Rechtbank van eerste aanleg - Beslissing van 17 oktober 2003 (Brussel)

Publicatie datum :
17-10-2003
Taal :
Frans - Nederlands
Grootte :
8 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel 20031017-2
Rolnummer :
2003;1326;C

Samenvatting

Samenvatting 1

------------------------------
[TCAS]338[ETCAS]
------------------------------

---------------------------------------------------
(leeg)
---------------------------------------------------

OVERHEIDSOPDRACHTEN
Richtlijn EG / 1989-12-21 / / 665 / 53  openhttp://jure.juridat.just.fgov.be/view_decision.html?justel=N-20031017-2&idxc_id=78681&lang=NL
---------------------------------------------------


Beslissing

In dit geding wordt geconcludeerd en gepleit in het Nederlands ter openbare zitting van 29 september 2003;
Na beraad spreekt de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel volgend bevelschrift uit :
Gezien :
- de dagvaarding betekend door geregistreerd exploot van Mtr S. loco Mtr L., gerechtsdeurwaarder verblijvende te Etterbeek, d.d. 13 augustus 2003;
- de omvattende conclusie voor eiseres neergelegd ter griffie op 15 september 2003;
- de conclusies en aanvullende en syntheseconclusies voor verweerster neergelegd ter griffie, respectievelijk op 8 september 2003 en 22 september 2003;
Gehoord in hun pleidooi de raadslieden van partijen;
Voorwerp van de vordering.
De vordering van eiseres, de BVBA V.- L., ingesteld met toepassing van artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek, en zoals gewijzigd bij conclusies, strekt ertoe om :
- uitspraak doend bij voorraad en zonder nadeel toe te brengen aan de grond van de zaak, - in afwachting van de beslissing van ofwel de Raad van State over het annulatieverzoek terzake de gunningsbeslissing dd. 19 februari 2003 en/of de beslissing van de burgerlijke rechter omtrent de nietigverklaring van de overeenkomst dd. 4 juni 2003, verweerster het verbod op te leggen de werken met betrekking tot de restauratie van de muurschilderingen in de kerk op het Sint-Gilis voorplein te laten aanvangen of verder te laten uitvoeren;
- te zeggen voor recht dat de aanvang of voorzetting van de werken dient gestaakt te worden binnen de vierentwintig uur na de betekening van de tussen te komen beschikking en dit onder verbeurte van een dwangsom van 3.000 euro per dag dat er zou worden voortgewerkt;
- verweerster te veroordelen tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding.
Verweerster, de Gemeente SINT-GILLIS vraagt om de vordering van eiseres onontvankelijk minstens ongegrond te verklaren en eiseres te veroordelen tot de kosten van het geding, rechtsplegingsvergoeding inbegrepen.
Situering van de vordering - argumenten van partijen.
Eiseres, de BVBA V.-L., is een vennootschap erkend door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium en erkend als aannemer (subcategorie D23) voor restauratie en conservatie van monumenten en openbaar kunstbezit (stuk 9 verweerster). Als zodanig heeft zij ingeschreven op de openbare aanbesteding voor restauratie van muurschilderingen van de kerk op het Sint-Gillisvoorplein in opdracht van de Gemeente Sint-Gillis.
Ze meent dat haar offerte ten onrechte verwijderd werd uit de selectie en dat de werken ten onrechte gegund werden aan de Momentele Associatie BVBA De W.-D. en dat de overeenkomst die daarop werd geënt onregelmatig en absoluut nietig is. Ze vraagt dat aan de Gemeente Sint-Gillis verbod wordt opgelegd de werken te laten aanvangen of verder te laten uitvoeren, op straffe van een dwangsom, en dit in afwachting van de procedures bij de Raad van State (annulatieverzoek) en bij de burgerlijke rechter (nietigverklaring van de overeenkomst).
