Hof van Cassatie - Arrest van 29 maart 2010 (België)

Publicatie datum :
29-03-2010
Taal :
Frans - Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel 20100329-7
Rolnummer :
S.09.0083.N

Samenvatting

Nu de aard van de ongevallen die aanleiding geven tot de vorderingen tot vergoeding van de daaruit voortvloeiende schade en de omvang van de waarborgen die door de verzekeraars moeten worden verstrekt op grond van de arbeidsongevallenwet en op grond van het Besluit van de Vlaamse Executieve van 21 december 1988, identiek of soortgelijk zijn, dient artikel 579,1° van het Gerechtelijk Wetboek dan ook in die zin te worden begrepen dat de vorderingen betreffende de schade wegens arbeidsongevallen, wat betreft de bevoegdheid van de arbeidsgerechten om daarvan kennis te nemen, niet verschillend geregeld zijn voor de in artikel 95, § 1, van voormeld besluit van de Vlaamse Executieve bepaalde cursisten die door de V.D.A.B. moeten verzekerd zijn onder dezelfde voorwaarden als waren zij in het aangeleerd beroep als meerderjarige werknemer in loondienst tewerkgesteld, dan voor de personen waarop de arbeidsongevallenwet wel toepasselijk is of krachtens een andere wet toepasselijk is gemaakt (1). (1) Zie Cass., 30 nov. 2009, AR S.04.0134.N, A.C., 2009, nr. 709 met conclusie van het openbaar ministerie; Zie Arrest nr. 94/2009 van 4 juni 2009 van het Grondwettelijk Hof.

Arrest

Nr. S.09.0083.N

T.N.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

ETHIAS GEMEEN RECHT, onderlinge verzekeringsvereniging, met zetel te 3500 Hasselt, Prins Bisschopssingel 73, met keuze van woonplaats bij Mr. Henk De Loose, advocaat, met kantoor te 8310 Brugge (Sint-Kruis), Puienbroeklaan 33,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 11 december 2008 gewezen door het arbeidshof te Gent.

Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift twee middelen aan.

Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Luidens artikel 579, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek, neemt de arbeidsrechtbank kennis van de vorderingen betreffende de vergoeding van schade voortkomend uit arbeidsongevallen, uit ongevallen op de weg van en naar het werk en uit beroepsziekten.

Krachtens deze bepaling, worden aldus de geschillen inzake vergoeding van arbeidsongevallen aanhangig gemaakt bij de arbeidsgerechten, wanneer deze betrekking hebben op ongevallen waarvan werknemers, leerjongens of andere door de Koning gelijkgestelde personen het slachtoffer worden.

2. Krachtens artikel 95, §1, van het besluit van de Vlaamse Executieve van 21 december 1988 houdende organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, sluit de VDAB voor cursisten, met uitzondering van deze bedoeld onder artikel 89, §2 tot §5, een verzekeringscontract af dat bij ongevallen tijdens de opleiding en op de weg van en naar de opleidingsplaats dezelfde voordelen waarborgt aan de cursist als die welke in het aangeleerd beroep worden verleend aan een meerderjarige werknemer in loondienst, zoals voorzien in de Arbeidsongevallenwet en haar uitvoeringsbesluiten.

3. Hieruit volgt dat de gemeenrechtelijke verzekering tegen ongevallen die krachtens voormeld artikel 95, §1, is gesloten, de cursist die een beroepsopleiding volgt in een beroepsopleidingscentrum van de VDAB, dezelfde waarborgen dient te verlenen als de arbeidsongevallenverzekering.

4. De aard van de ongevallen die aanleiding geven tot de vorderingen tot vergoeding van de daaruit voortvloeiende schade en de omvang van de waarborgen die door de verzekeraars moeten worden verstrekt op grond van de Arbeidsongevallenwet en op grond van het Besluit van de Vlaamse Executieve van 21 december 1988, zijn identiek of soortgelijk.

5. Artikel 579, 1°, van het Gerechtelijke Wetboek dient dan ook in die zin te worden begrepen dat de vorderingen betreffende de schade wegens arbeidsongevallen, wat betreft de bevoegdheid van de arbeidsgerechten om daarvan kennis te nemen, niet verschillend geregeld zijn voor de in artikel 95, §1, van het besluit van de Vlaamse Executieve van 21 december 1988 bepaalde cursisten die door de VDAB moeten verzekerd zijn onder dezelfde voorwaarden als waren zij in het aangeleerd beroep als meerderjarige werknemer in loondienst tewerkgesteld, dan voor de werknemers, leerjongens of andere door de Koning gelijkgestelde personen, waarop de Arbeidsongevallenwet wel toepasselijk is of krachtens een andere wet toepasselijk is gemaakt.

6. Door zich onbevoegd te verklaren met betrekking tot de vordering tot vergoeding wegens het aan de eiser als cursist overkomen arbeidsongeval, schenden de appelrechters artikel 579, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek.

Het middel is in zoverre gegrond.

Overige grieven

7. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare terechtzitting van 29 maart 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Philippe Van Geem.