Hof van Cassatie - Arrest van 6 november 2003 (België)

Publicatie datum :
06-11-2003
Taal :
Frans - Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel 20031106-7
Rolnummer :
C010600N

Samenvatting

De verkoper die zijn vordering tot betaling grondt op de stilzwijgende aanvaarding van facturen, voortvloeiende uit de afwezigheid van tijdig protest tegen die facturen, moet bewijzen op welke datum de facturen bij de geadresseerde toekwamen; in zoverre die datum wordt betwist, kan de rechter zijn beslissing dat de facturen werden ontvangen rond de factuurdatum niet steunen, zonder de wettelijke regels inzake de bewijslast te schenden, op de enkele grond dat geen bewijs voorligt dat de facturen niet op datum zouden verzonden zijn aan de koper (1). (1) Cass., 8 nov. 1991, AR nr 7319, A.C., 1991-92, nr 135, en de verwijzingen onder voetnoot (1).

Arrest

Nr. C.01.0600.N
MAPU, naamloze vennootschap, met zetel te 9050 Gentbrugge, Nelestraat 2, ingeschreven in het handelsregister te Gent, nummer 159.262,
eiseres,
vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan,
tegen
AKAB, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 9940 Evergem, Drogenbroodstraat 23, woonplaats kiezend bij gerechtsdeurwaarder Marc Monbailliu, kantoor houdende te 9820 Merelbeke, Hundelgemsesteenweg 116, bus 32,
verweerster.
Bestreden beslissing
Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 12 maart 2001 gewezen door het Hof van Beroep te Gent.
Rechtspleging voor het Hof
Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal met opdracht Dirk Thijs heeft geconcludeerd.
Middelen
Eiseres voert in haar verzoekschrift drie middelen aan.
Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit.
Beslissing van het Hof
Eerste middel
Overwegende dat, krachtens artikel 25, tweede lid, van het Wetboek van Koophandel, koop en verkoop kan bewezen worden door middel van een aanvaarde factuur, onverminderd de andere bewijsmiddelen die door de wetten op de koophandel zijn toegelaten ;
Dat de verkoper die zijn vordering tot betaling grondt op de stilzwijgende aanvaarding van facturen, voortvloeiende uit de afwezigheid van tijdig protest tegen die facturen, moet bewijzen op welke datum de facturen bij de geadresseerde toekwamen ;
Dat, in zoverre die datum wordt betwist, de rechter zijn beslissing dat de facturen werden ontvangen rond de factuurdatum niet kan steunen, zonder de wettelijke regels inzake de bewijslast te schenden, op de enkele grond dat geen bewijs voorligt dat de facturen niet op datum zouden verzonden zijn aan de koper ;
Overwegende dat de appèlrechter vaststelt dat eiseres de litigieuze facturen stilzwijgend heeft aangenomen overeenkomstig artikel 25 van het Wetboek van Koophandel, omdat zij tegen de facturen niet tijdig geprotesteerd heeft ;
Dat de appèlrechter vervolgens het verweer van eiseres volgens hetwelk de facturen niet op of rond de factuurdatum werden ontvangen doch slechts maanden later, verwerpt door te oordelen dat "er geen bewijs voorligt dat deze niet op datum zou(den) zijn verzonden aan (eiseres)" ;
Dat de appèlrechter zijn beslissing aldus niet naar recht verantwoordt ;
Dat het middel gegrond is ;
1. Tweede middel
Overwegende dat eiseres in haar conclusie voor de appèlrechter het verweer heeft gevoerd dat de eerste rechter ten onrechte interest had toegekend vanaf 25 mei 1994 op het aangehouden bedrag van de factuur van 1 augustus 1994, zijnde 10.951 BEF, nu dat bedrag op 25 mei 1994 nog niet eisbaar was ;
Dat het bestreden arrest noch op eigen gronden, noch door de hernomen gronden van het eerste vonnis, geantwoord heeft op dat verweer ;
Dat het middel in zoverre gegrond is ;
2. Derde middel
Overwegende dat eiseres het verweer heeft gevoerd dat in het middel is weergegeven ;
Dat het arrest dit verweer niet beantwoordt ;
Dat het middel gegrond is ;
3. Overige grieven
Overwegende dat de overige grieven niet tot ruimere cassatie kunnen leiden ;
OM DIE REDENEN,
HET HOF,
Vernietigt het bestreden arrest in de mate dat dit :
- eiseres veroordeelt tot betaling van de facturen van 9 april 1993 (598 BEF) en van 11 april 1994 (1.808 BEF), meer de verwijlintrest ;
- intrest toekent vanaf 25 mei 1994 op het aangehouden deel van 10.951 BEF van de factuur van 1 augustus 1994 ;
- uitspraak heeft gedaan over de tegeneis van eiseres ;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest ;
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over ;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, de raadsheren Greta Bourgeois, Ghislain Londers, Eric Dirix en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van zes november tweeduizend en drie uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Dirk Thijs, met bijstand van griffier Philippe Van Geem.