Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) - Arrest van 29 april 2010 (België)

Publicatie datum :
29-04-2010
Taal :
Duits - Frans - Nederlands
Grootte :
8 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel 20100429-6
Rolnummer :
46/2010

Samenvatting

Het Hof beslist dat het beroep tot vernietiging van de artikelen 46 tot 56 van het Vlaamse decreet van 19 december 2008 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2009 zal worden onderzocht dan wel van de rol geschrapt naargelang de artikelen 116 tot 125 van het Vlaamse decreet van 18 december 2009 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2010 al dan niet worden vernietigd.

Arrest

Het Grondwettelijk Hof,

samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de rechters R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, J. Spreutels en T. Merckx-Van Goey, en, overeenkomstig artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, emeritus voorzitter P. Martens, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging

Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 26 juni 2009 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 29 juni 2009, heeft de Ministerraad beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 46 tot 56 van het Vlaamse decreet van 19 december 2008 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2009 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 29 december 2008).

(...)

II. In rechte

(...)

B.1.1. De Ministerraad vordert de vernietiging van de artikelen 46 tot 56 van het Vlaamse decreet van 19 december 2008 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2009. De bestreden bepalingen wijzigen, enerzijds, de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt en, anderzijds, de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijprodukten.

De Ministerraad voert zes middelen aan, afgeleid uit de schending door de bestreden bepalingen, van de bevoegdheidverdelende regels.

B.1.2. De bestreden artikelen, opgenomen in hoofdstuk XIII - « Landbouw en Visserij » van het voormelde decreet van 19 december 2008, bepalen :

« Afdeling I. - Wijziging van de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt

Art. 46. In artikel 2 van de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, gewijzigd bij de wetten van 5 februari 1999, 21 december 1998 en 1 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° in § 1 wordt punt 4°, gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007, vervangen door wat volgt :

' 4° de activiteiten van de personen die de handelingen, vermeld in punt 1°, stellen onderwerpen aan een voorafgaande machtiging of erkenning, verleend door de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij, of door de instelling of de ambtenaar die daartoe gemachtigd is door die minister; ';

2° in § 1, punt 7°, gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007, worden de woorden ' de Minister bevoegd voor de Volksgezondheid van Landbouw ' vervangen door de woorden ' de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij ';

3° § 3 wordt vervangen door wat volgt :

' § 3. De Vlaamse Regering kan de uitoefening van de bevoegdheden die ze aanduidt delegeren aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij. '

Art. 47. Aan artikel 6 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 5 februari 1999 en 1 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° aan het eerste lid worden de volgende woorden toegevoegd : ' en de statutaire en contractuele personeelsleden van het beleidsdomein Landbouw en Visserij van de Vlaamse overheid, voor wat betreft de gewestelijke landbouwbevoegdheden. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij, kan de door hem aangewezen controlebevoegdheden beperken tot bepaalde personeelsleden of kan andere controleagenten of -instanties aanwijzen. ';

2° in het zesde lid worden de woorden ' de bevoegde Minister ' vervangen door de woorden ' de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij '.

Art. 48. In artikel 6, zesde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 februari 1999, en in artikel 7, eerste lid, worden de woorden ' de bevoegde Minister ' vervangen door de woorden ' de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij '.

Art. 49. In artikel 10 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 5 februari 1999 en gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° in § 4, eerste lid, worden de woorden ' noch hoger dan het vijfvoudige van dit minimum ' geschrapt;

2° de volgende zin wordt toegevoegd : ' Voor de wanbedrijven, vermeld in artikel 8, bedraagt die administratieve geldboete maximaal het vijfvoudige van het minimum van de geldboete, vermeld in artikel 8, en voor de overtredingen, vermeld in artikel 9, bedraagt ze maximaal het vijftigvoudige van het minimum van de geldboete, vermeld in artikel 9. ';

3° § 9 wordt vervangen door wat volgt :

' § 9. De Vlaamse Regering kan de procedure bepalen voor het opleggen en invorderen van de administratieve geldboeten. De administratieve geldboeten worden gestort in het Fonds voor Landbouw en Visserij, opgericht bij het decreet van 19 mei 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Fonds voor Landbouw en Visserij. '

Afdeling II. - Wijziging van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijprodukten

Art. 50. In artikel 1 van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten, gewijzigd bij de wetten van 5 februari 1999 en 1 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° in het eerste lid worden de woorden ' van de zeevisserij, met inbegrip van de producten van de teelt van ongewervelde zeedieren ' vervangen door de woorden ' van de zeevisserij en aquacultuur ';

2° aan het eerste lid wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :

' Deze wet is eveneens van toepassing op :