Eiseres beroept zich op een schending van haar subjectief recht op gelijke behandeling ten aanzien van de wet op de overheidsopdrachten en op het recht om niet geschaad te worden in haar belangen als regelmatige inschrijver op de aanbesteding. Eiseres vordert de schorsing van de overeenkomst en de werken als voorlopige bewarende maatregel. Anders wordt haar op definitieve wijze de kans ontnomen op nuttige rangschikking, gunning van de opdracht en de mogelijkheid om de gegunde werken uit te voeren, wat ook definitief verlies betekent van de kans op uitvoering van een in de betrokken sector belangrijk referentiewerk. Die schade zou niet afdoende kunnen worden vergoed door een schadevergoeding achteraf. Eiseres beroept zich ook op de spoedeisendheid.
Volgens eiseres is de beslissing van de Gemeente Sint-Gillis onwettig en de eruit voortvloeiende overeenkomst absoluut nietig omwille van :
- schending van de formele motiveringsplicht :
de beslissing om haar offerte te verwijderen is niet of niet afdoende gemotiveerd en is strijdig met het advies van de architect dat haar offerte voldeed aan de kwalitatieve en administratieve vereisten;
- niet naleven door de Gemeente Sint-Gillis van de voorwaarden die de Gemeente zelf had bepaald :
volgens de aanbestedingsvoorwaarden was er niet vereist dat de inschrijver een erkenningsattest moest voorleggen voor werken klasse vier, omdat zo'n erkenning niet bestaat voor de specifieke werken; het bewijzen door middel van referenties dat de inschrijver bekwaam is om werken te ondernemen equivalent aan klasse vier was voldoende;
- gunning van de werken aan een niet bestaande of niet ingeschreven entiteit en contract gesloten met een andere identiteit dan vermeld in de gunningsbeslissing :
er was een offerte ingediend door de BVBA De W., met louter een verwijzing naar een onderaannemer " Support Surface ", D. en V.; de werken zijn gegund aan de Momentele Associatie BVBA De W.-D. die als zodanig niet was ingeschreven; het bevel om de werken uit de voeren is dan weer betekend aan de BVBA De W.;
de werkelijke inschrijver, BVBA De W., voldeed volgens eiseres niet aan de kwalitatieve selectiecriteria, omdat het een gewoon industrieel schildersbedrijf is, klasse vier, zonder enige ervaring op het werk van restauratie van schilderijen of muurschilderingen en die het werk zal laten uitvoeren door een onderaannemer die weliswaar ervaring heeft maar niet bekwaam is om werken uit te voeren equivalent aan klasse vier.
Verweerster, de Gemeente Sint-Gillis, stelt dat eiseres geen belang heeft bij haar vordering, omdat eiseres, nu de overeenkomst voor uitvoering van de werken al tot stand is gekomen, enkel nog recht zou kunnen hebben op een schadevergoeding en zij niet de nietigverklaring kan bekomen van de overeenkomst.
Verweerster meent dat het reële voorwerp van de vordering van eiseres de geldigheid betreft van de gunningsbeslissing, wat enkel tot de bevoegdheid behoort van de Raad van State en niet van de burgerlijke rechter in kort geding.
Ze stelt dat eiseres zelf verantwoordelijk is voor de ingeroepen spoedeisendheid omdat ze meer dan twee maand heeft gewacht om haar vordering in kort geding in te dienen sinds zij kennis had van de verwijdering van haar offerte uit de aanbestedingsprocedure.
Verweerster voert ook aan dat er een belangenafweging moet gebeuren, met als resultaat volgens verweerster dat de reeds aangevatte werken niet kunnen worden stopgezet.
Met betrekking tot de concrete bezwaren van eiseres ten opzichte van de beslissing van de Gemeente stelt verweerster dat er geen schending is van de formele motiveringsplicht. Op de andere twee bezwaren gaat verweerster niet in omdat dit volgens haar behoort tot de bevoegdheid van de Raad van State.
De feiten.
De gunning van de werken is als volgt verlopen (stukken 1 tot 5 en 7 verweerster).
1. De Gemeente Sint-Gillis besloot op 28 maart 2002 om de restauratie van de muurschilderingen van de kerk op het Sint-Gillisvoorplein toe te laten en de werken te gunnen via openbare aanbesteding.
