Hof van Cassatie - Arrest van 11 maart 2010 (België)

Publicatie datum :
11-03-2010
Taal :
Frans - Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel 20100311-7
Rolnummer :
C.09.0225.N

Samenvatting

Wanneer een vordering tegen meerdere verweerders wordt geformuleerd strekkende tot schadevergoeding op grond van hun aansprakelijkheid, is de omstandigheid dat hoger beroep werd aangetekend tegen de beslissing waarbij deze vordering reeds gedeeltelijk gegrond werd verklaard tegen een van hen, terwijl omtrent de aansprakelijkheid van een andere nog een expertise werd bevolen, en de appelprocedure aan deze laatste enkel werd aangezegd, niet van aard de gezamenlijke tenuitvoerlegging van de onderscheiden beslissingen in eerste en tweede aanleg materieel onmogelijk te maken (1). (1) Zie Cass., 1 feb. 1991, A.R. 6937, A.C., 1990-91, nr 293.

Arrest

Nr. C.09.0225.N

STAD ANTWERPEN, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en schepenen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Grote Markt 1,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. M.A.,

2. LANDSBOND VAN LIBERALE MUTUALITEITEN, met zetel te 1050 Brussel, Livornostraat 25,

3. WALAD, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 2000 Antwerpen, Groenplaats 14,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 18 november 2008 in hoger beroep gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan.

Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 31 van het Gerechtelijk Wetboek is het geschil enkel onsplitsbaar in de zin van artikel 1053 van dit wetboek wanneer de gezamenlijke tenuitvoerlegging van de onderscheiden beslissingen waartoe het aanleiding geeft, materieel onmogelijk is.

2. De appelrechters verklaren het hoger beroep niet-toelaatbaar, na te hebben vastgesteld dat:

- de eerste rechter de eerste verweerder niet aansprakelijk heeft verklaard, de eiseres wel aansprakelijk, terwijl een nader onderzoek werd bevolen omtrent de aansprakelijkheid van de derde verweerder, waartoe een gerechtsdeskundigenonderzoek werd bevolen;

- in hoger beroep de eiseres de verdeling van de aansprakelijkheid beoogt tussen de voormelde partijen en er een tegenstrijdigheid van belangen voorhanden is tussen de derde verweerder en de eiseres;

- hoger beroep door de eiseres werd ingesteld tegen de eerste en tweede verweerders, maar niet tegen de derde verweerder, aan wie het verzoekschrift tot hoger beroep enkel werd aangezegd.

Zij oordelen dat voor de eerste rechter en in hoger beroep tussen de derde verweerder en de eiseres, tegenstrijdige beslissingen omtrent de aansprakelijkheid kunnen tot stand komen, waardoor de gezamenlijke tenuitvoerlegging van die onderscheiden beslissingen materieel onmogelijk is.

3. Wanneer een vordering tegen meerdere verweerders wordt geformuleerd strekkende tot schadevergoeding op grond van hun aansprakelijkheid, is de omstandigheid dat hoger beroep werd aangetekend tegen de beslissing waarbij deze vordering reeds gedeeltelijk gegrond werd verklaard tegen een van hen, terwijl omtrent de aansprakelijkheid van een andere nog een expertise werd bevolen, en de appelprocedure aan deze laatste enkel werd aangezegd, niet van aard de gezamenlijke tenuitvoerlegging van de onderscheiden beslissingen in eerste en tweede aanleg materieel onmogelijk te maken.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

eenparig beslissend,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen, zitting houdende in hoger beroep.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns en Beatrijs Deconinck, en in openbare terechtzitting van 11 maart 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Philippe Van Geem.