- Jugement du 10 février 2012

10/02/2012 - 12/775/A

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Jugement - Texte intégral

ARBEIDSRECHTBANK VAN BRUSSEL

33ste kamer - openbare zitting van 10/02/2012

VONNIS

A.R. nr 12/775/A

Sociale verkiezingen - gegrond Aud. nr

Rép. nr 12/

IN ZAKE :

DE ALGEMENE CENTRALE DER LIBERALE VAKBONDEN VAN BELGIE (A.C.L.V.B.), representatieve werknemersorganisatie met sociale zetel gevestigd te 1070 BRUSSEL, Poincarélaan, 72-74 en met administratieve zetel gevestigd te 9000 GENT, Koning Albertlaan, 95,

eisende partij, vertegenwoordigd door Mevr. Katrien VAN SINAY, gevolmachtigde afgevaardigde ;

TEGEN

1) De technische bedrijfseenheid LANTMANNEN UNIBAKE BREAD, met maatschappelijke zetel te 1840 LONDERZEEL, Nijverheidstraat, 3,

2) DE NV LANTMANNEN UNIBAKE LONDERZEEL, met maatschappelijke zetel te 1840 LONDERZEEL, Nijverheidstraat, 3, met ondernemingsnummer 0427.655.479,

3) DE NV LANTMANNEN UNIBAKE BRUSSELS, met maatschappelijke zetel te 1083 GANSHOREN, Rusatiralaan, 5, met ondernemingsnummer 0418.095.338,

verwerende partijen, vertegenwoordigd door Mr Rafaël CLAES, advocaat met kantoor te 1150 BRUSSEL, Tervurenlaan, 192 ;

IN AANWEZIGHEID VAN :

1) HET ALGEMEEN CHRISTELIJK VAKVERBOND (A.C.V.), representatieve werknemersorganisatie, met zetel gevestigd te 1030 Brussel, Haachtsesteenweg 579,

2) HET ALGEMEEN BELGISCH VAKVERBOND (A.B.V.V.), representatieve werknemersorganisatie, met zetel gevestigd te 1000 BRUSSEL, Hoogstraat, 42,

3) DE NATIONALE CONFEDERATIE VOOR KADERPERSONEEL (N.C.K.), representatieve organisatie van kaderleden, met zetel gevestigd te 1030 BRUSSEL, Lambermontlaan, 171, bus 4,

in het geding betrokken partijen, die niet verschijnen ;

* * *

Gelet op de wet van 15 juni 1935 houdende het gebruik der talen in gerechtszaken ;

Gelet op de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek ;

I. PROCEDURE.

De rechtbank nam kennis van volgende procedurestukken :

- het verzoekschrift, aangetekend verstuurd naar de Rechtbank op 17 januari 2012 en ontvangen ter griffie op 18 januari 2012

- de conclusie van verweersters van 30 januari 2012

- de conclusie van eiser van 1 februari 2012

- de syntheseconclusie van verweersters van 1 februari 2012

- de stukken van partijen

De partijen werden per aangetekend schrijven van 19 januari 2012 opgeroepen voor de zitting van 27 januari 2012, waarop eisende partij en verwerende partijen verschenen zijn, terwijl de betrokken partijen niet verschenen zijn.

De zaak werd, voor wat betreft de verschenen partijen, tegensprekelijk uitgesteld naar de zitting van 2 februari 2012. Conclusietermijnen werden tussen partijen overeengekomen en geacteerd op het zittingsblad.

De partijen werden gehoord op de zitting van 2 februari 2012, waarna de debatten gesloten werden. Het openbaar ministerie werd gehoord in haar advies, waarop verwerende partij repliceerde.

De zaak werd in beraad genomen voor uitspraak op 10 februari 2012.

II. VOORWERP VAN DE BETWISTING

Het verzoekschrift van het A.C.L.V.B. dat aangetekend aan de griffie van de Arbeidsrechtbank van Brussel werd verzonden op 17 januari 2012 en aldaar werd ontvangen op 18 januari 2012, strekt ertoe te horen zeggen voor recht dat de technische bedrijfseenheid LANTMANNEN UNIBAKE BREAD dient gesplitst te worden in twee technische bedrijfseenheden, waarvoor sociale verkiezingen dienen te worden georganiseerd in het comité voor preventie en bescherming op het werk, met name voor LANTMANNEN UNIBAKE LONDERZEEL en LANTMANNEN UNIBAKE BRUSSELS.