2. De openbare aanbesteding van de werken werd gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen van 1 november 2002, p. 9446. Er werd opgegeven dat volgende documenten bij de inschrijving moesten worden gevoegd, in verband met de kwalitatieve selectiecriteria :
" 7. Documenten bij de inschrijving te voegen :
4° kwalitatieve selectiecriteria :
DE FINANCIELE EN ECONOMISCHE DRAAGKRACHT :
voor dit soort werk bestaat er geen eigen vorm van erkenning. De inschrijver moet een ambachtsman zijn erkend door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (of aan gelijksoortige referenties in zijn afkomstland beantwoorden) en blijk geven (referenties) dat hij bekwaam is om werken te ondernemen equivalent van klasse 4.
DE TECHNISCHE DRAAGKRACHT :
de ervaring van de aannemers, te bewijzen aan de hand van een lijst van referenties voor gelijkaardige werken, namelijk in als monument beschermde gebouwen, met een bewijs van de bouwheer dat deze tot een goed einde werden gebracht, werken uitgevoerd in de laatste vijf jaren;
de ervaring van de restaurateur van kunstwerken (specialisatie : muurschilderingen), ervaring die eveneens moeten gestaafd worden niet ernstige referenties op het gebied van restauratie van gelijkaardige stukken;
de menselijke middelen, van het bedrijf; " 3. Op 28 november 2002 om 10 uur hebben de schepen van openbare werken en de gemeentesecretaris een proces-verbaal van openbare opening van de inschrijvingen opgemaakt, vaststellende dat volgende vijf inschrijvingen werden ontvangen :
" Multidecor BVBA 341.707,96 euro V.-L. BVBA 750.181,27 euro Building NV 1.407.751,46 euro De W. BVBA 717.580,42 euro K. Karin 1.387.618,33 euro " 4. De heer Du., architect en opsteller van het bestek, de opmetingen en de plannen, heeft op 11 december 2002 een rapport afgeleverd met advies.
De architect vermeldt bij de administratieve analyse dat vier van de vijf offertes beantwoorden aan de selectievoorwaarden. De onderneming Multidecor beantwoordt niet aan de aard van het gevraagde werk, voornamelijk een schildersbedrijf zijnde en die geen enkele referentie in de sector heeft voorgelegd.
Met betrekking tot de inschrijver De W. vermeldt de architect dat het een schildersbedrijf is, doch onderaannemers voorstelt die gekwalificeerd zijn inzake de restauratie van muurschilderingen, zoals aangetoond door hun CV en hun referenties. De W. stelt een associatie " Support Surface " van restaurateurs voor, geleid door dhr. D. en V..
Met betrekking tot V. en L. BVBA (eiseres in deze procedure) vermeldt de architect dat het een groep restaurateurs is die zich in eigen naam kandidaat stelt.
Volgens het rapport leggen de vier ondernemingen een lijst van referenties voor die zeer bevredigend is.
Met betrekking tot de kwalitatieve selectiecriteria vermeldt de architect dat de vier ondernemingen, na eliminatie van Multidecor, eraan beantwoorden.
De architect stelt als conclusie dat de goedkoopste onderneming - DE W.- D. V. - aan de voorwaarden van de opdracht beantwoordt en stelt voor dat deze opdracht hen zou worden toevertrouwd voor een prijs van 717.580,42 euro, btw inbegrepen.
5. Op de zitting van 19 februari 2003 heeft het College van Burgemeester en Schepenen van Sint-Gillis de beslissing genomen om :
- drie bedrijven te verwijderen : Multidecor, V.-L. (eiseres in deze procedure) en Karin K.;
- twee bedrijven te selecteren : de Momentele Associatie Nv Building - K. en de Momentele Associatie BVBA De W.-D.;
- de Momentele Associatie BVBA De W.-D. te 9100 Sint-Niklaas aan te stellen voor de werken.
De reden opgegeven voor verwijdering van de drie voormelde bedrijven, was " niet aanpassende offertes ".
Voor de BVBA V.- L. (eiseres in deze procedure) was in een overzichtstabel vermeld :
" De financiële en economische draagkracht : alleen klasse 3.
De technische draagkracht : OK ".
Voor de " Momentele Associatie BVBA De W.-D. " was bij beide aspecten vermeld dat dit OK was en dat zij de laagste offerte heeft ingediend van de geselecteerde bedrijven.
