Hof van Cassatie - Arrest van 5 september 2012 (België)

Publicatie datum :
05-09-2012
Taal :
Frans - Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel 20120905-2
Rolnummer :
P.12.1528.F

Samenvatting

Conclusie van advocaat-generaal Vandermeersch.

Arrest

Nr. P.12.1528.F

K. C.,

Mrs. Marc Uyttendaele, Nathalie Akcay en Laurent Kennes, advocaten bij de ba-lie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 22 augustus 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

Het arrest neemt de redenen over van de beroepen beschikking, zowel wat betreft het bestaan van ernstige aanwijzingen van schuld als de omstandigheden eigen aan de zaak en aan de persoonlijkheid van de eiser, die de handhaving van de voorlopige hechtenis verantwoorden.

De eiser verwijt de appelrechters dat zij die beschikking bevestigen door de grie-ven inzake het gebrek aan persoonlijke onpartijdigheid van de voorzitter van de raadkamer buiten beschouwing te laten, louter op grond dat hij niet vóór de aan-vang van zijn pleidooi om de wraking van die magistraat had verzocht.

Het arrest stelt dat de eiser voor het hof van beroep vergeefs de onpartijdigheid van de eerste rechter betwist, omdat artikel 833 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat degene die een wraking van een rechter wil voordragen die, naar zijn oordeel, niet in staat is om op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak te doen of die bij de publieke opinie een gewettigde twijfel doet rijzen omtrent zijn geschiktheid om aldus uitspraak te doen, dit, overeenkomstig artikel 828, 1°, van hetzelfde wet-boek, vóór de aanvang van de pleidooien moet doen, tenzij de reden van wraking later is ontstaan, wat hier niet het geval is.

Uit deze overweging, noch uit de overige redenen van het arrest blijkt dat het hof van beroep in concreto de voor het hof aangevoerde grief van gebrek aan onpar-tijdigheid heeft onderzocht. Het verantwoordt zijn beslissing dus niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Het tweede middel, dat niet tot vernietiging zonder verwijzing kan leiden, behoeft geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldiging-stelling, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 5 september 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Peter Hoet en overgeschre-ven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,