Hof van Cassatie - Arrest van 17 juni 2003 (België)

Publicatie datum :
17-06-2003
Taal :
Frans - Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel 20030617-9
Rolnummer :
P030611N

Samenvatting

De bepaling van artikel 43bis, Strafwetboek die inhoudt dat de bijzondere verbeurdverklaring toepasselijk op de zaken bedoeld in artikel 42, 3°, Strafwetboek in elk geval door de rechter kan worden uitgesproken, maar slechts voor zover zij door de procureur des Konings schriftelijk wordt gevorderd, vereist niet dat die schriftelijke vordering in elke aanleg moet worden genomen.

Arrest

Nr. P.03.0611.N
I.
M. P.,
eiser, beklaagde, gedetineerd.
II.
D. J.,
eiser, beklaagde,
met als raadsman Mr. Raf Verstraeten, advocaat bij de balie te Brussel.
I. Bestreden beslissing
De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest, op 27 maart 2002 gewezen door het Militair Gerechtshof te Brussel.
II. Rechtspleging voor het Hof
Raadsheer Dirk Debruyne heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.
III. Cassatiemiddelen
De eiser sub II stelt in een memorie twee middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De eiser sub I stelt geen middel voor.
IV. Beslissing van het Hof
A. Cassatieberoep van P. M.
Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;
B. Cassatieberoep van J. D.
1. Onderzoek van de middelen
1.1. Eerste middel
Overwegende dat de appèlrechters de veroordeling door de krijgsraad van eiser bevestigen maar anderzijds deze ten laste van twee medebeklaagden wijzigen;
Overwegende dat de motivering van de appèlrechters, in het middel weergegeven, in die context dient te worden gelezen en begrepen;
Overwegende dat de aangevoerde tegenstrijdigheid niet bestaat;
Dat het middel feitelijke grondslag mist;
1.2. Tweede middel
Overwegende dat artikel 43bis, eerste lid, Strafwetboek, zoals vervangen door de wet van 19 december 2002 tot uitbreiding van de mogelijkheden tot inbeslagneming en verbeurdverklaring in strafzaken bepaalt dat bijzondere verbeurdverklaring toepasselijk op zaken bedoeld in artikel 42.3°, door de rechter in elk geval kan worden uitgesproken voor zover zij door de procureur des Konings schriftelijk wordt gevorderd;
Dat niet is vereist dat die schriftelijke vordering in elke aanleg wordt genomen;
Overwegende dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de krijgsauditeur voor de krijgsraad een schriftelijke vordering heeft genomen waarin hij onder meer ten laste van eiser de verbeurdverklaring vorderde van 20.426,01 euro zijnde het vermogensvoordeel uit de feiten A en B;
Dat het middel niet kan worden aangenomen;
2. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;
3. Verzekerde inbewaringstelling
Overwegende dat ingevolge de verwerping van het cassatieberoep gericht tegen de beslissing op de strafvordering, deze beslissing in kracht van gewijsde treedt;
Dat het cassatieberoep, in zoverre het gericht is tegen de beslissing waarbij de verzekerde inbewaringstelling van de eerste eiser wordt bevolen, bijgevolg geen bestaansreden meer heeft;
OM DIE REDENEN,
HET HOF,
Verwerpt de cassatieberoepen;
Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep.
Gezegde kosten begroot op de som van honderd vijftien euro twintig cent, waarvan I. op het cassatieberoep van P. M.: zevenenvijftig euro zestig cent verschuldigd en II. op het cassatieberoep van J. D.: zevenenvijftig euro zestig cent verschuldigd.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van zeventien juni tweeduizend en drie, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Johan Pafenols.