Eiseres kreeg van de beslissing van de Gemeente van 19 februari 2003 slechts kennis door mededeling van de stukken van het dossier bij brief van de Gemeente van 6 juni 2003, ontvangen op 11 juni 2003 (stukken 8 a tot 8 k eiseres).
Eiseres bekwam deze mededeling pas nadat eiseres via haar raadsman op 19 maart 2003 informeerde naar de stand van de aanbestedingsprocedure en verzocht tot inzage en kopiename van het dossier en na advies op 21 mei 2003 van de Commissie voor de Toegang tot Bestuursdocumenten op wiens tussenkomst eiseres een beroep had gedaan na een aanvankelijke weigering van de Gemeente stukken 1 tot 7 eiseres).
Na kennisname van de stukken, stelde eiseres bij verzoekschrift van 5 augustus 2003 een annulatieberoep in bij de Raad van State tegen de beslissing van de Gemeente van 19 februari 2003 en vorderde zij tevens voor de Raad van State de schorsing van de uitvoering van de bestreden beslissing (stukken 11 eiseres).
Aansluitend hierbij dagvaardde eiseres in kort geding, bij exploot van 13 augustus 2003, in hoofdorde om verweerster verbod op te leggen om de gunningsbeslissing uit te voeren en in het bijzonder om het contract te ondertekenen, op straffe van een dwangsom, en in ondergeschikte orde, indien het contract toch al zou zijn ondertekend en/of het bevel tot aanvang van de werken al zou zijn gegeven, om de werken te staken, op straffe van een dwangsom.
Pas naar aanleiding van de mededeling van de stukken in het kader van deze procedure in kort geding, kreeg eiseres er kennis van dat de Gemeente op 4 juni 2003 aan de BVBA De W. al kennis had gegeven van de gunningsbeslissing en opdracht had gegeven om de werken aan te vangen op 4 augustus 2003. Door die kennisgeving op 4 juni 2003 was het contract tot stand gekomen (stuk 6 verweerster).
Beoordeling.
Bevoegdheid.
De voorzitter in kort geding doet overeenkomstig artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek bij voorraad uitspraak in alle zaken, behalve die welke de wet aan de rechterlijke macht onttrekt.
De schorsingbevoegdheid van de Raad van State in het administratief kort geding (overeenkomstig artikel 18 van de Gecoördineerde Wet Raad van State), doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van de burgerlijke kort gedingrechter over geschillen betreffende subjectieve rechten (Cass. 15 oktober 1993, met conclusies eerste Advocaat Generaal D'Hoore, R.W., 1993-94, 711) en belet niet dat de burgerlijke kort gedingrechter dringende en voorlopige maatregelen kan bevelen ter voorkoming van schade, wanneer deze het gevolg is van een ogenschijnlijke schending van enig subjectief recht van de eisende partij door het bestuur.
Eiseres kan zich in deze zaak wel degelijk beroepen op haar subjectief recht om gelijk te worden behandeld ten aanzien van de wet op de overheidsopdrachten en op het recht om niet geschaad te worden in haar belangen als regelmatige inschrijver op de aanbesteding. Ze kan zich eveneens beroepen op haar recht, op een rechtstreeks rechtsherstel dat niet te realiseren is via een schadevergoeding.
De rechtspraak die verweerster aanhaalt welke voorhoudt dat de benadeelde kandidaat-contractant niet het recht heeft zich te beroepen op het rechtstreeks rechtsherstel en enkel aanspraak zou kunnen maken op een geldelijke schadevergoeding, kan niet meer als dominante rechtspraak worden beschouwd. (zie Flamey, P., Kort gedingen inzake overheidsopdrachten na de wet van 24 december 1993, C.D.P.K., 1997, 109 : " wat door sommigen nog steeds (doch volkomen ten onrechte) de " dominante rechtspraak " wordt genoemd ".