1° de productie van levensmiddelen en andere geproduceerde landbouwproducten al dan niet vervaardigd met deze voortbrengselen;

2° de activiteiten gericht op of ter ondersteuning van de productie van alle producten, vermeld in dit artikel; ';

3° aan het tweede lid, wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt :

' 4° aquacultuur : de kweek of teelt van aquatische organismen, meer bepaald alle in water levende soorten die behoren tot een van de rijken Animalia, Plantae en Protista, inclusief alle delen, geslachtscellen, zaadcellen, eicellen of propagulen van dergelijke wezens die kans maken op overleving en reproductie, waarbij technieken worden gebruikt om de aangroei van de organismen in kwestie te verhogen tot boven de natuurlijke capaciteiten van het milieu. '

Art. 51. In artikel 3 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 29 december 1990 en 5 februari 1999 en 1 maart 2007, worden de woorden ' de Minister van Landbouw ' en ' de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft ' telkens vervangen door de woorden ' de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij '.

Art. 52. In artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 5 februari 1999 en 1 maart 2007, worden de woorden ' de Minister van Landbouw ' en ' de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft ' telkens vervangen door de woorden ' de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij '.

Art. 53. In artikel 4bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 29 december 1990, worden de woorden ' de Minister van Landbouw ' vervangen door de woorden ' de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij '.

Art. 54. Aan artikel 5, eerste lid, eerste zin, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 5 februari 1999 en 1 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° de volgende woorden worden toegevoegd : ' en de statutaire en contractuele personeelsleden van het beleidsdomein Landbouw en Zeevisserij van de Vlaamse overheid, voor wat betreft de gewestelijke landbouw- en visserijbevoegdheden. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij, kan de door hem aangewezen controlebevoegdheden beperken tot bepaalde personeelsleden of kan andere controleagenten of -instanties aanwijzen. ';

2° tussen de woorden ' Onverminderd de ambtsbevoegdheid van de officieren van gerechtelijke politie wordt overtreding ' en de woorden ' van deze wet ' worden de woorden ' van de bepalingen van het Europese gemeenschappelijke landbouw- en visserijbeleid en ' ingevoegd.

Art. 55. In artikel 8 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 5 februari 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° in § 1, eerste lid, worden tussen het woord ' Overtredingen ' en de woorden ' van deze wet ' de woorden ' van de bepalingen van het Europese gemeenschappelijke landbouw- en zeevisserijbeleid en ' ingevoegd;

2° in § 4 wordt het woord ' vijfvoudige ' vervangen door het woord ' vijftigvoudige '.

Art. 56. In artikel 9 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 5 februari 1999 en 1 maart 2007 en het koninklijke besluit van 22 februari 2001, worden de woorden ' de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft van Landbouw ' telkens vervangen door de woorden ' de Vlaamse minister bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij ' ».

B.2. Bij de artikelen 116 tot 125 van het Vlaamse decreet van 18 december 2009 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2010 (Belgisch Staatsblad, 30 december 2009), opgenomen in afdeling II « Verduidelijken bevoegdheidsbepalingen » van hoofdstuk XII « Landbouw en Visserij » van dat decreet, werden de bestreden bepalingen gewijzigd.

Die nieuwe artikelen bepalen :

« Art. 116. In artikel 2, § 1, van de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° punt 4°, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2008, wordt vervangen door wat volgt :

' 4° voor wat betreft de landbouwbevoegdheden van het Vlaamse Gewest, de activiteiten van de personen die de handelingen, vermeld in punt 1°, stellen, onderwerpen aan een voorafgaande machtiging of erkenning, verleend door de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij, of door de instelling of de ambtenaar daartoe gemachtigd door die minister; ';

2° punt 7°, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2008, wordt vervangen door wat volgt :

' 7° voor wat betreft de landbouwbevoegdheden van het Vlaamse Gewest, de stoffen vermeld in artikel 1 aan de voorafgaande erkenning of machtiging van de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij onderwerpen en de voorwaarden van verlening, wijziging en intrekking van deze erkenning of machtiging bepalen. '.

Art. 117. In artikel 2 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 5 februari 1999, 21 december 1998 en het decreet van 19 december 2008, wordt paragraaf 3 opgeheven voor het Vlaamse Gewest.

