Hof van Cassatie - Arrest van 16 september 2003 (België)

Publicatie datum :
16-09-2003
Taal :
Frans - Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel 20030916-8
Rolnummer :
P030389N

Samenvatting

Er is geen strafverzwaring en derhalve is, met toepassing van artikel 211bis Wetboek van strafvordering, geen eenstemmigheid vereist, wanneer de rechter in hoger beroep een door de eerste rechter aan de beklaagde verleend uitstel ontneemt, maar de straf vermindert (1). (1) Cass., 13 november 1984, A.C. 1984-85, nr 165.

Arrest

Nr. P.03.0389.N
D. D., eiser, beklaagde,
met als raadsman Mr. Willy Moors, advocaat bij de balie te Mechelen.
I. Bestreden beslissing
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 5 februari 2003 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer.
II. Rechtspleging voor het Hof
Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht.
Procureur-generaal Jean du Jardin heeft geconcludeerd.
III. Cassatiemiddelen
Eiser stelt in een memorie vier middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
IV. Beslissing van het Hof
A. Onderzoek van de middelen
1. Eerste middel
Overwegende dat, anders dan het middel aanvoert, de geldboete die de appèlrechters hebben opgelegd, niet hoger is dan de geldboete die het beroepen vonnis heeft opgelegd;
Dat het middel in zoverre feitelijke grondslag mist;
Overwegende dat er geen strafverzwaring en derhalve geen eenstemmigheid met toepassing van artikel 211bis Wetboek van Strafvordering is vereist, wanneer de rechter in hoger beroep een door de eerste rechter aan de beklaagde verleend uitstel ontneemt, maar de straf vermindert;
Dat het middel in zoverre faalt naar recht;
2. Tweede middel
2.1. Eerste onderdeel
Overwegende dat de appèlrechters op grond van de feitelijke gegevens die zij onaantastbaar vaststellen, oordelen dat de aard van de periodieke uitbating niet verandert omdat in de telastlegging slechts vier data zijn vermeld daar in de vermelde periode de verbalisanten slechts sporadisch vaststellingen hebben gedaan;
Dat het onderdeel, dat geheel opkomt tegen de beoordeling van feiten door de rechter, niet ontvankelijk is;
2.2. Tweede onderdeel
Overwegende dat het niet tegenstrijdig is vast te stellen, eensdeels, dat de ten laste gelegde feiten allen dagtekenen van vóór de bekendmaking van een ministeriële omzendbrief die derhalve niet toepasselijk is, anderdeels, dat zelfs bij toepassing van die omzendbrief de daarin opgenomen uitzonderingsbepalingen niet gelden;
Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist;
3. Derde middel
Overwegende dat de appèlrechters met de redenen die zij vermelden, eisers conclusie beantwoorden;
Dat het middel feitelijke grondslag mist;
4. Vierde middel in zijn geheel
Overwegende dat de appèlrechters oordelen dat eiser evenmin kan inroepen dat hij het slachtoffer werd van een rechtsdwaling ingevolge het jarenlang gedogen en onbehoorlijk bestuur; dat de appèlrechters met vermelde motivering eisers verweer met betrekking tot dit jarenlang gedogen en onbehoorlijk bestuur onderzoeken maar als niet dienend verwerpen;
Dat het middel in zoverre feitelijke grondslag mist;
Overwegende dat voor het overige, in zoverre het middel opkomt tegen het onaantastbaar oordeel van de appèlrechters dat eiser zich niet op rechtsdwaling kan beroepen, niet ontvankelijk is;
B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;
OM DIE REDENEN,
HET HOF,
Verwerpt het cassatieberoep;
Veroordeelt eiser in de kosten.
Gezegde kosten begroot op de som van tweeënzeventig euro tachtig cent verschuldigd.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van zestien september tweeduizend en drie, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean du Jardin, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.