De wetgeving betreffende de gunning van overheidsopdrachten is van openbare orde in de mate dat de verplichting bestaat om op de mededinging een beroep te doen en om de gegadigden op gelijke wijze te behandelen. Een overeenkomst gebaseerd op een gunningsbeslissing die deze verplichting miskent, heeft een ongeoorloofde oorzaak en is absoluut nietig, zodat elke belanghebbende derde er de nietigverklaring van kan vorderen.
(Zie D'Hooghe D., De gunning van overheidscontracten en overheidsopdrachten en het toezicht door de Raad van State en de gewone rechtbanken, Die Keure 1993, nrs. 1413, 1431, 1433).
In de mate waarin een benadeelde kandidaat-contractant de nietigverklaring van het contract kan bekomen wegens dergelijke ongeoorloofde oorzaak, moet worden aangenomen dat hij als voorlopige maatregel ook de schorsing van het contract kan bekomen. Er anders over oordelen zou een werkelijke rechtsbescherming uithollen door voorrang te geven aan de zogenaamde praktijk van het voldongen feit en zou strijdig zijn met de Europese Rechtsbeschermingsrichtlijn 98/665 van 21 december 1989. (Zie D'Hooge D., o.c., nr, 1407-1409 en 1446 - 1448; Flamey P., 1.c., blz. 111, nr. 12; Vz. Rb. Brussel (k.g.), 25 juni 2001, J.T., 2002, blz. 347; Vz. Rb. Brussel (k.g.), 22 juni 1999, C.D.P.K., 2000, 226; Brussel 25 maart 1993, T.Aann., 1993, 232.) Zowel voor de nietigverklaring als voor de schorsing van de uitvoering van het contract, is enkel de burgerlijke rechter bevoegd (respectievelijk de burgerlijke rechter ten gronde en de burgerlijke kort gedingrechter), met uitsluiting van de Raad van State. (zie R.v.St., 15 juni 2000., nr. 87.983, cvba Formanova).
Dat in het kader van deze procedure in kort geding de ogenschijnlijke wettigheid of onwettigheid van de beslissing van de Gemeente Sint-Gillis van 19 februari 2003 moet worden getoetst wat betreft het aspect van de gelijke behandeling van de inschrijvers op de aanbesteding, heeft aldus niet voor gevolg dat het geschil onttrokken wordt aan de bevoegdheid of rechtsmacht van de burgerlijke rechter.
In de inleidende dagvaarding wordt verwezen naar het spoedeisend karakter van de vordering, zodat de rechter in kort geding principieel bevoegd is om de grond van de vordering te onderzoeken. (zie Cass.
11 mei 1990, Arr. Cass., 1989-90, 1169; Kort Ged. Rb. Brussel 27 maart 1998, A.J.T., 1997-98, 488, noot B. D Vuyst).
Belang van eiseres.
Nu eiseres ingeschreven had op de betrokken openbare aanbesteding en aanvoert dat de beslissing tot stand is gekomen met miskenning van haar recht op gelijke behandeling en dat haar schade niet afdoende zou kunnen worden vergoed door een geldelijke schadevergoeding, heeft eiseres de vereiste hoedanigheid en het vereiste belang bij haar vordering.
Spoedeisendheid.
Verweerster stelt ten onrecht dat eiseres zelf verantwoordelijk moet worden geacht voor de ingeroepen spoedeisendheid omdat ze meer dan twee maand heeft gewacht om haar vordering in kort geding in te dienen nadat zij kennis had van de verwijdering van haar offerte uit de aanbestedingsprocedure. (brief van de Gemeente van 6 juni 2003 ontvangen op 11 juni 2003 - dagvaarding in kort geding op 13 augustus 2003).
Er kan eiseres geen abnormale of onaanvaardbare vertraging verweten worden, te meer daar eiseres er op dat ogenblik nog geen kennis van had dat verweerster op 4 juni 2003 de gunningsbeslissing reeds ter kennis had gebracht van de BVBA De W. en de opdracht had gegeven om de werken aan te vangen op 4 augustus 2003.