Tevens vordert het A.C.L.V.B. de verweerders te veroordelen tot de kosten van het geding, aan de zijde van het A.C.L.V.B. begroot op 0,0 euro.

LANTMANNEN UNIBAKE LONDERZEEL NV en LANTMANNEN UNIBAKE BRUSSELS NV vragen in synthesebesluiten de vordering van het A.C.L.V.B. ongegrond te verklaren en het A.C.L.V.B. te veroordelen tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, begroot op 1.320,00 euro.

III. DE ONTVANKELIJKHEID

1)

De sociale verkiezingen worden georganiseerd binnen de technische bedrijfseenheid LANTMANNEN UNIBAKE BREAD op 15 mei 2012.

Het verzoekschrift van het A.C.L.V.B. werd aangetekend naar de griffie van deze rechtbank verzonden op 17 januari 2012 en aldaar ontvangen op 18 januari 2012.

Artikel 49 van de Welzijnswet van 4 augustus 1996 alsook artikel 24 van de Bedrijfsorganisatiewet van 20 september 1948 bepalen dat bedoelde vorderingen, worden ingeleid bij verzoekschrift, verzonden bij aangetekende brief of neergelegd bij de griffie van de Arbeidsrechtbank.

Verder stelt §2, 2° van de voormelde wetsartikelen dat de dag van verzending van een ter post aangetekende brief of van de neerlegging van het verzoekschrift ter griffie uiterlijk met de laatste dag van deze termijnen moet samenvallen .

Het beroep werd derhalve tijdig ingesteld.

2)

Het A.C.L.V.B. heeft bij verzoekschrift volgende partijen opgeroepen :

- De technische bedrijfseenheid LANTMANNEN UNIBAKE BREAD, met maatschappelijke zetel te 1840 LONDERZEEL, Nijverheidstraat, 3

- DE NV LANTMANNEN UNIBAKE LONDERZEEL, met maatschappelijke zetel te 1840 LONDERZEEL, Nijverheidstraat, 3, met ondernemingsnummer 0427.655.479

- DE NV LANTMANNEN UNIBAKE BRUSSELS, met maatschappelijke zetel te 1083 GANSHOREN, Rusatiralaan, 5, met ondernemingsnummer 0418.095.338

LANTMANNEN UNIBAKE LONDERZEEL NV EN LANTMANNEN UNIBAKE BRUSSELS NV zijn de twee juridische entiteiten die actueel samen één technische bedrijfseenheid LANTMANNEN UNIBAKE BREAD vormen.

De technische bedrijfseenheid LANTMANNEN UNIBAKE BREAD heeft geen juridische bestaan.

De vordering die is ingesteld tegen haar is derhalve onontvankelijk.

IV. DE FEITEN

De NV LANTMANNEN UNIBAKE LONDERZEEL (afgekort LANTMANNEN LONDERZEEL) en de NV LANTMANNEN UNIBAKE BRUSSELS (afgekort LANTMANNEN BRUSSELS) zijn twee aparte juridische entiteiten.

Daarnaast bestaat in België een derde vennootschap, LANTMANNEN UNIBAKE MOUSCRON SA, waarvoor aparte sociale verkiezingen worden georganiseerd.

Op X-35, zijnde de woensdag 11 januari 2012, delen LANTMANNEN LONDERZEEL en LANTMANNEN BRUSSELS mede dat er naar aanleiding van de sociale verkiezingen op 15 mei 2012 een gezamenlijke ondernemingsraad en comité voor preventie en bescherming op het werk zal worden opgericht voor de juridische entiteiten LANTMANNEN UNIBAKE LONDERZEEL NV en LANTMANNEN UNIBAKE BRUSSELS NV, dit onder de technische bedrijfseenheid LANTMANNEN UNIBAKE BREAD.

LANTMANNEN LONDERZEEL en LANTMANNEN BRUSSELS beogen de samenvoeging van twee juridische entiteiten voor de oprichting van één gezamenlijk comité voor preventie en bescherming op het werk.

