Hof van Cassatie - Arrest van 11 maart 2010 (België)

Publicatie datum :
11-03-2010
Taal :
Frans - Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel 20100311-8
Rolnummer :
C.09.0347.N

Samenvatting

Wanneer een partij afziet van een geding in hoger beroep geeft zij het recht zelf om opnieuw hoger beroep in te stellen niet prijs, zodat een afstand van het geding in hoger beroep niet noodzakelijk impliceert dat de partij het vaste voornemen heeft haar instemming te betuigen met de beslissing.

Arrest

Nr. C.09.0347.N

H.J.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

DE HAUW & VANDER SCHELDEN, vennootschap onder firma, advocatenkantoor, met kantoor te 9700 Oudenaarde, Voorburg 3, met keuze van woonplaats bij gerechtsdeurwaarder Johan Vanquatem, met kantoor te 9050 Gentbrugge, Voordries 22,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest op, 30 oktober 2008 gewezen door het hof van beroep te Gent.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan.

Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede onderdeel

1. Krachtens artikel 1044 van het Gerechtelijk Wetboek is berusten in een beslissing afstand doen van de rechtsmiddelen die een partij tegen alle of sommige punten van die beslissing kan aanwenden of reeds heeft aangewend.

Krachtens artikel 1045 kan de berusting uitdrukkelijk of stilzwijgend zijn.

De uitdrukkelijke berusting geschiedt bij eenvoudige akte, ondertekend door de partij of haar bijzondere gemachtigde.

De stilzwijgende berusting kan alleen worden afgeleid uit bepaalde en met elkaar overeenstemmende akten of feiten waaruit blijkt dat de partij het vast voornemen heeft haar instemming te betuigen met de beslissing.

2. Krachtens artikel 820 van het Gerechtelijk Wetboek ziet, bij afstand van geding, de partij af van de rechtspleging die zij is begonnen met een hoofdvordering of met een tussenvordering. Afstand van geding heeft niet ten gevolge dat het recht zal worden prijsgegeven.

3. Uit deze bepalingen volgt dat wanneer een partij afziet van een geding in hoger beroep, zij het recht zelf om opnieuw hoger beroep in te stellen niet prijsgeeft, zodat een afstand van het geding in hoger beroep niet noodzakelijk impliceert dat de partij het vaste voornemen heeft haar instemming te betuigen met de beslissing.

4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt:

- de eiser heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde van 22 oktober 2001 bij verzoekschrift ingeschreven op de algemene rol onder nummer 2001/2418;

- in deze appelprocedure verzocht de raadsman van de eiser tot afstand van geding onder de volgende motieven: "(de verweerster) was evenwel van oordeel dat bepaalde passages strijdig waren met de deontologie en oordeelde dat deze dienden te worden geweerd. Hij werd daarin uiteindelijk gevolgd door de stafhouders van onze respectievelijke balies. Ik kan in de gegeven omstandigheden de procedure enkel oplossen via een afstand van geding (...) waarna via een gezuiverd beroepsverzoekschrift een nieuwe procedure wordt opgestart".

- de afstand werd gedecreteerd bij arrest van 20 november 2003;

- een nieuwe appelakte werd neergelegd op 10 december 2003 door de eiser.

De appelrechter oordeelt:

- van een eerder hoger beroep tegen voormeld vonnis werd door de eiser afstand gedaan;

- de afstand van geding werd gedecreteerd bij arrest van deze kamer van 20 november 2003;

- de afstand houdt in dat de eiser heeft berust in het bestreden vonnis en dat zijn later hoger beroep derhalve niet ontvankelijk is.

5. Door louter op grond van een afstand van het appelgeding de berusting in de beroepen beslissing af te leiden, zonder na te gaan of hieruit het vaste voornemen van de partij om haar instemming te betuigen met die beslissing kan worden afgeleid, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is in zoverre gegrond.

Dictum

Het Hof,

eenparig beslissend,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigd arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns en Beatrijs Deconinck, en in openbare terechtzitting van 11 maart 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Philippe Van Geem.