Hof van Cassatie - Arrest van 8 juni 2010 (België)

Publicatie datum :
08-06-2010
Taal :
Frans - Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel 20100608-3
Rolnummer :
P.10.0300.N

Samenvatting

Uit de artikelen 15, § 1 en 2 en 16, § 2, Wet Taalgebruik in Gerechtszaken, volgt dat wanneer de ten laste gelegde feiten ressorteren onder de bevoegdheid van een politierechtbank van het gerechtelijk arrondissement Brussel waarvan het rechtsgebied uitsluitend bestaat uit Nederlandstalige gemeenten, de in artikel 16, § 2, van dezelfde wet bepaalde mogelijkheid voor de verdachte om aan de onderzoeksrechter te vragen zijn in onderzoek zijnde zaak in de andere landstaal te behandelen of te laten behandelen, beperkt is tot deze verdachten die woonachtig zijn in de gemeenten Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel of Wezembeek Oppem.

Arrest

Nr. P.10.0300.N

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL,

eiser,

tegen

1. A. G. M. H.,

inverdenkinggestelde,

2. A. C. L.,

inverdenkinggestelde,

verweerders,

3. V. T.,

burgerlijke partij,

4. G. A.,

burgerlijke partij,

5. M. T.,

burgerlijke partij,

6. M. K.,

burgerlijke partij,

7. Z. O.-K.,

burgerlijke partij,

8. F. K.,

burgerlijke partij,

9. S. K.,

burgerlijke partij,

10. N. K.,

burgerlijke partij,

11. B. K.,

12. N. K.,

burgerlijke partij,

13. R. K.,

burgerlijke partij,

14. A. C. L., reeds vermeld,

burgerlijke partij,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 4 februari 2010.

De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat het cassatieberoep aan de verweerster 2 is betekend.

In zoverre ook tegen die verweerster gericht, is het cassatieberoep niet ontvankelijk.

2. Het arrest verklaart de beroepsakte en de conclusie van de verweerder 1 die in het Frans zijn opgesteld, nietig.

In zoverre is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.

Ambtshalve middel

Geschonden wettelijke bepalingen

- de artikelen 15 en 16 Taalwet Gerechtszaken.

3. Artikel 15, § 1, Taalwet Gerechtszaken bepaalt: "Voor de politierechtbanken van het arrondissement Brussel waarvan het rechtsgebied uitsluitend bestaat uit gemeenten van het Nederlandstalig taalgebied, wordt de rechtspleging in het Nederlands gevoerd."

Paragraaf 2 van datzelfde artikel bepaalt: "Van deze regel wordt afgeweken wanneer de verdachte in de gemeente Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel of Wezembeek-Oppem woonachtig is en daartoe het verzoek doet in de artikel 16, § 2, voorgeschreven vormen."

4. Uit deze bepalingen volgt dat wanneer de ten laste gelegde feiten ressorteren onder de bevoegdheid van een politierechtbank van het gerechtelijk arrondissement Brussel waarvan het rechtsgebied uitsluitend bestaat uit Nederlandstalige gemeenten, de in artikel 16, § 2, van dezelfde wet bepaalde mogelijkheid voor de verdachte om aan de onderzoeksrechter te vragen zijn in onderzoek zijnde zaak in de andere landstaal te behandelen of te laten behandelen, beperkt is tot deze verdachten die woonachtig zijn in de gemeenten Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel of Wezembeek-Oppem.

5. Uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat:

- de ten laste gelegde feiten, voor zover bewezen, gepleegd werden te Hoeilaart, dit is een Nederlandstalige gemeente gelegen in het rechtsgebied van de politierechtbank te Vilvoorde, zodat deze territoriaal bevoegd is.

- de verweerder gedomicilieerd is in een andere gemeente dan deze vermeld in artikel 15, § 2, Taalwet Gerechtszaken.

6. Hieruit volgt dat, ongeacht het recht van de verweerder 1 om voor de politierechtbank naar dewelke zijn zaak verwezen wordt, met toepassing van artikel 23, tweede lid, Taalwet Gerechtszaken de taalwijziging te vragen, zijn verzoek aan de onderzoeksrechter gedaan op 12 oktober 2009 niet tot gevolg kon hebben dat vanaf dat ogenblik de verdere behandeling van zijn zaak in het Frans zou geschieden. De regeling van de rechtspleging diende bijgevolg in het Nederlands te geschieden.

7. Het arrest dat de beroepen verwijzingsbeschikking nietig verklaart op grond dat deze in strijd met de Taalwet Gerechtszaken in het Nederlands is opgesteld, is niet naar recht verantwoord.

Middelen

8. Gelet op de hierna uit te spreken vernietiging, behoeven de middelen geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet ten aanzien van de verweerder 1, behalve in de mate dat het de in het Frans opgestelde beroepsakte en conclusie van deze verweerder, nietig verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige in zoverre het is ingesteld tegen de verweerder 1.

Verwerpt het cassatieberoep in zoverre het is ingesteld tegen de verweerster 2.

Veroordeelt de verweerder 1 in de helft van de kosten en laat de overige kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld.

Bepaalt de kosten op 119,87 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 8 juni 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.