Hof van Cassatie - Arrest van 6 mei 2010 (België)

Publicatie datum :
06-05-2010
Taal :
Frans - Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel 20100506-6
Rolnummer :
C.09.0095.N

Samenvatting

In beginsel is de deelgenoot die alleen het onverdeeld goed heeft gebruikt en het exclusief genot ervan heeft gehad een vergoeding verschuldigd aan de andere deelgenoten in verhouding tot hun aandeel in de opbrengstwaarde van dit goed (1). (1) Cass., 4 mei 2001, AR C.97.0430.N, A.C., 2001, nr. 254, E.J. 2001/8, 122, noot S. MOSSELMANS, "De principiële vergoedingsverplichting voor het exclusieve gebruik van een onverdeeld goed (woonstvergoeding) en het declaratief karakter van de uiteindelijke verdeling"; K. VERSTAETE, "Beëindiging buitenhuwelijkse samenwoning, Kroniek 2005-2007", NjW, 2008, (566), 582, nr. 47; Y.H. LELEU, Droit des personnes et des familles, Brussel, Larcier, 2005, 336, nr. 385; J. BEERNAERT, "'Capita selecta' en matière d'indemnité d'occupation", noot bij Rb. Brussel, 12 februari 2002, Div. Act., 2002, 60-61, nr. 1.

Arrest

Nr. C.09.0095.N

S. P.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

D. K. C.,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 18 november 2004 in hoger beroep gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen.

Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan.

Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 577-2, §3, van het Burgerlijk Wetboek heeft bij medeëigendom de medeëigenaar deel in de rechten en draagt hij bij in de lasten van de eigendom naar verhouding van zijn aandeel.

2. Hieruit volgt dat in beginsel de deelgenoot die alleen het onverdeeld goed heeft gebruikt en het exclusief genot ervan heeft gehad, een vergoeding verschuldigd is aan de andere deelgenoten in verhouding tot hun aandeel in de opbrengstwaarde van dit goed.

3. De appelrechters stellen, onder meer met verwijzing naar het vonnis van de eerste rechter, vast:

- de eiser en de verweerster hebben gedurende enkele jaren met elkaar samengewoond zonder een samenlevingscontract en hebben in die periode samen het bewuste appartement aangekocht;

- de eiser en de verweerster zijn sedert september 2002 uit elkaar gegaan;

- de verweerster is het appartement blijven bewonen.

4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de partijen voor de eerste rechter niet betwist hebben dat de verweerster na de scheiding van de partijen het exclusief genot heeft gehad van het appartement en dat de appelrechters ook van die vaststelling zijn uitgegaan.

5. De appelrechters die oordelen dat de verweerster geen vergoeding verschuldigd is aan de eiser, schenden artikel 577-2, §3, van het Burgerlijk Wetboek.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal gemaakt worden op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechten over.

Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout, zitting houdende in hoger beroep.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter, Robert Boes, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 6 mei 2010 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Johan Pafenols.