Voor zover er sprake is van een ogenschijnlijke onwettigheid van de beslissing van de Gemeente die eiseres zou toelaten om de nietigverklaring te vorderen van de overeenkomst (zie verder), is de gevorderde schorsing van de overeenkomst wel degelijk spoedeisend. Immers naarmate de uitvoering van de overeenkomst en van de werken verder vordert, zouden de procedures ten gronde (respectievelijk nietigverklaring van de beslissing van de Gemeente en nietigverklaring van het contract) hun zin verliezen en zou eiseres geen rechtstreeks rechtsherstel meer kunnen bekomen.
Een procedure tot schorsing in uiterst dringende noodzakelijkheid bij de Raad van State had voor eiseres geen zin gehad nu - zo achteraf is gebleken - het contract reeds tot stand was gekomen. Verweerster houdt dan ook ten onrechte voor dat eiseres die procedure had moeten instellen.
Ogenschijnlijke rechten van partijen.
Uit de beslissing van verweerster van 19 februari 2003 blijkt (impliciet) dat eiseres verwijderd werd uit de aanbestedingsprocedure om reden dat ze (wat betreft het selectiecriterium van de financiële en economische draagkracht) slechts een erkenning klasse 3 heeft en niet een erkenning klasse 4.
Dit is echter prima facie strijdig met de aanbestedingsvoorwaarden opgesteld door verweerster zelf, nu het volgens die voorwaarden voldoende was dat de inschrijver bewijst door middel van referenties dat hij/zij bekwaam is om werken te ondernemen equivalent aan klasse vier (een erkenning klasse 4 bestaat immers niet voor die specifieke werken) en eiseres hieraan klaarblijkelijk voldeed, gezien het rapport en advies van de architect in die zin.
Bovendien blijkt uit de stukken van het dossier dat de werken uiteindelijk werden gegund aan de zogenaamde Momentele Associatie BVBA De W.-D., terwijl die entiteit als zodanig niet was ingeschreven. De offerte is immers klaarblijkelijk enkel opgesteld in naam van de BVBA De W. en ondertekend door de heer Flor De W., gedelegeerd bestuurder van de BVBA De W., met slechts een verwijzing naar een onderaannemer " Support Surface " D. en V. (stuk 8 h eiseres).
Terwijl, om in te schrijven als vereniging zonder rechtspersoonlijkheid bestaande uit verscheidende natuurlijke of rechtspersonen, vereist is (overeenkomstig artikel 93§1 van het KB van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werk, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken) dat de offerte ondertekend wordt door ieder van die personen, met verplichting zich hoofdelijk te verbinden.
De werkelijke inschrijver, de BVBA De W., voldeed ogenschijnlijk niet zelf aan de kwalitatieve selectiecriteria en meer bepaald aan de voorwaarde van erkenning door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium, nu zij volgens het rapport van de architect een gewoon schildersbedrijf was.
Nu enerzijds eiseres onrechtmatig verwijderd werd uit de aanbestedingsprocedure en anderzijds de werken gegund werden aan een niet als zodanig ingeschreven vereniging en de werkelijke inschrijver ogenschijnlijk niet beantwoordde aan de kwalitatieve selectiecriteria, werd het recht van eiseres op gelijke behandeling ogenschijnlijk geschonden.
Dat de afwijking van de zelf opgestelde aanbestedingsvoorwaarden die leidde tot verwijdering van eiseres uit de aanbestedingsprocedure, niet concreet werd gemotiveerd en in strijd was met het advies van de architect, en dat bovendien op 6 juni 2003 een onvolledig dossier werd overgemaakt aan eiseres, zonder mededeling dat de gunningsbeslissing reeds op 4 juni ter kennis werd gebracht van de BVBA De W., zijn begeleidende omstandigheden die lijken te bevestigen dat de Gemeente de ongeoorloofde bedoeling had om de ene te bevoordelen boven de andere.
Aldus kan eiseres zich in een procedure ten gronde beroepen op een ongeoorloofde oorzaak van het contract met de BVBA De W. dan wel met de Momentele Associatie BVBA De W.-D. en er de nietigverklaring van vorderen.
De vraag tot schorsing van het contract komt dan ook in principe gegrond over.
Belangenafweging.
