Hof van Cassatie - Arrest van 11 mei 2010 (België)

Publicatie datum :
11-05-2010
Taal :
Frans - Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel 20100511-3
Rolnummer :
P.10.0109.N

Samenvatting

Wanneer de vordering zowel een niet in geld waardeerbare vordering bevat als een in geld waardeerbare vordering, dient de rechtsplegingsvergoeding te worden bepaald op basis van de vordering waarvoor de hoogste wettelijke rechtsplegingsvergoeding verschuldigd is.

Arrest

Nr. P.10.0109.N

I

D. V.

burgerlijke partij,

eiseres,

met als raadsman mr. Geert Ampe, advocaat bij de balie te Brugge.

II

R. C.

burgerlijke partij,

eiser,

beide cassatieberoepen tegen

1. E. C. D.

beklaagde,

2. APRA ONGEVALLEN nv, met zetel te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 64 68,

vrijwillig tussengekomen partij,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Brugge van 11 december 2009.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

De eiser voert geen middel aan.

Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 558 Gerechtelijk Wetboek en artikel 2 KB van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek: het bestreden vonnis bepaalt onterecht het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding op het basisbedrag van 1.200 euro voor een niet in geld waardeerbare vordering terwijl, wanneer er sprake is van een in geld waardeerbare vordering en tevens een voorbehoud geformuleerd werd en twee rechtsplegingsvergoedingen van toepassing zijn, de hoogste dient te worden toegekend, hetgeen in dit geval de basisrechtsplegingsvergoeding van 2.000 euro is.

2. Artikel 558 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat, wanneer de vordering verschillende punten bevat, deze worden samengevoegd tot bepaling van de bevoegdheid.

Artikel 2, eerste lid, KB van 26 oktober 2007 bepaalt de rechtsplegingsvergoedingen voor de geschillen die betrekking hebben op in geld waardeerbare vorderingen. Het tweede lid van dat artikel bepaalt dat voor de toepassing van dit artikel, het bedrag van de vordering vastgesteld wordt overeenkomstig de artikelen 557 tot 562 en 618 Gerechtelijk Wetboek in verband met de bepaling van de bevoegdheid en de aanleg.

3. Wanneer de vordering zowel een niet in geld waardeerbare vordering bevat als een in geld waardeerbare vordering, dient de rechtsplegingsvergoeding te worden bepaald op basis van de vordering waarvoor de hoogste wettelijke rechtsplegingsvergoeding verschuldigd is.

4. Het bestreden vonnis dat anders oordeelt verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Tweede middel

5. Het middel kan niet tot een ruimere cassatie leiden noch tot een cassatie zonder verwijzing. Het behoeft dus geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep van de eiser.

Veroordeelt de eiser in de kosten van zijn cassatieberoep.

Vernietigt voor het overige het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.

Veroordeelt de verweerders in de kosten.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank te Kortrijk, rechtszitting houdend in hoger beroep.

Bepaalt de kosten in het geheel op 348,71 euro, waarvan eiseres 55,65 euro verschuldigd is en 247,05 euro betaald heeft en waarvan eiser 13,16 euro verschuldigd is en 32,85 euro betaald heeft.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Koen Mestdagh en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 11 mei 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel.