Hof van Cassatie - Arrest van 16 juni 2010 (België)

Publicatie datum :
16-06-2010
Taal :
Frans - Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel 20100616-1
Rolnummer :
P.10.0991.F

Samenvatting

Artikel 6.3.e, E.V.R.M., waarborgt het recht op bijstand van een tolk op de rechtszitting en heeft geen betrekking op de verschijning van de inverdenkinggestelde voor de onderzoeksrechter (1). (1) Zie Cass., 16 nov. 2005, AR P.05.1402.F, A.C., 2005, nr. 602.

Arrest

Nr. P.10.0991.F

B. R. N.,

Mr. Victor Hissel, advocaat bij de balie te Luik.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, kamer van inbeschuldigingstelling, van 3 juni 2010.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Het middel voert aan dat het arrest de artikelen 5.2 en 6.3.e, EVRM schendt aangezien de eiser, voordat hij onder aanhoudingsbevel werd geplaatst, niet werd bijgestaan door een tolk.

Artikel 6.3.e, waarborgt het recht op bijstand van een tolk op de rechtszitting. Die bepaling heeft geen betrekking op de verschijning van een inverdenkinggestelde voor de onderzoeksrechter.

Artikel 5.2 bepaalt dat een ieder die gearresteerd is, onverwijld en in een taal die hij verstaat, op de hoogte moet worden gebracht van de redenen van zijn arrestatie en van alle beschuldigingen die tegen hem zijn ingebracht.

Krachtens artikel 16, § 2, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, moet de onderzoeksrechter, alvorens een bevel tot aanhouding te verlenen, de verdachte ondervragen over de hem ten laste gelegde feiten die aanleiding kunnen geven tot de afgifte van een dergelijk bevel en zijn opmerkingen horen.

In principe moet dat verhoor gebeuren in een taal die de inverdenkinggestelde begrijpt.

Het arrest vermeldt dat van de eiser, naar aanleiding van zijn arrestatie, een administratief verslag vreemdelingencontrole is opgemaakt waarin Arabisch vermeld wordt als moedertaal en Frans onder de rubriek "andere taal", dat hij door de politie uitvoerig werd verhoord, dat hem lezing was gegeven van dat verhoor en dat hij gepreciseerd heeft dat het conform zijn verklaring was.

Uit de ondervraging door de onderzoeksrechter blijkt ook dat de eiser Frans heeft gekozen als taal van de rechtspleging.

Daaruit volgt dat de appelrechters naar recht beslissen dat het bevel tot aanhouding regelmatig was uitgevaardigd.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Alain Simon en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 16 juni 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,