Hof van Cassatie - Arrest van 10 november 2003 (België)

Publicatie datum :
10-11-2003
Taal :
Frans - Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel 20031110-11
Rolnummer :
S020104F

Samenvatting

De stuiting van de verjaring van de terugvordering van de aan de gehandicapte onverschuldigd betaalde tegemoetkomingen, die het gevolg is van de neerlegging van de aangetekende brief waarbij de beslissing tot terugvordering ter kennis wordt gebracht van de schuldenaar, dient niet als ongedaan te worden beschouwd indien die beslissing bij vonnis wordt nietigverklaard (1). (1) Zie concl. O.M., Cass., 3 juni 1991, in Bull. en Pas., 1990-1991, I, AR 9090, nr 510, inz. nr 2 van de concl.; vgl. Wet 27 feb. 1987 na de wijziging ervan bij de programmawet (I) van 24 dec. 2002, art. 16, ,§ 1, eerste lid, ,§ 2, eerste lid, en ,§ 3.

Arrest

Nr. S.02.0104.F.-
BELGISCHE STAAT,
Mr. Lucien Simont , advocaat bij het Hof van Cassatie,
tegen
C. Y.,
I. Bestreden beslissing
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 26 juni 2002 gewezen door het Arbeidshof te Luik.
II. Rechtspleging voor het Hof
Raadsheer Daniel Plas heeft verslag uitgebracht.
Eerste advocaat-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.
III. Cassatiemiddel
IV. Beslissing van het Hof
Overwegende dat artikel 16, ,§ 2, eerste en derde lid, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten, zoals het te dezen van toepassing is, bepaalt dat van de beslissing tot terugvordering van de ten onrechte betaalde tegemoetkomingen, op straffe van nietigheid, aan de schuldenaren kennis wordt gegeven bij ter post aangetekend schrijven en dat het ter post neerleggen van het aangetekend schrijven de verjaring stuit ;
Overwegende dat uit geen enkele wetsbepaling kan worden afgeleid dat de stuiting van de verjaring die het gevolg is van de neerlegging van de aangetekende brief houdende de beslissing tot terugvordering ongedaan zou zijn indien die beslissing bij vonnis was nietigverklaard ;
Overwegende dat het arrest, door uit de nietigverklaring van de beslissing tot terugvordering van het onverschuldigd betaalde af te leiden dat "er geen regelmatige kennisgeving van een onverschuldigd betaald bedrag was geschied bij aangetekend schrijven" en dat de verjaring niet op rechtsgeldige wijze was gestuit, artikel 16, ,§ 2, eerste en derde lid, van de wet van 27 februari 1987 schendt ;
Dat het middel gegrond is ;
OM DIE REDENEN,
HET HOF
Vernietigt het bestreden arrest, in zoverre het uitspraak doet over de terugvordering van de ten onrechte betaalde uitkeringen en over de kosten ;
Beveelt dat van het arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest ;
Gelet op artikel 1017, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, veroordeelt eiser in de kosten ;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Arbeidshof te Brussel.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door raadsheer Philippe Echement, waarnemend voorzitter, de raadsheren Christian Storck, Daniel Plas, Sylviane Velu en Philippe Gosseries, en in openbare terechtzitting van tien november tweeduizend en drie uitgesproken door raadsheer Philippe Echement, waarnemend voorzitter, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van adjunct-griffier Christine Danhiez.
Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Jean-Pierre Frère en overgeschreven met assistentie van griffier-hoofd van dienst Karin Merckx.
De griffier-hoofd van dienst, De raadsheer,