Art. 118. In artikel 6 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° in het eerste lid, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2008, wordt de tweede zin vervangen door wat volgt : ' De Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij, kan, voor wat betreft de landbouwbevoegdheden van het Vlaamse Gewest, de door hem aangewezen controlebevoegdheden beperken tot bepaalde personeelsleden of kan andere controleagenten of -instanties aanwijzen. ';

2° het zesde lid, gewijzigd bij de wet van 5 februari 1999 en het decreet van 19 december 2008, wordt vervangen door wat volgt : ' Zij kunnen zich ook alle inlichtingen, bescheiden en geïnformatiseerde dragers van gegevens doen verstrekken die zij tot het volbrengen van hun opdracht nodig achten, en overgaan tot alle nuttige vaststellingen. Voor wat betreft de landbouwbevoegdheden van het Vlaamse Gewest, kunnen zij zich hierbij laten bijstaan door deskundigen, gekozen uit een lijst opgemaakt door de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij. '.

Art. 119. In artikel 7 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 5 februari 1999 en gewijzigd bij het decreet van 19 december 2008, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :

' Voor wat betreft de landbouwbevoegdheden van het Vlaamse Gewest, kan de Vlaamse Regering :

1° de wijze en de voorwaarden van monsterneming vaststellen;

2° de ontledingsmethoden bepalen;

3° het tarief van de ontledingen vaststellen;

4° de voorwaarden bepalen voor de inrichting en de werking van de ontledingslaboratoria met het oog op hun erkenning door de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij. '.

Art. 120. In artikel 10 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 februari 1999, het koninklijk besluit van 22 februari 2001 en het decreet van 19 december 2008, wordt paragraaf 9 vervangen door wat volgt :

' § 9. Voor wat betreft de landbouwbevoegdheden van het Vlaamse Gewest kan de Vlaamse Regering de procedure bepalen voor het opleggen en invorderen van de administratieve geldboeten. De administratieve geldboeten opgelegd door het Vlaamse Gewest in uitvoering van deze wet, worden gestort in het fonds voor Landbouw en Visserij, opgericht bij het decreet van 19 mei 2006 betreffende de oprichting en werking van het Fonds voor Landbouw en Visserij. '.

Art. 121. In artikel 1 van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijprodukten, wordt punt 4° hernummerd als punt 3°.

Art. 122. In artikel 3 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° in paragraaf 1, gewijzigd bij de wetten van 29 december 1990 en 5 februari 1999 en het decreet van 19 december 2008, wordt punt 4° vervangen door wat volgt :

' 4° voor wat betreft de landbouwbevoegdheden van het Vlaamse Gewest, de activiteiten van de personen die de onder 1° genoemde handelingen stellen onderwerpen aan een voorafgaande machtiging of erkenning verleend door de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij of door de instelling of de ambtenaar daartoe gemachtigd door de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij; ';

2° in paragraaf 2, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2008, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :

' Voor wat betreft de landbouwbevoegdheden van het Vlaamse Gewest, kan de Vlaamse Regering :

1° de wijze en de voorwaarden van monsterneming vaststellen;

2° de ontledingsmethoden bepalen;

3° het tarief van de ontledingen vaststellen;

4° de voorwaarden bepalen voor de inrichting en de werking van de ontledingslaboratoria met het oog op hun erkenning door de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij. ';

3° voor wat betreft het Vlaamse Gewest, wordt paragraaf 3, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2008, opgeheven.

Art. 123. In artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 februari 1999 en het decreet van 19 december 2008, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :

' Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 3 van deze wet, kan de Vlaamse Regering, voor wat betreft de landbouwbevoegdheden van het Vlaamse Gewest, de voorwaarden bepalen waaronder de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij :

1° representatieve beroepsorganisaties van producenten, kopers of verwerkers van bepaalde producten erkent;

2° regels goedkeurt die deze representatieve beroepsorganisaties vaststellen inzake de productie en het op de markt brengen van bepaalde producten. '.

Art. 124. In artikel 5, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 februari 1999 en het decreet van 19 december 2008, wordt de tweede zin vervangen door wat volgt :

' De Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij, kan, voor wat betreft de landbouwbevoegdheden van het Vlaamse Gewest, de door hem aangewezen controlebevoegdheden beperken tot bepaalde personeelsleden of kan andere controleagenten of -instanties aanwijzen. '.

