Hof van Cassatie - Arrest van 18 juni 2003 (België)

Publicatie datum :
18-06-2003
Taal :
Frans - Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel 20030618-8
Rolnummer :

Samenvatting

Art. 9, tweede lid, Wet Bescherming Maatschappij, machtigt de onderzoeksgerechten, die uitspraak moeten doen over een vordering of verzoek tot internering, de openbaarheid van het debat alleen te bevelen als de inverdenkinggestelde hierom verzoekt (1). (1) Zie Cass., 9 juli 2002, AR P.02.0857.F, nr 397.

Arrest

Nr. P.03.0719.F.-
V. B., inverdenkinggestelde,
Mr. Philippe Charpentier, advocaat bij de balie te Hoei.
I. Bestreden beslissing
Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 25 april 2003 gewezen door het Hof van Beroep te Luik, kamer van inbeschuldigingstelling.
II. Rechtspleging voor het Hof
Raadsheer Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.
III. Cassatiemiddelen
Eiser voert drie middelen aan in een memorie, waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht.
IV. Beslissing van het Hof
Over het eerste middel :
Overwegende dat artikel 9, tweede lid, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij, de onderzoeksgerechten, die uitspraak moeten doen over een vordering of verzoek tot internering, alleen machtigt de openbaarheid van het debat te bevelen als de inverdenkinggestelde hierom verzoekt ;
Overwegende dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, niet blijkt dat eiser een dergelijke vraag aan de kamer van inbeschuldigingstelling heeft gericht ; dat hij in die omstandigheden niet voor het eerst voor het Hof kan aanvoeren dat de terechtzitting met gesloten deuren is gehouden ;
Dat het middel niet ontvankelijk is ;
Over het tweede middel :
Overwegende dat miskenning van het bij artikel 6.1 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden bepaalde recht op een eerlijk proces noch miskenning van het algemeen beginsel van het recht van gelijkheid der wapens kunnen worden afgeleid uit de omstandigheid alleen dat het arrest, om de beslissing tot internering met redenen te omkleden, verklaart de redenen van de vordering van het openbaar ministerie over te nemen ;
Dat het middel, wat dat betreft, niet kan worden aangenomen ;
En overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen ;
OM DIE REDENEN,
HET HOF
Verwerpt het cassatieberoep ;
Veroordeelt eiser in de kosten.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Marc Lahousse, de raadsheren Francis Fischer, Jean de Codt, Frédéric Close en Paul Mathieu, en in openbare terechtzitting van achttien juni tweeduizend en drie uitgesproken door afdelingsvoorzitter Marc Lahousse, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van eerstaanwezend adjunct-griffier Fabienne Gobert.
Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en overgeschreven met assistentie van eerstaanwezend adjunct-griffier Paul Van den Abbeel.
De eerstaanwezend adjunct-griffier, De raadsheer,