Hof van Cassatie - Arrest van 10 november 2003 (België)

Publicatie datum :
10-11-2003
Taal :
Frans - Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel 20031110-10
Rolnummer :
S010178F

Samenvatting

Het beding inzake werkzekerheid als bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 feb. 1993, die is gesloten in het paritair comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw is een individuele normatieve bepaling van die collectieve arbeidsovereenkomst (1). (1) Zie de concl. O.M., in Bull. en Pas.; c.a.o. van 15 feb. 1993, B.S. 11 juni 1996, p. 15910.

Arrest

Nr. S.01.0178.F.-
G. F.,
Mr. Cécile Draps, advocaat bij het Hof van Cassatie,
tegen
1. W. J.
2. L. L.,
Mr. Isabelle Heenen, advocaat bij het Hof van Cassatie.
I. Bestreden beslissing
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 18 juni 2001 gewezen door het Arbeidshof te Brussel.
II. Rechtspleging voor het Hof
Raadsheer Christian Storck heeft verslag uitgebracht.
Eerste advocaat-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.
III. Cassatiemiddelen
IV. Beslissing van het Hof
Eerste middel :
Eerste onderdeel :
Overwegende dat artikel 26, eerste lid, van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités bepaalt dat van een in een paritair orgaan gesloten overeenkomst de bedingen die verband houden met de individuele betrekkingen tussen werkgever en werknemer, bindend zijn voor alle werkgevers en werknemers die niet krachtens artikel 19 van genoemde wet door die overeenkomst gebonden zijn en tot het ressort van dat paritair orgaan behoren, voor zover zij vallen onder de werkingssfeer zoals deze in de overeenkomst is bepaald, tenzij in de individuele arbeidsovereenkomst schriftelijk een met de overeenkomst strijdig beding is opgenomen ;
Overwegende dat het arrest, na te hebben vastgesteld dat eiser zijn vordering grondt op artikel 2, ,§,§ 2 en 3, van de in het paritair comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw gesloten collectieve arbeidsovereen-komst van 15 februari 1993 betreffende het protocol van nationaal akkoord 1993-1994, die bij koninklijk besluit van 7 mei 1996 algemeen bindend is verklaard, zonder te worden bekritiseerd, overweegt dat hij zich op die bepalingen alleen mag beroepen als zij een beding bevatten als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de wet van 5 december 1968, en beslist dat zulks niet het geval is ;
Overwegende dat artikel 2, ,§ 2, van die collectieve arbeidsovereen-komst, welke ertoe strekt de werkzekerheid te waarborgen van de werknemers op wie het van toepassing is, bepaalt dat, wanneer de werkgever voornemens is over te gaan tot ontslag van meerdere arbeiders en dit ontslag als meervoudig ontslag kan worden beschouwd in de zin van ,§ 4 van dat artikel, hij voorafgaandelijk de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, de syndicale afvaardiging moet inlichten of, in geval er geen ondernemingsraad of syndicale afvaardiging bestaat, voorafgaandelijk en individueel de betrokken arbeiders schriftelijk moet inlichten en dat dan tussen de partijen een overleg plaatsvindt ; dat artikel 2, ,§ 3, bepaalt dat, bij niet-naleving van die procedure, de in gebreke zijnde werkgever, naast de normale opzeggingstermijn, aan de arbeider een vergoeding dient te betalen gelijk aan het loon verschuldigd voor de genoemde opzeggingstermijn ;
Overwegende dat een dergelijk beding op grond waarvan alle arbeiders van de onderneming de naleving kunnen eisen van de bepalingen waarbij dat beding de uitoefening van het ontslagrecht van de werkgevers beperkt ten voordele van die arbeiders, betrekking heeft op de individuele betrekkingen tussen werkgevers en werknemers in de zin van artikel 26, eerste lid, van de wet van 5 december 1968 ;
Dat het arrest, daar het daarover anders beslist teneinde de toepassing van dat beding te weigeren, voornoemd artikel 26, eerste lid, alsook artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 februari 1993 schendt ;
Dat het onderdeel gegrond is ;
OM DIE REDENEN,
HET HOF
Vernietigt het bestreden arrest ;
Beveelt dat van het arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest ;
Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over ;
Verwijst de zaak naar het Arbeidshof te Luik.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door raadsheer Philippe Echement, waarnemend voorzitter, de raadsheren Christian Storck, Daniel Plas, Sylviane Velu en Philippe Gosseries, en in openbare terechtzitting van tien november tweeduizend en drie uitgesproken door raadsheer Philippe Echement, waarnemend voorzitter, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van adjunct-griffier Christine Danhiez.
Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Ghislain Dhaeyer en overgeschreven met assistentie van griffier-hoofd van dienst Karin Merckx.
De griffier-hoofd van dienst, De raadsheer,