Verweerster werpt op dat in elk geval een belangenafweging dient te gebeuren : de werken die reeds werden aangevat, kunnen volgens verweerster niet worden stopgezet zonder ernstige sociale en economische gevolgen, terwijl eiseres volgens verweerster slechts een precaire kans heeft om de werken zelf uit te voeren en er geen enkel gevaar is dat zij desgevallend haar schadevergoeding niet zou kunnen verhalen op de Gemeente.
Hoewel de Gemeente bij de kennisgeving van 4 juni 2003 aan de BVBA De W. de opdracht heeft gegeven om de werken aan te vatten op 4 augustus 2003, blijkt niet in hoeverre deze werken al concreet zijn opgestart en gevorderd. Verweerster legt in dat verband geen kopie voor van de maandelijkse vorderingsstaten. Gezien er een uitvoeringstermijn van 400 werkdagen is voorzien, kunnen de werken alleszins nog niet ver gevorderd zijn.
Het schorsen van de uitvoering van de overeenkomst brengt zeker financieel en economisch nadeel toe aan de BVBA De W. en diens onderaannemer. Maar dit weegt niet op tegen het nadeel dat eiseres ondervindt wanneer bij gebreke aan schorsing van de uitvoering van de overeenkomst, haar recht op rechtstreeks rechtsherstel definitief verloren gaat.
Bovendien voert verweerster geenszins aan dat de restauratiewerken aan de muurschilderingen in de kerk op zich spoedeisend zijn.
Er kan dan ook worden ingegaan op de vraag tot schorsing van de uitvoering van de overeenkomst, dit in afwachting van een beslissing ten gronde inzake de nietigverklaring van de overeenkomst.
De schorsing zal echter ophouden uitwerking te hebben indien eiseres geen procedure ten gronde heeft ingesteld tot nietigverklaring van de overeenkomst binnen de 15 dagen volgend op de datum van deze uitspraak.
De schorsing zal eveneens ophouden uitwerking te hebben indien het annulatieberoep bij de Raad van State ongegrond wordt verklaard.
De aanvang of verderzetting van de werken dient gestaakt te worden binnen de 48 u (in plaats van 24 u zoals gevorderd door eiseres) vanaf de betekening van de uitspraak.
Hieraan kan een redelijke dwangsom worden verbonden van 1.250 euro per dag (in plaats van 3.000 euro zoals gevorderd door eiseres) dat de werken nog worden verdergezet.
OM DEZE REDENEN :
Wij, ... , rechter, aangesteld om de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg zetelende te Brussel te vervangen;
Bijgestaan door ..., griffier;
Gezien de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;
Rechtsprekende over het voorlopige, na tegenspraak;
Alle andere of strijdige besluiten verwerpend;
Verklaren de vordering ontvankelijk en gegrond in de hierna bepaalde mate;
Zeggen dat de uitvoering van de overeenkomst van 4 juni 2003 tussen de Gemeente Sint-Gillis en de BVBA De W. of de Momentele Associatie De W.-D., gebaseerd op de beslissing van de Gemeente van 19 februari 2003, geschorst wordt in afwachting van een beslissing ten gronde inzake de nietigverklaring van de overeenkomst;
Zeggen dat de schorsing echter zal ophouden uitwerking te hebben indien eiseres geen procedure ten gronde heeft ingesteld tot nietigverklaring van de overeenkomst binnen de 15 dagen volgend op de datum van deze uitspraak;
Zeggen dat de schorsing eveneens zal ophouden uitwerking te hebben indien het annulatieberoep van eiseres bij de Raad van State ingesteld op 5 augustus 2003 (nr. G/A 140.004/XU-II 3915) ongegrond wordt verklaard;
Zeggen dat de aanvang of verderzetting van de betrokken werken dient gestaakt te worden binnen de 48 u vanaf de betekening van deze uitspraak, onder verbeurte van een dwangsom van 1.250 euro per dag dat de werken nog worden verdergezet;
Wijzen eiseres af van het meergevorderde;
Houden de beslissing omtrent de gerechtskosten aan, in hoofde van eiseres vereffend op 224,12 + 114,03 euro en in hoofde van verweerster vereffend op 114,03 euro;
Aldus gewezen en uitspraak gedaan ter openbare terechtzitting van het kort geding van 17 oktober 2003.