Hof van Cassatie - Arrest van 16 juni 2004 (België)

Publicatie datum :
16-06-2004
Taal :
Frans - Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel 20040616-25
Rolnummer :
P040595F

Samenvatting

Een verkrachting kan tevens een aanranding van de eerbaarheid zijn (1). (1) Zie Cass., 8 dec. 1981 (A.C., 1981-82, nr 232).

Arrest

Nr. P.04.0595.F.-
I. B. K. B. D., beklaagde, gedetineerd,
Mr. Pierre Chomé, advocaat bij de balie te Brussel,
tegen
G. F., burgerlijke partij,
II. M. B. A., beklaagde, gedetineerd,
Mrs. Isabelle Wirtz en Laurent Kennes, advocaten bij de balie te Brussel.
I. Bestreden beslissing
De cassatieberoepen zijn gericht tegen een arrest, op 22 maart 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel, correctionele kamer.
II. Rechtspleging voor het Hof
Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.
Advocaat generaal Xavier De Riemaecker heeft geconcludeerd.
III. Cassatiemiddelen
D. B. K. B. voert drie middelen aan en A. M. B. voert er twee aan, beiden in een memorie waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht.
IV. Beslissing van het Hof
A. Op het cassatieberoep van D. B. K. B. :
1. In zoverre het gericht is tegen de beslissingen over de strafvordering, te weten :
a. die welke hem vrijspreekt :
Overwegende dat het cassatieberoep, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk is ;
b. die welke hem veroordeelt wegens de telastleggingen A en B van de zaak II van het dossier 169.M.2003 :
Over het tweede middel :
Wat het tweede onderdeel betreft :
Overwegende dat het onderdeel, in zoverre het betoogt dat een verkrachting niet tevens een aanranding van de eerbaarheid is, faalt naar recht ;
Overwegende dat het arrest, voor het overige, in antwoord op de conclusie waarin eiser de telastlegging van aanranding van de eerbaarheid betwist, vermeldt "dat de daad van penetratie te dezen de eerbaarheid van de getroffene zwaar heeft geschaad en aldus een eendaadse samenloop van misdrijven vormt" ;
Dat de appèlrechters hun beslissing aldus regelmatig met redenen omkleden en naar recht verantwoorden ;
Dat het onderdeel in zoverre niet kan worden aangenomen ;
OM DIE REDENEN,
HET HOF
Vernietigt het bestreden arrest, in zoverre het in de zaak D. B. K. B. uitspraak doet over de straf betreffende de telastleggingen A en B van de zaak II van dossier 169.M.2003 en de bijdrage tot het Bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden, die het gevolg is van de veroordeling tot die straf ;
Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige ;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest ;
Veroordeelt A. M. B. in de kosten van zijn cassatieberoep en D. B. K. B. in twee derde van zijn kosten ;
Laat een derde van de kosten van het cassatieberoep van D. B. K. B. ten laste van de Staat ;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Bergen.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Francis Fischer, de raadsheren Jean de Codt, Frédéric Close, Paul Mathieu en Benoît Dejemeppe, en in openbare terechtzitting van zestien juni tweeduizend en vier uitgesproken door afdelingsvoorzitter Francis Fischer, in aanwezigheid van advocaat-generaal Xavier De Riemaecker, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.
Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Benoît Dejemeppe en overgeschreven met assistentie van griffier-hoofd van dienst Karin Merckx.
De griffier-hoofd van dienst, De raadsheer,