Hof van Cassatie - Arrest van 10 oktober 2002 (België)

Publicatie datum :
10-10-2002
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel 20021010-11
Rolnummer :
D020013N

Samenvatting

Door een gedraging die het vertrouwen van de rechtzoekenden heeft aangetast, doet de magistraat afbreuk aan de waardigheid van zijn ambt; hij is dan niet meer waardig deel te nemen aan de uitoefening van de rechterlijke macht, omdat het gedrag van de magistraat die anderen moet berechten boven elke verdenking verheven moet zijn.

Arrest

Selecteer tekst om te onderstrepen of annotaties te maken bij het document
Nr.D.02.0013.N
PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN CASSATIE,
tegen
X.
verweerder.
I. Voorwerp van de vordering
De schriftelijke vordering van de procureur-generaal luidt als volgt :
"Aan het Hof van Cassatie,
De procureur-generaal bij dit Hof,
Overwegende dat de heerX., bij koninklijk besluit van 14 maart 1996 is benoemd tot plaatsvervangend rechter in het vredegerecht van het kanton W. en dat hij op 4 april 1996 op de eerste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Y. de eed heeft afgelegd die wordt voorgeschreven bij artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831;
Overwegende dat het Hof van Beroep te Z. hem, bij arrest van 25 oktober 2001, heeft veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van één maand en tot een geldboete van zesentwintig frank, vermeerderd met 1.990 opdeciemen, of een vervangende gevangenisstraf van acht dagen wegens heling, waarbij de uitvoering van de gevangenisstraf werd uitgesteld voor de duur van drie jaar;
Overwegende dat het cassatieberoep van X. tegen dat arrest door het Hof is verworpen bij arrest van 26 maart 2002, dat derhalve het veroordelend arrest in kracht van gewijsde is gegaan;
Overwegende dat de heer X. door zijn gedrag afbreuk heeft gedaan aan de waardigheid van zijn ambt en niet meer waardig is om deel te nemen aan de uitoefening van de rechterlijke macht;
Gelet op de artikelen 152, tweede lid, van de Grondwet, 404, 405, 409, 417 tot 420, 422 tot 426 van het Gerechtelijk Wetboek;
Vordert dat het aan het Hof moge behagen om in algemene vergadering, rechtdoende in openbare terechtzitting na onderzoek in de raadkamer, de heer X. te ontzetten uit zijn ambt van plaatsvervangend rechter in het vredegerecht van het kanton W. en hem te veroordelen in de kosten.
Brussel, 25 juni 2002
De procureur-generaal,
(Get.) : Jean du Jardin. "
II. Rechtspleging voor het Hof
Het Hof is overeenkomstig artikel 426 van het Gerechtelijk Wetboek in algemene vergadering bijeengekomen.
Eerste voorzitter Pierre Marchal heeft verslag uitgebracht.
Procureur-generaal Jean du Jardin heeft de ontzetting van X. uit zijn ambt van plaatsvervangend rechter in het vredegerecht van het kanton W. gevorderd.
X. die overeenkomstig artikel 423 van het Gerechtelijk Wetboek bij gerechtsbrief is opgeroepen om in persoon te verschijnen op de terechtzitting van 10 oktober 2002 is niet verschenen.
III. Beslissing van het Hof
Overwegende dat de omstandigheid dat X. zijn ontslag zou hebben aangeboden niets afdoet aan de uitoefening van de disciplinaire vordering ;
Overwegende dat X. benoemd werd tot plaatsvervangend rechter in het Vredegerecht van het kanton W. bij koninklijk besluit van 14 maart 1996 en dat hij op 4 april 1996 voor de eerste kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Y. de eed heeft afgelegd die is voorgeschreven bij artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831;
Overwegende dat het gedrag van de magistraat die anderen moet berechten boven elke verdenking verheven moet zijn;
Overwegende dat X. door de gedragingen die beschreven zijn in de vordering van de procureur-generaal, het vertrouwen van de rechtzoekende heeft aangetast;
Dat hij hierdoor afbreuk heeft gedaan aan de waardigheid van zijn ambt en niet meer waardig is deel te nemen aan de uitoefening van de rechterlijke macht;
OM DIE REDENEN,
HET HOF,
Rechtdoende bij verstek, na behandeling van de zaak in openbare terechtzitting;
Gelet op de artikelen 152, tweede lid, van de Grondwet, 404, 405, 409, 417 tot 420, 422 tot 426 van het Gerechtelijk Wetboek en 6.1 E.V.R.M.;
Ontzet X. uit het ambt van plaatsvervangend rechter in het Vredegerecht van het kanton W.;
Veroordeelt X. in de kosten.
Gezegde kosten begroot op nul euro.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, in algemene vergadering, te Brussel, door eerste voorzitter Pierre Marchal, voorzitter Ivan Verougstraete, afdelingsvoorzitter Marc Lahousse, raadsheer Francis Fischer, de afdelingsvoorzitters Claude Parmentier en Robert Boes, de raadsheren Greta Suetens-Bourgeois, Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Philippe Echement en Jean de Codt, en in openbare terechtzitting van tien oktober tweeduizend en twee uitgesproken door eerste voorzitter Pierre Marchal, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean du Jardin, met bijstand van hoofdgriffier Etienne Sluys.