Hof van Cassatie - Arrest van 25 juni 2004 (België)

Publicatie datum :
25-06-2004
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel 20040625-12
Rolnummer :
C030326F

Samenvatting

Wegens de onderlinge afhankelijkheid van de wederkerige verbintenissen van de partijen bij een wederkerige overeenkomst moet de partij bij zo'n overeenkomst die de uitvoering vordert van de op de tegenpartij rustende verbintenissen nadat eerstgenoemde haar eigen verbintenissen heeft uitgevoerd, bewijzen dat zij die verbintenissen heeft uitgevoerd, of aangeboden heeft ze uit te voeren.

Arrest

Nr. C.03.0326.F.-
CONTACTSAT, naamloze vennootschap,
Mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie,
tegen
COMPAGNIE GENERALE DE SERVICES F.M., naamloze vennootschap,
Mr. Isabelle Heenen, advocaat bij het Hof van Cassatie.
I. Bestreden beslissing
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 12 maart 2003 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel.
II. Rechtspleging voor het Hof
Raadsheer Sylviane Velu heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Xavier De Riemaecker heeft geconcludeerd.
III. Middel
IV. Beslissing van het Hof
2. Tweede onderdeel
Overwegende dat luidens artikel 1315, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, degene die de uitvoering van een verbintenis vordert het bestaan daarvan moet bewijzen ;
Overwegende dat, wegens de onderlinge afhankelijkheid van de wederkerige verbintenissen van de partijen bij een wederkerige overeenkomst, de partij bij zo'n overeenkomst die de uitvoering vordert van de op de tegenpartij rustende verbintenissen nadat zij haar eigen verbintenissen heeft uitgevoerd, moet bewijzen dat zij die verbintenissen heeft uitgevoerd, of aangeboden heeft ze uit te voeren ;
Overwegende dat het arrest oordeelt dat eiseres, die vordert dat de in de tussen de partijen gesloten overeenkomst vastgestelde bijdragen tot de beëindiging ervan betaald moeten worden, dient "te bewijzen dat vanaf 1 februari 1996 (het tijdstip van de, onwerkzaam bevonden, ontbinding van de overeenkomst door verweerster) tot de beëindiging van de overeenkomst 'een zend- en ontvangstvermogen van 128 Kbits digitale transmissie stereoradio op de satelliet Eutelsat 2F2 vanuit haar bedrijf' ter beschikking van (verweerster) stond" en dat dit bewijs niet wordt geleverd ;
Dat het arrest aldus zijn beslissing om de vordering van eiseres ongegrond te verklaren naar recht verantwoordt ;
Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen ;
OM DIE REDENEN
HET HOF,
Verwerpt het cassatieberoep ;
Veroordeelt eiseres in de kosten.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door raadsheer Philippe Echement, waarnemend voorzitter, de raadsheren Didier Batselé, Daniel Plas, Christine Matray en Sylviane Velu, en in openbare terechtzitting van vijfentwintig juni tweeduizend en vier uitgesproken door raadsheer Philippe Echement, waarnemend voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Marie-Jeanne Massart.
Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Ghislain Londers en overgeschreven met assistentie van griffier Philippe Van Geem.
De griffier, De raadsheer,