Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) - Arrest van 17 november 2016 (België)

Publicatie datum :
17-11-2016
Taal :
Duits - Frans - Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel 20161117-1
Rolnummer :
141/2016

Samenvatting

Het Hof zendt de zaak terug naar de verwijzende rechter.

Arrest

Het Grondwettelijk Hof,

samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de rechters L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke en R. Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging

Bij vonnis van 22 juli 2014 in zake Elisabeth Janssen tegen Zofia Sobieska, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 3 september 2014, heeft de Arbeidsrechtbank te Nijvel, afdeling Waver, de volgende prejudiciële vragen gesteld :

« - Schenden de artikelen 63 en 115 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten de artikelen 10 en/of 11 van de Grondwet, in zoverre zij de dienstboden uitsluiten van het in artikel 63 vervatte vermoeden van willekeurig ontslag en in zoverre zij een indirecte discriminatie invoeren tussen mannen en vrouwen, aangezien het voornamelijk vrouwen zijn die in het kader van een overeenkomst voor dienstboden zijn tewerkgesteld ?

- Schendt artikel 149 van de wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen, dat een crisispremie alleen toekent voor een arbeidsovereenkomst voor arbeiders, door de arbeidsovereenkomsten voor dienstboden uit te sluiten, de artikelen 10 en/of 11 van de Grondwet, en in zoverre het een indirecte discriminatie invoert tussen mannen en vrouwen, aangezien het voornamelijk vrouwen zijn die in het kader van een overeenkomst voor dienstboden zijn tewerkgesteld ? ».

(...)

III. In rechte

1. Elisabeth Janssen, eisende partij in het bodemgeschil, is overleden op 8 maart 2015. Dat overlijden heeft plaatsgevonden vóór de sluiting van de debatten.

Bijgevolg heeft het Hof de rechtspleging met toepassing van artikel 97 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof geschorst bij beschikking van 25 maart 2015.

2. Aangezien het Hof tot op heden nog geen kennis heeft gekregen van een hervatting van het geding voor de verwijzende rechter, is het noodzakelijk de zaak terug te zenden naar hem, opdat hij beslist of het antwoord op de prejudiciële vragen nog steeds onontbeerlijk is om zijn vonnis te wijzen.

Om die redenen,

het Hof

zendt de zaak terug naar de verwijzende rechter.

Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 17 november 2016.

De griffier,

P.-Y. Dutilleux

De voorzitter,

J. Spreutels