Hof van Cassatie - Arrest van 5 maart 2010 (België)

Publicatie datum :
05-03-2010
Taal :
Frans - Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel 20100305-5
Rolnummer :
C.09.0357.F

Samenvatting

Het incident betreffende de verdeling van de burgerlijke zaken onder de kamers van een zelfde hof van beroep, kan niet voor het eerst worden opgeworpen voor het Hof van Cassatie (1); het middel dat op een dergelijk incident steunt, is niet ontvankelijk wanneer uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, niet blijkt dat de eiser dat incident heeft opgeworpen en evenmin dat dit hof dat incident ambtshalve heeft opgeworpen (1). (1) Cass., 1 juni 1990, volt. zitt., AR 6748, A.C., 1989-90, met concl. adv.-gen. Declercq.

Arrest

Nr. C.09.0357.F

D. J.,

Mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

F. S..

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 7 januari 2009 gewezen door het hof van beroep te Luik.

Voorzitter Christian Storck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert volgend middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

- de artikelen 109, zoals het van toepassing was zowel vóór als na de wijziging door de wet van 25 april 2007, en 88, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek.

Aangevochten beslissingen

Het arrest verklaart het hoger beroep van de eiser ongegrond, bevestigt het beroepen vonnis in al zijn beschikkingen en veroordeelt de eiser in de kosten van het hoger beroep.

Grieven

Artikel 109 van het Gerechtelijk Wetboek, vóór de wijziging ervan bij de wet van 25 april 2007, luidde als volgt :

"De eerste voorzitter is belast met de organisatie van de werkzaamheden en de verdeling van de zaken overeenkomstig het reglement van het hof. Hij kan een of meer kamervoorzitters aanwijzen om hem bij te staan.

In geval van moeilijkheden in verband met de verdeling van de zaken onder de kamers van een zelfde hof van beroep, vindt artikel 88, § 2, toepassing".

Dit artikel 88, § 2, bepaalt met name wat volgt :

"Incidenten in verband met de verdeling van de burgerlijke zaken onder de afdelingen, kamers of rechters van een zelfde rechtbank van eerste aanleg worden op de volgende manier geregeld :

Indien een zodanig incident vóór ieder ander middel door een van de partijen of bij de opening van de debatten ambtshalve wordt uitgelokt, legt de afdeling, de kamer of de rechter het dossier voor aan de voorzitter van de rechtbank, die oordeelt of de zaak anders moet worden toegewezen".

Uit die bepalingen volgt dat de eerste voorzitter van het hof van beroep de zaken onder de kamers van het hof moet verdelen, maar dat indien een zaak aan een kamer is toegewezen, die toewijzing slechts kan worden gewijzigd onder de voorwaarden bepaald in de tweede paragraaf van voormeld artikel 88.

Het tussenarrest van 1 juni 2006 is gewezen door de eerste kamer van het hof van beroep te Luik, waaraan de zaak oorspronkelijk was toegewezen, terwijl het bestreden arrest is gewezen door de tiende kamer.

Hieruit volgt dat het bestreden arrest, dat is gewezen door de tiende kamer van het hof van beroep, zodoende niet is gewezen overeenkomstig de oorspronkelijke verdeling (schending van de artikelen 88, § 2, en 109 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals het van toepassing was vóór de wijziging ervan bij de wet van 25 april 2007 en, voor zover nodig, zoals het van toepassing was na de wijziging door die wet).

III. BESLISSING VAN HET HOF

Overeenkomstig artikel 109, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek , zoals het van toepassing is op het geschil, vindt, in geval van moeilijkheden in verband met de verdeling van de zaken onder de kamers van een zelfde hof van beroep, artikel 88, § 2, van dat wetboek toepassing.

Krachtens die bepaling moeten de incidenten betreffende de verdeling van de burgerlijke zaken onder de kamers van een zelfde hof van beroep vóór ieder ander middel door een van de partijen of bij de opening van het debat ambtshalve worden opgeworpen, moeten zij door de kamer ter beslissing worden voorgelegd aan de eerste voorzitter en bindt de beschikking van de eerste voorzitter de kamer waarnaar de zaak opnieuw is verwezen, tenzij de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie cassatieberoep instelt.

Daaruit blijkt dat het incident niet voor het eerst kan worden opgeworpen voor het Hof.

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser een incident betreffende de herverwijzing van de zaak naar de tiende kamer van dat hof heeft opgeworpen, terwijl die zaak oorspronkelijk aan de eerste kamer was toegewezen, en evenmin dat dit incident door het hof van beroep ambtshalve is opgeworpen.

Het middel is niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Christine Matray, Sylviane Velu en Martine Regout, en in openbare terechtzitting van 5 maart 2010 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Robert Boes en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,