Hof van Cassatie - Arrest van 28 mei 2010 (België)

Publicatie datum :
28-05-2010
Taal :
Frans - Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel 20100528-3
Rolnummer :
C.09.0431.F

Samenvatting

Wanneer de rechter kennisneemt van een verzoek tot geldigverklaring van een opzegging door de verpachter met het oog op persoonlijke exploitatie, moet hij nagaan of de pachter zijn hoofdberoep in de landbouw heeft, en de toestand van laatstgenoemde in aanmerking nemen op het tijdstip waarop van de opzegging wordt kennis gegeven (1). (1) Zie Cass., 24 okt. 2008, AR C.08.0022.N, A.C., 2008, nr. 581.

Arrest

Nr. C.09.0431.F

1. B. N.,

2. M. P.,

3. M. G.,

4. M. C.,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

M. A.,

Mr. Pierre Van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de vonnissen, op 10 juni 2008 en 24 maart 2009 in hoger beroep gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Doornik.

Raadsheer Sylviane Velu heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eisers voeren een middel aan.

Geschonden wettelijke bepaling

- artikel 12.6, tweede lid, van de wet van 4 november 1969 tot wijziging van de pachtwetgeving en van de wetgeving betreffende het recht van voorkoop ten gunste van huurders van landeigendommen.

Aangevochten beslissingen

Het eerste bestreden vonnis van 10 juni 2008 oordeelt eerst, enerzijds, "dat de exploitatie waarin de eigendommen, waarop de opzegging betrekking heeft, zullen worden geëxploiteerd, geen overwegend deel uitmaakt van de beroepsactiviteit van degene ten voordele van wie de opzegging wordt gedaan" en, anderzijds, "dat die voorwaarde niettemin aan degene ten voordele van wie de opzegging wordt gedaan slechts kan worden opgelegd indien de pachter zijn hoofdberoep in de landbouw heeft", en beslist vervolgens dat laatstgenoemde voorwaarde "ten aanzien van degene ten voordele van wie de opzegging wordt gedaan en van de geschiktheidsvoorwaarden waarin artikel 9, vierde lid, van de pachtwet voorziet, beoordeeld moet worden op het tijdstip van de opzegging".

Grieven

Artikel 12.6, eerste lid, van de wet van 4 november 1969 tot wijziging van de pachtwetgeving en van de wetgeving betreffende het recht van voorkoop ten gunste van huurders van landeigendommen luidt als volgt: "Bij het verzoek tot geldigverklaring van de opzegging, gaat de rechter na of de opzeggingsredenen ernstig en gegrond zijn en met name of uit alle omstandigheden van de zaak blijkt dat de verpachter de als opzeggingsredenen bekend gemaakte voornemens ten uitvoer zal brengen".

Het tweede lid van dat artikel luidt als volgt: "daarenboven, wanneer de pachter zijn hoofdberoep in de landbouw heeft, kan de opzegging voor persoonlijke exploitatie door de rechter slechts geldig worden verklaard indien het exploiteren van het landbouwbedrijf, waarin de betrokken landeigendommen zullen worden geëxploiteerd, een overwegend deel van de beroepsactiviteit van de toekomstige exploitant uitmaakt".

Daaruit volgt dat de rechter die kennisneemt van een verzoek tot geldigverklaring van de opzegging, in het licht van de concrete omstandigheden van de zaak, en meer bepaald van de omstandigheden na de kennisgeving van die opzegging, op het ogenblik waarop hij uitspraak doet, moet nagaan of de pachter zijn hoofdberoep in de landbouw uitoefent.

Het eerste bestreden vonnis van 10 juni 2008, dat oordeelt dat de voorwaarde dat de pachter zijn hoofdberoep in de landbouw moet hebben, alleen maar mag worden beoordeeld op het ogenblik van de kennisgeving van de opzegging door de verpachter, voegt aan het in het middel aangewezen artikel 12.6, tweede lid, van de wet van 4 november 1969 een voorwaarde toe die het niet bevat en schendt bijgevolg die bepaling.

III BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het middel

Artikel 12.6, eerste lid, van de Pachtwet bepaalt dat de rechter, bij het verzoek tot geldigverklaring van de opzegging, nagaat of de opzeggingsredenen ernstig en gegrond zijn en met name of uit alle omstandigheden van de zaak blijkt dat de verpachter de als opzeggingsredenen bekend gemaakte voornemens ten uitvoer zal brengen.

Wanneer de pachter zijn hoofdberoep in de landbouw heeft, kan daarenboven, overeenkomstig het tweede lid van dat artikel, de opzegging voor persoonlijke exploitatie door de rechter slechts geldig worden verklaard indien het exploiteren van het landbouwbedrijf, waarin de betrokken landeigendommen zullen worden geëxploiteerd, een overwegend deel van de beroepsactiviteit van de toekomstige exploitant uitmaakt.

Uit die bepaling volgt dat, wanneer de rechter kennisneemt van een verzoek tot geldigverklaring van een opzegging door de verpachter met het oog op een persoonlijke exploitatie, hij om vast te stellen of de pachter zijn hoofdberoep in de landbouw heeft, de toestand van laatstgenoemde in aanmerking moet nemen op het tijdstip waarop de opzegging ter kennis is gebracht.

Het middel dat van het tegenovergestelde uitgaat, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, de raadsheren Albert Fettweis, Christine Matray en Sylviane Velu, en in openbare terechtzitting van 28 mei 2010 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Geert Jocqué en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,