Hof van Cassatie - Arrest van 13 februari 2013 (België)

Publicatie datum :
13-02-2013
Taal :
Frans - Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel 20130213-1
Rolnummer :
P.12.1444.F

Samenvatting

De ambtenaren van de administratie der directe belastingen en van de bijzondere belastinginspectie mogen slechts als getuige worden gehoord; hoewel die bepaling is voorgeschreven op straffe van nietigheid van de akte van de rechtspleging, werd alleen in die sanctie voorzien om zeker te stellen dat de ambtenaar alleen in de voorgeschreven hoedanigheid wordt verhoord; de in de wet bedoelde akte van de rechtspleging is dus alleen het verhoor zelf; de mededeling van stukken aan de speurders, zelfs naar aanleiding van een onregelmatig verhoor, is zelf niet nietig (1). (1) Zie Cass. 29 maart 1994, AR P.93.0024.N, AC 1994, nr. 154; Cass. 17 dec. 2008, AR P.08.0878.F, AC 2008, nr. 736.

Arrest

Nr. P.12.1444.F

P. K.,

Mrs. Adrien Masset, advocaat bij de balie te Verviers, en Marine Braun, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, cor-rectionele kamer, van 27 juni 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

De eiser heeft voor de appelrechters aangevoerd en betoogt thans voor het Hof dat de in artikel 463 WIB92 bepaalde nietigheid zich uitstrekt tot alle stukken die de belastingambtenaar, naar aanleiding van zijn onregelmatig verhoor, aan de speurders heeft overhandigd.

Naar luid van het voormelde artikel 463 mogen de ambtenaren van de administra-tie der directe belastingen en van de bijzondere belastinginspectie slechts als ge-tuige worden gehoord. Die bepaling is voorgeschreven op straffe van nietigheid van de akte van de rechtspleging.

De aldus gestelde nietigheidssanctie heeft enkel tot doel ervoor te zorgen dat de ambtenaar alleen in de voorgeschreven hoedanigheid wordt verhoord.

De in de wet bedoelde akte van rechtspleging is dus alleen het verhoor zelf.

Daaruit volgt dat de mededeling van stukken aan de speurders, zelfs naar aanlei-ding van een onregelmatig verhoor, op zich niet nietig is. Dat kan overigens niet omdat artikel 337, tweede lid, WIB92 toestaat om, met name aan de parketten, al-le inlichtingen te verstrekken die nodig zijn voor de hun opgedragen uitvoering van wettelijke bepalingen.

Het middel dat het tegendeel aanvoert, faalt naar recht.

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 13 februari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Erwin Francis en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,