Het A.C.L.V.B. kan hiermee niet akkoord gaan en verzoekt twee afzonderlijke comités voor preventie en bescherming op het werk op te richten voor elke juridische entiteit afzonderlijk, t.t.z. enerzijds voor LANTMANNEN UNIBAKE BRUSSELS NV en anderzijds voor LANTMANNEN UNIBAKE LONDERZEEL NV.

V. IN RECHTE

A. Principes

Artikel 14, §1, 1° van de wet houdende organisatie van het bedrijfsleven van 20 september 1948 bepaalt:

"de technische bedrijfseenheid, bepaald (in het kader van deze wet) op grond van de economische en sociale criteria; in geval van twijfel primeren de sociale criteria. "

Tevens is in artikel 14, § 2, b van de wet houdende organisatie van het bedrijfsleven van 20 september 1948 een weerlegbaar vermoeden opgenomen omtrent de technische bedrijfseenheid:

"meerdere juridische entiteiten worden vermoed, tot het tegendeel wordt bewezen, een technische bedrijfseenheid te vormen, indien het bewijs kan worden geleverd :

(1) dat ofwel deze juridische entiteiten deel uitmaken van eenzelfde economische groep of beheerd worden door eenzelfde persoon of door personen die onderling een economische band hebben, ofwel deze juridische entiteiten éénzelfde activiteit hebben of activiteiten die op elkaar afgestemd zijn;

(2) en dat er elementen bestaan die wijzen op een sociale samenhang tussen deze juridische entiteiten, zoals met name een gemeenschap van mensen verzameld in dezelfde gebouwen of in nabije gebouwen, een gemeenschappelijk personeelsbeheer, een gemeenschappelijk personeelsbeleid, een arbeidsreglement of collectieve arbeidsovereenkomsten die gemeenschappelijk zijn of die gelijkaardige bepalingen bevatten.

Dit vermoeden mag enkel worden ingeroepen door de werknemers en de organisaties die hen vertegenwoordigen (wet van 3 mei 2003 tot wijziging van de voornoemde artikelen van de wetten van 1948 en 1996).

Rekening houdende met de bewoordingen van de wet, moet de werkgever die zich wil beroepen op de samenvoeging van meerdere juridische entiteiten in één enkele technische bedrijfseenheid, aangezien hij niet het wettelijk vermoeden kan aanvoeren, het bewijs leveren van het bestaan van de economische en sociale criteria in de zin van artikel 14, § 1, 1° van de wet van 20 september 1948 en artikel 49 van de wet van 4 augustus 1996.

Bij de niet-toepassing van het wettelijk vermoeden zal de hergroepering van meerdere juridische entiteiten binnen één technische bedrijfseenheid dus enkel kunnen voortvloeien uit het in aanmerking nemen van de economische en sociale criteria.

Wanneer de werkgever wenst te beslissen dat meerdere juridische entiteiten een technische bedrijfseenheid vormen, moet hij het volledig bewijs leveren van de economische en sociale criteria die deze beslissing rechtvaardigen.

Het gaat dus om een cumulatie van voorwaarden van economische en sociale aard.

Deze sociale en economische criteria worden vastgelegd in het fundamenteel belang van de werknemers bij een behoorlijke werking van de raden en de comités.

De problematiek van veiligheid en welzijn op het werk is lokaal gebonden en veronderstelt een kennis van het terrein. Een comité wordt dan ook best zo dicht mogelijk in de buurt van de echte werkvloer opgericht. (Arbeidsrechtbank Gent, 1 februari 2008, A.R. 08/7/2; zie Van Haiel, I. Rechtspraak sociale verkiezingen 2008, in Oriëntatie, januari 2009, pag. 11).

B. Toepassing op huidig geschil

Stelling A.C.L.V.B.

Het A.C.L.V.B. stelt dat, in het licht van het fundamenteel belang dat de werknemers hebben bij een behoorlijke werking van het comité voor preventie en bescherming op het werk, de oprichting van een afzonderlijk comité voor preventie en bescherming op het werk voor de tewerkstellingsplaats van LANTMANNEN UNIBAKE LONDERZEEL te Londerzeel en voor de tewerkstelling van LANTMANNEN UNIBAKE BRUSSELS te Ganshoren zich opdringt.

Het A.C.L.V.B. steunt zich op het gegeven dat er geen globaal preventieplan is, maar twee afzonderlijk jaaractieplannen 2012 bestaan, dat er geen overkoepelende preventieadviseur met overkoepelende informatie voorhanden is maar dat voor elke site een aparte preventieadviseur met aparte opleidingen over veiligheid op de werkvloer aanwezig is.Tevens stelt het A.C.L.V.B. dat de risico's op de werkvloer verschillend zijn en de huidige structuur van het comité voor preventie en bescherming op het werk niet voldoet om de plaatselijke problemen voldoende op te volgen en het huidige systeem niet efficiënt werkt.

Verder stelt het A.C.L.V.B. dat de juridische entiteiten geconfronteerd worden met een verscheidenheid in mensenkringen, met de verwijdering van de vestigingen, met het verschil in taal en met de zelfstandigheid inzake personeelsbeleid.

Verder houdt het A.C.L.V.B. voor dat er ook een economische autonomie bestaat, aangezien beide juridische entiteiten aparte jaarrekeningen met aparte geconsolideerde balansen hebben.

Stelling Lantmannen Unibake Brussels en Lantmannen Unibake Londerzeel

Beide verwerende partijen stellen dat, op basis van een doorgedreven analyse van de economische criteria, blijkt dat er een economische samenhang bestaat tussen de activiteiten van beide verwerende partijen.

Zij baseren zich op een gezamenlijke boekhouding, gezamenlijke logistiek, gezamenlijk aankoopbeleid, gezamenlijk marketingbeleid, gezamenlijke klantendienst, gezamenlijk informatiebeleid, gezamenlijke research- en developmentbeleid en een gezamenlijke operationele structuur.

Verder wijzen zij op het feit dat het om gelijkaardige activiteiten gaat in beide bedrijven en zij deel uitmaken van dezelfde economische groep.

Ook op basis van de doorgedreven analyse van de sociale criteria besluiten de twee verwerende partijen dat er een sociale samenhang bestaat tussen de twee bedrijven.

Verwerende partijen steunen zich daarvoor op het gegeven dat er een gezamenlijk

HR-beleid is, dat beide juridische entiteiten dezelfde arbeidsongevallenverzekering en verzekering geneeskundige verzorging hebben, dezelfde arbeidsgeneeskundige dienst gebruiken, er één vertrouwenspersoon is voor beide vestigingen, er een gezamenlijk preventiebeleid wordt gevoerd, er een gezamenlijk intranet is voor het personeel, hetzelfde sociaal secretariaat wordt gebruikt door beiden, dezelfde dienstverlener voor uitzendarbeid wordt gebruikt, de problematiek inzake veiligheid dezelfde is, en er diverse CAO's werden afgesloten voor het geheel van de personeelsleden van de vestigingen in Brussel en in Londerzeel. Tevens wijzen ze er ook op dat er een gezamenlijke functieclassificatie is en een gemeenschappelijk sociaal fonds.

Stelling van de Rechtbank

a) Economische criteria

De Rechtbank treedt de stelling bij van verwerende partijen dat het A.C.L.V.B. geen economische zelfstandigheid aantoont van elk der juridische entiteiten LANTMANNEN UNIBAKE LONDERZEEL NV en LANTMANNEN UNIBAKE BRUSSELS NV.

Beide vennootschappen maken inderdaad deel uit van dezelfde economische groep, hebben gelijkaardige activiteiten, een gezamenlijke boekhouding, een gezamenlijke logistiek, een gezamenlijk aankoopbeleid, een gezamenlijk marketingbeleid, een gezamenlijke klantendienst, een gezamenlijk informaticabeleid, een gezamenlijk research- en developmentbeleid en een gezamenlijke operationele structuur.

Het enige economische criterium dat het A.C.L.V.B. aanhaalt als bewijs van de economische zelfstandigheid van beide entiteiten bestaat erin dat de firma Ernst and Young met betrekking tot de financiële jaarinformatie verschillende verslagen opstelt.

