappelijk computersysteem bestaat. Dit wordt trouwens door verwerende partijen formeel betwist. Het computersysteem is er één dat voor alle firma's binnen DHL van toepassing is en zelfs en internationale toepassing kent.

Het ACV stelt dat medewerkers van Gerlach worden gedetacheerd bij verwerende partij op de site Opglabbeek. Het betreft G die zowel een e-mail adres van GERLACH& CO heeft als van DHL.

Welnu, Mevrouw G, werkneemster van Gerlach, die op de site van DHL Freight werkt, is daar gelokaliseerd, niet in het kader van een uitwisselingsprogramma tussen verbonden ondernemingen, maar zit daar enkel als declarant, in opdracht van Gerlach, bij haar klant DHL Freight. Dat een declarant op een site van een klant aanwezig is, is normaal. Dat gebeurt ook bij nog andere grote klanten.

Verweerster stelt derhalve terecht dat er geen personeelsverplaatsing is tussen Gerlach en DHL.

3.

Het gegeven dat er een gemeenschappelijk personeelsbeheer bestaat, waarbij DHL een deel van de loon- en personeelsadministratie van Gerlach op zich neemt via een een dienstenovereenkomst en het feit dat een gemeenschappelijk personeelsblad Go logistics, een Go Green Nieuwsbrief, de deelname van alle medewerkers aan de liefdadigheidsactie tussen DHL en Unicef en gemeenschappelijke personeelsenquêtes bestaan, die overigens niet enkel naar Gerlach werden verstuurd, maar ook naar diverse andere firma's van DHL in België, zijn niet afdoende om te wijzen op een sociale samenhang tussen de juridische entiteiten DHL en GERLACH in de zin van artikel 14 § 2 b van de wet houdende organisatie van het bedrijfsleven van 20 september 1948, zodat er geen weerlegbaar vermoeden bestaat omtrent het bestaan van één enkele technische bedrijfséénheid tussen DHL en GERLACH.

4.

Uit de stukken van het dossier en de voorliggende elementen van zowel economische als sociaal aard blijkt dat er geen sociale samenhang tussen beide juridische entiteiten bestaat, zodat beide entiteiten niet dienen samengevoegd te worden tot één TBE voor de oprichting van een Ondernemingsraad en een Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk.

De vordering van eisende partij is derhalve ongegrond.

Alle andere middelen zijn ter zake niet dienend.

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK,

Gehoord Mevrouw Nathalie VAN DEN BRANDE, Substituut in haar eensluidend mondeling advies gegeven ter zitting van 31 januari 2012 ;

Verklaart de vordering van het ACV ontvankelijk maar ongegrond ;

Veroordelen eiseres tot de kosten tot op heden begroot op 1320,00euro zijnde de rechtsplegingsvergoeding in hoofde van verwerende partijen ;

Aldus gevonnist door de 33ste Kamer van de Arbeidsrechtbank van Brussel waar zitting hielden :

Mevrouw Alexandra SCHOENMAEKERS, rechter,

Mijnheer Mario THYSEBAERT, Rechter in sociale zaken, werkgever

Mijnheer Luc CIETERS, rechter in sociale zaken, bediende

En uitgesproken ter openbare zitting van 06/02/2012 waar aanwezig waren :

Mevrouw Alexandra SCHOENMAEKERS, rechter

bijgestaan in de uitspraak door Mevrouw Sabine DE BRUYCKER, griffier - Hoofd van Dienst ;

De Griffier-Hoofd van Dienst, De Rechters in Sociale Zaken, De Rechter,

S. DE BRUYCKER L. CIETERS & M. THYSEBAERT A. SCHOENMAEKERS

Mots libres

  • SOCIALE VERKIEZINGEN

  • TECHNISCHE BEDRIJFSEENHEID