Hof van Cassatie - Arrest van 15 juni 2010 (België)

Publicatie datum :
15-06-2010
Taal :
Frans - Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel 20100615-4
Rolnummer :
P.09.1743.N

Samenvatting

De artikelen 782 et 782bis Gerechtelijk Wetboek staan niet eraan in de weg dat de rechters alsnog samen het vonnis of het arrest uitspreken en het vervolgens ondertekenen of dat zij het vonnis of het arrest dat de voorzitter alleen heeft uitgesproken, slechts na de uitspraak ondertekenen, mits het respecteren van de regel dat het vonnis of het arrest moet worden gewezen door die rechters die alle rechtszittingen over de zaak en het beraad daarover hebben bijgewoond (1). (1) Zie ook artikel 195bis Wetboek van Strafvordering.

Arrest

Nr.P.09.1743.N

1. BROOKSHIRE MCDONALD Inc,.

beklaagde en civielrechtelijk aansprakelijke partij,

2. M. D. B.

beklaagde,

eisers,

met als raadsman mr. Stefaan Sonck, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 14, voor wie optreedt de directeur der douane en accijnzen van de provincie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Kattendijkdok-Oostkaai 22,

vervolgende partij,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 29 oktober 2009.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

De eiseres 1 Brookshire McDonald Inc doet afstand zonder berusting van haar cassatieberoep in zoverre dit gericht is tegen:

- haar vrijspraak voor de telastleggingen 1 en 2;

- de beschikkingen van het bestreden arrest die haar niet aanbelangen.

De eiser 2 M. B. doet afstand zonder berusting van zijn cassatieberoep in zoverre dit gericht is tegen:

- zijn vrijspraak voor de telastlegging 2;

- de beschikkingen van het bestreden arrest die hem niet aanbelangen.

Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Afstand

1. Tegen de beslissing van vrijspraak en tegen de beslissingen die de afstanddoeners niet aanbelangen, kan geen nieuw cassatieberoep worden ingesteld. Die beslissingen zijn immers eindbeslissingen. Er is dan ook geen reden om de afstand zonder berusting toe te staan.

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

2. De eisers hebben geen belang op te komen tegen de beslissingen van vrijspraak en tegen de beslissingen die hen niet aanbelangen.

In zoverre tegen die beslissingen gericht, is hun cassatieberoep niet ontvankelijk.

3. Het middel voert schending aan van de artikelen 2 en 782, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek: uit geen enkel stuk waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat het arrest vóór de uitspraak ondertekend werd door de rechters die het hebben gewezen; door de ondertekening van de vaststelling wie het arrest uitsprak, blijkt onmiskenbaar dat deze ondertekening plaatsvond na de uitspraak van het arrest.

4. Artikel 782 Gerechtelijk Wetboek bepaalt:

"Voor de uitspraak wordt het vonnis ondertekend door de rechters die het hebben gewezen en door de griffier.

Het eerste lid is evenwel niet van toepassing indien de rechter of rechters oordelen dat het vonnis onmiddellijk na de debatten kan worden uitgesproken."

Krachtens artikel 782bis, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek wordt het vonnis uitgesproken door de voorzitter van de kamer die het heeft gewezen, zelfs in afwezigheid van de andere rechters en, behalve voor straf- en in voorkomend geval voor tuchtzaken, van het openbaar ministerie.

5. Artikel 782 Gerechtelijk Wetboek dat van toepassing is in strafzaken, is niet voorgeschreven op straffe van nietigheid. Het is evenmin substantieel.

6. De voormelde artikelen werden ingevoerd bij de wet van 26 april 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het bestrijden van de gerechtelijke achterstand.

7. De voorafgaande ondertekening moet toelaten dat het vonnis of arrest, ook in straf- en tuchtzaken, wordt uitgesproken door de voorzitter van de kamer die het heeft gewezen, in afwezigheid van de andere rechters. Het vonnis of arrest kan evenwel alleen worden uitgesproken wanneer vaststaat welke rechters het hebben gewezen.

De voormelde bepalingen staan niet eraan in de weg dat de rechters alsnog samen het vonnis of het arrest uitspreken en het vervolgens ondertekenen of dat zij het vonnis of het arrest dat de voorzitter alleen heeft uitgesproken, slechts na de uitspraak ondertekenen, mits het respecteren van de regel dat het vonnis of het arrest moet worden gewezen door die rechters die alle rechtszittingen over de zaak en het beraad daarover hebben bijgewoond.

Het middel faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep.

Bepaalt de kosten op 82,20 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 15 juni 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.