Zoals verweerster terecht opmerkt vloeit dit gegeven voort uit de wettelijke verplichting tot neerlegging van een jaarrekening en een balans voor elk der ondernemingen, afzonderlijke juridische entiteiten.

De rechtbank besluit bijgevolg dat het A.C.L.V.B. niet het bestaan van één economische zelfstandigheid aantoont van elk der twee juridische entiteiten afzonderlijk.

Maar in geval van twijfel primeren de sociale criteria, zoals door de wet bepaald.

Het Hof van Cassatie kent een zeer ruime draagwijdte toe aan het concept "twijfel" en beschouwt de sociale criteria als doorslaggevend, los van het al dan niet bestaan van economische zelfstandigheid (Cass.; 19 december 1983, J.T.T., 1984, pag. 82) .

b) Sociale criteria

1.

De Rechtbank is van oordeel dat in casu de werknemers, wiens belang bij een behoorlijke werking van de raden en comités centraal staat, er bij gebaat zijn dat er twee comités voor preventie en bescherming op het werk worden opgericht, zoals gevorderd door het A.C.L.V.B..

2.

Inderdaad, de functie van preventieadviseur wordt binnen de twee juridische entiteiten ingevuld door verschillende personen. Te Londerzeel is dit de heer X, terwijl in Brussel beroep wordt gedaan op een externe adjunct-preventieadviseur.

In tegenstelling tot wat verwerende partijen voorhouden, met name dat de 2 preventieadviseurs samenwerken en een gezamenlijk preventiebeleid uitwerken, stelt de Rechtbank vast uit de stukken van het dossier dat beide preventieadviseurs apart werken en zij elke een apart jaaractieplan 2012 opgesteld hebben, welke volledig verschillende punten bevatten.

3.

De werknemers zijn niet verzameld in dezelfde gebouwen of in nabije gebouwen.

De tewerkstellingsplaats te Londerzeel, waarvan het A.C.L.V.B. van oordeel is dat het een aparte technische bedrijfseenheid uitmaakt, is gevestigd aan de Nijverheidstraat 3 te 1840 Londerzeel, daar waar de andere tewerkstellingsplaats gevestigd is te 1083 Ganshoren, Rusatiralaan, 5.

Hoewel er op het eerste zicht gelijkaardige activiteiten worden uitgeoefend, met name het vervaardigen van het broodassortiment van LANTMANNEN, blijkt dat in concreto de activiteit in elk der entiteiten verschilt en deze verschillen specifieke risico's inhouden.

De arbeiders tewerkgesteld in Brussel hebben maar 1 identieke productielijn aan de site te Londerzeel, zijnde de productielijn 2 Frans brood-baguette/ Mecathermlijn.

De site te Brussel heeft daarenboven exclusief volgende producten onder haar hoede :

de Kaeck lijn, de sandwich lijn, de ciabatta lijn, de fritch lijn, de könig lijn.

De site te Londerzeel houdt zich uitsluitend bezig met de Mecathermlijnen.

In Londerzeel wordt enkel mechanisch ingesneden, terwijl er in Brussel mechanisch én manueel wordt ingesneden. Enkel in Brussel wordt er gewerkt met eigeel. Eveneens gebruikt de site te Brussel verstrooiingen van granen, zaden en bloem op het brood, terwijl dit in Londerzeel niet gebeurt.

Ook de reiniging en het intern transport verschilt.

Door deze verschillende activiteiten hebben de twee sites andere behoeften qua arbeidsveiligheid.

4.

Voor zover het cultureel verschil en verschil in taal tussen de vestigingen van Ganshoren en Londerzeel dan al bestaat, dit is voor de rechtbank geen argument om tot een afzonderlijk comité voor preventie en bescherming op het werk te beslissen.

Overleg en dialoog zijn immers perfect mogelijk binnen een overlegorgaan waarin mensen met verschillende talen zetelen. Daarvoor bestaan vertaaldiensten. Cultureel verschil kan zelfs verrijkend werken en de efficiëntie doen toenemen.

5.

Het overgrote deel van de arbeidsvoorwaarden is voor beide sites gelijklopend. Tussen de twee vestigingen wordt er echter een verschillend uurrooster gehanteerd. In Brussel wordt met vaste ploegen gewerkt waardoor er geen recht gecreëerd wordt op compensatiedagen, terwijl er in Londerzeel wordt gewerkt in ploegenarbeid en de arbeiders recht hebben op 8 compensatiedagen.