Art. 125. In artikel 9, § 1, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° het tweede lid, gewijzigd bij de wet van 5 februari 1999 en het decreet van 19 december 2008, wordt vervangen door wat volgt : ' Wanneer de inbeslaggenomen producten bederfelijk zijn, mogen zij, voor wat betreft de landbouwbevoegdheden van het Vlaamse Gewest, op tussenkomst van de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij, of zijn gemachtigde en voor zover zulks verenigbaar is met de eisen van de volksgezondheid, verkocht worden of tegen betaling van een vergoeding teruggegeven worden aan de eigenaar; in dit geval mag er slechts over worden beschikt overeenkomstig de richtlijnen verstrekt door de door de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij, aangewezen ambtenaren. De ontvangen som wordt op de griffie van de rechtbank gedeponeerd totdat over het misdrijf uitspraak is gedaan. Dit bedrag treedt in de plaats van de in beslag genomen producten, zowel voor wat de verbeurdverklaring, als wat de eventuele teruggave aan de belanghebbende betreft. ';

2° het vierde lid, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2008, wordt vervangen door wat volgt : ' Wanneer de eisen van de volksgezondheid de verkoop of de teruggave van de producten niet toelaten, worden deze, voor wat betreft de landbouwbevoegdheden van het Vlaamse Gewest, op tussenkomst van de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij, of zijn gemachtigde, hetzij vernietigd, alles op kosten van de overtreder. ' ».

B.3.1. In haar memorie van wederantwoord stelt de Vlaamse Regering dat de Vlaamse decreetgever met de artikelen 116 tot 125 van het decreet van 18 december 2009 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2010, de bij de bestreden decreetsbepalingen gewijzigde bepalingen heeft vervangen. In de nieuwe bepalingen zou telkens worden gepreciseerd dat de desbetreffende bepaling op de landbouwbevoegdheden van het Vlaamse Gewest betrekking heeft. De nieuwe decreetsbepalingen hebben uitwerking met ingang van 24 maart 2007. Aangezien de bepalingen die het voorwerp van het onderhavige beroep tot vernietiging uitmaken, door die nieuwe decreetsbepalingen zijn vervangen, is de Vlaamse Regering van oordeel dat het huidige beroep zonder voorwerp zou zijn geworden.

B.3.2. In zijn aanvullende memorie deelt de Ministerraad mee dat tegen die nieuwe decreetsbepalingen een beroep tot vernietiging zal worden ingesteld, aangezien ook die nieuwe bepalingen de bevoegdheidverdelende regels zouden schenden. De loutere toevoeging, in die nieuwe bepalingen, dat de wijzigingen betrekking hebben op « de landbouwbevoegdheden van het Vlaamse Gewest », zou weinig aan die kritiek veranderen. Voor het overige zouden die vervangende bepalingen volstrekt identiek zijn.

Wanneer de nieuwe decreetsbepalingen zouden worden vernietigd, zouden de bepalingen die thans worden bestreden, opnieuw van toepassing worden, zodat de Ministerraad zijn belang bij het huidige beroep pas definitief zou verliezen wanneer ook het beroep tegen de nieuwe bepalingen zou worden verworpen. In die omstandigheden wenst de Ministerraad geen afstand van het huidige beroep te doen, en volhardt hij in de middelen die hij in zijn verzoekschrift heeft geformuleerd.

B.4.1. Het huidige beroep zal pas definitief zonder voorwerp worden als het decreet van 18 december 2009 niet binnen de wettelijke termijn wordt bestreden of als het beroep dat tegen dat decreet zou worden gericht, door het Hof zou worden verworpen. In dat geval zal het beroep tot vernietiging van de artikelen 46 tot 56 van het decreet van 19 december 2008 van de rol worden geschrapt. Indien het beroep tegen de wijzigende bepalingen van het decreet van 18 december 2009 wordt ingewilligd, zullen de middelen gericht tegen de artikelen 46 tot 56 van het decreet van 19 december 2008 worden onderzocht.

B.4.2. Voor het overige verliest het beroep tot vernietiging door de latere decreetswijzigingen zijn voorwerp niet.

Daaraan wordt geen afbreuk gedaan door het gegeven dat de Vlaamse Regering stukken heeft neergelegd waaruit volgens haar zou blijken dat de nieuwe decreetsbepalingen op verzoek van de federale overheid zouden zijn aangenomen teneinde, in de bestreden decreetsbepalingen, in te schrijven dat die wijzigingen slechts op de landbouwbevoegdheden van het Vlaamse Gewest van toepassing zijn, des te meer nu de Ministerraad van oordeel is dat die wijzigingen niet van dien aard zouden zijn dat zij tegemoetkomen aan zijn kritiek dat ook de nieuwe decreetsbepalingen de bevoegdheidverdelende regels zouden schenden.

Om die redenen,

het Hof

beslist dat het beroep tot vernietiging van de artikelen 46 tot 56 van het Vlaamse decreet van 19 december 2008 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2009 zal worden onderzocht dan wel van de rol geschrapt naargelang de artikelen 116 tot 125 van het Vlaamse decreet van 18 december 2009 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2010 al dan niet worden vernietigd.

Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 29 april 2010.

De griffier,

P.-Y. Dutilleux.

De voorzitter,

M. Bossuyt.