6.

De rechtbank besluit bijgevolg dat de werkgever niet het bewijs levert van een voldoende sociale samenhang in de zin van art artikel 14, § 2, b van de wet houdende organisatie van het bedrijfsleven van 20 september 1948.

c) Besluit

Hetgeen hierboven werd uiteengezet toont aan dat de splitsing van de huidige technische bedrijfseenheid LANTMANNEN UNIBAKE BREAD in twee technische bedrijfseenheden met name LANTMANNEN UNIBAKE LONDERZEEL NV en LANTMANNEN UNIBAKE BRUSSELS NV, het best beantwoordt aan de wettelijke bepalingen met betrekking tot de instelling van de comité 's voor preventie en bescherming op het werk.

De rechtbank oordeelt derhalve dat de technische bedrijfseenheid LANTMANNEN UNIBAKE BREAD dient gesplitst te worden in twee technische bedrijfseenheden waarvoor sociale verkiezingen dienen te worden georganiseerd in het comité voor preventie en bescherming op het werk, met name voor LANTMANNEN UNIBAKE LONDERZEEL NV en LANTMANNEN UNIBAKE BRUSSELS NV, zoals gevorderd door het A.C.L.V.B..

De kosten van het geding, begroot in hoofde van het A.C.L.V.B. Op 0,00 euro, dienen te worden gedragen door verwerende partijen,.

De vordering van het A.C.L.V.B. ten aanzien van de technische bedrijfseenheden LANTMANNEN UNIBAKE BREAD is derhalve onontvankelijk en ten aanzien van de LANTMANNEN UNIBAKE LONDERZEEL NV en LANTMANNEN UNIBAKE BRUSSELS NV gegrond.

Alle andere middelen zijn ter zake niet dienend.

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK,

Gehoord de heer Jan GEYSEN, Substituut in zijn eensluidend mondeling advies gegeven ter zitting van 2 februari 2012 ;

Verklaart de vordering van het A.C.L.V.B. ten aanzien van de technische bedrijfseenheid LANTMANNEN UNIBAKE BREAD onontvankelijk ;

Verklaart de vordering van het A.C.L.V.B. ten aanzien van de NV LANTMANNEN UNIBAKE LONDERZEEL en de NV LANTMANNEN UNIBAKE BRUSSELS ontvankelijk en gegrond ;

Dienvolgens zegt voor recht dat de technische bedrijfseenheid LANTMANNEN UNIBAKE BREAD dient gesplitst te worden in twee technische bedrijfseenheden waarvoor sociale verkiezingen dienen te worden georganiseerd in het comité voor preventie en bescherming op het werk, met name in LANTMANNEN UNIBAKE LONDERZEEL NV enerzijds en LANTMANNEN UNIBAKE BRUSSELS NV anderzijds ;

Veroordeelt LANTMANNEN UNIBAKE LONDERZEEL en LANTMANNEN UNIBAKE BRUSSELS NV tot betaling van de kosten van het geding, tot op heden begroot door het A.C.L.V.B. op 0,00euro.

Aldus gevonnist door de 33ste Kamer van de Arbeidsrechtbank van Brussel waar zitting hielden :

Mevrouw Alexandra SCHOENMAEKERS, rechter,

Mijnheer Dirk PERSOONS, Rechter in sociale zaken, werkgever

Mijnheer Luc CIETERS, rechter in sociale zaken, bediende

En uitgesproken ter openbare zitting van 10/02/2012 waar aanwezig waren :

Mevrouw Alexandra SCHOENMAEKERS, rechter

bijgestaan in de uitspraak door Mevrouw Sabine DE BRUYCKER, griffier - Hoofd van Dienst ;

De Griffier-Hoofd van Dienst, De Rechters in Sociale Zaken, De Rechter,

S. DE BRUYCKER L. CIETERS & D. PERSOONS A. SCHOENMAEKERS

Mots libres

  • SOCIALE VERKIEZINGEN + TECHNISCHE BEDRIJFSEENHEID